1/24
Geschillenkamer
Beslissing ten gronde 163/2025 van 10 oktober 2025
Dossiernummer : DOS-2024-02077
Betreft : het onrechtmatig verder verwerken van de contactgegevens van een
gemeente voor direct marketing doeleinden.
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016
betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van
persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van
Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna “AVG”;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit,
hierna “WOG”;1
Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van
Volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op
15 januari 2019;
Gelet op de stukken van het dossier;
Heeft de volgende beslissing genomen inzake:
De verweerder 1: Gemeente Y1, vertegenwoordigd door mr. Magali Feys, hierna “de verweerder
1” of “de gemeente”;
De verweerder 2: Y2, vertegenwoordigd door mr. Johan Vandelanotte, hierna “de verweerder 2”
of “de burgemeester”.
1
De GBA herinnert eraan dat de wet van 25 december 2023 tot wijziging van de wet van 3 december 2017 tot oprichting van
de Gegevensbeschermingsautoriteit (WOG), en het nieuw reglement van interne orde van de GBA, op 1 juni 2024 in werking
zijn getreden. De nieuwe bepalingen zijn van toepassing op klachten, bemiddelingsdossiers, verzoeken, inspecties en
procedures voor de Geschillenkamer die aanvangen vanaf deze datum. De nieuwe WOG is beschikbaar via deze link:
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi loi/change lg.pl?language=nl&la=N&cn=2017120311&table name=wet, en het
reglement van interne orde via deze link: < https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/reglement-van-
interne-orde-van-de-gegevensbeschermingsautoriteit.pdf>. Dossiers die zijn aangevat vóór 1 juni 2024, waar dit dossier deel
van uitmaakt, zijn daarentegen onderworpen aan de bepalingen van de WOG en het reglement van interne orde zoals deze
bestonden vóór deze datum.
Beslissing ten gronde 163/2025 — 2/24
I. Feiten en procedure
1. Het voorwerp van de klacht betreft het onrechtmatig verder verwerken van de
contactgegevens van een gemeente voor direct marketing doeleinden.
2. Op 24 april 2024 diende een klager een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit
tegen de gemeente.
3. Op 3 mei 2024 werd de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op grond van
de artikelen 58 en 60 WOG en werd de klacht op grond van artikel 62, § 1 WOG overgemaakt
aan de Geschillenkamer.
4. Op 4 mei 2024, op 9 mei 2024 en op 8 juni 2024 maakte de klager bijkomende informatie
over aan de GBA in verband met zijn klacht.
5. Op 10 juni 2024 stelde de Geschillenkamer twee vragen ter verduidelijking aan de klager, die
op dezelfde dag door de klager werden beantwoord.
6. Op 11 juli 2024 verzocht de Geschillenkamer de gemeente om verduidelijkingen aangaande
de klacht.
7. Op 30 augustus 2024 antwoordde de gemeente op de vraag om verduidelijking van de
Geschillenkamer.
8. Op 2 september 2024 reageerde de klager op het antwoord van de gemeente.
9. Op 19 september 2024 reageerde de gemeente op de reactie van de klager.
10. Op 4 december 2024 trok de klager zijn klacht in.
11. Op 11 december 2024 sloot de Geschillenkamer het dossier ten aanzien van de klager af.
12. Op 12 december 2024 besliste de Geschillenkamer op grond van artikel 95, § 1, 1° en artikel
98 WOG dat het dossier gereed was voor behandeling ten gronde, werden de betrokken
partijen per aangetekende zending in kennis gesteld van de bepalingen zoals vermeld in
artikel 95, § 2, alsook van deze in artikel 98 WOG en werden zij op grond van artikel 99 WOG
in kennis gesteld van de termijnen om hun verweermiddelen in te dienen.
Op basis van de stukken in het dossier, met inbegrip van het klachtenformulier, stelde de
Geschillenkamer vast dat de reikwijdte van deze zaak betrekking had op de volgende
vermeende inbreuken door de gemeente:
• Schending van artikel 5.1.a) AVG, 12 AVG en 13 AVG vanwege het gebrek aan
transparantie naar de correspondenten van de gemeente over het feit dat hun
contactgegevens opgenomen werden in mailing-groepen en dat hun
contactgegevens werden doorgegeven aan de burgemeester.
Beslissing ten gronde 163/2025 — 3/24
• Schending van artikel 5.1.a) AVG, 12 AVG en 13 AVG vanwege het ontbreken van enige
informatie over de mogelijkheid tot het uitoefenen van de rechten van betrokkene die
gelden onder de AVG.
• Schending van artikel 37.1.a) AVG vanwege het ontbreken van een DPO binnen de
gemeente sinds 19 november 2023.
• Schending van artikel 38.6 AVG vanwege een belangenconflict tussen de taken van de
DPO en deze van deskundige communicatie van de gemeente, indien de betrokken
deskundige eveneens nog steeds DPO was.
Op basis van de stukken in het dossier, met inbegrip van het klachtenformulier, stelde de
Geschillenkamer vast dat de reikwijdte van deze zaak betrekking had op de volgende
vermeende inbreuken door de burgemeester:
• Schending van artikel 5.1.a) AVG, artikel 6.1 AVG en artikel 6.4 AVG vanwege het
verwerken van de contactgegevens van de gemeente zonder rechtsgrond.
• Schending van artikel 5.1.a) AVG, 12 AVG en 14 AVG vanwege het gebrek aan
transparantie naar de correspondenten van de gemeente toe over het feit dat hun
contactgegevens verwerkt werden door de burgemeester.
13. Op 4 februari 2025 ontving de Geschillenkamer de conclusie van antwoord vanwege beide
verweerders.
14. Op 19 mei 2025 werden de partijen ervan in kennis gesteld dat de hoorzitting zou
plaatsvinden op 20 juni 2025.
15. Op 20 juni 2025 werden de partijen gehoord door de Geschillenkamer.
16. Op 25 juni 2025 werd het proces-verbaal van de hoorzitting aan de partijen voorgelegd.
17. Op 8 juli 2025 ontving de Geschillenkamer vanwege beide verweerders enkele
opmerkingen met betrekking tot het proces-verbaal, dewelke zij besloot mee op te nemen
in haar beraad.
II. Motivering
II.1. Intrekken van de klacht
18. Op 4 december 2024 trok de klager zijn klacht in. De klager stelde hierbij dat zijn klacht deels
politiek geïnspireerd was en dat hij, nu hij zelf verkozen was als schepen binnen de gemeente,
het nut van zijn klacht tegen diezelfde gemeente en haar burgemeester niet meer inzag.
Zoals in de uitnodiging tot concluderen reeds werd meegedeeld aan de beide verweerders,
is de Geschillenkamer, eens gevat, bevoegd om in volledige onafhankelijkheid de naleving
van de AVG te onderzoeken en te waken over de effectieve toepassing ervan. Het toezicht
Beslissing ten gronde 163/2025 — 4/24
van de Geschillenkamer als administratieve toezichthouder is niet primair gericht op het
beslechten van geschillen tussen partijen, maar is één van de instrumenten van de GBA om
toe te zien op de naleving van de regels inzake gegevensbescherming. De Geschillenkamer
neemt akte van het intrekken van de klacht, maar oordeelt dat zij als toezichthouder alsnog
een oordeel kan vellen over de inhoud van de klacht.
II.2. Beschrijving van de verwerking en de vermeende inbreuken
19. De gemeente beheert de contactgegevens van haar interne en externe correspondenten in
haar e-mailomgeving, verdeeld over verschillende groepen. Deze contactgegevens staan
ter beschikking van haar medewerkers, waaronder ook de burgemeester. De burgemeester
heeft al de interne en externe correspondenten waar hij toegang toe had, aangeschreven
met het doel hen uit te nodigen op een boekvoorstelling van een boek, waarvan hij
medeauteur is.
20. In deze beslissing gaat de Geschillenkamer na in hoeverre de gemeente en haar
burgemeester deze contactgegevens rechtmatig en transparant verwerkte en in hoeverre
de verwerking van de contactgegevens van de correspondenten van de gemeente
voldoende transparant was.
21. Als overheidsinstantie is een gemeente verplicht een functionaris voor de
gegevensbescherming (hierna “DPO”) aan te stellen. Documenten in het dossier tonen aan
dat de DPO van de gemeente op een bepaald moment voltijds werd aangesteld als expert
communicatie van de gemeente. In deze beslissing gaat de Geschillenkamer na in hoeverre
de gemeente ten allen tijde voldeed aan haar verplichting om een DPO te hebben en in
hoeverre deze DPO zijn functie onafhankelijk kon uitoefenen.
II.3. De rechtmatigheid van de verwerking van de contactgegevens van de gemeente
II.3.1. Standpunt van de gemeente en de burgemeester aangaande de e-mail met de
uitnodiging voor de boekvoorstelling
22. De burgemeester argumenteert dat het verzenden van de e-mail met de uitnodiging voor de
boekvoorstelling (hierna ‘de bewuste e-mail’), valt binnen het doel en dus ook binnen de
verwerkingsverantwoordelijkheid en onder de rechtsgrond van de gemeente. Zowel de
gemeente, haar DPO als de burgemeester zelf verwijzen naar het boek als een “praktische
vertaling van de bestuurlijke visie van de gemeente, onder leiding van de [burgemeester]”2.
De burgemeester stelt dan ook dat het doel van de verwerking van persoonsgegevens
kadert binnen het verder betrekken van de medewerkers van de gemeente “bij de
2
Stuk 35, Conclusie van antwoord (van de burgemeester) van 4 februari 2025, randnummer 4.
Beslissing ten gronde 163/2025 — 5/24
gemeentelijke projecten waaraan zij hebben bijgedragen vanuit een inclusief leiderschap”.3
Deze blijk van erkenning zou dan bijdragen aan een efficiënt bestuur, ‘dicht bij de burger’. De
gecontacteerde burgers zouden dan weer “via de inhoud van het boek en de
boekvoorstelling […] verder betrokken [worden] bij de communicatie over gemeentelijke
initiatieven en […] inzicht [krijgen] in de concrete werking van hun gemeente onder leiding
van [de burgemeester].”4
23. Tijdens de hoorzitting wees de burgemeester op zijn langdurige afwezigheid en zijn
bedoeling om deze heel persoonlijke situatie waarmee heel de gemeente in aanraking was
gekomen, te kaderen. Het boek was immers tot stand gekomen na deze periode van
afwezigheid en in samenwerking met zijn coach, die medeauteur is van het boek. “Het boek
en de voorstelling waren dan ook bedoeld om duidelijkheid te verschaffen over deze situatie
die een grote impact had op de gemeente en haar beleid in het kader van haar inclusief beleid
‘voor en door de burger’.”5
24. De gemeente en de burgemeester menen dat de burgemeester zich terecht kon beroepen
op het algemeen belang van artikel 6.1.e AVG “om via het gemeentelijk e-mailadres burgers
uit te nodigen voor de boekvoorstelling waarin duidelijkheid wordt verschaft over de impact
van de toenmalige situatie op de gemeente.” 6 Tijdens de hoorzitting gaf de burgemeester
aan dat de wettelijke basis voor dit algemeen belang artikel 32 van de Grondwet 7 betrof.
Conform dit artikel is de burgemeester van mening dat “de burger actief moet geïnformeerd
worden over het beleid in de gemeente. Als de gemeente door een storm gaat, bijvoorbeeld
door de afwezigheid van de burgemeester voor de duur van twee jaar, dan heeft de
gemeente de plicht om haar burgers daarover te informeren”.8
25. De burgemeester benadrukt dat hij geen commerciële belangen nastreefde met deze
boekvoorstelling en de bijhorende uitnodigingen. De bijdrage die werd gevraagd als inkom
op de boekvoorstelling, werd gecompenseerd met enkele gratis consumpties en was
daarenboven noodzakelijk om te voldoen aan de bepalingen inzake de sperperiode van de
kieswet9, die op dat moment liep. Daarenboven waren de inkomsten van de enkele keynote
speeches die hij leverde na de boekvoorstelling niet van dien aard dat het een commercieel
winstgevende activiteit zou betreffen. Deze ‘opdrachten’ werden niet via de website,
3
Stuk 35, Conclusie van antwoord (van de burgemeester) van 4 februari 2025, randnummer 19.
4
Stuk 35, Conclusie van antwoord (van de burgemeester) van 4 februari 2025, randnummer 20.
5
Stuk 42, Re_PV Hoorzitting, randnummer 1.
6
Stuk 42, Re_PV Hoorzitting, randnummer 2.
7
Artikel 32 Gw.: “Ieder heeft het recht elk bestuursdocument te raadplegen en er een afschrift van te krijgen, behoudens in de
gevallen en onder de voorwaarden bepaald door de wet, het decreet of de regel bedoeld in artikel 134.”
8
Stuk 41, PV Hoorzitting, p. 4.
9
Artikel 191 van het Decreet houdende de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen en houdende wijziging van het
Gemeentedecreet van 15 juli 2005, het Provinciedecreet van 9 december 2005 en het decreet van 19 december 2008
betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 2011.
Beslissing ten gronde 163/2025 — 6/24
verbonden aan het boek, geboekt. De burgemeester besloot dan ook “dat noch de
boekvoorstelling, noch het uitbrengen van het boek een commerciële activiteit uitmaakt in
hoofde van de burgemeester […].”10
II.3.2. Beoordeling van de rechtsgrond voor de verwerking van de contactgegevens in
het kader van het versturen van de uitnodiging tot een boekvoorstelling
Doel en rechtsgrond van de verwerking van de contactgegevens door de gemeente en haar
burgemeester als ‘medewerker’
26. De Geschillenkamer stelt vast dat het doel en de rechtsgrond van de verwerking van de
contactgegevens van de gemeente, en bijgevolg ook van de burgemeester als medewerker
van de gemeente, ruwweg in twee grote onderdelen kan worden opgesplitst:
▪ Verzendlijsten van interne en externe contacten van de gemeente die worden
verwerkt op basis van het algemeen belang van artikel 6.1.e AVG met als doel “het
faciliteren van communicatie overheen de verschillende diensten van de gemeente
[…] in het kader van het bestuur en de werking van de gemeente” 11.
▪ De verzendlijst bestaande uit persoonlijke contacten van de burgemeester die
enerzijds worden verwerkt op basis van toestemming (artikel 6.1.a AVG) van de
betrokken persoon en anderzijds op basis van het algemeen belang (artikel 6.1.e
AVG) met als doel: “het mogelijk maken om e-mails te beantwoorden van personen
die contact hebben opgenomen met de burgemeester.”12
27. Naast deze twee doelen, worden de medewerkers van de gemeente eveneens
gecontacteerd op basis van hun tewerkstellingscontract (artikel 6.1.b AVG) met als doel het
beheer van het personeel van de gemeente.
28. Tenslotte stelt de Geschillenkamer in de interne privacyverklaring 13 vast dat de gemeente
toestaat aan haar medewerkers “om elektronische contactgegevens van andere
medewerkers te gebruiken voor het delen van bijzondere gebeurtenissen, zowel werk
gerelateerd als van persoonlijke aard. […] Deze verwerking van uw persoonsgegevens is
gebaseerd op het gerechtvaardigd belang [artikel 6.1.f AVG] van de gemeente […]”14.
29. Het adressenbestand van de gemeente is opgedeeld in verschillende contactgroepen. Het
betreffen:
10
Stuk 42, Re_PV Hoorzitting, randnummer 3.
11
Bijlage Antwoorden op bijkomende vragen GBA van stuk 25, Aanvullende informatie van de gemeente […] van 30 augustus
2024, randnummer 13.
12
Bijlage Antwoorden op bijkomende vragen GBA van stuk 25, Aanvullende informatie van de gemeente […] van 30 augustus
2024, randnummer 13.
13
Bijlage 6 aan stuk 36, Conclusie van antwoord (van de gemeente) van 4 februari 2025
14
Bijlage 6 aan stuk 36, Conclusie van antwoord (van de gemeente) van 4 februari 2025, p. 12-13.
Beslissing ten gronde 163/2025 — 7/24
• interne contactpersonen, bestaande uit de leden van het college en van het
management van de gemeente en de medewerkers van de gemeente, in totaal 155
correspondenten;
• externe contactpersonen, bestaande uit gemeenteraadsleden, ereburgers, ere-
raadsleden enz, in totaal 95 correspondenten;
• functionele e-mailgroepen, opgedeeld volgens 32 verschillende thema’s (OCMW,
directeur scholen, palliatief zorgteam, politie overleg, lijsten huwelijken enz.), in
totaal 301 correspondenten;
• persoonlijke contacten, een lijst die bestaat uit enerzijds personen met een
persoonlijke band met de burgemeester, maar anderzijds ook uit inwoners van de
gemeente die de burgemeester tijdens de legislatuur hebben aangeschreven met
een probleem of bezorgdheid, in totaal 441 correspondenten.
Doel van het verzenden van de bewuste e-mail naar de contacten van de gemeente
30. Op basis van de bijlagen in de initiële klacht stelt de Geschillenkamer vast dat vanop het e-
mailadres van de burgemeester de bewuste e-mail werd verstuurd met als onderwerp:
“Officiële uitnodiging voorstelling van ons boek: ‘<boektitel>.” 15 Het betreft een uitnodiging
voor een boekvoorstelling van een boek waarvan de burgemeester medeauteur is. De
Geschillenkamer stelt vast dat in deze uitnodiging geen enkele link wordt gelegd met de
gemeente of het beleid in de gemeente. Uit de inhoud van de bewuste e-mail valt af te leiden
dat de focus van het evenement op leiderschap en netwerken ligt. Deelname aan het
evenement kostte 10 EUR.
31. De Geschillenkamer stelt vast dat, alhoewel de uitnodiging voor de boekvoorstelling werd
verstuurd vanop het e-mailadres van de burgemeester, deze louter ondertekend was met
de voornamen van de burgemeester en de medeauteur van het boek. In de handtekening
van de mail werd daarenboven verwezen naar een project met een website en drie e-mail
adressen: een info@ adres en twee e-mail adressen op basis van de voornaam van de
burgemeester en van de medeauteur van het boek. Deze drie e-mail adressen verwijzen naar
de domeinnaam van het project.
32. De Geschillenkamer stelt na eenvoudige consultatie van deze website 16 vast dat het boek
kadert in een groter, commercieel project:
▪ Onder de tab ‘home’: “We doen dat aan de hand van ons boek dat een goede opstart
is voor individuele coaching.”
15
Bijlage aan stuk 2, Klachtenformulier tegen gemeente […] van 24 april 2024, p. 1-3.
16
Consultatie van de website [website boek] op datum van 21 mei 2025 en op datum van 4 september 2025.
Beslissing ten gronde 163/2025 — 8/24
▪ Onder de tab ‘wie zijn we?’: “Zo kwam er eerst ons boek en volgt er weldra een extra
waaier aan lezingen, workshops en mentoring, als aanvulling op een bestaand
coachingaanbod.”
▪ Onder de tab ‘Ons boek’: “Het boek bevat […] concrete opdrachten waarmee jij als
lezer aan de slag kan en die een mooie opstart kunnen zijn naar individuele coaching
en naar ons verdere aanbod”
▪ Onder de tab ‘Ons aanbod’: “onze missie? […] Dat doen we via inspirerende lezingen,
coaching & mentoring, interactieve workshops, consultancy. Je kan bij ons terecht
als individuele leidinggevende of als organisatie.” 17
33. Dit groter project is ook ondergebracht in een aparte rechtspersoon in de vorm van een
commanditaire vennootschap, waarvan de klager in zijn communicatie van 3 september
2024 de oprichtingsakte toevoegde 18. De oprichtingsakte werd neergelegd op 24 juni
2024 en vermeldde de burgemeester als enige bestuurder en zaakvoerder van de
rechtspersoon. De specifieke activiteiten omvatten onder andere:
▪ schrijven, verkoop en distributie van eigen werk;
▪ consultancy;
▪ (interactieve) workshops
▪ lesgeven en beheer van een opleidingsinstituut voor onder andere beginnende
politici en/of schooldirecteurs.
▪ individuele monitoringsessies en teamcoaching
▪ lezingen
34. Het bestaan en onderhouden van de bewuste website en de oprichting van de
rechtspersoon door de burgemeester wijzen overduidelijk op een commerciële activiteit
van de burgemeester en weerleggen het argument dat ‘noch de boekvoorstelling, noch het
uitbrengen van het boek een commerciële activiteit uitmaakt in hoofde van de
burgemeester’19. Het loutere feit dat de burgemeester na de boekvoorstelling slechts
beperkte inkomsten had uit keynote speeches betekent niet dat in de toekomst,
bijvoorbeeld wanneer de burgemeester zijn ambt zou neerleggen, wel meer winstgevende
activiteiten kunnen worden ontplooid.
35. De Geschillenkamer oordeelt dat het uitbrengen van het boek en de bijbehorende
boekvoorstelling rechtstreeks bijdragen aan het private, zakelijke project van de
17
Van de website ‘[…].be’, geconsulteerd op 16 juni 2025.
18
Bijlage aan stuk 26, Reactienota van 3 september 2024.
19
Zie hiervoor randnummer 25 van deze beslissing.
Beslissing ten gronde 163/2025 — 9/24
burgemeester die voor dit project een eigen website heeft gecreëerd en daarenboven een
maand na de boekvoorstelling een rechtspersoon heeft opgericht met als doel onder
andere ‘schrijven, verkoop en distributie van eigen werk’.
36. Het argument van de burgemeester dat de boekvoorstelling enkel de bedoeling had een
inclusief beleid te voeren naar de medewerkers en de inwoners van de gemeente toe,
overtuigt niet aangezien slechts een zeer beperkt aantal leden van de gemeente werden
bereikt via de e-mailcampagne. Daarenboven heeft de burgemeester voor dergelijke
communicaties andere kanalen ter beschikking, zoals de website van de gemeente en het
gemeenteblad, die gebruikelijk zijn voor dergelijke communicaties, die kosteloos zijn, die
wel alle inwoners zouden kunnen bereiken en die de inwoners meteen kunnen informeren
over de bestaande situatie, in tegenstelling tot een boek, dat een zekere tijd na de feiten
pas wordt gepubliceerd.
37. De Geschillenkamer neemt akte van het feit dat er een advies van de DPO is, maar stelt vast
dat dit advies enkel is gebaseerd op informatie die rechtstreeks bij de burgemeester werd
ingewonnen. Dit blijkt uit verschillende toevoegingen van de DPO: “Ik heb begrepen, toen
ik hiervoor bij de burgemeester informatie inwon […]”; “Het boek zou volgens de
burgemeester handelen over […]”, “Verder stel ik, op grond van de informatie die mij door
de burgemeester werd aangeleverd, vast dat […] en “Op grond van bovenstaande
informatie, zoals mij ter beschikking gesteld, ben ik van oordeel dat […]” 20. De
Geschillenkamer oordeelt dat het advies van de DPO gebaseerd is op onvoldoende
onafhankelijke informatie om het oordeel van de Geschillenkamer te weerleggen.
Daarenboven werd in dit advies geen rekening gehouden met de bijkomende informatie uit
de klacht en uit de consultatie van de website van het project. De gemeente bevestigt zelf
deze analyse tijdens de hoorzitting wanneer zij stelde dat de DPO “pragmatisch” 21 wou
omgaan met de vraag om zijn advies.
38. Aangezien het boek en de boekvoorstelling overduidelijk kaderen in het nieuwe, private
zakelijke project van de burgemeester, aangezien slechts een zeer beperkt aantal inwoners
van de gemeente werden bereikt met de bewuste e-mail, aangezien het verband tussen het
boek en de gemeente nergens werd opgenomen in de uitnodiging voor de boekvoorstelling
en aangezien noch de boekvoorstelling, noch het boek kosteloos waren, oordeelt de
Geschillenkamer dat het primaire doel van het gebruik van de contactgegevens van de
gemeente voor de bewuste e-mail direct marketing22 betrof.
20
Bijlage aan stuk 23, Antwoord aan GK van 30 augustus 2024.
21
Stuk 41, PV Hoorzitting, p. 5.
22
Voor een verduidelijking van het begrip direct marketing verwijst de Geschillenkamer naar aanbeveling 01/2025 over de
verwerking van persoonsgegevens bij direct marketing van de GBA:
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/aanbeveling-01-2025-over-de-verwerking-van-
persoonsgegevens-bij-direct-marketing.pdf .
Beslissing ten gronde 163/2025 — 10/24
Rechtsgrond voor de verwerking van contactgegevens voor een ander doel dan waarvoor
ze werden verzameld
39. De Geschillenkamer stelt vast dat de doelstelling direct marketing niet is opgenomen in de
doelstellingen waarom de gemeente persoonsgegevens, en meer in het bijzonder haar
contactgegevens, verwerkt. Overeenkomstig artikel 6.4 AVG en overweging 50 AVG, dient
de verwerkingsverantwoordelijke, indien deze voornemens is persoonsgegevens te
verwerken voor een ander doel dan dat waarvoor de persoonsgegevens zijn verzameld, in
beginsel voorafgaand te beoordelen in welke mate het nieuwe doel verenigbaar is met het
doel waarvoor de persoonsgegevens aanvankelijk verzameld zijn om onder dezelfde
rechtsgrond te kunnen worden verwerkt.
40. De Geschillenkamer beoordeelt hierna de voorwaarden die zijn opgenomen in artikel 6.4
AVG:
• Ieder verband tussen de doeleinden waarvoor de persoonsgegevens zijn
verzameld en de doeleinden van de voorgenomen verdere verwerking
41. De Geschillenkamer oordeelt dat er geen direct verband bestaat tussen het voeren van een
direct marketing campagne voor een boek in het kader van een nieuw zakelijk project van
de burgemeester als privépersoon en het uitoefenen van zijn openbare functie als hoofd
van de gemeente waarbij het noodzakelijk is een goede interne en externe communicatie
te kunnen voeren.
42. Hierboven23 heeft de Geschillenkamer reeds geoordeeld dat het voeren van een inclusief
beleid door de burgemeester niet overtuigt als argument dat de boekvoorstelling kadert
binnen het algemeen belang van een goede interne en externe communicatie.
43. Het feit dat het boek passages zou bevatten die rechtstreeks van toepassing zouden zijn
op de gemeente en haar hervormingen, wat nergens wordt aangetoond, overtuigt evenmin
als argument dat er een direct verband zou bestaan tussen de noodzakelijke communicatie
in het kader van het algemeen belang van de gemeente en een boek dat een zekere tijd na
de feiten uitkomt.
• Het kader waarin de persoonsgegevens zijn verzameld, met name wat de
verhouding tussen de betrokkenen en de verwerkingsverantwoordelijke betreft
44. De burgemeester is als hoofd van de gemeente hiërarchisch overste van de medewerkers
van de gemeente en politiek vertegenwoordiger van alle burgers van de gemeente.
Wanneer hij bijgevolg zijn functioneel e-mail adres (burgemeester@[gemeente].be)
gebruikt voor een communicatie, oordeelt de Geschillenkamer dat het niet binnen de
redelijke verwachtingen van de correspondenten valt dat het een private e-mail in het
23
Zie hiervoor randnummer 36 van deze beslissing.
Beslissing ten gronde 163/2025 — 11/24
kader van direct marketing voor een persoonlijk, zakelijk project betreft. Voor dergelijke
direct marketing communicatie valt eerder te verwachten dat deze wordt verzonden vanuit
de zakelijke omgeving van het private project van de burgemeester. Deze beoordeling
wordt bevestigd door het feit dat de burgemeester de e-mail niet ondertekende met zijn
functionele handtekening maar wel met zijn voornaam (en de voornaam van de medeauteur
van het boek) en de contactgegevens van zijn zakelijke project.
45. Inzake de correspondenten die zijn opgenomen in de functionele e-mail groepen, oordeelt
de Geschillenkamer dat het niet binnen de redelijke verwachtingen valt van deze
correspondenten om direct marketing aangaande het private zakelijke project van de
burgemeester te krijgen. Deze e-mail groepen zijn immers gecreëerd rond een duidelijk
concreet thema, waarvan ‘persoonlijke, zakelijke projecten’ geen deel uitmaken. Om een
concreet voorbeeld te noemen: de correspondenten van de groep ‘palliatief supportteam’
of de groep ‘lokale integrale veiligheidscel inzake radicalisme, extremisme en terrorisme’
verwachten berichten omtrent deze respectievelijke onderwerpen, maar geen direct
marketing die niets te maken heeft met het respectievelijke thema.
46. Inzake de externe contactpersonen oordeelt de Geschillenkamer eveneens dat een private
direct marketing e-mail van de burgemeester niet binnen de redelijke verwachtingen van
deze correspondenten valt. Deze contactpersonen zijn opgenomen omdat ze een nauwe
band hebben met de gemeente, maar niet noodzakelijk met de burgemeester en zijn
private, zakelijke project.
47. Inzake de persoonlijke contacten van de burgemeester, bestaat deze nauwe band met de
burgemeester wel voor een deel van deze groep. Voor een ander deel van deze groep,
namelijk de burgers die de burgemeester tijdens de legislatuur hebben aangeschreven met
een probleem of bezorgdheid, oordeelt de Geschillenkamer dat het ontvangen van een
direct marketing e-mail van de burgemeester over zijn persoonlijk zakelijk project niet
binnen de redelijke verwachtingen van deze betrokkenen valt. Hun contact met de
burgemeester kadert immers volledig binnen zijn functionele positie en het beleid van of
problematieken in de gemeente.
48. Inzake de interne contactpersonen stelt de Geschillenkamer vast dat de privacyverklaring
van de gemeente een mogelijkheid had voorzien om bijzondere gebeurtenissen binnen het
leven van een medewerker te delen met de andere medewerkers:
“Belangrijk: De Gemeente staat haar medewerkers toe om elektronische
contactgegevens van andere medewerkers te gebruiken voor het delen van
bijzondere gebeurtenissen, zowel werkgerelateerd als van persoonlijke aard
(bijvoorbeeld geboortes, huwelijken, pensioneringen of andere belangrijke
mijlpalen of verwezenlijkingen). Deze communicatie draagt bij aan de onderlinge
verbondenheid en een positieve werksfeer binnen de Gemeente, zolang deze
Beslissing ten gronde 163/2025 — 12/24
gebeurt volgens de ethische code van de Gemeente inzake (waarbij deze
verwerkingen niet zodanig mogen doorwegen dat ze een inmenging in de
persoonlijke levenssfeer worden).”24
49. De Geschillenkamer oordeelt dat het uitbrengen van een boek beschouwd kan worden als
een belangrijke gebeurtenis die men wil delen met naaste medewerkers en bijgevolg, mede
doordat dit is opgenomen in de privacyverklaring, binnen de redelijke verwachtingen valt
van de interne correspondenten van de gemeente. De Geschillenkamer doet hierbij
uitdrukkelijk geen uitspraak over de manier waarop de gemeente deze verwerking van
persoonsgegevens organiseert of verantwoordt, aangezien dit niet binnen de scope van de
initiële klacht valt en aangezien de Geschillenkamer geen informatie heeft over de ethische
code van de gemeente.
50. De Geschillenkamer oordeelt dat het verzenden van direct marketing voor de private
zakelijke belangen van de burgemeester aan in totaal 992 bestemmelingen 25 niet binnen
de redelijke verwachtingen valt van een overgroot deel van deze correspondenten, te meer
omdat het e-mailadres verbonden aan zijn publieke, hiërarchische functie als afzender werd
gebruikt en niet zijn privé of zakelijk e-mail adres.
• De aard van de persoonsgegevens
51. De Geschillenkamer stelt vast dat er geen gevoelige persoonsgegevens werden verwerkt.
• De mogelijke gevolgen van de voorgenomen verdere verwerking voor de
betrokkenen
52. De burgemeester stelt dat er slechts beperkte gevolgen waren voor de betrokkenen die de
bewuste e-mail hebben ontvangen gezien zij allemaal reeds eerder contact hadden gehad
met de gemeente en/of de burgemeester. De Geschillenkamer volgt dit argument en
oordeelt dat er slechts beperkte gevolgen voor de betrokkenen waren naar aanleiding van
het verder verwerken van hun contactgegevens. De Geschillenkamer laat hier de andere e-
mails die werden verzonden vanop hetzelfde functioneel e-mail adres van de burgemeester
en die in de initiële klacht ook werden opgenomen, buiten beschouwing, aangezien ze geen
deel uitmaken van deze beslissing.
• Het bestaan van passende waarborgen
53. De Geschillenkamer velt geen oordeel over deze voorwaarde aangezien de bewuste
verwerking geschiedde vanuit de originele e-mail omgeving van de gemeente en deze e-
mail omgeving niet binnen de scope van deze beslissing valt.
24
Bijlage stuk 6, Interne privacyverklaring Y1 bij stuk 36, conclusie van antwoord gemeente van 4 april 2025, p. 12-13.
25
Bijlage Antwoorden op bijkomende vragen GBA aan stuk 25, Aanvullende informatie van de gemeente, waarin de
verschillende verzendlijsten staan opgesomd, inclusief het aantal effectieve bestemmelingen.
Beslissing ten gronde 163/2025 — 13/24
Gevolgen gezien de onverenigbaarheid van doelstellingen volgens artikel 6.4 AVG
54. Gezien er geen verband is tussen het initiële doel van de verwerking van de contactgegevens
door de gemeente en de huidige verwerking door de burgemeester, aangezien er een
politieke en/of functionele hiërarchische verhouding bestaat tussen de burgemeester en zijn
medewerkers of burgers en aangezien de verwerking niet binnen de redelijke verwachtingen
van het overgrote deel van de bestemmelingen valt, oordeelt de Geschillenkamer dat het
verwerken van de contactgegevens van de gemeente met als doel direct marketing ten
voordele van de private zakelijke belangen van de burgemeester niet verenigbaar is met het
doel waarvoor de contactgegevens aanvankelijk werden verzameld. De gemeente
bevestigde dit in haar antwoord op de vraag naar de verenigbaarheid van de doelstellingen
in haar schrijven van 30 augustus 2024 wanneer ze stelde: “Tenslotte moet opgemerkt
worden dat de verwerking van het hierboven beschreven adressenbestand voor dit nieuwe
verwerkingsdoeleinde slechts geringe gevolgen heeft gehad voor de relevante betrokkenen
[…]”.26
Analyse van de verwerkingsverantwoordelijkheid van de burgemeester
55. Overeenkomstig artikel 4.7 AVG dient als verwerkingsverantwoordelijke te worden
beschouwd: de “natuurlijke persoon of rechtspersoon, overheidsinstantie, dienst of ander
orgaan die/dat, alleen of samen met anderen, het doel van en de middelen voor de
verwerking van persoonsgegevens vaststelt”. Het Hof van Justitie van de Europese Unie
(hierna ‘HvJEU’) heeft in zijn rechtspraak het begrip “verwerkingsverantwoordelijke”
meermaals ruim uitgelegd teneinde een doeltreffende en volledige bescherming van de
betrokkenen te verzekeren.27
56. Overeenkomstig richtsnoer 7/2020 van de European Data Protection Board (hierna ‘EDPB’)
dient de hoedanigheid van de betrokken verwerkingsverantwoordelijke(n) in concreto te
worden beoordeeld.28 Overeenkomstig hetzelfde richtsnoer dienen de concepten “het
doel” en “de middelen” onlosmakelijk samen te worden behandeld en dient hierbij te
worden vastgesteld wie het ‘waarom’ (het doel) en het ‘hoe’ (de middelen) van de
verwerking bepaalt.29
57. Gelet op het bovenstaande komt de Geschillenkamer tot de conclusie dat de verwerking
van de contactgegevens voor de bewuste e-mail niet kadert in de algemene werking van
de gemeente en dus heeft plaatsgevonden buiten het toepassingsgebied van de
rechtsgronden van de gemeente. Aangezien het doel van deze verwerking enkel de
26
Stuk 23, Antwoord aan de GK van 30 augustus 2024, p. 9.
27
Zie o.a. HvJEU, Arrest van 5 juni 2018, Wirtschaftsakademie Schleswig-Holstein, C-210/16, EU:C:2018:388, randnummer 27-
29.
28
EDPB, Richtsnoeren 07/2020 over de begrippen “verwerkingsverantwoordelijke” en “verwerker” in de AVG, versie 2.0,
Vastgesteld op 7 juli 2021, randnummer 12.
29
Ibid, randnummer 36.
Beslissing ten gronde 163/2025 — 14/24
persoonlijke, commerciële belangen van de burgemeester dient en niet het algemeen
belang op basis waarvan een gemeente als overheid handelt, oordeelt de Geschillenkamer
dat de burgemeester het doel van deze verwerking autonoom heeft bepaald. Als middel
heeft de burgemeester de mailomgeving van de gemeente gebruikt.
58. De Geschillenkamer oordeelt bijgevolg dat de burgemeester heeft opgetreden als
verwerkingsverantwoordelijke van de contactgegevens van de gemeente, waartoe hij
vanuit zijn functie toegang had, maar die hij voor een eigen, persoonlijk doel heeft
aangewend.
59. Aangezien er geen verband is tussen het initiële doel van de verwerking door de gemeente
en de huidige verwerking door de burgemeester en aangezien de burgemeester voor de
bewuste verwerking handelde als aparte verwerkingsverantwoordelijke, oordeelt de
Geschillenkamer dat de burgemeester niet kan steunen op de verwerkingsgrond die de
gemeente toelaat de persoonsgegevens te verzamelen en te verwerken en bijgevolg een
inbreuk pleegt op het rechtmatigheidsbeginsel van artikel 5.1.a AVG juncto artikel 6.1
AVG aangezien de burgemeester de contactgegevens van de gemeente verder
verwerkte zonder te kunnen steunen op een geldige rechtsgrond .
Onderzoek naar de rechtsgrond in hoofde van de burgemeester als
verwerkingsverantwoordelijke
60. Ten overvloede onderzoekt de Geschillenkamer op welke andere, afzonderlijke
rechtsgrond de burgemeester zich zou hebben kunnen baseren aangaande het gebruik van
de contactgegevens van de gemeente voor het verzenden van de bewuste e-mail.
61. Overweging 47 van de AVG bepaalt dat “De verwerking van persoonsgegevens ten
behoeve van direct marketing kan worden beschouwd als uitgevoerd met het oog op een
gerechtvaardigd belang”. Dit betekent dat een verwerking die noodzakelijk is voor de
behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de burgemeester a priori rechtmatig is,
mits de belangen of de rechten en vrijheden van de betrokkene niet zwaarder doorwegen.
62. In casu verstuurde de burgemeester de uitnodiging voor de boekvoorstelling echter via e-
mail. Hierdoor zijn er bijkomende regels van toepassing die gelden voor het versturen van
digitale direct marketing, namelijk artikel 13 van de ePrivacy richtlijn 30. In België werd deze
bepaling omgezet in artikel XII.13, §1 van het Wetboek van Economisch Recht. Behoudens
wettelijke uitzondering, kan het gebruik van e-mail met het oog op direct marketing alleen
worden toegestaan indien de betrokkenen hiervoor hun toestemming hebben gegeven.31
30
Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van
persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn
betreffende privacy en elektronische communicatie)
31
Aanbeveling 01/2025 van 17 januari 2020 Betreffende de verwerking van persoonsgegevens voor direct
marketingdoeleinden (beschikbaar via < https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/aanbeveling-01-
2025-over-de-verwerking-van-persoonsgegevens-bij-direct-marketing.pdf >); Artikel 13.1 van Richtlijn 2002/58/EG van het
Beslissing ten gronde 163/2025 — 15/24
Dit impliceert dat, ongeacht andere mogelijke rechtsgronden onder artikel 6.1 AVG, in het
onderhavige geval uitsluitend toestemming als rechtsgrond in aanmerking kan komen.
63. Ook artikel 6.4 AVG wijst op de mogelijkheid van de toestemming van de betrokkene
(artikel 6.1.a AVG) om de persoonsgegevens verder te verwerken voor een ander doel dan
het doel waarvoor de persoonsgegevens werden verzameld.
64. In zijn conclusies verwijst de burgemeester naar de toestemming als rechtsgrond voor de
verwerking van de contactgegevens van externe contacten van de gemeente. Nergens
toont de burgemeester echter aan dat deze toestemming ook gold voor de verwerking van
deze contactgegevens voor zijn rekening als verwerkingsverantwoordelijke of voor het
doel van direct marketing.
65. Noch de gemeente, noch de burgemeester tonen op enige manier aan dat zij een geldige
toestemming hadden voor het verwerken van de contactgegevens van de gemeente voor
direct marketing doeleinden.
66. De Geschillenkamer oordeelt dat de burgemeester als verwerkingsverantwoordelijke
geen verwerkingsgrond heeft om de contactgegevens van de gemeente te verwerken,
los van de verwerkingsgronden van de gemeente.
II.4. De transparantie van de verwerking (artikelen 5.1.a AVG, 12 AVG, en 14 AVG) van de
bewuste e-mail in hoofde van de burgemeester
67. Op grond van de transparantieverplichting in artikel 5.1.a) AVG, zoals nader gepreciseerd in
de artikelen 13 en 14 AVG moet elke persoon wiens persoonsgegevens worden verwerkt,
naargelang het feit of de gegevens rechtstreeks bij hem of bij derden worden verzameld,
op de hoogte worden gesteld van de in die artikelen genoemde elementen. Wanneer de
gegevens rechtstreeks bij de betrokkene worden verzameld, wordt deze op de hoogte
gebracht van de elementen opgesomd in artikel 13.1 en 13.2 AVG. In artikel 14.1 en 14.2
AVG, worden soortgelijke elementen opgesomd, met dien verstande dat artikel 14 AVG
betrekking heeft op gegevens die niet rechtstreeks bij de betrokkene worden verzameld,
maar bij derden. Deze informatie moet op grond van artikel 13 of artikel 14 AVG aan de
betrokkene worden verstrekt op de wijze als bepaald in artikel 12 AVG.
68. De burgemeester stelt in zijn syntheseconclusie dat “enkel een schending van de artikelen
5.1.a), 12 en 14 AVG [kan] worden weerhouden voor zover Verweerder en de Gemeente als
twee afzonderlijke verwerkingsverantwoordelijken worden beschouwd.” 32 Aangezien,
volgens de burgemeester, de gemeente de enige verantwoordelijke is voor de verwerking
Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van
de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische
communicatie):
32
Stuk 35, Conclusie van antwoord van burgemeester van 4 april 2025, randnummer 30.
Beslissing ten gronde 163/2025 — 16/24
van de contactgegevens, kan de burgemeester geen schending tegen het
transparantieprincipe worden verweten.
69. Hierboven33 oordeelde de Geschillenkamer echter dat de burgemeester wel degelijk als
afzonderlijke verwerkingsverantwoordelijke moet worden beschouwd voor het verzenden
van de bewuste e-mail. Formeel gezien is het de gemeente die de contactgegevens heeft
verzameld bij de betrokkene en de burgemeester die als aparte
verwerkingsverantwoordelijke de contactgegevens van de gemeente heeft gebruikt. Voor
de bewuste e-mail moest de burgemeester bijgevolg voldoen aan de voorwaarden van
artikel 14 AVG. De Geschillenkamer stelt vast dat er geen enkele verwijzing naar enige
transparantie conform artikelen 12 en 14 AVG terug te vinden is in hoofde van de
burgemeester in dit dossier.
70. De bewuste e-mail verwijst in de handtekening van de e-mail naar de website van het
zakelijke project van de burgemeester. Na eenvoudige consultatie van deze website 34, stelt
de Geschillenkamer vast dat deze website een privacyverklaring bevat die de laatste maal
werd geüpdatet op 18 maart 2024. Deze privacyverklaring bestaat uit twee volzinnen en
nodigt de lezer uit de medeauteur van het boek te contacteren in geval van vragen over
gegevensbescherming. Daarnaast kan men ook doorklikken naar de reële
privacyverklaring, die opgesteld is door een ‘privacybeleid- en cookiebeleid generator’. De
Geschillenkamer stelt vast dat deze privacyverklaring generieke AVG-informatie bevat
zonder enige nuttige of concrete informatie aangaande de verwerking van
contactgegevens die verkregen zijn bij een derde, in casu de gemeente.
71. Tenslotte stelt de Geschillenkamer vast dat de bewuste e-mail verzonden werd vanop het
functioneel e-mailadres van de burgemeester (burgemeester@<gemeente>.be) vanuit de
gemeentelijke e-mail omgeving. Aangezien het gebruikelijk is dat ontvangers van een e-
mail als eerste controleren van wie de e-mail komt en aangezien het in dit geval een e-mail
van het hoofd van de gemeente betrof, zou de ontvanger mogelijk voor transparantie gaan
zoeken in de privacyverklaring van de gemeente. De Geschillenkamer stelt vast dat de
privacyverklaring van de gemeente geen inhoud bevat die verwijst naar direct marketing of
het verder verwerken van contactgegevens door een derde in het kader van zijn
persoonlijke zakelijke belangen.
72. De Geschillenkamer oordeelt dat de burgemeester niet voldeed aan de minimum
voorwaarden voor een transparante verwerking aangaande de contactgegevens van de
ontvangers van de bewuste e-mail en daarmee een inbreuk begaat tegen artikel 5.1.a, 12
en 14 AVG.
33
Zie hiervoor randnummer 58 van deze beslissing.
34
Consultatie van de website [website boek] op datum van 21 mei 2025 en op datum van 4 september 2025.
Beslissing ten gronde 163/2025 — 17/24
II.5. De transparantie in hoofde van de gemeente
73. Gezien hierboven werd geoordeeld dat de gegevensverwerking in het kader van de
bewuste e-mail onder de verantwoordelijkheid van de burgemeester viel, zal de
Geschillenkamer enkel beoordelen of de gemeente als verwerkingsverantwoordelijke
voldoende transparant was aangaande het doorgeven van de contactgegevens aan een
derde, in casu de burgemeester als privépersoon.
74. De gemeente argumenteert dat de burgemeester deel uitmaakt van de gemeente en dus
gebruik kon maken van de contactgegevens die binnen de gemeente bestaan, zonder dat
hierover bijkomend moet worden gecommuniceerd. De burgemeester staat immers onder
het gezag van de gemeente en verwerkt persoonsgegevens in diens opdracht.
75. De Geschillenkamer volgt de gemeente in deze argumentatie, voor zover de burgemeester
binnen de grenzen van de doelstellingen van de gemeente, in wiens opdracht hij werkt, blijft.
Het doel van de verwerking van de contactgegevens voor de bewuste e-mail viel echter
niet binnen de belangen van de gemeente, maar waren hoofdzakelijk gericht op de private
zakelijke belangen van de burgemeester.
76. De Geschillenkamer stelt bijgevolg vast dat de burgemeester niet handelde volgens het
gegevensbeschermingsbeleid van de gemeente, waardoor het transparantiebeleid van de
gemeente geen soelaas zou brengen. In wezen betreft het hier dus eerder een vraag of de
gemeente voldoende technische en organisatorische maatregelen had genomen om
dergelijk misbruik van de persoonsgegevens door een medewerker te voorkomen.
Aangezien deze beoordeling niet binnen de scope van dit geschil valt, kan de
Geschillenkamer hier geen uitspraak over doen.
II.6. De functionaris voor gegevensbescherming van de gemeente (artikelen 37 en 38
AVG).
77. Artikel 37.1.a AVG bepaalt dat een verwerkingsverantwoordelijke een functionaris voor
gegevensbescherming (hierna ‘DPO’) moet aanduiden in het geval dat de verwerking wordt
verricht door een overheidsinstantie. Artikel 9 van het decreet betreffende het
elektronische bestuurlijke gegevensverkeer van 18 juli 2008 herhaalt deze verplichting
voor de Vlaamse gemeentes.
78. De Geschillenkamer stelt vast dat agendapunt 19 van de vergadering van de gemeenteraad
van 27 augustus 2024 de volgende context schetst: “In zitting d.d. 19/11/2023 werd de
huidige Data Protection Officer (DPO) <naam betrokkene> aangesteld als voltijds
deskundige communicatie. Hierbij zou hij dan ook fulltime binnen de communicatiedienst
ingezet worden en niet langer als DPO fungeren. Gezien het toenemende belang van
informatieveiligheid is er echter noodzaak om deze functie opnieuw in te vullen. (nadruk
Beslissing ten gronde 163/2025 — 18/24
door de Geschillenkamer)”35 Het verslag van deze vergadering werd door de initiële klager
overgemaakt aan de Geschillenkamer en beide verweerders op 3 september 2024.
79. De gemeente argumenteert dat de neerslag van de zitting van 27 augustus 2024
ongelukkig was, wat door een correctie werd verholpen in de zitting van 9 september 2024.
De Geschillenkamer stelt dan ook vast dat op 9 september 2024 het college van
burgemeester en schepenen van de gemeente in punt 5 de volgende context schetst: “Op
de gemeenteraadszitting d.d. 27/08/2024 werd gesteld dat, doordat <naam betrokkene>,
die nu fungeert als de huidige Data Protection Officer (DPO) van de gemeente, werd
bevorderd tot deskundige communicatie, het wenselijk voorhoudt hem op termijn niet
langer te belasten met de taken van DPO. […] De stelling zoals geuit in de
gemeenteraadszitting d. d. 27/08/2024 dient dan ook in die zin te worden gelezen en
begrepen. Op geen enkele manier kan uit deze stelling worden gedistilleerd dat <naam
betrokkene> op dit moment niet langer de functie van DPO zou vervullen.” 36
80. Concreet stelt de Geschillenkamer vast dat de DPO sinds 19 november 2023 een voltijdse
betrekking deskundige communicatie vervult en daarenboven ook DPO van de gemeente
is, zoals de gemeente haar eerdere besluit heeft gecorrigeerd. Artikel 38.2 AVG bepaalt dat
de verwerkingsverantwoordelijke de DPO voldoende middelen ter beschikking moet
stellen voor het vervullen van zijn taken en het in stand houden van zijn deskundigheid. Een
van die middelen is tijd, iets wat de DPO van de gemeente niet had gezien hij een andere
voltijdse betrekking had aangevat. Het feit dat beroep werd gedaan op ondersteuning voor
de DPO kan hieraan niet verhelpen, aangezien de DPO nog steeds geen tijd zou hebben om
het werk van de ondersteuning te controleren en te valideren en zelf taken op te nemen die
niet door de ondersteunende dienst gedaan konden worden.
81. De Geschillenkamer oordeelt dat de gemeente de DPO onvoldoende middelen in de
vorm van tijd ter beschikking heeft gesteld van de periode van november 2023 tot
december 2024, wanneer een nieuwe DPO werd aangesteld en daarmee een inbreuk
beging tegen artikel 38.2 AVG.
82. Aangaande het vermeende belangenconflict van de DPO in combinatie met zijn functie als
deskundige communicatie, argumenteert de gemeente dat de DPO geen
verantwoordelijke functie bekleedde binnen de dienst communicatie en dat er dus van een
belangenconflict geen sprake kon zijn. De Geschillenkamer stelt vast dat er geen
elementen in het dossier zijn die deze stellingname van de gemeente weerleggen. De
Geschillenkamer oordeelt dat de gemeente geen inbreuk heeft gepleegd tegen artikel
38.6 AVG aangezien er geen belangenconflict in hoofde van de DPO is aangetoond.
35
Bijlage dossier gemeenteraad 27 augustus bij stuk 24, reactienota van 3 september 2024, p. 53-54.
36
Bijlage aan stuk 26, antwoord op reactienota van e klager van 19 september 2024.
Beslissing ten gronde 163/2025 — 19/24
III. Corrigerende maatregelen en sancties
III.1. Corrigerende maatregelen en sancties
83. Volgens artikel 100 van de WOG heeft de Geschillenkamer de bevoegdheid om:
1° de klacht te seponeren;
2° de buitenvervolgingstelling te bevelen;
3° een opschorting van de uitspraak te bevelen;
4° een schikking voor te stellen;
5° waarschuwingen en berispingen te formuleren;
6° te bevelen dat wordt voldaan aan de verzoeken van de betrokkene om zijn
rechten uit te oefenen;
7° te bevelen dat de betrokkene in kennis wordt gesteld van het
veiligheidsprobleem;
8° te bevelen dat de verwerking tijdelijk of definitief wordt bevroren, beperkt of
verboden;
9° te bevelen dat de verwerking in overeenstemming wordt gebracht;
10° de rechtzetting, de beperking of de verwijdering van gegevens en de
kennisgeving ervan aan de ontvangers van de gegevens te bevelen;
11° de intrekking van de erkenning van certificatie-instellingen te bevelen;
12° dwangsommen op te leggen;
13° administratieve geldboeten op te leggen;
14° de opschorting van grensoverschrijdende gegevensstromen naar een andere
Staat of een internationale instelling te bevelen;
15° het dossier over te dragen aan het parket van de procureur des Konings van
Brussel, die het in kennis stelt van het gevolg dat aan het dossier wordt gegeven;
16° geval per geval te beslissen om haar beslissingen bekend te maken op de
website van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
III.2. Ernst van de inbreuk in hoofde van de burgemeester
84. De Geschillenkamer heeft geoordeeld dat de burgemeester geen rechtsgrond conform
artikel 5.1.a AVG juncto artikel 6.1 AVG had om de contactgegevens van de gemeente te
verwerken in het kader van de bewuste e-mail. Betreffende de aard van de inbreuk neemt
Beslissing ten gronde 163/2025 — 20/24
de Geschillenkamer in rekening dat het beginsel van rechtmatigheid een fundamenteel
beginsel is van de bescherming die door de AVG gewaarborgd wordt. Het is eveneens
opgenomen in artikel 8.2 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie. De
Geschillenkamer oordeelt dat inbreuken op dit kernbeginsel derhalve zwaarwegende
inbreuken vormen.
85. Daarenboven heeft de Geschillenkamer vastgesteld dat de verwerking van de
contactgegevens op geen enkele manier transparant was en mogelijk zelfs misleidend was,
aangezien de burgemeester zijn functioneel e-mail adres heeft gebruikt om zijn private
zakelijke belangen te dienen. De Geschillenkamer houdt hierbij ook rekening met de positie
van de burgemeester, die politiek en functioneel hoofd is van de gemeente en haar burgers
en medewerkers.
86. De Geschillenkamer neemt echter ook in rekening bij het bepalen van de sanctie dat het
slechts één e-mail van direct marketing betrof en geen direct marketing campagne. De
Geschillenkamer merkt hierbij echter op dat er in de initiële klacht sprake was van
meerdere e-mails van de burgemeester voor meerdere doeleinden, maar deze werden niet
opgenomen binnen de omvang van het geschil en worden dus niet mee in rekening
genomen in deze beslissing.
87. Tenslotte neemt de Geschillenkamer mee in rekening dat de klacht overduidelijk politiek
gemotiveerd was aangezien ze uitging van een politieke tegenstander van de
burgemeester en aangezien ze werd ingetrokken wanneer deze politieke tegenstander na
de verkiezingen schepen werd onder diezelfde burgemeester.
III.3. Corrigerende maatregelen en sancties opgelegd aan de burgemeester
III.3.1. Corrigerende maatregelen
88. Nu de Geschillenkamer heeft vastgesteld dat de burgemeester geen rechtsgrond had om
de contactgegevens van de gemeente te verwerken voor zijn persoonlijke, zakelijke
belangen en niet transparant communiceerde over de verwerking van deze
contactgegevens is het aan de orde corrigerende maatregelen te nemen lastens de
burgemeester.
89. In het kader van een effectieve rechtsbescherming onder artikel 47 van het Handvest van
de Europese Unie en de effectieve handhaving die de wetgever met de AVG nastreeft, is
het allereerst aan de orde de burgemeester conform artikel 58.2.f AVG en artikel 100.8°
WOG te bevelen de verwerking van de contactgegevens van de gemeente ten voordele
van direct marketing onmiddellijk stop te zetten en definitief te verbieden. De
Geschillenkamer vermijdt met dit bevel het onrechtmatig verder verwerken van
Beslissing ten gronde 163/2025 — 21/24
rechtmatig verkregen en gebruikte contactgegevens van de gemeente door de
burgemeester, als politiek en hiërarchisch hoofd van deze gemeente.
III.3.2. Sancties
90. In deze omstandigheden en omwille van de vastgestelde inbreuken op artikel 5.1.a AVG
juncto 6.1 AVG en op artikelen 5.1.a, 12 en 14 AVG besluit de Geschillenkamer om op
grond van artikel 58.2.b AVG en artikel 100.5° WOG een berisping te formuleren ten
aanzien van de burgemeester aangezien:
• de burgemeester de contactgegevens van de gemeente verder verwerkte
zonder te kunnen steunen op een geldige rechtsgrond;
• de burgemeester niet voldeed aan de minimum voorwaarden voor een
transparante verwerking aangaande de contactgegevens van de ontvangers
van de bewuste e-mail.
III.4. Ernst van de inbreuk in hoofde van de gemeente
91. De Geschillenkamer heeft geoordeeld dat de DPO onvoldoende middelen, in de vorm van
onvoldoende tijd, had gekregen van de gemeente om zijn verantwoordelijkheden als DPO
op te kunnen nemen. De gemeente beging daarmee een inbreuk op artikel 38.2 AVG.
92. De Geschillenkamer wijst erop dat de rol van de DPO in het strategisch plan 2020-2025
van de GBA staat vermeld als een prioritair aangemerkt AVG-instrument: “Het is van
cruciaal belang dat de [DPO’s] en vooral het topmanagement van particuliere en publieke
organisaties een duidelijk inzicht hebben in wat tot de taken van de [DPO] behoort en wat
niet. Wij willen de entiteiten identificeren die een [DPO] hebben aangewezen, maar die deze
persoon niet de mogelijkheid bieden te handelen in overeenstemming met het wettelijk
kader. Een volwaardige [DPO] moet deel uitmaken van het DNA van een volwassen
instelling.”37
93. Het is net aan de DPO als eerste adviseur inzake gegevensbescherming om de gemeente
en haar burgemeester te wijzen op de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens
en op het gebrek aan transparantie aangaande deze verwerking, inbreuken die in dit geval
net werden gepleegd tijdens de periode waarin de DPO eveneens voltijds werkte als
communicatie-expert.
37
GBA, Strategisch plan 2020-2025, finale versie 28/01/2020, p. 24. Terug te vinden op
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/strategisch-plan-2020-2025.pdf
Beslissing ten gronde 163/2025 — 22/24
III.5. Corrigerende maatregelen en sancties opgelegd aan de gemeente
III.5.1. Sancties
94. In deze omstandigheden en omwille van de vastgestelde inbreuk op artikel 38.2 AVG
besluit de Geschillenkamer om op grond van artikel 58.2.b AVG en artikel 100.1.5° WOG
een berisping te formuleren ten aanzien van de gemeente aangezien de gemeente
onvoldoende middelen ter beschikking van haar DPO had gesteld tussen november
2023 en december 2024.
Beslissing ten gronde 163/2025 — 24/24
overeenkomstig artikel 1034quinquies van het Ger.W.39, dan wel via het e-Deposit
informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van het Ger.W.).
(Get). Hielke HIJMANS
Directeur van de Geschillenkamer
39
Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden
aan de griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd.