1/7
Geschillenkamer
Beslissing 66/2026 van 20 maart 2026
Dossiernummer: DOS-2025-02358
Betreft: Het vermeende nalaten gevolg te geven aan een verzoek tot gegevenswissing
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016
betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van
persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van
Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna “AVG”;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit,
hierna “WOG”;
Gelet op het reglement van interne orde van de Gegevensbeschermingsautoriteit, zoals
goedgekeurd door het Directiecomité op 25 april 2024 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad
op 31 mei 2024;
Gelet op de stukken van het dossier;
Heeft de volgende beslissing genomen inzake:
De klager: X, hierna “de klager”; en
De verweerder: Y, met maatschappelijke zetel te [...], hierna “de verweerder”.
Beslissing 66/2026 — 2/7
I. Feiten en procedure
1. Op 2 juni 2025 dient de klager een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit tegen
de verweerder. Het voorwerp van de klacht betreft het vermeende nalaten gevolg te geven
aan het verzoek op gegevenswissing van de klager en de gemeenschappelijke kinderen van
de klager en de verweerder.
De verweerder bewaart een online dagboek en heeft een onlinereisblog waarop hij foto’s
van zijn dagelijks leven en reizen plaatst. De klager stelt dat zij en de gemeenschappelijke
kinderen zonder haar toestemming op deze webpagina’s worden afgebeeld.
Op 7 juni 2024 stuurt de klager een e-mail naar de verweerder met de vraag om de foto’s
waar zij opstaat te verwijderen.
Op 7 juni 2024 antwoordt de verweerder dat er amper nog foto’s van de klager op de
webpagina’s zouden staan. De verweerder stelt dat hij niet weet waar de resterende foto’s
van de klager zouden staan.
Op 13 september 2024 stuurt de klager een aangetekend schrijven naar de verweerder. Ze
stelt dat ze hierin vraagt om de foto’s alsnog te verwijderen van de webpagina’s.
Op 20 maart 2025 stuurt de klager een e-mail naar de verweerder met de vraag om
specifiek twee dagboekfragmenten waarin de gemeenschappelijke dochter wordt vermeld
te verwijderen.
Op 20 maart 2025 antwoordt de verweerder dat hij de betrokken fragmenten niet zal
verwijderen aangezien hij de naam van de dochter nergens vermeldt.
2. Op 13 juni 2025 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op grond
van de artikelen 58 en 60 van de WOG en op 13 juni 2025 wordt de klager hiervan op de
hoogte gesteld overeenkomstig artikel 61 WOG.
3. Op 13 juni 2025 wordt de Geschillenkamer gevat op grond van artikel 92, 1° WOG.
4. Op 28 juli 2025 beslist de Geschillenkamer, overeenkomstig artikel 94, §1, 1° WOG, om
informatie op te vragen bij de klager om de omvang van het geschil te kunnen vaststellen.
Voor wat betreft deze informatievraag werd de uiterste datum voor ontvangst van het
antwoord van de klager vastgelegd op 27 augustus 2025.
5. Op 19 augustus 2025 ontvangt de Geschillenkamer antwoord van de klager op de
informatievraag.
6. Op 26 februari 2026 brengt de Geschillenkamer de partijen overeenkomstig artikel 95, §2
WOG op de hoogte van het feit dat onderhavig dossier aanhangig gemaakt werd, de inhoud
van de klacht, en de mogelijkheid tot het raadplegen en het kopiëren van het dossier bij de
griffie van de Geschillenkamer. De partijen worden uitgenodigd om hun eventuele
Beslissing 66/2026 — 3/7
opmerkingen hieromtrent over te maken aan de Geschillenkamer, uiterlijk op 12 maart
2026.
7. Op 5 maart 2026 ontvangt de Geschillenkamer één opmerking van de verweerder op deze
kennisgeving. Hierin stelt de verweerder dat de foto’s waarnaar de klager verwijst reeds
werden verwijderd, maar dat hij de dagboekfragmenten niet zal verwijderen aangezien
deze volgens de verweerder geen inbreuk op de AVG vormen.
II. Motivering
8. De klacht betreft twee verschillende elementen. Deze beslissing wordt dan ook opgedeeld
in twee delen.
Betreffende het verzoek van gegevenswissing van de foto’s waarop de klager afgebeeld wordt
9. Op basis van de stukken bij de klacht stelt de Geschillenkamer vast dat de klager sinds
2024 meermaals haar recht op gegevenswissing heeft proberen uit te oefenen. Meer
bepaald vroeg de klager om alle foto’s waarop zij is afgebeeld van de webpagina van de
verweerder te verwijderen.1
10. Overeenkomstig artikel 17.1.b) AVG heeft de betrokkene het recht om de wissing van hem
betreffende persoonsgegevens te verkrijgen wanneer de toestemming waarop de
verwerking berust, wordt ingetrokken en er geen andere rechtsgrond voor verwerking
bestaat. De verweerder zou hebben nagelaten alle foto’s waarop de klager is afgebeeld te
verwijderen. Gezien de verweerder niet alle foto’s zou hebben verwijderd, concludeert de
Geschillenkamer dat de verweerder mogelijk artikelen 6; 12 en 17.1 AVG heeft geschonden.
11. De Geschillenkamer is van oordeel dat, op basis van de bovenstaande analyse, moet
worden geconcludeerd dat de verweerder mogelijk bepalingen van de AVG heeft
geschonden, wat rechtvaardigt om over te gaan tot een beslissing in deze zaak op basis van
artikel 95, § 1, 5° WOG, meer bepaald de verweerder te bevelen om gevolg te geven aan de
uitoefening door de klager van diens recht van gegevenswissing (artikel 17.1 AVG). Meer
bepaald gevolg te geven aan het verzoek van gegevenswissing van de foto’s waar de klager
wordt afgebeeld op de volgende webpagina’s2:
12. Onderhavige beslissing is een prima facie beslissing genomen door de Geschillenkamer
overeenkomstig artikel 95 van de WOG op grond van de door de klager ingediende klacht,
in het kader van de “procedure voorafgaand aan de beslissing ten gronde” 3 en geen
beslissing ten gronde van de Geschillenkamer in de zin van artikel 100 van de WOG.
1
Art. 17.1.b) AVG.
2
Voor zover deze webpagina’s foto’s bevatten waarop de klager wordt afgebeeld.
3
Afdeling 3, Onderafdeling 2 van de WOG (artikelen 94 t.e.m. 97).
Beslissing 66/2026 — 4/7
13. De Geschillenkamer heeft aldus beslist om op grond van artikel 58.2.c) AVG en artikel 95,
§ 1, 5° van de WOG, de verweerder te bevelen dat wordt voldaan aan het verzoek van de
klager om zijn rechten uit te oefenen, meer bepaald het recht op gegevenswissing (“recht
op vergetelheid”) zoals bepaald in artikel 17 AVG.
14. Onderhavige beslissing heeft tot doel de verweerder in kennis te stellen van het feit dat
deze mogelijk een inbreuk op de bepalingen van de AVG heeft gepleegd en deze in de
mogelijkheid te stellen zich alsnog te conformeren met voornoemde bepalingen.
15. Indien de verweerder niet akkoord gaat met de inhoud van de onderhavige prima facie
beslissing en van mening is dat hij feitelijke en/of juridische argumenten kan aanvoeren die
tot een nieuwe beslissing zouden kunnen leiden, kan hij een verzoek tot heroverweging
indienen bij de Geschillenkamer volgens de procedure vastgesteld in artikel 98 juncto
artikel 99 van de WOG, bekend als een “behandeling ten gronde”. Dit verzoek moet worden
gestuurd naar het e-mailadres [email protected] binnen een termijn van 30
dagen na kennisgeving van deze prima facie beslissing. Indien van toepassing, wordt de
uitvoering van deze beslissing opgeschort gedurende de bovengenoemde periode.
16. In geval van een voortzetting van de behandeling van de zaak ten gronde, zal de
Geschillenkamer de partijen op grond van artikel 98, 2° en 3° juncto artikel 99 van de WOG
uitnodigen hun verweermiddelen in te dienen alsook alle stukken die zij nuttig achten bij het
dossier te voegen. De onderhavige beslissing wordt desgevallend definitief opgeschort.
17. Tot slot wijst de Geschillenkamer er volledigheidshalve op dat een behandeling ten gronde
van de zaak kan leiden tot het opleggen van de maatregelen vermeld in artikel 100 van de
WOG4.
Betreffende het verzoek van gegevenswissing van de persoonsgegevens van de
gemeenschappelijke kinderen
4
Artikel 100. § 1. "De Geschillenkamer heeft de bevoegdheid om:
1° een klacht te seponeren;
2° de buitenvervolgingstelling te bevelen;
3° de opschorting van de uitspraak te bevelen;
4° een schikking voor te stellen;
5° waarschuwingen en berispingen te formuleren;
6° te bevelen dat wordt voldaan aan de verzoeken van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen;
7° te bevelen dat de betrokkene in kennis wordt gesteld van het veiligheidsprobleem;
8° te bevelen dat de verwerking tijdelijk of definitief wordt bevroren, beperkt of verboden;
9° te bevelen dat de verwerking in overeenstemming wordt gebracht;
10° de rechtzetting, de beperking of de verwijdering van gegevens en de kennisgeving ervan aan de ontvangers van de
gegevens te bevelen;
11° de intrekking van de erkenning van certificatie-instellingen te bevelen;
12° dwangsommen op te leggen;
13° administratieve geldboeten op te leggen;
14° de opschorting van grensoverschrijdende gegevensstromen naar een andere Staat of een internationale instelling te
bevelen;
15° het dossier over te dragen aan het parket van de procureur des Konings te Brussel, die het in kennis stelt van het
gevolg dat aan het dossier wordt gegeven;
16° geval per geval te beslissen om haar beslissingen bekend te maken op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit."
Beslissing 66/2026 — 5/7
18. Op basis van de elementen in het dossier die de Geschillenkamer bekend zijn, en op basis
van de bevoegdheden die haar door de wetgever op grond van artikel 95, § 1 WOG zijn
toebedeeld, beslist de Geschillenkamer over de verdere opvolging van het dossier; in casu
gaat de Geschillenkamer over tot het seponeren van het tweede deel van de klacht
overeenkomstig artikel 95, § 1, 3° WOG, op basis van de hiernavolgende motivering.
19. Wanneer een klacht geseponeerd wordt, dient de Geschillenkamer haar beslissing
trapsgewijs te motiveren5 en:
- een technisch sepot uit te spreken indien het dossier geen of niet voldoende
elementen bevat die tot een sanctie kunnen leiden, of indien er onvoldoende
uitzicht bestaat op een veroordeling wegens een technische belemmering,
waardoor zij niet tot een beslissing kan komen;
- of een beleidssepot uit te spreken, indien ondanks de aanwezigheid van elementen
die tot een sanctie kunnen leiden, de voortzetting van het onderzoek van het
dossier niet opportuun lijkt in het licht van de prioriteiten van de GBA, zoals
gespecificeerd en toegelicht in het sepotbeleid van de Geschillenkamer 6.
20. In het voorliggend dossier gaat de Geschillenkamer over tot een seponering van de klacht,
op grond van één sepotgrond. Er ligt namelijk één motief aan de basis van de beslissing van
de Geschillenkamer waarom zij het onwenselijk acht verder gevolg te geven aan het dossier
en derhalve beslist niet over te gaan tot, inter alia, een behandeling ten gronde.
21. In casu stelt de Geschillenkamer vast dat het deel van de klacht met betrekking tot het
verzoek van wissing van persoonsgegevens van de kinderen zich kadert binnen een
nevengeschil bij en ruimer geschil dat moet worden beslecht voor hoven en rechtbanken
en administratieve rechtscolleges of een andere bevoegde autoriteit. 7 De Geschillenkamer
stelt vast dat de het verzoek van verwijdering van de foto’s waar de gemeenschappelijke
kinderen op afgebeeld zijn en de dagboekfragmenten over de dochter vallen binnen het
kader van het ouderlijk gezag. Op basis van het feit dat het tweede deel van de klacht zich
kadert binnen een nevengeschil, acht de Geschillenkamer haar tussenkomst niet
noodzakelijk voor dit deel van de klacht, gezien het opportuner is voor de klager om dit deel
van het verzoek in te dienen bij de familierechtbank, die zicht heeft op alle elementen van
de regelingen omtrent het ouderlijk gezag tussen de klager en de verweerder.
22. Gezien het tweede deel van de klacht deel uitmaakt van de regelingen omtrent het ouderlijk
gezag tussen de klager en de verweerder en dit best door de bevoegde familierechtbank
5
Hof van Beroep Brussel, Sectie Marktenhof, 19de kamer A, Kamer voor marktzaken, arrest 2020/AR/329, 2 september 2020,
p. 18.
6
In dit verband verwijst de Geschillenkamer naar haar sepotbeleid zoals uitvoerig uiteengezet op de website van de GBA:
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/sepotbeleid-van-de-geschillenkamer.pdf
7
Ibid. Sepotgrond B.3.
Beslissing 66/2026 — 6/7
wordt behandeld, concludeert de Geschillenkamer dat het tweede klachtendeel geen
behandeling ten gronde vereist. De Geschillenkamer beslist om opportuniteitsredenen om
geen gevolg te geven aan dit deel van het dossier.
III. Publicatie van de beslissing
23. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de
Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van de GBA. Het is
evenwel niet nodig dat daartoe de identificatiegegevens van de partijen rechtstreeks
worden bekendgemaakt.
OM DEZE REDENEN,
beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit voor de mate waarin
de klacht betrekking heeft op het verzoek van wissing van de persoonsgegevens van de
betrokkene, onder voorbehoud van de indiening van een verzoek door de verweerder tot
behandeling ten gronde overeenkomstig artikel 98 e.v. van de WOG, om:
- op grond van artikel 58.2.c) van de AVG en artikel 95, § 1, 5° van de WOG de
verweerder te bevelen dat wordt voldaan aan het verzoek van de klager om haar
rechten uit te oefenen, meer bepaald het recht op gegevenswissing (artikel 17.1
AVG), en over te gaan tot wissing van de persoonsgegevens (met name de foto’s
waar de klager wordt afgebeeld op de webpagina reisfanaten.be), en dit binnen de
termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van deze beslissing;
- de verweerder te bevelen de Gegevensbeschermingsautoriteit (Geschillenkamer)
per e-mail binnen dezelfde termijn op de hoogte te stellen van het gevolg dat aan
deze beslissing wordt gegeven via het e-mailadres [email protected].
Daarnaast beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit met
het oog op het verzoek op gegevenswissing van de persoonsgegevens van de
gemeenschappelijke kinderen te seponeren op grond van artikel 95, § 1, 3° van de
WOG.
De Geschillenkamer herinnert eraan dat indien de verweerder niet akkoord gaat met de inhoud van
deze prima facie beslissing en van mening is dat hij feitelijke en/of juridische argumenten kan
aanvoeren die tot een andere beslissing zouden kunnen leiden, hij, enerzijds, een verzoek tot
behandeling van de zaak ten gronde kan indienen bij de Geschillenkamer via het e-mailadres
[email protected], en dit binnen een termijn van 30 dagen na de kennisgeving van
deze beslissing. Indien van toepassing, wordt de uitvoering van deze beslissing opgeschort
gedurende de bovengenoemde periode.
Beslissing 66/2026 — 7/7
Anderzijds kan de verweerder beroep instellen tegen deze beslissing overeenkomstig artikel 108,
§ 1 van de WOG, binnen een termijn van 30 dagen na kennisgeving ervan, bij het Marktenhof (hof
van beroep van Brussel), met de Gegevensbeschermingsautoriteit als verwerende partij. Een
dergelijk beroep kan worden ingesteld door middel van een verzoekschrift op tegenspraak dat de
in artikel 1034ter van het Gerechtelijke Wetboek (Ger.W.) opgesomde vermeldingen dient te
bevatten8. Het verzoekschrift op tegenspraak moet worden ingediend bij de griffie van het
Marktenhof overeenkomstig artikel 1034quinquies van het Ger.W.9, of via het e-Deposit
informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van het Ger.W.).
(Get). Hielke HIJMANS
Directeur van de Geschillenkamer
8
"Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid:
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam, voornaam, woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister-
of ondernemingsnummer;
3° de naam, voornaam, woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden
opgeroepen;
4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering;
5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt;
6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat."
9
"Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden
aan de griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd."