STAATSCOURANT
Nr. 11739
3 mei
2022
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
Besluit inzake de verklaring omtrent gedragscode Slim Netbeheer van
Vereniging Netbeheer Nederland; z2021-00382
1 Inleiding: aanleiding en aanvraag goedkeuring
1 Op 22 januari 2021 heeft Vereniging Netbeheer Nederland (hierna: Netbeheer Nederland) de
Autoriteit Persoonsgegevens (AP) verzocht om de gedragscode Slim Netbeheer (hierna: de
Gedragscode) goed te keuren op grond van artikel 40, vijfde lid, van de Algemene Verordening
Gegevensbescherming (AVG). Deze aanvraag is bij de AP bekend onder z2021-00382 onder de
naam ‘Slim Netbeheer (gedragscode)’. Bij brief van 4 januari 2022 heeft Netbeheer Nederland een
aangepaste versie van de Gedragscode ingediend, en deze versie is door de AP getoetst.
2 Ingevolge artikel 40, vijfde lid, AVG brengt de AP advies uit over de vraag of de Gedragscode
strookt met de AVG, en keurt de AP de Gedragscode goed indien zij van oordeel is dat de
Gedragscode voldoende passende waarborgen biedt.
3 In het navolgende concludeert de AP dat de Gedragscode strookt met de AVG en voldoende
passende waarborgen biedt, en is de AP voornemens de Gedragscode goed te keuren. Aan de
voorgenomen goedkeuring is de opschortende voorwaarde verbonden dat binnen twee jaar na de
datum van bekendmaking van het definitieve besluit inzake de verklaring omtrent de Gedragscode
in de Staatscourant: er een orgaan is dat het toezicht uitoefent op de naleving van de Gedragscode
zoals bedoeld in artikel 40, vierde lid, AVG, en dat dit orgaan door de AP is geaccrediteerd zoals
bedoeld in artikel 41, eerste lid, AVG.
2 Procedureverloop
4 In de periode van 21 juli 2020 tot 15 januari 2021 is er informeel overleg geweest tussen Netbeheer
Nederland en de AP over de gedragscode.
5 Bij brief van 22 januari 2021 heeft Netbeheer Nederland de aanvraag ingediend tot goedkeuring
van de gedragscode. Bij brief van 5 februari 2021 heeft de AP de ontvangst bevestigd van de
aanvraag, en bij brief van 3 maart 2021 heeft de AP aan Netbeheer Nederland laten weten de
aanvraag in behandeling te hebben genomen.
6 Bij brief van 13 april 2021 heeft de AP aan Netbeheer Nederland gevraagd om de Gedragscode op
een aantal punten nader in te vullen dan wel te verduidelijken, en heeft de AP de behandeling van
de aanvraag opgeschort tot de datum waarop de gevraagde informatie is verstrekt of de daarvoor
gestelde termijn ongebruikt is verstreken.
7 Bij brief van 11 mei 2021 heeft Netbeheer Nederland een herziene versie van de Gedragscode
toegestuurd aan de AP. In de begeleidende brief gaat Netbeheer Nederland inhoudelijk in op de
brief van de AP van 13 april 2021. Bij brief van 3 juni 2021 heeft de AP de ontvangst van deze brief
bevestigd, en heeft de AP bevestigd dat de opschorting van de behandeling van de aanvraag is
beëindigd per 11 mei 2021.
8 Naar aanleiding van de brief van Netbeheer Nederland van 11 mei 2021 heeft de AP bij brief van
23 juni 2021 aan Netbeheer Nederland gevraagd om de Gedragscode op twee punten nader in te
vullen dan wel te verduidelijken. Daarbij heeft de AP de behandeling van de aanvraag opgeschort
tot de datum waarop de gevraagde informatie is verstrekt of de daarvoor gestelde termijn
ongebruikt is verstreken.
9 Bij brief van 7 juli 2021 heeft Netbeheer Nederland opnieuw een herziene versie van de Gedrags-
code toegestuurd aan de AP. Bij brief van 14 juli 2021 heeft de AP de ontvangst van deze brief
bevestigd, en heeft de AP bevestigd dat de opschorting van de behandeling van de aanvraag is
beëindigd per 7 juli 2021.
10 Na een digitaal overleg op 18 november 2021 heeft de AP u op 24 november 2021 per mail
verzocht om aanpassing van de gedragscode op een aantal punten.
11 Bij brief van 3 december 2021 heeft u de AP uw reactie gestuurd en aan aangepaste Gedragscode
aangeleverd. De ontvangst daarvan is per mail op 6 december 2021 bevestigd.
12 Op 17 december 2021 heeft de AP u opnieuw per mail verzocht om de Gedragscode op een aantal
punten aan te passen of te verduidelijken.
13 Bij brief van 4 januari 2022 heeft Netbeheer Nederland een herziene versie van de Gedragscode
toegestuurd aan de AP. De ontvangst daarvan is bij brief van 11 januari 2022 door de AP bevestigd.
14 Bij brief van 3 februari 2022 heeft de AP Netbeheer Nederland het ontwerpbesluit toegestuurd
inzake de verklaring omtrent de Gedragscode.
15 Vanaf 14 februari 2022 heeft het ontwerpbesluit inzake de verklaring omtrent de Gedragscode met
de onderliggende stukken zes weken ter inzage gelezen bij de AP, Bezuidenhoutseweg 30 in Den
Haag. Binnen deze periode heeft de AP geen zienswijzen ontvangen.
1 Staatscourant 2022 nr. 11739 3 mei 2022
3 Beoogde toepassing van de Gedragscode
16 Netbeheer Nederland geeft aan dat de Gedragscode een nadere uitwerking vormt van de
verplichtingen van netbeheerders op grond van artikel 6, eerste lid onder e, artikel 35 AVG en
artikel 36 AVG bij het verwerken van meetgegevens uit de slimme meter voor netbeheerdoelein-
den zoals die volgen uit de bepalingen in de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet. Verder geeft
Netbeheer Nederland aan dat de Gedragscode de netbeheerders verplicht tot gezamenlijke
uniforme en eenduidige informatievoorziening aan de betrokkenen, en dat de Gedragscode
daarmee voor dat gedeelte nadere invulling geeft aan artikel 12 AVG. De Gedragscode is uitslui-
tend van toepassing op verwerkingen in Nederland.
17 De Gedragscode is uitsluitend bestemd voor de leden van Netbeheer Nederland. Netbeheer
Nederland is de branchevereniging van alle elektriciteit- en gasnetbeheerders van Nederland. Alle
netbeheerders in Nederland zijn lid van de branchevereniging en zijn aangesloten bij de Gedrags-
code.
4 Wettelijk kader
4.1 Doelstellingen van gedragscodes
Overweging 98 AVG stelt: ‘Verenigingen en andere organen die categorieën van de verwerkingsver-
antwoordelijken of verwerkers vertegenwoordigen, dienen te worden aangemoedigd om binnen de
grenzen van deze verordening gedragscodes op te stellen, teneinde de doeltreffende uitvoering van
deze verordening te bevorderen, rekening houdend met het specifieke karakter van de verwerkingen
in sommige sectoren en de specifieke behoeften van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen.
Deze gedragscodes zouden met name het ijkpunt kunnen zijn voor de verplichtingen van verwerkings-
verantwoordelijken en verwerkers, rekening houdend met de aan de verwerking verbonden risico’s
voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen.’
Artikel 40, eerste lid, AVG bepaalt: ‘De lidstaten, de toezichthoudende autoriteiten, het Comité en de
Commissie bevorderen de opstelling van gedragscodes die, met inachtneming van de specifieke
kenmerken van de diverse gegevensverwerkingssectoren en de specifieke behoeften van kleine,
middelgrote en micro-ondernemingen, moeten bijdragen tot de juiste toepassing van deze verorde-
ning.’
Artikel 40, tweede lid, AVG bepaalt: ‘Verenigingen en andere organen die categorieën van verwer-
kingsverantwoordelijken of verwerkers vertegenwoordigen, kunnen gedragscodes opstellen, of die
codes wijzigen of uitbreiden, teneinde de toepassing van deze verordening nader toe te lichten, zoals
met betrekking tot:
a) behoorlijke en transparante verwerking;
b) de gerechtvaardigde belangen die door verwerkingsverantwoordelijken in een specifieke context
worden behartigd;
c) de verzameling van gegevens;
d) de pseudonimisering van persoonsgegevens;
e) de aan het publiek en betrokkenen verstrekte informatie;
f) de uitoefening van de rechten van betrokkenen;
g) de informatie verstrekt aan en de bescherming van kinderen en de wijze waarop de toestemming
wordt verkregen van de personen die de ouderlijke verantwoordelijkheid voor kinderen dragen;
h) de maatregelen en procedures als bedoeld in de artikelen 24 en 25 en de maatregelen ter
beveiliging van de verwerking als bedoeld in artikel 32;
i) de kennisgeving van inbreuken in verband met persoonsgegevens aan toezichthoudende
autoriteiten en de mededeling van die inbreuken in verband met persoonsgegevens aan betrokke-
nen;
j) de doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen of internationale organisaties; of
k) buitengerechtelijke procedures en andere procedures voor de beslechting van geschillen tussen
verwerkingsverantwoordelijken en betrokkenen met betrekking tot verwerking, onverminderd de
rechten van betrokkenen op grond van de artikelen 77 en 79.’
4.2 Totstandkoming van gedragscodes
Overweging 99 AVG stelt: ‘Bij de opstelling van een gedragscode, of bij wijziging of uitbreiding van
een dergelijke code, moeten verenigingen en andere organen die categorieën van verwerkingsverant-
woordelijken of verwerkers vertegenwoordigen, overleg plegen met de belanghebbenden ter zake,
waaronder waar mogelijk met betrokkenen, en rekening houden met bijdragen en standpunten naar
aanleiding van dit overleg.’
2 Staatscourant 2022 nr. 11739 3 mei 2022
4.3 Goedkeuring van gedragscodes
4.3.1 Algemeen
Artikel 40, vijfde lid, AVG bepaalt: ‘De in lid 2 van dit artikel bedoelde verenigingen en andere organen
die voornemens zijn een gedragscode op te stellen of een bestaande gedragscode te wijzigen of uit te
breiden, leggen de ontwerpgedragscode, de wijziging of uitbreiding voor aan de overeenkomstig
artikel 51 bevoegde toezichthoudende autoriteit. De toezichthoudende autoriteit brengt advies uit over
de vraag of de ontwerpgedragscode, de wijziging of uitbreiding strookt met deze verordening, en
keurt deze ontwerpgedragscode, die wijziging of uitbreiding goed indien zij van oordeel is dat de code
voldoende passende waarborgen biedt.’
Artikel 58, derde lid, AVG bepaalt: ‘Elke toezichthoudende autoriteit heeft alle autorisatie- en adviesbe-
voegdheden om:
[{]
d) overeenkomstig artikel 40, lid 5, advies uit te brengen over en goedkeuring te hechten aan de
ontwerpgedragscodes;
Artikel 14, tweede lid, Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG) bepaalt:
‘Op de voorbereiding van een besluit omtrent goedkeuring van een gedragscode, dan wel de wijziging
of uitbreiding daarvan, als bedoeld in artikel 40, vijfde lid, van de verordening is afdeling 3.4 van de
Algemene wet bestuursrecht van toepassing.’
4.3.2 Gedragscodes die betrekking hebben op verwerkingsactiviteiten in één lidstaat
Artikel 40, zesde lid, AVG bepaalt: ‘Wanneer de ontwerpgedragscode, de wijziging of uitbreiding wordt
goedgekeurd overeenkomstig lid 5, en indien de gedragscode in kwestie geen betrekking heeft op
verwerkingsactiviteiten in verschillende lidstaten, registreert de toezichthoudende autoriteit de
gedragscode en maakt zij deze bekend.’
4.4 Toepassing van goedgekeurde gedragscodes
Artikel 24, derde lid, AVG bepaalt: ‘Het aansluiten bij goedgekeurde gedragscodes als bedoeld in
artikel 40 [{] kan worden gebruikt als element om aan te tonen dat de verplichtingen van de verwer-
kingsverantwoordelijke zijn nagekomen.’
Artikel 28, vijfde lid, AVG bepaalt: ‘Het aansluiten bij een goedgekeurde gedragscode als bedoeld in
artikel 40 [{] kan worden gebruikt als element om aan te tonen dat voldoende garanties als bedoeld in
de leden 1 en 4 van dit artikel worden geboden.’
Artikel 32, derde lid, AVG bepaalt: ‘Het aansluiten bij een goedgekeurde gedragscode als bedoeld in
artikel 40 [{] kan worden gebruikt als element om aan te tonen dat dat de in lid 1 van dit artikel
bedoelde vereisten worden nageleefd.’
Artikel 40, derde lid, AVG bepaalt: ‘Behalve door verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers die
onder deze verordening vallen, kan bij overeenkomstig lid 5 van dit artikel goedgekeurde gedragsco-
des die overeenkomstig lid 9 van dit artikel algemeen geldig zijn verklaard, eveneens worden
aangesloten door verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers die overeenkomstig artikel 3 niet
onder deze verordening vallen, om te voorzien in passende waarborgen voor doorgifte van persoons-
gegevens naar derde landen of internationale organisaties onder de voorwaarden als bedoeld in
artikel 46, lid 2, punt e). Die verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers doen, via contractuele of
andere juridisch bindende instrumenten, bindende en afdwingbare toezeggingen om die passende
waarborgen toe te passen, ook wat betreft de rechten van de betrokkenen.’
4.5 Mechanismen in gedragscodes t.b.v. toezicht op de naleving
Artikel 40, vierde lid, AVG bepaalt: ‘Een in lid 2 van dit artikel bedoelde gedragscode bevat mechanis-
men die het in artikel 41, lid 1, bedoelde orgaan in staat stellen het verplichte toezicht uit te oefenen
op de naleving van de bepalingen van de code door de verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers
die zich tot toepassing ervan verbinden, onverminderd de taken en bevoegdheden van de overeen-
komstig artikel 55 of 56 bevoegde toezichthoudende autoriteiten.’
4.6 Toezicht op naleving van gedragscodes door een toezichthoudend orgaan
Artikel 41, eerste lid, AVG bepaalt: ‘Onverminderd de taken en bevoegdheden van de bevoegde
toezichthoudende autoriteit uit hoofde van de artikelen 57 en 58, kan het op grond van artikel 40
3 Staatscourant 2022 nr. 11739 3 mei 2022
uitgevoerde toezicht op de naleving van een gedragscode worden uitgeoefend door een orgaan dat
over de passende deskundigheid met betrekking tot het onderwerp van de gedragscode beschikt en
daartoe door de bevoegde toezichthoudende autoriteit is geaccrediteerd.’
Artikel 41, tweede lid, AVG bepaalt: ‘Een orgaan als bedoeld in lid 1 kan daartoe worden geaccredi-
teerd om toezicht te houden op de naleving van een gedragscode indien het:
a) ten genoegen van de bevoegde toezichthoudende autoriteit zijn onafhankelijkheid en deskundig-
heid met betrekking tot het onderwerp van de gedragscode heeft aangetoond;
b) procedures heeft vastgesteld op grond waarvan het kan beoordelen of de betrokken verwerkings-
verantwoordelijken en verwerkers in aanmerking komen om de gedragscode toe te passen,
toezicht kan houden op de naleving van de bepalingen van de gedragscode door deze laatsten en
het de werking van de gedragscode op gezette tijden kan toetsen;
c) procedures en structuren heeft vastgesteld om klachten te behandelen over inbreuken op de
gedragscode of over de wijze waarop daaraan uitvoering is of wordt gegeven door een verwer-
kingsverantwoordelijke of verwerker, en om die procedures en structuren voor betrokkenen en het
publiek transparant te maken; en
d) ten genoegen van de bevoegde toezichthoudende autoriteit aantoont dat zijn taken en bevoegdhe-
den niet tot een belangenconflict leiden.’
Artikel 41, zesde lid, AVG bepaalt: ‘Dit artikel geldt niet voor de verwerking door overheidsinstanties en
-organen.’
5 Beoordeling van de Gedragscode
18 Op grond van artikel 58, derde lid onder d, AVG wordt de Gedragscode beoordeeld. De beoorde-
ling is gebaseerd op de aanvraag tot goedkeuring, de gevoerde correspondentie1 en de Gedrags-
code2.
19 Het Comité heeft richtsnoeren uitgebracht voor gedragscodes en toezichthoudende organen onder
de AVG (de richtsnoeren).3 De beoordeling vindt mede plaats aan de hand van deze richtsnoeren.
20 De beoordeling wordt als volgt vorm gegeven: allereerst wordt ingegaan op de ontvankelijkheid
van het verzoek tot goedkeuring van de Gedragscode (paragraaf 5.1). Vervolgens wordt de
Gedragscode inhoudelijk beoordeeld (paragraaf 5.2). Tot slot wordt de conclusie op grond van de
inhoudelijke beoordeling weergegeven (paragraaf 5.3).
5.1 Ontvankelijkheid van het verzoek
5.1.1 Representativiteit van de indiener van de gedragscode Paragraaf 5.2 van de
richtsnoeren.
21 Netbeheer Nederland is de branchevereniging van alle elektriciteit- en gasnetbeheerders van
Nederland. Alle netbeheerders in Nederland zijn lid van deze branchevereniging. Netbeheer
Nederland geeft aan dat ze als branchevereniging de samenwerking tussen netbeheerders
bevordert en binnen Nederland en Europa overlegt met overheden, marktpartijen en maatschap-
pelijke partners over de bijdragen van netbeheerders aan de ontwikkeling van de gas- en elektrici-
teitsmarkt en de transitie naar een duurzame energie.
22 De AP is van oordeel dat Netbeheer Nederland kan worden aangemerkt als voldoende representa-
tief voor de sector.
5.1.2 Overleg met belanghebbenden bij het opstellen van de gedragscode Paragraaf 5.8 van
de richtsnoeren.
23 Netbeheer Nederland geeft aan dat overleg heeft plaatsgevonden met Vereniging Eigen Huis en de
Consumentenbond als vertegenwoordigers van de betrokkenen. In de gesprekken heeft Netbeheer
Nederland geconstateerd dat de rol van de netbeheerders voor de betrokkenen nog niet helder is,
en dat het voor de betrokkenen van belang is dat netbeheerders meer en duidelijker uitleg geven
waarom het gebruik van data en persoonsgegevens essentieel is voor het netbeheer. Dit heeft
geleid tot het uitwerken van de voor netbeheerders geldende informatieverplichtingen in de
Gedragscode. Verder geeft Netbeheer Nederland aan dat er overleg is geweest met het Ministerie
van Economische Zaken en Klimaat (EZK) om te borgen dat de Gedragscode consistent is met de
1
Zie voor contactmomenten paragraaf 2 ‘Procedureverloop’.
2
Bij brief van 4 januari 2022 heeft Netbeheer Nederland een aangepaste versie van de gedragscode Slim Netbeheer ingediend, en
deze versie is door de AP getoetst.
3
European Data Protection Board, Guidelines 1/2019 on Codes of Conduct and Monitoring Bodies under Regulation 2016/679,
Version 2.0, 4 June 2019.
4 Staatscourant 2022 nr. 11739 3 mei 2022
nieuwe energiewetgeving. Ook is er overleg gevoerd met de Autoriteit Consument en Markt (ACM)
over eventuele raakvlakken van de Gedragscode met het toezicht door ACM. Het overleg met EZK
en ACM heeft niet geleid tot aanpassingen in de Gedragscode.
24 De AP is van oordeel dat Netbeheer Nederland bij het opstellen van de Gedragscode voldoende
heeft overlegd met belanghebbenden, en acht het aannemelijk dat Netbeheer Nederland vol-
doende rekening heeft gehouden met de bijdragen en standpunten naar aanleiding van dit
overleg.
5.1.3 Nationale wetgeving Paragraaf 5.9 van de richtsnoeren.
25 Netbeheer Nederland geeft aan dat met de Gedragscode een nadere uitwerking wordt gegeven
aan de verplichtingen die voor de netbeheerders gelden op grond van de AVG in ogenschouw
nemende de overige taken en verplichtingen die vanuit andere sectorspecifieke wetgeving op hen
rusten. De Gedragscode ziet op het gebruik van meetgegevens voor netbeheerdoeleinden zoals
gedefinieerd in de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet. De overheid werkt aan een wetsvoorstel
voor de Nieuwe Energiewet waarmee wordt beoogd de huidige Elektriciteitswet 1998 en de
Gaswet te vervangen. De nieuwe Energiewet zou meer duidelijkheid moeten verstrekken over de
wettelijke verplichtingen die voor netbeheerders gelden ten aanzien van het gebruik van persoons-
gegevens, aldus Netbeheer Nederland. Netbeheer Nederland heeft toegelicht dat hetgeen bepaald
is in de Gedragscode mogelijk in de toekomst door de nieuwe Energiewet en daaruit voortvloei-
ende regelgeving anders kan worden.
26 De AP is van oordeel dat Netbeheer Nederland bij het opstellen van de Gedragscode voldoende
rekening heeft gehouden met de relevante sectorspecifieke nationale wet- en regelgeving.
5.1.4 Materieel toepassingsgebied van de gedragscode Paragraaf 5.3 van de richtsnoeren.
27 In de Gedragscode geeft Netbeheer Nederland aan dat de code ziet op de verwerking van
persoonsgegevens door netbeheerders bij de verwerking van meetgegevens betreffende afnemers
voor netbeheerdoeleinden. Deze netbeheerdoeleinden zijn uitgewerkt in het als bijlage van de
Gedragscode opgenomen data protectie beleid.
28 De Gedragscode voorziet in een nadere uitwerking van de verplichtingen voor netbeheerders op
grond van artikel 6, eerste lid onder e, artikel 35 en artikel 36 AVG. Dit blijkt ook uit de inhoud van
de Gedragscode. Verder verplicht de Gedragscode de netbeheerders tot gezamenlijke uniforme en
eenduidige informatievoorziening aan de betrokkenen, en geeft daarmee voor dat gedeelte nadere
invulling aan artikel 12 AVG.
29 De AP is van oordeel dat Netbeheer Nederland daarmee het materieel toepassingsgebied van de
Gedragscode voldoende heeft bepaald.
5.1.5 Territoriaal toepassingsgebied van de gedragscode Paragraaf 5.4 van de richtsnoeren.
30 De Gedragscode bepaalt dat deze uitsluitend van toepassing is op verwerkingen in Nederland. De
Gedragscode heeft geen betrekking op verwerkingsactiviteiten in verschillende lidstaten.
31 De AP is van oordeel dat Netbeheer Nederland daarmee het territoriaal toepassingsgebied van de
Gedragscode voldoende heeft bepaald.
5.1.6 Aanwijzing van een orgaan dat toezicht houdt op de naleving Paragraaf 5.7 van de
richtsnoeren.
32 Artikel 41, eerste lid, AVG bepaalt dat het toezicht op de naleving van een gedragscode kan worden
uitgeoefend door een orgaan dat over passende deskundigheid met betrekking tot het onderwerp
van de gedragscode beschikt en daartoe door de bevoegde toezichthoudende autoriteit is
geaccrediteerd. De richtsnoeren van de EDPB geven aan dat een gedragscode uitsluitend kan
worden goedgekeurd als in de gedragscode een toezichthoudend orgaan wordt genoemd, en als
dat toezichthoudend orgaan is geaccrediteerd door de bevoegde toezichthoudende autoriteit.4
33 In de Gedragscode is opgenomen dat een onafhankelijke toezichthouder zorg draagt voor het
toezicht inzake de Gedragscode. Netbeheer Nederland licht toe dat de inrichting van deze
onafhankelijke toezichthouder nog dient te worden vormgegeven. De goedkeuring van de
Gedragscode wordt door Netbeheer Nederland aangevraagd onder voorbehoud van de oprichting
en aanwijzing van het toezichthoudend orgaan.
34 De AP is van oordeel dat Netbeheer Nederland nog niet volledig heeft voldaan aan de voor-
waarden voor goedkeuring van de Gedragscode aangezien de oprichting en de accreditatie van
4
Hoofdstuk 11 van de richtsnoeren: ‘60. In order for a code (national or transnational) to be approved, a monitoring body (or
bodies), must be identified as part of the code and accredited by the CompSA as being capable of effectively monitoring the
code.’
5 Staatscourant 2022 nr. 11739 3 mei 2022
het toezichthoudend orgaan op grond van artikel 41, eerste lid, AVG nog plaats moeten vinden.
Om die reden is de AP voornemens om een opschortende voorwaarde te verbinden aan de
goedkeuring van de Gedragscode.
5.1.7 Evaluatie en bijstelling van de gedragscode Paragraaf 12.7 van de richtsnoeren.
35 In de Gedragscode is opgenomen dat deze tenminste eens per vijf jaar wordt geëvalueerd door
Netbeheer Nederland en dat ledenraad van Netbeheer Nederland de wijzigingen vaststelt. In de
Gedragscode is opgenomen dat bevindingen van belanghebbenden in de evaluatie van de
gedragscode worden meegenomen. Verder is hier opgenomen dat de wijzigingen door Netbeheer
Nederland opnieuw aan de AP zullen worden voorgelegd ter goedkeuring.
36 De AP is van oordeel dat Netbeheer Nederland hiermee voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat
de Gedragscode regelmatig zal worden geëvalueerd en zal worden bijgesteld indien de omstandig-
heden dat vereisen.
5.2 Inhoudelijke beoordeling van de gedragscode
5.2.1 Nut en noodzaak van de gedragscode Paragraaf 6.1 van de richtsnoeren.
37 Netbeheer Nederland geeft aan dat de energietransitie met zich meebrengt dat de netten waarvoor
de netbeheerders verantwoordelijk zijn meer en anders worden belast. Netbeheer Nederland stelt
dat het daarom noodzakelijk is dat netbeheerders hun netten slimmer beheren om te borgen dat
iedereen stroom kan blijven ontvangen, en dat het gebruik van meetgegevens daarvoor noodza-
kelijk is. Het ontbreken van eenduidigheid in de benadering van vraagstukken rondom de
verwerking van deze meetgegevens door netbeheerders zorgt voor onzekerheid voor zowel de
netbeheerders als betrokkenen, aldus Netbeheer Nederland. Met de Gedragscode wordt een
uniforme standaard gecreëerd voor netbeheerders om deze meetgegevens te verwerken voor
netbeheerdoeleinden. De Gedragscode voorziet daartoe in een toetsingsmodel dat netbeheerders
toe moeten passen bij de verwerking van meetgegevens voor netbeheerdoeleinden. Daarnaast
beoogt Netbeheer Nederland met de Gedragscode meer zekerheid te creëren voor betrokkenen en
belanghebbenden door de netbeheerders te verplichten tot gezamenlijke uniforme en eenduidige
informatievoorziening.
38 Gezien het vorenstaande acht de AP het voldoende aannemelijk dat de Gedragscode voorziet in
een behoefte binnen de sector waarvoor deze is bestemd.
5.2.2 Bevordering van doeltreffende uitvoering van de AVG Paragraaf 6.2 van de
richtsnoeren.
39 De Gedragscode biedt een sectorspecifieke invulling van de AVG. In het data protectie beleid, dat
als bijlage is opgenomen in de Gedragscode, wordt onder meer nader uitgewerkt wat binnen de
context van het netbeheer wordt verstaan onder een behoorlijke en minimale gegevensverwer-
king. Ook bevat dit beleid een aantal sectorspecifieke kaders en handreikingen voor het beperken
van de risico’s van verwerkingen voor de betrokkenen. Verder is in de Gedragscode een lijst met
definities opgenomen waarin de begrippen uit de AVG worden toegelicht binnen de context van
het netbeheer.
40 Gezien het vorenstaande is de AP van oordeel dat de Gedragscode de doeltreffende uitvoering van
de AVG bevordert.
5.2.3 Nadere toelichting van de AVG Paragraaf 6.3 van de richtsnoeren.
41 Met de Gedragscode wil Netbeheer Nederland concrete gedragsregels geven voor netbeheerders
bij het verwerken van meetgegevens voor netbeheerdoeleinden. Ten eerste gaat de Gedragscode
in op het formuleren van use cases voor nieuwe verwerkingen. Verder bevat de Gedragscode een
beoordelingssystematiek waarin noodzakelijkheidsafwegingen en risicobeoordelingen nader zijn
uitgewerkt in een zogenoemd Task Necessity Assessment (TNA) en een Data Protection Impact
Assessment (DPIA). In de bijlage bij de Gedragscode is opgenomen welke informatie een use case
minimaal moeten bevatten. In het in de bijlage van de Gedragscode opgenomen DPIA model zijn
tevens afspraken uitgewerkt voor het indienen van een voorafgaande raadpleging bij de AP
wanneer uit de beoordeling van een voorgenomen verwerking blijkt dat er sprake is van een hoog
rest risico voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen.
42 De Gedragscode geeft gedeeltelijk invulling aan de informatieplicht van de netbeheerders door
deze te verplichten tot gezamenlijke uniforme en eenduidige informatievoorziening aan betrokke-
nen. Daartoe legt de code enkele verplichte onderdelen op die in de informatievoorziening dienen
te worden opgenomen.
43 De AP is van oordeel dat de Gedragscode voor de sector waarvoor deze is bestemd de verplichtin-
gen voor netbeheerders bij het verwerken van meetgegevens voor netbeheerdoeleinden op grond
6 Staatscourant 2022 nr. 11739 3 mei 2022
van artikel 6, eerste lid onder e, artikel 35 en artikel 36 AVG voldoende toelicht. Verder is de AP van
oordeel dat de Gedragscode de verplichting voor netbeheerders tot gezamenlijke uniforme en
eenduidige informatievoorziening aan de betrokkenen op grond van artikel 12 AVG voldoende
toelicht.
5.2.4 Waarborgen voor de betrokkenen Paragraaf 6.4 van de richtsnoeren.
44 De Gedragscode bevordert een uniforme werkwijze m.b.t. de naleving van de AVG door de
netbeheerders. Netbeheer Nederland geeft aan dat het werken volgens de Gedragscode in zal
houden dat de netbeheerders gezamenlijke use cases zullen hanteren, waarover netbeheerders
worden geadviseerd door de Functionarissen Gegevensbescherming. Verder verplicht de
Gedragscode de netbeheerders om gezamenlijk en eenduidig een zelfde benadering te hanteren
voor de TNA en de DPIA, en bepaalt de Gedragscode dat uitgevoerde toetsingen regelmatig
worden herhaald en dat er een gezamenlijk register is van uitgevoerde beoordelingen.
45 De AP is van oordeel dat de Gedragscode voldoende waarborgen bevat voor de betrokkenen.
5.2.5 Mechanismen voor het uitoefenen van toezicht op de naleving Paragraaf 6.5 van de
richtsnoeren.
46 In de Gedragscode geeft Netbeheer Nederland aan dat de netbeheerders een gezamenlijk register
bijhouden van vastgestelde DPIA’s voor netbeheerdoeleinden. Daarbij geeft Netbeheer Nederland
aan dat de netbeheerders gezamenlijk een uniforme samenvatting opstellen van de uitgevoerde
DPIA’s in begrijpelijke taal die gepubliceerd kunnen worden en ter beschikking kunnen worden
gesteld bij een verzoek om inzage door een afnemer of andere belanghebbenden.
47 In de Gedragscode geeft Netbeheer Nederland aan dat de netbeheerders jaarlijks verantwoording
afleggen dat zij voldoen aan de Gedragscode door middel van een uniforme toelichting op hun
jaarrekening, waarin tenminste wordt geïnformeerd over de netbeheerdoeleinden, de informatie-
voorziening aan de afnemers, de uitgevoerde beoordelingen en de vastgestelde DPIA’s en de
behandelde klachten van betrokkenen. De Gedragscode verplicht de netbeheerders deze verant-
woording op hun publieke websites te publiceren.
48 In de Gedragscode geeft Netbeheer Nederland aan dat het nog op te richten toezichthoudend
orgaan toezicht houdt op de naleving van de Gedragscode. De Gedragscode verplicht de aangeslo-
ten netbeheerders om de toezichthoudende rol van het toezichthoudend orgaan te erkennen en
om het nog vast te stellen Reglement Governance en Toezicht te volgen.
49 In de Gedragscode geeft Netbeheer Nederland aan dat door het toezichthoudend orgaan het
volgende wordt getoetst: de informatievoorziening aan de betrokkenen; het proces ten aanzien van
de beoordeling van de risico’s voor de betrokkenen; de controle en verantwoording van DPIA’s; de
klachtenprocedure en de naleving van de Gedragscode door de netbeheerders. In de Gedragscode
geeft Netbeheer Nederland verder aan dat het toezichthoudend orgaan bij niet-naleving van de
Gedragscode jegens een netbeheerder de bevoegdheden heeft die haar krachtens de statuten van
Netbeheer Nederland toekomen, waaronder schorsing en opzegging of ontzetting van het
lidmaatschap, alsmede de overige en nadere berispende maatregelen die zullen worden opgeno-
men in het nog vast te stellen Reglement Governance en Toezicht. Netbeheer Nederland heeft
toegelicht dat het toezichthoudend orgaan zal werken als een (gebruikelijk) verenigingsrechtelijk
tuchtorgaan. Daarmee zijn de ultieme maatregelen die verenigingsrechtelijk kunnen worden
opgelegd door advies van het toezichthoudend orgaan de schorsing en de beëindiging van het
lidmaatschap.
50 De AP is van oordeel dat de mechanismen die in de Gedragscode zijn opgenomen voor het
uitoefenen van toezicht op de naleving toereikend zijn.
51 Zoals hiervoor uiteen is gezet, is het toezichthoudend orgaan op dit moment nog niet opgericht en
geaccrediteerd. Om die reden is de AP voornemens om een opschortende voorwaarde te
verbinden aan de goedkeuring van de Gedragscode.
5.3 Conclusie op grond van de inhoudelijke beoordeling van de Gedragscode
52 Op grond van de inhoudelijke beoordeling van de Gedragscode concludeert de AP als volgt:
De AP concludeert, op grond van de inhoud van de Gedragscode en de toelichting die Netbeheer
Nederland daarbij heeft verstrekt: dat de Gedragscode strookt met de AVG en voldoende passende
waarborgen biedt zoals bedoeld in artikel 40, vijfde lid, AVG onder de opschortende voorwaarde
dat binnen twee jaar na de datum van bekendmaking van het definitieve besluit inzake de
verklaring omtrent de gedragscode Slim Netbeheer van Netbeheer Nederland in de Staatscourant:
er een orgaan is dat het toezicht uitoefent op de naleving van de Gedragscode zoals bedoeld in
artikel 40, vierde lid, AVG, en dat dit orgaan door de AP is geaccrediteerd zoals bedoeld in artikel
41, eerste lid, AVG.
7 Staatscourant 2022 nr. 11739 3 mei 2022
6 Zienswijzen
53 De AP heeft vorenstaande op 24 januari 2022 vastgelegd in een ontwerpbesluit. Op dit ontwerpbe-
sluit is de uniforme openbare voorbereidingsprocodure uit Afdeling 3.4 van de Algemene wet
bestuursrecht (Awb) van toepassing. De uniforme openbare voorbereidingsprocedure geeft
belanghebbenden de mogelijkheid om binnen zes weken nadat het ontwerpbesluit ter inzage is
gelegd hun zienswijze hierover naar voren te brengen.
54 Binnen deze periode heeft de AP geen zienswijzen ontvangen.
7 Conclusie
55 Gezien het vorenstaande besluit de AP als volgt:
De Autoriteit Persoonsgegevens,
gelet op artikel 40 en 41 van de AVG,
gezien het schriftelijk verzoek van 22 januari 2021 van Netbeheer Nederland tot het goedkeuren
van de gedragscode Slim Netbeheer (de Gedragscode),
verklaart, op grond van de inhoud van de Gedragscode en de toelichting die Netbeheer Nederland
daarbij heeft verstrekt: dat de Gedragscode strookt met de AVG en voldoende passende waarbor-
gen biedt zoals bedoeld in artikel 40, vijfde lid, AVG,
onder de opschortende voorwaarde dat binnen twee jaar na de datum van bekendmaking van het
definitieve besluit inzake de verklaring omtrent de gedragscode Slim Netbeheer van Netbeheer
Nederland in de Staatscourant: er een orgaan is dat het toezicht uitoefent op de naleving van de
Gedragscode zoals bedoeld in artikel 40, vierde lid, AVG, en dat dit orgaan door de Autoriteit
Persoonsgegevens is geaccrediteerd zoals bedoeld in artikel 41, eerste lid, AVG.
8 Terinzagelegging van de stukken
Op het besluit is op grond van artikel 14, tweede lid, van de Uitvoeringswet AVG, de ‘uniforme
openbare voorbereidingsprocedure’ van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van
toepassing. De zakelijke inhoud van het besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd. Het besluit en
de daarop betrekking hebbende stukken zullen – ingevolge artikel 3:44 juncto artikel 3:11 Awb –
gedurende zes weken van maandag tot en met vrijdag, tussen 10:00 en 16:00, ter inzage liggen bij de
AP, Bezuidenhoutseweg 30 te Den Haag. Het inzien van de stukken kan alleen op afspraak.
9 Afsluiting en rechtsmiddel
Een belanghebbende kan op grond van de Awb tegen dit besluit beroep instellen bij de rechtbank
(sector bestuursrecht) in het arrondissement, waarbinnen zijn woonplaats valt. Een afschrift van dit
besluit moet worden bijgevoegd. De termijn voor het indienen van beroep bedraagt zes weken en
vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit overeenkomstig artikel 3:44 eerste lid Awb
ter inzage is gelegd. Bij het indienen van beroep is voorts nog van belang dat artikel 6:13 Awb bepaalt
dat geen beroep kan worden ingesteld bij de rechter door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs
kan worden verweten dat hij geen zienswijze (als bedoeld in artikel 3:15 Awb) naar voren heeft
gebracht.
Den Haag, 19 april 2022
Autoriteit Persoonsgegevens,
Overeenkomstig het door de Autoriteit Persoonsgegevens genomen besluit,
C.M. Schut
Directeur Systeemtoezicht, Beveiliging en Technologie
8 Staatscourant 2022 nr. 11739 3 mei 2022