1/23
Geschillenkamer
Beslissing ten gronde 39/2020 van 28 juli 2020
Dossiernummer : DOS-2018-05780
Betreft : Klacht wegens de verwerking van de persoonsgegevens van kiezers tijdens de
gemeenteraadsverkiezingen
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer Hielke
Hijmans, voorzitter, en de heren Jelle Stassijns en Frank De Smet, leden;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016
betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van
persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn
95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna AVG;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, hierna
WOG;
Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van
Volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op
15 januari 2019;
Gelet op de stukken van het dossier;
.
.
.
Beslissing ten gronde 39/2020- 2/23
heeft de volgende beslissing genomen inzake:
X , hierna : de “klager”
Y , hierna: de “verweerder”:
1. Omvang van het geding
1. Naast de beoordeling door de Geschillenkamer van de feiten waarop de klacht slaat, zal de
voorliggende beslissing eveneens de vaststellingen van de Inspectiedienst buiten de scope
van de klacht behandelen. Alle vaststellingen blijken immers een sterke, zo niet
onlosmakelijke samenhang met de klacht te vertonen, en voor de Geschillenkamer is het
daarom noodzakelijk al die vaststellingen gelijktijdig te behandelen.
2. Feiten en procedure
Klacht
2. Op 12 oktober 2018 legt de klager een klacht neer bij de Gegevensbeschermingsautoriteit.
3. De klacht kan worden samengevat als volgt. In de aanloop naar de
gemeenteraadsverkiezing van 14 oktober 2018 ontvangt de klager een brief op haar
postadres met verkiezingspropaganda. De brief is rechtstreeks aan haar gericht en komt
van de partij waarvoor de verweerder als lijsttrekker opkomt (hierna: de lokale partij). De
verantwoordelijke uitgever die wordt vermeld op de enveloppe betreft de verweerder. Die
verweerder is op het moment van het verzenden van de brief ook burgemeester van de
gemeente waar de klager haar hoofdverblijfplaats heeft en waar de klager dient deel te
nemen aan de voornoemde gemeenteraadsverkiezing. De klacht is initieel gericht tegen de
lokale partij.
4. In de voornoemde brief wordt de klager aangeschreven als “mogelijks nieuwe inwoner”. De
klager merkt in haar klacht op dat de brief “speciaal gericht” was aan haar. Volgens de
klager kon de lokale partij op basis van de kiezerslijst voor de gemeenteraadsverkiezing in
2018 onmogelijk weten dat de klager een nieuwe inwoner is van de gemeente.
5. De klacht bevat ook een aantal bewijsstukken, waaronder de brief waarover de klacht gaat,
alsook een aantal schermafbeeldingen van de sociale netwerksite Facebook. Op de
schermafbeeldingen kan gelezen worden dat een persoon het volgende schrijft:
“[…] iedereen die een kiezerslijst krijgt (iedere kandidaat) én die een beetje met
excel kan werken kan deze uitfilteren maar je moet natuurlijk beetje moeite doen
[…]”
Uit het latere onderzoek van de Inspectiedienst blijkt dat de persoon (hierna: persoon Z) aan
wie het gebruikersprofiel op Facebook toebehoort, de vijfde plaats bekleedt op de
kandidatenlijst van de lokale partij.
Procedure
6. Op 17 oktober 2018 wordt de klacht ontvankelijk verklaard door de Eerstelijnsdienst.
...
Beslissing ten gronde 39/2020- 3/23
7. Op haar zitting van 14 november 2018 beslist de Geschillenkamer een onderzoek te vragen
aan de Inspectiedienst overeenkomstig art. 96, §1 j° 94, 1° WOG.
8. Op 13 februari 2019 richt de Inspectiedienst zich tot de verweerder in zijn hoedanigheid als
burgemeester van de betrokken gemeente. De Inspectiedienst vraagt aan de verweerder
om de volgende informatie over te maken:
een uittreksel van de kiezerslijst waarop de communicatie van oktober door de
lokale partij kan gebaseerd zijn;
de eventuele “aanvullende lijst” met persoonsgegevens die betrekking heeft op de
persoonsgegevens van de burgers van de gemeente waar de lokale partij opkomt
voor de gemeenteraadsverkiezingen;
de naam en contactgegevens van de functionaris voor gegevensbescherming van de
gemeente;
toelichting bij de werkwijze die het mogelijk maakt de burgers uit de gemeente te
selecteren als een nieuwe kiezer. De Inspectiedienst verwijst hierbij naar de reactie
van een kandidaat op de lijst van de lokale partij op Facebook.
9. Op 14 maart 2019 ontvangt de Inspectiedienst een antwoord vanwege de verweerder als
burgemeester, alsook vanwege de algemeen directeur van de administratie van de
gemeente. De brief bevat als bijlage onder meer een uittreksel van de kiezerslijst voor de
gemeenteraadsverkiezing in 2018. Volgens de brief “kan” de communicatie van de lokale
partij hierop zijn gebaseerd.
Er wordt ook een bewijsstuk toegevoegd dat aantoont dat er in de periode tussen 1
augustus 2018 en 14 oktober 2018 geen andere persoonsgegevens werden geraadpleegd
uit de bevolkingstoepassing of het rijksregister.
Ook de gegevens van de functionaris voor gegevensbescherming van de gemeente worden
overgemaakt.
10. Op 9 april 2019 verstuurt de verweerder “in [zijn] hoedanigheid van lijsttrekker voor de
afgelopen gemeenteraadsverkiezingen” een e-mailbericht aan de Inspectiedienst.
De verweerder stelt in dit bericht dat er “wel degelijk een briefwisseling is gevoerd naar de
nieuwe inwoners” van de betrokken gemeente. De verweerder verduidelijkt dat de
“concrete adressen van de nieuwe inwoners werden gehaald uit de kiezerslijsten van 2018.”
11. In hetzelfde e-mailbericht stelt de verweerder voorts:
“De identiteit van de nieuwe inwoners was overigens aan de bestaande
mandatarissen van onze partij, allen dus werkzaam in een kleine landelijke
gemeente, afdoende en nagenoeg volledig bekend.”
12. In een aangetekende brief van 7 mei 2019 gericht aan de verweerder stelt de
Inspectiedienst de vraag welke mandatarissen de hoedanigheid van nieuwe inwoner op de
kiezerslijsten hebben toegevoegd om zo een ‘nieuwe inwonerslijst’ te creëren. De
Inspectiedienst vraagt hiervoor de bevestigende verklaringen van de betrokken personen.
Voorts vraagt de Inspectiedienst welke persoon bij de partij van de verweerder
verantwoordelijk was voor het drukwerk en de adressenlijst, alsook bijkomende uitleg hoe
de partij de persoonsgegevens van de betrokkenen ter zake overeenkomstig de beginselen
van de AVG verwerkt.
...
Beslissing ten gronde 39/2020- 4/23
13. Op 4 juni 2019 herinnert de Inspectiedienst per aangetekende brief aan de vragen van een
maand eerder. De inspectiedienst wijst daarbij – net zoals in haar voorgaande brieven – op
de medewerkingsplicht voor verwerkingsverantwoordelijken overeenkomstig artikel 31 AVG
en de nationaalrechtelijke verplichting in artikel 66, §2 WOG.
14. Op 17 juni 2019 verstuurt de verweerder aan de Inspectiedienst een e-mail als antwoord op
de brieven van de Inspectiedienst. De verweerder wijst erop dat de persoonsgegevens, die
gebruikt werden voor het verzenden van de brief aan nieuwe inwoners, louter werden
overgenomen van de kiezerslijst van 2018. De verweerder wijst erop dat meerdere
kandidaten op de lijst van zijn partij de kiezers schrapten van de kiezerslijst, opdat enkel de
nieuwe kiezers op de lijst overbleven. Volgens de verweerder gebeurde dit op basis van
“parate kennis”. In die zin kan opgemerkt worden dat de Inspectiedienst vaststelde dat de
gemeente meer dan 10.000 inwoners telt. De verweerder verduidelijkt dat de voornoemde
parate kennis kon worden benut doordat “veel van [de kandidaten] al 18 tot 30 jaar actief
[zijn] in de politiek en zeker in het sociale middenveld.”
15. Voorts schrijft de verweerder:
“Ik heb op het einde van de ‘schrappingsoefening’ de kiezerslijst van 2018 naast die
van 2012 gelegd om grote fouten of zekere onduidelijkheden te proberen vermijden.
Het staat vast dat het ‘summier’ naast elkaar leggen van deze 2 lijsten er niet voor
gezorgd heeft dat de lijst van nieuwe inwoners volledig correct was, gezien nadien
ook een paar ‘fouten’ werden doorgegeven door onze kandidaten: sommige nieuwe
inwoners hadden de brief blijkbaar niet ontvangen.”
16. De verweerder verwijst naar artikel 17, §3, lid 2 van het Kieswetboek van 12 april 1894
voor het gebruik van de kiezerslijsten, dat stelt:
“De exemplaren of afschriften van de kiezerslijst die worden afgegeven met
toepassing van §§1 en 2, mogen slechts voor verkiezingsdoeleinden worden
gebruikt, inbegrepen buiten de periode die tussen de datum van afgifte van de lijst
en de datum van de verkiezing valt.”
17. De verweerder wijst erop dat de verwerking van alle persoonsgegevens enkel gebeurde
voor verkiezingsdoeleinden en stelt: “persoonsgegevens uit de kiezerslijst van 2012 werden
niet gebruikt of misbruikt.”
18. Verder wijst de verweerder erop dat de lokale partij een feitelijke vereniging betreft waarbij
voor de verzending van de brief “geen specifieke verantwoordelijke” werd aangeduid. De
verweerder geeft aan dat hij voor het verzenden van de brief de juridische
verantwoordelijkheid opneemt voor de lokale partij.
19. Op 31 juli 2019 maakt de Inspectiedienst haar verslag over aan de Geschillenkamer
overeenkomstig artikel 91, §2 WOG.
20. Naast de feitelijke vaststellingen met betrekking tot de klacht, stelt de Inspectiedienst ook
vast dat de lokale partij geen publieke informatie verschaft in verband met de
persoonsgegevensbescherming. Ook stelt de Inspectiedienst vast dat de brief aan de
nieuwe inwoners “geen verwijzing heeft gemaakt naar de rechten van de betrokken
...
Beslissing ten gronde 39/2020- 5/23
klaagster”. De Inspectiedienst besluit dat er “geen afdoende ernstige aanwijzingen noch
bewijs voorhanden [blijken] om de gegrondheid [van de klacht] te staven.”
21. Op 25 september 2019 beslist de Geschillenkamer dat het dossier gereed is voor
behandeling ten gronde overeenkomstig artikel 98 e.v. WOG.
22. Op 28 oktober 2019 ontvangt de Geschillenkamer de conclusie van repliek van de klager.
23. De klager verwijst naar het verslag van de Inspectiedienst en noemt het verweer dat de lijst
van nieuwe inwoners op basis van parate kennis is vastgesteld “bij het haar gegrepen”. De
klager wijst er op dat zij niet actief is in enige sociale vereniging in de gemeente en dat er
geen beschikbare (openbare) parameters zijn die haar konden aanmerken als een nieuwe
inwoner.
24. De klager merkt daarnaast op:
“[de verweerder] geeft in de e-mail van 17 juni [2019] toe dat hij ‘even’ de lijst van
2012 naast die van 2018 gelegd heeft. Bij mijn weten is het niet toegestaan die lijst
na de verkiezingen te gebruiken. Ook niet ‘even’.”
De klager verwijst naar de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit waar wordt
toegelicht dat het principe van de doelbinding als gevolg heeft dat een kiezerslijst enkel kan
gebruikt worden voor de verkiezing in het kader waarvan de lijst oorspronkelijk werd
verstrekt.1
25. Voorts stipt de klager aan dat één van de personen (persoon Z) die een gedag- en
ondertekende verklaring overmaakte waarin gesteld werd dat hij meewerkte aan het
samenstellen van de ‘nieuwe inwonerslijst’, dezelfde persoon is waarvan zij de reactie op
Facebook door middel van een schermafbeelding had overgemaakt in haar klacht bij de
Gegevensbeschermingsautoriteit.
De klager maakt in haar conclusie opnieuw een schermafbeelding van Facebook over, waar
die voornoemde persoon Z stelt, in de bewoording van de klager,“dat het kinderspel is door
‘gewoon’ uit te filteren van de kieslijst als je maar met excel kon werken en VOORAL wat
moeite doet.” De klager besluit:“dat [persoon Z] op die manier eigenlijk toegaf dat ze de 2
lijsten naast elkaar hebben gelegd en met de juiste excel functionaliteit/formule met elkaar
vergeleken, leek hij op dat moment niet te beseffen.”
26. Op 28 november 2019 legt de verweerder zijn conclusies neer. Hierin geeft de verweerder
aan dat de persoonsgegevens uit de kiezerslijst van 2012 “niet gebruikt” werden bij de
totstandkoming van de nieuwe inwonerslijst in 2018:
“Enkel de kiezerslijst van 2018 en de ‘geschrapte’ lijst met mogelijke [nieuwe
inwoners] opgesteld door de kandidaten zelf op basis van hun parate kennis werden
gebruikt als grond voor het versturen van de brieven.”
27. En verder:
1
Met verwijzing naar: Gegevensbeschermingsautoriteit, Nota verkiezingen AVG, mei 2018, beschikbaar via:
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/sites/privacycommission/files/documents/Nota_verkiezingen_AVG.pdf, 9.
...
Beslissing ten gronde 39/2020- 6/23
“Wél heeft de verweerder om (‘voor zichzelf vervelende fouten’) grote fouten en
onduidelijkheden te vermijden, de lijsten even naast elkaar gelegd ter controle. Dit
geeft hij toe (…) Dit betekent dus niet dat de informatie uit de oude kiezerslijst van
2012 werd gebruikt voor de (propaganda voor de) verkiezingen van 2018.”
28. De verweerder onderstreept dat de brieven enkel werden verstuurd aan mensen die
mogelijk nieuwe inwoner van de gemeente zijn. In dit kader wijst de verweerder erop dat
de parate kennis met betrekking tot de nieuwe inwoners van de gemeente “zeer groot” is.
Dit wordt als volgt toegelicht in de conclusie van de verweerder:
“Verweerder is immers [arts] in de gemeente voor reeds 41 jaar en is al 30 jaar in
de politiek actief. Verweerder heeft op basis van zijn parate kennis en met behulp
van Google Streetview (hij weet namelijk min of meer wie in welk huis woont) een
schrapping doorgevoerd op de kiezerslijst van 2018.”
29. Over de geschreven uitlatingen van de eerder genoemde persoon Z op Facebook, stelt de
verweerder in de conclusie:
“De kieslijst in het EXCEL-bestand was via de schrapping reeds sterk ingekort.
Hierdoor was bij [persoon Z] de indruk ontstaan, wat leidde tot dit misverstand in de
Facebook-discussie, dat er reeds een EXCEL-bewerking was gebeurd op de
kiezerslijst. Dit is niet correct, het ging namelijk om een ‘manuele’ schrapping,
waarvan het resultaat in een EXCEL-bestand werd opgenomen. Er werd geen gebruik
gemaakt van allerlei algoritmes in EXCEL. Verweerder kan namelijk hoogstens enkele
eenvoudige rekensommen toepassen via EXCEL, laat staan ingewikkelde bewerkingen
uitvoeren.”
30. Met betrekking tot het ontbreken van informatie met betrekking tot
persoonsgegevensbescherming, haalt de verweerder in zijn conclusie aan dat dit intussen in
orde werd gebracht, alsook dat voordien “de partij wel zeer goed traceerbaar was.” En
voorts: “als er klachten waren, dan kon men de partij […] makkelijk bereiken op
bijvoorbeeld het gemeentehuis.”
31. Met betrekking tot de informatieverplichting voor de verweerder ten aanzien van
betrokkenen wanneer de persoonsgegevens niet bij de betrokkene worden verkregen, haalt
de verweerder aan dat zijn identiteit en contactgegevens steeds duidelijk waren voor de
betrokkene. De verweerder haalt aan dat de klager steeds bezwaar kon maken tegen de
verwerking maar dit nooit heeft gedaan. De verweerder besluit:
“Dit neemt uiteraard niet weg dat verweerder informatie ten aanzien van de
betrokkenen (recht op bezwaar) diende te verlenen om de behoorlijkheid en
transparantie te waarborgen. Verweerder neemt dit mee als les naar de toekomst
toe, dat betrokkenen altijd dienen te worden gewezen op hun rechten.”
32. De verweerder gaf ook aan gehoord te willen worden. Om deze reden organiseert de
Geschillenkamer op 8 mei 2020 een hoorzitting. De verweerder laat aan de Geschillenkamer
weten dat hij niet aanwezig, noch vertegenwoordigd zal zijn op de hoorzitting. De klager is
aanwezig op de hoorzitting. De klager benadrukt dat zij geen enkele band heeft met de
verweerder of diens partij. De klager werpt ook op dat de verweerder heeft nagelaten zijn
...
Beslissing ten gronde 39/2020- 7/23
conclusie aan de klager te bezorgen, zoals vooraf verplicht werd door de Geschillenkamer.
De klager bevestigt dat zij zich voldoende gehoord voelt door de Geschillenkamer.
33. Teneinde de verweerder de gelegenheid te geven zich te verdedigen omtrent het door de
Geschillenkamer voorgenomen bedrag van de administratieve geldboete, besloot de
Geschillenkamer desbetreffende inbreuken in zijn standaardformulier ‘ formulier voor reactie
tegen voorgenomen geldboete’ op te sommen. Dit ‘boeteformulier’ werd per e-mail aan de
verweerder overgemaakt op 16 juni 2020, met de melding dat de verweerder kon reageren
inzake de bijzondere omstandigheden van het geval en de voorgenomen hoogte van de
geldboete (in casu 5.000 EUR).
34. In zijn antwoord stelt de verweerder dat er geen rekening mee werd gehouden dat de
Inspectiedienst een andere beoordeling van de feiten heeft gemaakt dan de
Geschillenkamer, “de beweerde duur van de inbreuk is dan ook geen dienstig argument.”
De verweerder stelt dat de procedure voor de Geschillenkamer op zich reeds afschrikkend
genoeg was en dat de voorgenomen hoogte van de geldboete ‘exorbitant’ is. Voorts stelt de
verweerder dat de motivering dat in gelijkaardige gevallen steeds dezelfde geldboete werd
opgelegd, wijst op een gebrek aan concrete beoordeling vanwege de Geschillenkamer.
35. Tot slot maakt de verweerder ook het aangiftefomulier met de financiële uitgaven van de
lokale partij over waaruit blijkt dat door de partij in totaal minder dan 20.000 EUR werd
uitgegeven “over een volledige legislatuur.” Er wordt, aldus de verweerder, “op geen
enkele wijze rekening gehouden met de reële draagkracht van de lokale partij.”
...
Beslissing ten gronde 39/2020- 8/23
3. Motivering
3.1. De verwerkingsverantwoordelijke (artikel 4, punt 7) AVG)
36. De Geschillenkamer stelt vooreerst vast dat de brief waarover de klacht in onderhavig
dossier gaat, geen specifieke ondertekenaar of verantwoordelijke uitgever vermeldt. De
verweerder haalt aan dat de brief waarover de klacht in onderhavige zaak gaat, het adres
van de verweerder vermeldt. Tegenover de Inspectiedienst verklaart de verweerder dat er
“geen specifieke verantwoordelijke” voor de brief werd aangeduid, maar dat de verweerder
als lijsttrekker de verantwoordelijkheid neemt voor de klacht, gezien er geen
verantwoordelijke werd aangesteld.
37. Daarnaast verklaart de verweerder dat de “schrapping” om de nieuwe inwonerslijst te
bekomen gebeurde door meerdere van de kandidaten van de lokale partij. Het was echter
enkel de verweerder die de nieuwe inwonerslijst op basis van de kiezerslijst van 2018 naast
de kiezerslijst van 2012 legde, volgens diens eigen verklaringen.
38. Op basis van de feitelijke elementen van deze zaak en de verklaringen van de verweerder,
stelt de Geschillenkamer vast dat het de verweerder is die verwerkingsverantwoordelijke is
in de zin van artikel 4, punt 7) AVG, voor de verwerkingen die het voorwerp uitmaken van
onderhavige klacht.
39. Deze kwalificatie is ook van belang, gezien de verweerder als fysieke persoon in zijn reactie
verwijst naar de aangifte van verkiezingsuitgaven van de lokale partij. De verweerder in
onderhavige zaak betreft echter de lijsttrekker als fysieke persoon, gezien de lokale partij
een feitelijke vereniging betreft. De verweerder stelt zelf dat hij voor de verwerkingen in
onderhavige zaak als lijsttrekker de verantwoordelijkheid neemt. 2
3.2. De beginselen inzake de verwerking van persoonsgegevens en de
rechtmatigheid van de verwerking (Artikelen 5 en 6 AVG)
a) Het verwerken van persoonsgegevens uit oude kiezerslijsten
40. In zijn verklaringen ten opzichte van de Inspectiedienst verwijst de verweerder naar het
Kieswetboek van 12 april 1894, doch die verwijzing dwaalt naar recht. Voor de wettelijke
bepalingen omtrent het gebruik van kiezerslijsten voor lokale verkiezingen, is het Lokaal en
Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 (hierna: Lokaal Kiesdecreet) van toepassing.3
41. Artikel 3 van het Lokaal Kiesdecreet stelt dat het decreet van toepassing is op de
organisatie van de gemeenteraad in alle gemeenten van het Vlaamse Gewest. De situatie
waarbij de verweerder en diens lokale partij zich verkiesbaar stellen als kandidaten bij de
gemeenteraadsverkiezingen van 2018 voor een Vlaamse gemeente, en in die periode
verkiezingspropaganda – waaronder de litigieuze brief – uitsturen, valt onder het
toepassingsgebied van het voornoemde Decreet.
2
Stuk 17.
3
Decreet houdende de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen en houdende wijziging van het Gemeentedecreet
van 15 juli 2005, het Provinciedecreet van 9 december 2005 en het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie
van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, B.S. 25 augustus 2011.
...
Beslissing ten gronde 39/2020- 9/23
42. Artikel 20, §3 van het Lokaal Kiesdecreet stelt:
“§3. Het college van burgemeester en schepenen mag geen kiezerslijsten ter
beschikking stellen aan andere personen dan de personen die conform paragraaf 1
of paragraaf 2, eerste lid, om de lijst verzocht hebben. De personen die een
kiezerslijst ter beschikking hebben, mogen die lijst alleen voor verkiezingsdoeleinden
gebruiken en alleen in de periode die valt tussen de datum van de
terbeschikkingstelling van de lijst en de datum van de verkiezing.”
43. De kiezerslijsten die worden ter beschikking gesteld in het kader van een bepaalde
verkiezing, mogen dan ook enkel worden gebruikt tot de datum van die verkiezing. De
doelbinding van de kiezerslijst wordt dus niet alleen beperkt tot het gebruik ervan in het
kader van verkiezingen (‘verkiezingsdoeleinden’), maar cumulatief ook tot de verkiezing
waarvoor de kiezerslijst werd gecreëerd. Toegepast op de feiten van de zaak, betekent dit
dat een kiezerslijst uit 2012 niet mag worden gebruikt in het kader van de
gemeenteraadsverkiezingen van 2018.
44. De verweerder stelt dat hij de kiezerslijsten uit 2012 en 2018 naast elkaar heeft gelegd, en
vervolgt dat de informatie uit de kiezerslijst van 2012 niet werd “ gebruikt of misbruikt bij de
totstandkoming van de ‘nieuwe’ lijst van ‘mogelijke’ nieuwe inwoners.”
De Geschillenkamer wijst erop dat het louter opslaan en raadplegen van de
persoonsgegevens opgenomen in de kiezerslijst van 2012, ook een verwerking van
persoonsgegevens in de zin van de AVG uitmaakt, overeenkomstig artikel 4, punt 2) AVG.
45. De verwerking was niet enkel een inbreuk op dit beginsel inzake de verwerking van
persoonsgegevens voor de betrokkenen wiens persoonsgegevens op de kiezerslijst van
2012 voorkwamen, maar ook voor de betrokkenen – zoals de klager – die niet op de
kiezerslijst van 2012 werden vermeld. Het vaststellen van de afwezigheid van de
persoonsgegevens van betrokkenen op een oude kiezerslijst, middels raadpleging van die
oude kiezerslijst, om een wijziging en structurering van persoonsgegevens van dezelfde
betrokkenen door te voeren op een nieuwe inwonerslijst in 2018, dient te worden gezien als
een afwending van de doelbinding van de oude kiezerslijst overeenkomstig artikel 5, lid 1,
punt b) AVG.
46. De Geschillenkamer stelt vast dat het opslaan en raadplegen van de kiezerslijst uit 2012
door de verweerder een inbreuk vormt op het principe van de doelbinding overeenkomstig
artikel 5, lid 1, punt b) AVG.
47. Aanvullend kan worden vastgesteld dat de verwerking van persoonsgegevens van de
kiezerslijst uit 2012 met miskenning van de doelbinding, ipso facto een onrechtmatige
verwerking in de zin van artikel 6, lid 1 AVG uitmaakt. Hierbij acht de Geschillenkamer de
onrechtmatigheid voldoende duidelijk, gezien het Lokaal Kiesdecreet het gebruik - dus ook
het raadplegen en voor vergelijking aanwenden - van de kiezerslijsten voor een andere
verkiezing dan die waarvoor ze zijn beschikbaar gemaakt, uitsluit. Om die reden is het niet
aan de orde artikel 6, lid 4 AVG te betrekken in de beoordeling, gezien door de wettelijke
bepaling in artikel 20 van het Lokaal Kiesdecreet geen toetsing kan gebeuren met andere
belangen van de verweerder, net zoals er door de wettelijke bepaling geen rekening kan
worden gehouden met andere omstandigheden om de persoonsgegevens alsnog te
verwerken.
...
Beslissing ten gronde 39/2020- 10/23
48. Zelfs al is het miskennen van de wettelijke bepalingen in verband met kiezerslijsten op zich
voldoende duidelijk om de onrechtmatigheid vast te stellen, wijst de Geschillenkamer voor
de volledigheid ook op de redenering in onderdeel b) infra, waarbij de Geschillenkamer
motiveert waarom het aanmaken van een ‘nieuwe inwonerslijst’ met de persoonsgegevens
op een kiezerslijst in dit geval niet rechtmatig is, zelfs wanneer dit gebeurt in de periode
waarbinnen de kiezerslijsten mogen worden geraadpleegd en gebruikt. A fortiori geldt die
motivering voor de verwerking van persoonsgegevens op een oude kiezerslijst uit 2012,
waarbij op analoge wijze de onrechtmatigheid kan worden vastgesteld voor het maken van
een ‘nieuwe inwonerslijst’.
b) Het maken van een lijst van nieuwe inwoners met de persoonsgegevens op een kiezerslijst
49. Overeenkomstig artikel 16 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet vermeldt de kiezerslijst
de voornaam of voornamen en achternaam, de geboortedatum, het geslacht, de
hoofdverblijfplaats en in bepaalde gevallen de nationaliteit van de kiezers. Kandidaten bij
verkiezingen kunnen de persoonsgegevens in die kiezerslijsten gebruiken voor het voeren
van politieke prospectie in de aanloop van verkiezingen op grond van de toepasselijke
kieswetgeving, wat maakt dat dergelijke verwerking enigszins voorzienbaar is voor de
betrokkene.4
50. De verweerder en enkele andere kandidaten van de lokale partij waarvoor de verweerder
lijsttrekker is, geven aan dat ze op basis van hun “parate kennis” de persoonsgegevens op
de kiezerslijst van de gemeenteraadsverkiezing in 2018 op zodanige wijze hebben gewijzigd
en gestructureerd, zodat zij een lijst overhielden met (mogelijke) nieuwe inwoners van de
gemeente. De lijst werd nadien gebruikt door de verweerder en diens lokale partij om
brieven te versturen naar die (mogelijke) nieuwe inwoners.
51. De verweerder verwijst niet naar een welbepaalde grondslag voor de rechtmatigheid van de
hiervoor beschreven verwerking, en meer bepaald één van de voorwaarden in artikel 6, lid
1 AVG. Het dient te worden benadrukt dat het gebruik van kiezerslijsten door verkiesbare
kandidaten een mogelijkheid betreft die wettelijk wordt geregeld – de verwerking is met
andere woorden geen wettelijke verplichting voor de kandidaat van een verkiezing, in dit
geval voor een gemeenteraadsverkiezing, in de zin van artikel 6, lid 1, punt c) AVG.
52. Bovendien kan de verweerder zich voor de verwerking niet beroepen op enige andere
rechtsgrondslag in artikel 6, lid 1, punt a) tot en met e) AVG. 5 Zo wordt nergens
aangehaald – laat staan aangetoond – dat de klager haar toestemming zou hebben
gegeven overeenkomstig artikel 6, lid 1, punt a) AVG, en de afwezigheid van toestemming
geldt ook voor de andere betrokkenen. Er is daarnaast geen overeenkomst tussen de
betrokkenen en de verweerder en diens lokale partij die de verwerking noodzakelijk maakt
(artikel 6, lid 1, punt b) AVG), noch is de verwerking noodzakelijk om de vitale belangen
van de betrokkenen of een andere natuurlijke persoon te beschermen (artikel 6, lid 1, punt
d) AVG). Ook kan er geen sprake zijn van de vervulling van een taak van algemeen belang
of een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag van de voornoemde
4
Zie hieromtrent ook juridische nota Gegevensbeschermingsautoriteit, Persoonsgegevens verwerken voor
verkiezingsdoeleinden: basisbeginselen om de persoonlijke levenssfeer van burgers te eerbiedigen bij het versturen van
gepersonaliseerde verkiezingspropaganda, mei 2018, beschikbaar via:
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/verkiezingen, 2.
5
Zie ook : Ibid., 3-5/
...
Beslissing ten gronde 39/2020- 11/23
bepaling, gezien er enkel sprake is van individuele of tot de lokale partij beperkte belangen
in het kader van de gemeenteraadsverkiezing van 2018 (artikel 6, lid 1, punt e) AVG).
53. De Geschillenkamer stelt vast dat de verwerking van persoonsgegevens van kiezerslijsten,
en in dit geval het wijzigen, structureren en verder gebruiken van die persoonsgegevens,
enkel nog kan plaatsvinden wanneer die verwerking noodzakelijk is voor de behartiging van
de gerechtvaardigde belangen van de verweerder in de zin van artikel 6, lid 1, punt f) AVG.
54. De Geschillenkamer begrijpt dat de verweerder een belang heeft om de persoonsgegevens
op de kiezerslijst van een gemeente te verwerken op zo’n manier dat het wijzigen,
structureren en verder gebruiken van de kiezerslijst een lijst van nieuwe inwoners oplevert
die tot het kiezerspubliek voor de gemeenteraadsverkiezing van 2018 behoren in de
gemeente waar de verweerder als kandidaat opkomt.
55. Artikel 6, lid 1, punt f) AVG bepaalt dat de rechtsgrondslag mag worden gebruikt voor zover
“ de verwerking noodzakelijk is voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van
de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde, behalve wanneer de belangen of de
grondrechten en de fundamentele vrijheden van de betrokkene die tot bescherming van
persoonsgegevens nopen, zwaarder wegen dan die belangen, met name wanneer de
betrokkene een kind is”.
56. De rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie vereist dat een beroep op
artikel 6, lid 1, punt f) AVG aan drie cumulatieve voorwaarden moeten voldoen, “te weten,
in de eerste plaats, de behartiging van een gerechtvaardigd belang van de voor de
verwerking verantwoordelijke of van de derde(n) aan wie de gegevens worden verstrekt, in
de tweede plaats, de noodzaak van de verwerking van de persoonsgegevens voor de
behartiging van het gerechtvaardigde belang, en, in de derde plaats, de voorwaarde dat de
fundamentele rechten en vrijheden van de bij de gegevensbescherming betrokken persoon
niet prevaleren.”6
57. De verwerkingsverantwoordelijke dient met andere woorden aan te tonen dat:
1) de belangen die deze met de verwerking nastreeft, als gerechtvaardigd kunnen worden
erkend (de “doeltoets”);
2) de beoogde verwerking noodzakelijk is voor de verwezenlijking van deze belangen (de
“noodzakelijkheidstoets”); en
3) de afweging van deze belangen ten opzichte van de belangen, fundamentele vrijheden
en grondrechten van betrokkenen doorweegt in het voordeel van de
verwerkingsverantwoordelijke of van een derde (de “afwegingstoets”).
1) De doeltoets
58. In deze zaak is het van belang te onderstrepen dat de rechtsvoorganger van het Europees
Comité voor Gegevensbescherming (hierna: het Comité) stelt dat het belang van de
verwerkingsverantwoordelijke nauw samenhangt met het doeleinde van een verwerking. 7
Het doeleinde van de verwerking van de persoonsgegevens door de verweerder, is het
6
HvJEU Arrest van 4 mei 2017, “Rigas”, C-13/16, ECLI:EU:C:2017:336, rn. 28; HvJEU Arrest van 11 december 2019, “ TK v
Asociatia de Proprietari bloc M5A-ScaraA”, C-708/18, ECLI:EU:C:2019:1064, rn. 40.
7
Opinie 06/2014 van de Groep 29 m.b.t. het begrip gerechtvaardigd belang, 9 april 2014 (WP 217), 29.
...
Beslissing ten gronde 39/2020- 12/23
strategisch aanschrijven van een deel van de kiezers om voor die kiezers als verkiesbare
kandidaat aantrekkelijker over te komen.8
59. Voor het gebruik van de persoonsgegevens op kiezerslijsten, erkent de Vlaamse
decreetgever in artikel 20 van het Lokaal Kiesdecreet dat de persoonsgegevens voor zulke
verkiezingsdoeleinden kunnen worden aangewend.9
60. Er kan dus wel degelijk een belang voor de verweerder worden vastgesteld, een belang dat
expliciet wordt onderschreven door de Vlaamse decreetgever. Gezien de
gemeenteraadsverkiezing nog diende plaats te vinden op het moment dat de verwerking
van de persoonsgegevens gebeurde, kan er ook worden vastgesteld dat het een werkelijk
en aanwezig belang betreft op het moment van de feiten.
61. De Geschillenkamer stelt dientengevolge vast dat er wel degelijk een gerechtvaardigd
belang voor de verweerder was om de persoonsgegevens op de kiezerslijsten te verwerken
op het moment dat de feiten zich afspeelden.
2) De noodzakelijkheidstoets
62. Het Hof van Justitie heeft aangestipt dat voor het doorstaan van de noodzakelijkheidtoets
moet onderzocht worden “of het gerechtvaardigd belang van de verwerking van gegevens
dat wordt nagestreefd […] redelijkerwijs niet even doeltreffend kan worden bereikt met
andere middelen die in mindere mate afbreuk doen aan de fundamentele vrijheden en
rechten van de betrokkenen, in het bijzonder aan het recht op eerbiediging van het
privéleven en het recht op bescherming van persoonsgegevens zoals gewaarborgd door de
artikelen 7 en 8 van het Handvest.”10
63. De voorwaarde van noodzakelijkheid dient te worden onderzocht in samenhang met de
minimale gegevensverwerking overeenkomstig artikel 5, lid 1, punt c) AVG als algemeen
beginsel inzake de verwerking van persoonsgegevens. 11
64. Op geen enkel moment haalt de verweerder aan waarom het wijzigen, structureren en
verder gebruiken van de persoonsgegevens van de kiezerslijst uit 2018 als ‘nieuwe
inwonerslijst’ noodzakelijk zou zijn voor verkiezingsdoeleinden. De verweerder stelt louter
dat er “geen enkele wetgeving [bestaat] die politieke partijen verbiedt om op basis van hun
parate kennis een lijst op te stellen van mogelijke nieuwe inwoners.”
65. De decreetgever heeft de grenzen verduidelijkt waarbinnen persoonsgegevens op een
kiezerslijst kunnen worden gebruikt, en heeft daarbij limitatief de persoonsgegevens
8
Of zoals elders verwoord: “politieke propaganda ten einde naar de kiezersgunst te kunnen dingen” in Juridische nota
Gegevensbeschermingsautoriteit, Persoonsgegevens verwerken voor verkiezingsdoeleinden: basisbeginselen om de
persoonlijke levenssfeer van burgers te eerbiedigen bij het versturen van gepersonaliseerde verkiezingspropaganda, mei 2018,
beschikbaar via: https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/verkiezingen, 8.
9
Zie ook ibid., 30: een belang dat werd genoemd in deze aanbeveling is het versturen van “ongevraagde niet-commerciële
berichten, waaronder voor politieke campagnes of goede doelen” (eigen benadrukking).
10
ArrestTK v Asociatia de Proprietari bloc M5A-ScaraA, rn. 47.
11
Met een analoge redenering in TK v Asociatia de Proprietari bloc M5A-ScaraA, rn. 48.
...
Beslissing ten gronde 39/2020- 13/23
opgesomd die door kandidaten in het kader van verkiezingspropaganda kunnen worden
opgevraagd en verder gebruikt; tegelijk acht de decreetgever het ter beschikking stellen
van bepaalde persoonsgegevens aan verkiesbare kandidaten niet nodig om hun campagne
te voeren.12
66. De Geschillenkamer is van oordeel dat het verder wijzigen, structuren en gebruiken van de
kiezerslijst door de verweerder, waarbij een nieuwe inwonerslijst wordt gecreëerd, niet
noodzakelijk is voor de campagne van de verweerder en diens lokale partij. Het gebruik van
de kiezerslijsten valt buiten het gebruik dat de decreetgever voorziet, en dus buiten het
gebruik dat de betrokkenen verwachten, hetgeen relevant is voor de afwegingstoets. De
campagne kan op een even doeltreffende wijze worden gevoerd, gezien de verweerder de
kiezers ook kan bereiken zonder hen specifiek en geïsoleerd als nieuwe inwoners aan te
schrijven.
3) De afwegingstoets
67. Het Hof van Justitie heeft aangegeven dat een gerechtvaardigd belang zoals dat van de
verweerder in casu “een afweging met zich meebrengt van de aan de orde zijnde
tegengestelde rechten en belangen, die afhangt van de bijzondere omstandigheden van
een concreet geval en in het kader waarvan rekening moet worden gehouden met het
belang van de uit de artikelen 7 en 8 van het Handvest voortvloeiende rechten van de
betrokkene.”13
68. Het criterium inzake de ernst van de inbreuk op de rechten en vrijheden van de betrokkene
vormt een essentieel onderdeel van de door artikel 6, lid 1, punt f) AVG vereiste afweging
per geval. In dit verband moet volgens het Hof van Justitie met name rekening worden
gehouden met “de aard van de betrokken persoonsgegevens, in het bijzonder de eventueel
gevoelige aard ervan, alsmede met de aard en de concrete wijze van verwerking van de
betrokken gegevens, in het bijzonder het aantal personen dat toegang heeft en de wijze
waarop zij die toegang verkrijgen.”14
69. Ook relevant bij deze afweging, aldus het Hof, zijn “de redelijke verwachtingen van de
betrokkene dat zijn persoonsgegevens niet worden verwerkt wanneer hij, in de
omstandigheden van het geval, redelijkerwijs geen verdere verwerking ervan kan
verwachten.”
70. In die zin wijst de Geschillenkamer ook op overweging 47 AVG: “de belangen en de
grondrechten van de betrokkene kunnen met name zwaarder wegen dan het belang van de
verwerkingsverantwoordelijke wanneer persoonsgegevens worden verwerkt in
omstandigheden waarin de betrokkenen redelijkerwijs geen verdere verwerking
verwachten.”
12
In deze context kan het volgende als relevant worden beschouwd: de Vlaamse decreetgever acht het identificatienummer
van het Rijksregister een gegeven dat gevoelig is voor de privacy van de kiezer, waardoor het niet wordt weergegeven op de
kiezerslijst, zie Ontwerp van decreet houdende wijzigingen van het Provinciedecreet van 9 december 2005 e.a., Parl. St. Vlaams
Parlement 2016-17, nr.1128/1, 7.
13
ArrestTK v Asociatia de Proprietari bloc M5A-ScaraA, rn. 52.
14
Ibid., 57.
...
Beslissing ten gronde 39/2020- 14/23
71. De Geschillenkamer is van oordeel dat het gerechtvaardigd belang van de verweerder om
de kiezerslijst op de hiervoor beschreven wijze te wijzigen, structureren en verder
gebruiken, de afwegingstoets niet doorstaat.
72. De Geschillenkamer wijst onder meer op de aard en de concrete wijze van de verwerking
van de betrokken gegevens: gezien de verweerder en andere kandidaten van diens lokale
partij gedurende (vele) jaren verschillende schepenmandaten en het
burgemeestersmandaat opnamen, kan verwacht worden dat er kennis wordt aangewend
voor de verwerking die werd vergaard in de uitoefening van die mandaten.
73. De verweerder haalt bovendien zelf aan dat diens parate kennis van de inwoners van de
gemeente voortkomt uit zijn decennialange professionele carrière als arts, en de jarenlange
uitoefening van politieke mandaten binnen de gemeente, waaronder het mandaat als
burgemeester.
74. Het strookt niet met het beginsel van doelbinding om kennis die onder meer werd
verzameld in het kader van de uitoefening van het beroep van arts of in het kader van het
mandaat van de verweerder als burgemeester, toe te passen bij het wijzigen, structureren
en verder gebruiken van een kiezerslijst.
75. De Geschillenkamer merkt daarnaast op dat het in casu om een groot aantal betrokkenen
gaat, gezien het door de Inspectiedienst vermelde aantal inwoners van de gemeente en
gezien het aantal kiezers op de kiezerslijst die door de verweerder werd overgemaakt aan
de Inspectiedienst. In het ‘formulier voor reactie tegen voorgenomen geldboete’ vermeldt
de verweerder zelf dat de gemeente 8.074 kiezers telt, een aanzienlijk aantal betrokkenen
wiens persoonsgegevens verder werden verwerkt.
76. Het is daarnaast niet onbelangrijk vast te stellen dat de betrokkenen redelijkerwijs geen
verdere verwerking konden verwachten. 15 Zo verwijst de klager in haar klacht naar de
informatie op een website van de Vlaamse overheid, die de wetgeving inzake kiezerslijsten
en gemeenteraadsverkiezingen verduidelijkt.16 Hier kan herhaald worden dat de
kiezerslijsten op basis van de wettelijke bepalingen louter de voornaam of voornamen en
achternamen, de geboortedatum, het geslacht, de hoofdverblijfplaats en in bepaalde
gevallen de nationaliteit van kiezers vermelden.
77. De betrokkenen kunnen om die reden dan ook redelijkerwijs verwachten dat het gebruik
van die kiezerslijsten zich beperkt tot de persoonsgegevens die limitatief worden opgesomd
in de wetgeving. Rekening houdende met de wetgeving betreffende de bescherming van
persoonsgegevens is het inderdaad mogelijk om op basis van de persoonsgegevens die te
raadplegen zijn in de kiezerslijst zelf, een deel van de kiezers aan te schrijven. 17 De klager
verwachtte echter niet dat de verweerder en de andere kandidaten van diens lokale partij
15
Supra, rn. 63.
16
Beschikbaar via: https://www.vlaanderenkiest.be/faq/hoe-gaat-de-afgifte-van-kiezerslijsten-zijn-werk.
17
Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het aanschrijven van kiezers uit een bepaalde deelgemeente, van een bepaalde
leeftijd enz.
...
Beslissing ten gronde 39/2020- 15/23
nog verder haar persoonsgegevens zouden verwerken, en die persoonsgegevens op een
andere wijze zouden wijzigen, structureren en gebruiken.
78. De Geschillenkamer stelt daarenboven vast dat de verweerder opwerpt dat de gewijzigde
en gestructureerde nieuwe lijst mogelijk niet volledig overeenstemt met de werkelijkheid,
en dat mogelijk niet alle nieuwe inwoners werden aangeschreven. Omgekeerd zouden
inwoners die wel reeds hun stem uitbrachten in de gemeente bij een vorige
gemeenteraadsverkiezing, mogelijk op de lijst met nieuwe inwoners zijn beland.
79. De mogelijke onjuistheid van het persoonsgegeven ‘nieuwe inwoner’ (d.m.v. het wijzigen
en structureren van de kiezerslijst), een persoonsgegeven dat wordt aangewend om tot een
de ‘nieuwe inwonerslijst’ te komen, is geen argument dat in het voordeel speelt van een
verwerkingsverantwoordelijke, maar wijst eerder op een onbehoorlijke verwerking van
persoonsgegevens, gezien de juistheid van zulke persoonsgegevens niet kan gegarandeerd
worden. Dit kan op zich worden gezien als een inbreuk op de rechten van de betrokkenen.
Een juiste persoonsgegevensverwerking is immers een beginsel inzake de verwerking van
persoonsgegevens overeenkomstig artikel 5, lid 1, punt d) AVG. Dit sterkt de
Geschillenkamer in haar oordeel dat dat de verwerking op basis van een gerechtvaardigd
belang de afwegingstoets niet doorstaat.
4) Conclusie
80. Op basis van de doeltoets, de noodzakelijkheidstoets en de afwegingstoets, stelt de
Geschillenkamer vast dat er geen sprake kan zijn van een rechtmatige verwerking op basis
van het gerechtvaardigd belang in de zin van artikel 6, lid 1, punt f) AVG. Er is geen
rechtmatige verwerking in de zin van artikel 6, lid 1 AVG wanneer de verweerder
persoonsgegevens van betrokkenen op zodanige wijze wijzigt en structureert dat een
‘nieuwe inwonerslijst’ overblijft, waarbij die lijst wordt gebruikt voor het geïsoleerd
aanschrijven van kiezers die nieuwe inwoners van de gemeenten. Bovendien kan de
juistheid van zulke lijsten niet gegarandeerd worden.
...
Beslissing ten gronde 39/2020- 16/23
3.3. Te verstrekken informatie wanneer de persoonsgegevens niet van de
betrokkene zijn verkregen (artikel 14 AVG)
81. De Gegevensbeschermingsautoriteit heeft enkele maanden vóór de feiten (en bijhorende
verwerkingen) de wetgeving inzake persoonsgegevensbescherming in het kader van
verkiezingen verduidelijkt.18 Hierbij werd ook de nadruk gelegd op het recht van de kiezer
om transparante informatie te ontvangen van politieke partijen en kandidaten die de kiezer
op basis van gegevens uit de kiezerslijsten aanschrijven in de aanloop naar de verkiezingen,
over de manier waarop hun persoonsgegevens worden verwerkt.
82. In de juridische nota werd onder meer verduidelijkt dat ingevolge artikel 14 AVG, de kiezer
het recht heeft:
o te weten wie haar of hem aanschrijft (naam en adres van de
verwerkingsverantwoordelijke)
o voor welk doeleinde het gebruik van persoonsgegevens geschiedt ( in casu
verkiezingsdoeleinden)
o de oorsprong van zijn gegevens te kennen (in casu kiezerslijsten)19
83. De verweerder haalt aan dat de folders en enveloppen gebruikt voor het verzenden van de
brieven met verkiezingspropaganda van diens lokale partij de gegevens van de verweerder
als verwerkingsverantwoordelijke bevatten. De brief (zonder enveloppe) die aanleiding gaf
tot onderhavige klacht bevatte echter enkel de naam en contactgegevens van de lokale
partij, een feitelijke vereniging.
84. De Geschillenkamer wijst erop dat het noodzakelijk is de identificatie van de
verwerkingsverantwoordelijke aan te geven op de brief zelf, gebeurlijk onder de noemer
‘verantwoordelijke uitgever’, om verwarring met betrekking tot de
verwerkingsverantwoordelijkheid te vermijden. De Geschillenkamer stelt dan ook vast dat
de identificatie van de verwerkingsverantwoordelijke te dezen onvoldoende duidelijk was
voor de klager, wat betekent dat de verweerder een inbreuk maakt op artikel 14, lid 1, punt
a) AVG.
85. Wat betreft het doeleinde van de verwerking stelt de Geschillenkamer vast dat uit de brief –
overeenkomstig artikel 14, lid 1, punt c) AVG – voldoende duidelijk blijkt dat het
verkiezingspropaganda betreft die ertoe strekt de kiezersgunst bij de
gemeenteraadsverkiezing van 2018 te verkrijgen. Er wordt expliciet verwezen naar de
verhoopte steun voor de lokale partij “op 14 oktober” en er wordt verwezen naar de
voorgaande en komende legislatuur van het lokaal bestuur.
86. De Geschillenkamer wijst er vervolgens op dat de brief op generlei wijze vermeldt dat de
betrokkenen het recht hebben een verzoek om inzage en rectificatie van persoonsgegevens
tot de verwerkingsverantwoordelijke te richten, alsmede het recht hebben tegen de
verwerking bezwaar te maken. Daarenboven kan er ook op worden gewezen dat er dient te
worden vermeld dat de betrokkenen het recht hebben om een klacht in te dienen bij de
18
Op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit onder het themadossier ‘verkiezingen’ en meer bepaald in de reeds
vernoemde Juridische nota Gegevensbeschermingsautoriteit, Persoonsgegevens verwerken voor verkiezingsdoeleinden:
basisbeginselen om de persoonlijke levenssfeer van burgers te eerbiedigen bij het versturen van gepersonaliseerde
verkiezingspropaganda, mei 2018, beschikbaar via: https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/verkiezingen.
19
Ibid., 11.
...
Beslissing ten gronde 39/2020- 17/23
Gegevensbeschermingsautoriteit. De Geschillenkamer stelt daarom een inbreuk vast op
respectievelijk artikel 14, lid 2, punt c) en artikel 14, lid 2, punt e) AVG.
87. Daarnaast is het overeenkomstig artikel 14, lid 2, punt f) AVG ook van belang informatie
over de oorsprong van de gegevens te verstrekken aan de betrokkene wanneer de
persoonsgegevens niet bij die betrokkene verkregen zijn. Met betrekking tot dit aspect
geeft de brief aan dat de gegevens werden gevonden op “de kieslijst”. Hoewel de term niet
volledig correct is, stelt de Geschillenkamer vast dat het voldoende duidelijk is dat bepaalde
gegevens van een kiezerslijst kwamen, zoals geregeld door het Lokaal Kiesdecreet.
88. Er wordt daarentegen niet vermeld in de litigieuze brief dat de kiezerslijst verder werd
gewijzigd en gestructureerd zodat een lijst met nieuwe inwoners overbleef, en dat hiervoor
kennis werd aangewend die werd vergaard voor andere doeleinden. Ook de verwerking van
de persoonsgegevens van de kiezerslijst uit 2012 bleef onvermeld. Die aspecten zijn
nochtans primordiaal om voldoende geïnformeerd te zijn over de ‘oorsprong’ van de
persoonsgegevens.20
89. Hoewel de verweerder formeel is dat er “geen gebruik gemaakt [werd] van allerlei
algoritmes in EXCEL” , heeft de gebrekkige informatie in de brief en de hiernavolgende
openbare communicatie op Facebook ertoe geleid dat de klager zich terecht zorgen maakte
over de wijze waarop de persoonsgegevens werden verkregen en verder verwerkt. De
Geschillenkamer is daarom van oordeel dat de oorsprong van de persoonsgegevens
onvoldoende duidelijk is voor de betrokkenen en dat de verweerder hierdoor een inbreuk
pleegt op artikel 14, lid 2, punt f) AVG.
90. Voor de volledigheid kan worden vermeld dat de verweerder zelf erkent dat “de verweerder
informatie ten aanzien van de betrokkenen (recht op bezwaar) diende te verlenen om de
behoorlijkheid en transparantie te waarborgen. Verweerder neemt dit mee als les naar de
toekomst toe, dat betrokkenen altijd dienen te worden gewezen op hun rechten.”
91. De in artikel 14, lid 1, punt c), d) en e) en in artikel 14, lid 2, punt a), b), d), g) AVG
bedoelde informatie dienen door de verweerder niet te worden vermeld binnen de
voorliggende feitencontext, en meer bepaald die van verkiezingspropaganda op basis van
kiezerslijsten. Overeenkomstig artikel 14, lid 5, punt c) AVG moet informatie in artikel 14,
lid 1 en artikel 14, lid 2 AVG niet worden vermeld wanneer het verkrijgen of verstrekken
van de gegevens uitdrukkelijk is voorgeschreven in het lidstatelijk recht.
92. In het Lokaal Kiesdecreet wordt namelijk voldoende duidelijk gemaakt:
o wat de rechtsgrondslag voor de verwerking van persoonsgegevens via kiezerslijsten
is (het belang van de kandidaat voor het gebruik van de kiezerslijst wordt – gelezen
met het doeleinde – wettelijk vastgelegd);
o wat de betrokken categorieën van persoonsgegevens zijn (de inhoud van de
kiezerslijst);
20
Uit de stukken aangeleverd door de klager, blijkt duidelijk waarom het belangrijk is ook die informatie te verschaffen. De
klager haalt onder meer aan dat er in de kiezerslijst te weinig parameters beschikbaar waren om haar als nieuwe inwoner te
beschouwen. De achterdocht van de klager wordt daarnaast nog aangedikt wanneer zij op Facebook een commentaar van een
kandidaat van de lokale partij leest die stelt dat er bepaalde lijsten werden “uitgefilterd” in Excel.
...
Beslissing ten gronde 39/2020- 18/23
o wie de ontvangers of de categorieën van ontvangers van de persoonsgegevens zijn
(verkiesbare kandidaten bij de specifieke gemeenteraadsverkiezing);
o gedurende welke periode de persoonsgegevens zullen worden opgeslagen ( i.c. enkel
in het kader van de instelling, uitoefening of onderbouwing van een
rechtsvordering);
o wat, zoals in onderhavig geval, de gerechtvaardigde belangen van de
verwerkingsverantwoordelijke zijn (een belang dat werd erkend door de
kieswetgeving, cfr.supra, rn. 55-58);
o waarom de verwerking niet op toestemming kan berusten (het opvragen van
kiezerslijsten is decretaal geregeld en het gebruik ervan behoeft geen
toestemming);
o dat er op basis van de vastgestelde bepalingen en gebruiksaanwijzingen geen
sprake kan zijn van geautomatiseerde besluitvorming. 21
93. Artikel 14, lid 1, punt f) AVG is niet van toepassing, gezien er geen sprake is van een
internationale doorgifte op enige manier omschreven in die bepaling.
94. Al het bovenstaande in acht genomen, stelt de Geschillenkamer een inbreuk vast op artikel
14 AVG. Er wordt meer bepaald onvoldoende, onduidelijke of geen informatie verschaft
overeenkomstig artikel 14, lid 1, punt a) AVG en artikel 14, lid 2, punt c), punt e) en punt f)
AVG.
21
zie Artikel 29 Werkgroep, Guidelines on transparancy under Regulation 2016/679, laatste aangenomen versie: 11 april 2018
(WP260 rev.01), beschikbaar via: https://ec.europa.eu/newsroom/article29/item-detail.cfm?item_id=622227, 27-33.
...
Beslissing ten gronde 39/2020- 19/23
3.4. Vastellingen buiten de scope in het verslag van de Inspectiedienst: de
afwezigheid van een privacyverklaring (artikel 12, j° 14 AVG)
95. De informatieplicht in de zin van de AVG houdt in dat de verwerkingsverantwoordelijke
informatie dient te verschaffen aan betrokkenen in de zin van artikel 12 j° 14 AVG.
Dit gebeurt veelal op exhaustieve wijze middels een publiek beschikbare privacyverklaring,
alhoewel het verstrekken van de informatie ook naar eigen invulling kan gebeuren.22 Het
dient te worden onderstreept dat het Europees Comité voor Gegevensbescherming de
aanbeveling van de Artikel 29 Werkgroep heeft overgenomen waarin wordt gesteld dat de
informatieverstrekking best op “één plaats” of in “één document” ter beschikking wordt
gesteld.23
96. De verweerder erkent dat zijn lokale partij geen publieke privacyverklaring heeft, maar stelt
dat dit intussen werd rechtgezet. Bij haar conclusie voegt zij als bijlage een stuk dat
aantoont dat er na de vaststellingen door de Inspectiedienst stappen zijn ondernomen om
een privacyverklaring op te stellen.
97. De Geschillenkamer is van oordeel dat de gebrekkige aanwezigheid van informatie in de zin
van artikel 12 j° 14 AVG, onder meer door een volledige afwezigheid van een publieke
privacyverklaring, een inbreuk uitmaakt op die bepalingen. De Geschillenkamer neemt akte
van de stappen die de verweerder en diens lokale partij intussen hebben genomen om een
publieke privacyverklaring op hun website te voorzien.
22
Voor de volledigheid stipt de Geschillenkamer aan dat dit niet hetzelfde is als een privacybeleid, voor een informele
vergelijking, zie i.a.: Considerati, “Wat is het verschil tussen een privacyverklaring en een privacybeleid onder de AVG?”,
beschikbaar via: https://www.considerati.com/nl/kennisbank/wat-is-het-verschil-tussen-een-privacyverklaring-en-een-
privacybeleid-onder-de-avg.html.
23
Artikel 29 Werkgroep, Guidelines on transparancy under Regulation 2016/679, laatste aangenomen versie: 11 april 2018
(WP260 rev.01), beschikbaar via: https://ec.europa.eu/newsroom/article29/item-detail.cfm?item_id=622227, 18.
...
Beslissing ten gronde 39/2020- 20/23
3.5. De vastgestelde inbreuken op de AVG en de sanctionering (artikel 58 en 83
AVG; artikel 100 e.v. WOG)
98. De Geschillenkamer acht inbreuken op de volgende bepalingen door de verweerder bewezen:
a. artikelen 5 en 6 AVG, gezien de verwerking van persoonsgegevens niet op een
rechtmatige wijze plaatsvindt, wanneer de verweerder een kiezerslijst gebruikt buiten
de periode waarbinnen dit werd toegestaan, wat niet overeenstemt met het wettelijk
vastgestelde doeleinde van die lijst (een specifieke verkiezing). Daarnaast is er ook
geen rechtmatige verwerking van de persoonsgegevens op een kiezerslijst wanneer
de verweerder diens kennis uit een andere professionele of politiek-maatschappelijke
hoedanigheid aanwendt om een kiezerslijst op zodanige wijze te wijzigen en
structureren zodat een lijst van nieuwe inwoners wordt samengesteld;
b. artikel 14 AVG, gezien er onvoldoende, onduidelijke of geen informatie verschaft
wordt aan de betrokkene wanneer de persoonsgegevens niet bij hen zijn verkregen,
zoals vereist onder artikel 14, lid 1, punt a) AVG en artikel 14, lid 2, punt c), punt e)
en punt f) AVG;
c. artikel 12 j° artikel 14 AVG, gezien de verweerder en diens lokale partij op geen
enkele manier transparante informatie verschaften aan betrokkenen over de
verwerking van de persoonsgegevens van de betrokkenen en het uitoefenen van de
rechten van betrokkenen, bijvoorbeeld middels een privacyverklaring.
99. De Geschillenkamer heeft reeds de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens
behandeld in eerdere zaken, en met name Beslissingen 04/2019, 10/2019, 11/2019 en het
meest recent in beslissing 30/2020.
In elk van die zaken, is de Geschillenkamer overgegaan tot het opleggen van een
administratieve geldboete, meer bepaald voor het niet naleven van het principe van de
doelbinding, vastgelegd in artikel 5, lid 1, punt b) AVG.
100. De Geschillenkamer is van oordeel dat omwille van de voorgaand gemotiveerde
inbreuken, een administratieve geldboete in de zin van artikel 100, §1, 13° j° artikel 101
WOG, alsook artikel 83 AVG, gerechtvaardigd is, en houdt hierbij rekening met de volgende
elementen.
101. Rekening houdend met artikel 83 AVG en de rechtspraak van het Marktenhof,
motiveert de Geschillenkamer het opleggen van een administratieve sanctie in concreto:
a) De ernst van de inbreuk
102. Uit de voorgaande motivering blijkt de ernst van de inbreuk. Inbreuken op de
basisbeginselen in artikelen 5 en 6 AVG geven aanleiding tot de hoogste geldboeten in artikel
83, lid 5 AVG.
Ook wat betreft de inbreuken op artikel 14 AVG inzake transparantie en informatie over de
persoonsgegevens merkt de Geschillenkamer op dat de gebrekkige informatie in een brief
aan de betrokkenen wijst op de ernst van de inbreuken.
Bij inbreuken op die rechten van betrokkenen worden ook de hoogste geldboeten opgelegd
ingevolge artikel 83, lid 5 AVG.
...
Beslissing ten gronde 39/2020- 21/23
b) de mate waarin de verwerkingsverantwoordelijke technische of organisatorische
maatregelen heeft genomen
103. Er kan hier worden gewezen op het feit dat de verweerder al vele jaren actief is in de
gemeentepolitiek en dat de relevante bepalingen in de kieswetgeving afdoende gekend
dienden te zijn.
104. Toch blijkt dat de verweerder zijn taak als verwerkingsverantwoordelijke niet gedegen
uitvoert, wanneer uit de vaststellingen van de Inspectiedienst blijkt dat geen of onvoldoende
technische en organisatorische maatregelen zijn genomen teneinde te voldoen aan de
verplichtingen onder de AVG. Zo gaat de verweerder niet alleen onvoldoende nauwkeurig
tewerk bij het verwerken van persoonsgegevens, maar verschaft hij ook onvoldoende
informatie aan en biedt hij onvoldoende transparantie ten opzichte van betrokkenen.
c) De duur van de inbreuk:
105. Gezien de bijzonderheid van de verwerking van de persoonsgegevens in functie van (de
voorbereiding op) het uitsturen van verkiezingspropaganda in aanloop van de
gemeenteraadsverkiezing van 2018,24 heeft de verwerking slechts binnen een korte
tijdsperiode plaatsgevonden. Toch dient er op te worden gewezen dat de kiezerslijst van een
vorige gemeenteraadsverkiezing, in 2012, nog steeds werd gebruikt om een wijziging en
structurering van de kiezerslijst in 2018 door te voeren (supra, 3.2., onderdeel a).
106. Nochtans stelt de wetgeving in het Lokaal Kiesdecreet dat de kiezerslijst enkel mag worden
gebruikt tot de datum van de verkiezing waarvoor de kiezerslijst dient; om die reden is de
verwerking van de persoonsgegevens van een kiezerslijst voor een verkiezing in 2012 niet
mogelijk voor een verkiezing in 2018. Voor wat betreft het gebrek aan transparantie en
informatie, kan er op worden gewezen dat de verweerder wachtte tot na het overmaken van
het verslag van de Inspectiedienst om de nodige maatregelen te nemen om de verwerkingen
in overeenstemming te brengen met de bepalingen van de AVG.
d) De nodige afschrikwekkende werking om verdere inbreuken te voorkomen:
107. Gezien uit de verschillende vaststellingen blijkt dat de verweerder aanzienlijk nalatig
voorkomt in het naleven van de grondrechten inzake de bescherming van de persoonlijke
levenssfeer en in het bijzonder de bepalingen van de AVG, acht de Geschillenkamer een
administratieve geldboete aan de orde, teneinde de ernstige nalatigheden te onderstrepen
en sanctioneren, en als dusdanig een afschrikwekkend effect te creëren.
108. In het ‘formulier voor reactie tegen voorgenomen geldboete’ haalt de verweerder aan dat
de uitgaven van de partij beperkt zijn. Hij legt hiervoor ook de nodige bewijsstukken voor.
De verweerder stelt dat, gezien de verwerkingen plaatsvonden in het kader van een lokale
verkiezingscampagne, een voorgenomen boete van 5.000 EUR onevenredig zou zijn. De
Geschillenkamer neemt deze nieuwe elementen mee in haar beraadslaging en beslist
dientengevolge het bedrag van de boete te verlagen, gezien een bedrag van 3.000 EUR,
rekening houdend met de nieuw aangedragen omstandigheden van het geval, voldoende
afschrikwekkend is om verdere inbreuken te voorkomen. De Geschillenkamer wijst er wel op
24
Per definitie gaat het dus enkel om de periode tussen het verkrijgen van de kiezerslijst en de datum van de verkiezing.
...
Beslissing ten gronde 39/2020- 22/23
dat, gezien de lokale partij een feitelijke vereniging uitmaakt, de beslissing enkel wordt
genomen in hoofde van de verweerder als fysieke persoon, en de uitgaven van de partij
enkel als feitelijk element worden meegenomen in de beoordeling.
109. De Geschillenkamer wijst erop dat de andere criteria van artikel 83, lid 2 AVG in dit geval
niet van aard zijn dat zij leiden tot andere sancties of maatregelen dan die welke de
Geschillenkamer in het kader van deze beslissing heeft vastgesteld.
110. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de
Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit, waarbij de directe identificatiegegevens van de genoemde
partijen en natuurlijke personen zullen worden verwijderd.
3.6. De waarborgen voor het correcte verloop van de procedure bij de
behandeling ten gronde voor de Geschillenkamer
111. De Geschillenkamer merkt voor de volledigheid op dat, zoals de klager aanhaalt, de
verweerder zijn conclusie met verweermiddelen binnen de voorziene termijn neerlegde bij
de griffie van de Geschillenkamer, doch niet gelijktijdig heeft overgemaakt aan de andere
partij, zoals expliciet gevraagd door de Geschillenkamer in haar brief van 25 september 2019.
112. Gezien de klager zich niet heeft verzet tegen het in overweging nemen van het stuk met de
conclusie van de verweerder, en de klager aangeeft zich voldoende gehoord te voelen, en
teneinde alle relevante elementen in de beraadslaging van de Geschillenkamer te kunnen
meenemen, heeft de Geschillenkamer besloten de conclusie met verweermiddelen van de
verweerder niet te weren uit de procedure.
...
Beslissing ten gronde 39/2020- 23/23
OM DEZE REDENEN,
beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, na beraadslaging, om
- de verweerder overeenkomstig artikel 58, lid 2, punt b) AVG en artikel 100, §1, 5°
WOG te berispen omwille van de onrechtmatige verwerking van de persoonsgegevens
door het creëren van een ‘nieuwe inwonerslijst’ in de zin van artikel 6, lid 1 AVG, door het
onrechtmatig raadplegen en vergelijken van persoonsgegevens uit een oude kiezerslijst
uit 2012 enerzijds, en door het onrechtmatig structureren, wijzigen en gebruiken van de
persoonsgegevens van een kiezerslijst uit 2018 anderzijds;
- de verweerder overeenkomstig artikel 58, lid 2, b) punt AVG en artikel 100, §1, 5°
WOG te berispen omwille van de gebrekkige informatie die zij aan de betrokkenen zoals
de klager heeft verschaft overeenkomstig artikel 12 en artikel 14 AVG bij het verzenden
van een brief met verkiezingspropaganda, gezien de persoonsgegevens niet van de
betrokkenen werden verkregen;
- de verweerder overeenkomstig artikel 58, lid 2, punt i) AVG, artikel 83 AVG en
artikel 100, §1, 13° WOG een administratieve geldboete van 3.000 EUR op te leggen
gezien de gemotiveerde inbreuken op artikelen 5, 6, 12 en 14 AVG.
Tegen deze beslissing kan op grond van art. 108, §1 WOG, beroep worden aangetekend binnen een
termijn van dertig dagen, vanaf de kennisgeving, bij het Marktenhof, met de
Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder.
(Get.) Hielke Hijmans
Voorzitter van de Geschillenkamer