1/7
Geschillenkamer
Beslissing 87/2023 van 27 juni 2023
Dossiernummer : DOS-2023-01459
Betreft : Uitoefening van het recht op gegevenswissing zonder dat de verweerster daaraan
gevolg geeft
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer Hielke Hijmans,
alleenzetelend voorzitter;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende
de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en
betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene
verordening gegevensbescherming), hierna AVG;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, hierna WOG;
Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers
op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 15 januari 2019;
Gelet op de stukken van het dossier;
heeft de volgende beslissing genomen inzake:
.
De klager: de heer X, hierna “de klager”; .
.
De verweerster: Y, hierna “de verweerster”.
Beslissing 87/2023 - 2/7
I. Feiten en procedure
1. Op 28 maart 2023 diende de klager een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit tegen de
verweerster.
2. De klager ontvangt direct marketing-e-mails van de verweerster. Op 23 februari 2023 heeft de
klager een verzoek tot gegevenswissing gericht aan de verweerster. De klager ontvangt echter
geen antwoord op het verzoek tot inzage maar wel nog direct marketing-e-mails op 1, 3, 6, 9, 15, 20,
22, en 28 maart 2023. Op 28 maart 2023 herhaalt de klager zijn verzoek tot gegevenswissing. Ook
op dit verzoek krijgt de klager geen antwoord. In navolging hiervan dient de klager klacht in bij de
Gegevensbeschermingsautoriteit en maakt hierbij de twee verzoeken tot gegevenswissing en de
ontvangen direct marketing-e-mails over.
3. Op 6 april 2023 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op grond van de
artikelen 58 en 60 WOG en wordt de klacht op grond van art. 62, §1 WOG overgemaakt aan de
Geschillenkamer.
II. Motivering
4. Opdat de Geschillenkamer - waarop de klager op grond van artikel 77 van de AVG beroep deed -
bevoegd zou zijn voor de behandeling van zijn klacht, is het in de eerste plaats noodzakelijk dat de
AVG van toepassing is op de litigieuze feiten of dat andere wetgeving met betrekking tot
gegevensbescherming die de basis kunnen vormen van de bevoegdheid van de Geschillenkamer
van toepassing is.
5. Wat het territoriale toepassingsgebied van de AVG betreft, wordt in artikel 3 van de AVG uitgegaan
van twee verschillende gevallen. In het eerste geval (artikel 3.1 van de AVG), worden de
gegevensverwerkingen verricht in het kader van de activiteiten van een vestiging van een
verwerkingsverantwoordelijke op het grondgebied van de Europese Economische Ruimte. Deze
eerste hypothese vooronderstelt dus het bestaan van een vestiging op het grondgebied van
Europese Economische Ruimte. De klacht in onderhavige zaak is gericht tegen een rechtspersoon
die in de Verenigde Staten gevestigd is en waarvan geen vestiging op het grondgebied van de
Europese Economische Ruimte bestaat. Artikel 3.1 van de AVG is dus niet van toepassing.
6. Het tweede geval voorzien in artikel 3.2 AVG preciseert dat de AVG van toepassing is op de
verwerking van persoonsgegevens die voldoen aan de volgende drie cumulatieve voorwaarden:
- de verwerking is gebeurd door een verwerkingsverantwoordelijke die niet gevestigd is in de
Europese Economische Ruimte;
- de verwerking betreft betrokkenen die zich bevinden op het grondgebied van de Europese
Economische Ruimte; en
- deze verwerkingsactiviteiten houden verband met:
Beslissing 87/2023 - 3/7
a) het aanbieden van goederen of diensten aan deze betrokkenen (artikel 3.2.a) AVG) of
b) het monitoren van hun gedrag, voor zover dit gedrag in de Europese Economische Ruimte
plaatsvindt (artikel 3.2.b) AVG).
7. Op basis van de stukken in het dossier is de Geschillenkamer van oordeel dat in casu aan deze
cumulatieve voorwaarden voldaan is. Voor wat betreft de eerste voorwaarde stelt de
Geschillenkamer vast dat de verweerster inderdaad niet gevestigd is in de Europese Economische
Ruimte. Voor wat betreft de tweede voorwaarde merkt de Geschillenkamer op dat uit de klacht niet
duidelijk blijkt of de klager zich bevond op het grondgebied van de Europese Economische Ruimte.
In de veronderstelling dat de klager zich inderdaad bevond op het grondgebied van de Europese
Economische Ruimte op het moment van de aangeklaagde feiten, is ook hieraan voldaan. Tot slot
is ook voldaan aan de derde voorwaarde. De verwerkingsactiviteit in kwestie houdt immers verband
met "het aanbieden van goederen en diensten”. De verweerster organiseert immers conferenties
in verschillende werelddelen, waaronder Europa (nl. Amsterdam) en brengt de betrokkene hiervan
en van de praktische aspecten ervan, zoals ticketverkoop en kortingscodes op de hoogte via de
direct marketing-e-mails. De intentie om ook deze diensten ook actief aan te bieden binnen de
Europese Economische ruimte blijkt uit het feit dat de verweerster een “privacy policy” en een
“GDPR policy” gepubliceerd heeft. Bijgevolg voldoet de litigieuze verwerking aan de voorwaarden
van artikel 3.2 AVG waardoor de AVG van toepassing is.
8. Artikel 27.1 AVG stipuleert dat verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers die op grond van
artikel 3.2 AVG, onder de AVG vallen, verplicht zijn een vertegenwoordiger in de Unie aan te wijzen.
De verplichting vervat in lid 1 van dit artikel geldt niet voor: (i) een incidentele verwerking die geen
grootschalige verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens als bedoeld in artikel
9, lid 1, betreft noch verwerking van persoonsgegevens die verband houden met strafrechtelijke
veroordelingen en strafbare feiten als bedoeld in artikel 10, en waarbij de kans gering is dat zij een
risico inhoudt voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen, rekening houdend met de
aard, de context, de omvang en de verwerkingsdoeleinden; of (ii). een overheidsinstantie of
overheidsorgaan. Deze vrijstellingscriteria zijn niet van toepassing aangezien de verweerster zich
actief richt op de betrokkenen op het grondgebied Europese Economische Ruimte voor het
aanbieden van hun diensten, en aangezien de verweerster geen overheidsinstantie of
overheidsorgaan is.
9. De vertegenwoordiger is gevestigd in een van de lidstaten waar zich de betrokkenen bevinden wier
persoonsgegevens in verband met het hun aanbieden van goederen of diensten worden verwerkt,
of wier gedrag wordt geobserveerd (artikel 27.3 AVG). De identiteit en contactgegevens van de
vertegenwoordiger moeten aan betrokkenen worden verstrekt overeenkomstig de artikelen 13 en
14 AVG. De Geschillenkamer stelt echter vast dat de GDPR Policy zoals gepubliceerd op de website
van de verweerster de identiteit en contactgegevens van de verweerster niet vermeldt.
Beslissing 87/2023 - 4/7
10. Gelet op het bovenstaande acht de Geschillenkamer het dan ook passend om de verweerster te
waarschuwen overeenkomstig artikel 58.1.a) AVG j° artikel 95, §1, 4° WOG, dat zij als niet in de Unie
gevestigde verwerkingsverantwoordelijke die wel onder de AVG valt, maar geen
vertegenwoordiger in de Unie heeft aangewezen, of de betrokkenen hierover niet informeert, de
artikelen 13.1.a), 14.1.a) en 27.1 AVG schendt.
11. De Geschillenkamer stelt vast op basis van de stukken die de klacht staven dat de klager zijn recht
op gegevenswissing conform artikel 17.1 AVG heeft uitgeoefend op 23 februari 2023. Ingevolge
artikel 12.3 AVG dient de verwerkingsverantwoordelijke, in casu de verweerster, op het verzoek tot
gegevenswissing te antwoorden binnen één maand na ontvangst van het verzoek. Eventueel kan
deze termijn met nog eens twee maanden verlengd worden, gelet op de complexiteit van het
verzoek. De klager moet dan binnen de maand na het verzoek tot gegevenswissing over deze
verlenging geïnformeerd worden. Indien de verweerster beslist om geen gevolg te geven aan het
verzoek van de klager, moet zij dit binnen één maand na de ontvangst van het verzoek meedelen
aan de betrokkene, overeenkomstig artikel 12.4 AVG. Uit het dossier blijkt niet dat de klager enig
antwoord heeft mogen ontvangen over het gevolg dat door de verweerster aan de
gegevenswissing gegeven wordt. Hierdoor heeft de verwerkingsverantwoordelijke gehandeld in
strijd met artikel 12.3 en 12.4 AVG, alsook artikel 17.1 AVG.
12. De Geschillenkamer is van oordeel dat op grond van bovenstaande analyse dient te worden
geconcludeerd dat door de verweerster een inbreuk op de bepalingen van de AVG werd gepleegd,
dewelke rechtvaardigt dat in casu wordt overgegaan tot het nemen van een beslissing op grond
van artikel 95, §1, 5° WOG, meer bepaald de verweerster te bevelen om gevolg te geven aan de
uitoefening door de klager van diens recht op gegevenswissing (artikel 17.1 AVG).
13. Onderhavige beslissing is een prima facie beslissing genomen door de Geschillenkamer
overeenkomstig artikel 95 WOG op grond van de door de klager ingediende klacht, in het kader van
de ‘procedure voorafgaand aan de beslissing ten gronde’ 1 en geen beslissing ten gronde van de
Geschillenkamer in de zin van artikel 100 WOG. De Geschillenkamer heeft aldus beslist om op grond
van de artikelen 58.2. c) en 95, §1, 5° van de wet van 3 december 2017, de verweerster te bevelen
dat wordt voldaan aan de verzoeken van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen, meer
bepaald het recht op gegevenswissing (“recht op vergetelheid”) zoals bepaald in artikel 17 AVG.
14. Onderhavige beslissing heeft tot doel de verweerster in kennis te stellen van het feit dat deze een
inbreuk op de bepalingen van de AVG heeft gepleegd en deze in de mogelijkheid te stellen zich
alsnog te conformeren met voornoemde bepalingen.
15. Indien de verweerster evenwel niet akkoord gaat met de inhoud van onderhavige prima facie
beslissing en van oordeel is dat deze feitelijke en/of juridische argumenten kan laten gelden die tot
1
Afdeling 3, Onderafdeling 2 WOG (artikelen 94 t.e.m. 97).
Beslissing 87/2023 - 5/7
een andere beslissing zouden kunnen leiden, kan deze via het e-mailadres litigationchamber@apd-
gba.be een verzoek tot behandeling ten gronde van de zaak richten aan de Geschillenkamer en dit
binnen de termijn van 30 dagen na de kennisgeving van deze beslissing. De tenuitvoerlegging van
onderhavige beslissing wordt desgevallend gedurende voormelde periode geschorst.
16. In geval van een voortzetting van de behandeling van de zaak ten gronde, zal de Geschillenkamer
de partijen op grond van de artikelen 98, 2° en 3° juncto artikel 99 WOG uitnodigen hun
verweermiddelen in te dienen alsook alle stukken die zij nuttig achten bij het dossier te voegen. De
onderhavige beslissing wordt desgevallend definitief opgeschort.
17. De Geschillenkamer wijst er volledigheidshalve op dat een behandeling ten gronde van de zaak kan
leiden tot het opleggen van de maatregelen vermeld in artikel 100 WOG 2.
18. Tot slot wijst de Geschillenkamer nog op het volgende:
Indien één van beide partijen gebruik wenst te maken van de mogelijkheid tot het raadplegen en
het kopiëren van het dossier (artikel 95, §2, 3° WOG), dient deze zich te wenden tot het secretariaat
van de Geschillenkamer, bij voorkeur via [email protected], teneinde een afspraak
vast te leggen. Indien om een kopie van het dossier wordt verzocht, worden de stukken zo mogelijk
elektronisch of anders per gewone post bezorgd 3.
III. Publicatie van de beslissing
19. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de
Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit. Het is evenwel niet nodig dat daartoe de identificatiegegevens
van de partijen rechtstreeks worden bekendgemaakt.
2
1° een klacht te seponeren;
2° de buitenvervolgingstelling te bevelen;
3° de opschorting van de uitspraak te bevelen;
4° een schikking voor te stellen;
5° waarschuwingen en berispingen te formuleren;
6° te bevelen dat wordt voldaan aan de verzoeken van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen;
7° te bevelen dat de betrokkene in kennis wordt gesteld van het veiligheidsprobleem;
8° te bevelen dat de verwerking tijdelijk of definitief wordt bevroren, beperkt of verboden;
9° te bevelen dat de verwerking in overeenstemming wordt gebracht;
10° de rechtzetting, de beperking of de verwijdering van gegevens en de kennisgeving ervan aan de ontvangers van de gegevens te
bevelen;
11° de intrekking van de erkenning van certificatie-instellingen te bevelen;
12° dwangsommen op te leggen;
13° administratieve geldboeten op te leggen;
14° de opschorting van grensoverschrijdende gegevensstromen naar een andere Staat of een internationale instelling te bevelen;
15° het dossier over te dragen aan het parket van de procureur des Konings te Brussel, die het in kennis stelt van het gevolg dat aan het
dossier wordt gegeven;
16° geval per geval te beslissen om haar beslissingen bekend te maken op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
3
In verband met de buitengewone omstandigheden ingevolge COVID-19 wordt de mogelijkheid van afhalen bij het secretariaat van de
Geschillenkamer NIET geboden. Bovendien vindt alle communicatie in beginsel elektronisch plaats.
Beslissing 87/2023 - 6/7
OM DEZE REDENEN,
beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, onder voorbehoud van de
indiening van een verzoek door de verweerster tot behandeling ten gronde overeenkomstig artikel
98 e.v. WOG1, om:
- op grond van artikel 58.2.a) AVG en artikel 95, §1, 4° WOG de verweerster te waarschuwen dat
zij als niet in de Unie gevestigde verwerkingsverantwoordelijke die wel onder de AVG valt, maar
geen vertegenwoordiger in de Unie heeft aangewezen of de betrokkenen hierover niet
informeert , de artikelen 13.1.a), 14.1.a) en 27.1 AVG schendt AVG schendt.
- op grond van artikel 58.2.c) AVG en artikel 95, §1, 5° WOG de verweerster te bevelen dat wordt
voldaan aan het verzoek van de betrokkene zijn rechten uit te oefenen, meer bepaald het recht
op gegevenswissing (artikel 17.1 AVG), en over te gaan tot wissing van de betreffende
persoonsgegevens, en dit binnen de termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van
deze beslissing;
- de verweerster te bevelen de Gegevensbeschermingsautoriteit (Geschillenkamer) per e-mail
binnen dezelfde termijn op de hoogte te stellen van het resultaat van deze beslissing via het e-
mailadres [email protected]; en
- bij gebrek aan de tijdige uitvoering van het hierboven gestelde door de verweerster, de zaak
ambtshalve ten gronde te behandelen overeenkomstig artikelen 98 e.v. WOG.
Op grond van artikel 108, § 1 van de WOG, kan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving
tegen deze beslissing beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van beroep Brussel), met de
Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder.
Een dergelijk beroep kan worden aangetekend middels een verzoekschrift op tegenspraak dat de in artikel
1034ter van het Gerechtelijk Wetboek opgesomde vermeldingen dient te bevatten4. Het verzoekschrift op
tegenspraak dient te worden ingediend bij de griffie van het Marktenhof overeenkomstig artikel
4
Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid:
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam, voornaam, woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister- of
ondernemingsnummer;
3° de naam, voornaam, woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden opgeroepen;
4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering;
5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt;
6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat.
Beslissing 87/2023 - 7/7
1034quinquies van het Ger.W.5, dan wel via het e-Deposit informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van
het Ger.W.).
(get). Hielke Hijmans
Voorzitter van de Geschillenkamer
5
Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden aan de
griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd.