1/23
Geschillenkamer
Beslissing 159/2023 van 1 december 2023
Dossiernummer : DOS-2023-03281
Betreft : schikkingsbeslissing ingevolge een klacht omtrent het gebruik van cookies bij
Mediafin (website “De Tijd”)
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer
Hielke HIJMANS, alleenzetelend voorzitter;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016
betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van
persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van
Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna “AVG”;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit,
hierna “WOG”;
Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van
Volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op
15 januari 2019;
Gelet op de stukken van het dossier;
Heeft de volgende beslissing genomen inzake:
Klager: Dhr. X, woonachtig te [...], vertegenwoordigd door NOYB – European Center for
Digital Rights, met zetel te [...], hierna “de klager”, en
Schikkende partij: Mediafin NV, met zetel te [...], hierna “de schikkende partij”.
Beslissing 159/2023 — 2/23
I. Procedure voorafgaand aan de schikking
I.1. De klacht
1. Op 19 juli 2023 dient de klager via zijn vertegenwoordiger een klacht in bij de
Gegevensbeschermingsautoriteit (“GBA”) tegen de schikkende partij. 1
2. Het voorwerp van de klacht betreft verschillende elementen die verband houden met het
plaatsen van cookies op de website https://www.tijd.be/. De klacht verwijst naar de volgens
de klager relevante wetgeving inzake het verlenen van de toestemming. 2 De klacht maakt
de link met “misleidende cookiebanners en ‘dark patterns’”. De klacht verwijst ook naar
verslagen en communicatie van zowel het Europees Comité voor Gegevensbescherming als
de Belgische GBA die verband houden met de verplichtingen bij het plaatsen van cookies
waarbij persoonsgegevens worden verwerkt.
3. Specifiek stelt de klacht drie vermeende voor hem grievende praktijken op de voornoemde
website aan de kaak. Ten eerste, het feit dat er “geen ‘weigeren’- optie op het eerste niveau
van de toestemmingsbanner” zou staan. Ten tweede, dat de ‘cookiebanner’ gebruik zou
maken van “misleidende knopkleuren”. Als derde grief vermeldt de klacht: “Het is niet zo
gemakkelijk om toestemming in te trekken als om toestemming te geven.”
4. Op 3 augustus 2023 contacteert de Eerstelijnsdienst van de GBA de klager met de vraag
om informatie “over het belang van de klager bij het indienen van de klacht”.
5. Op 24 augustus 2023 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op
grond van de artikelen 58 en 60 van de WOG 3 en wordt de klacht op grond van artikel 62, § 1
van de WOG overgemaakt aan de Geschillenkamer 4.
6. Op 1 september 2023, vervolgens, maakt de vertegenwoordiger van de klager aan de
Eerstelijnsdienst een document over dat het belang van de klager nader toelicht.
7. In het document van 1 september 2023 verwijst de vertegenwoordiger van de klager naar
de ontvankelijkheidsvoorwaarden in de WOG – waaraan de klacht voldoet – en stelt dat het
“voor [de vertegenwoordiger] dan ook niet duidelijk [is] waarom de Eerstelijnsdienst van uw
autoriteit om een nadere onderbouwing verzoekt van het belang van de klager bij het
indienen van de klacht.” De vertegenwoordiger wijst erop dat de gegevens van de klager
1
Gedurende de procedure was soms sprake dat de klacht op 18 juli 2023 werd ingediend, zoals vermeld op de klacht zelf door
de klager, maar formeel gezien bereikte de klacht de GBA pas de dag erop.
2
Met name artikel 10/2 van de Wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot
de verwerking van persoonsgegevens, B.S. 05/09/2018 (als uitvoering van bepalingen uit de “e-Privacyrichtlijn”) en artikel
6.1.a. AVG.
3
Overeenkomstig artikel 61 van de WOG deelt de Geschillenkamer bij dezen aan de partijen mee dat de klacht ontvankelijk is
verklaard.
4
Overeenkomstig artikel 95, § 2 van de WOG deelt de Geschillenkamer bij dezen aan de partijen mee dat het dossier naar
aanleiding van deze klacht aan haar is overgedragen.
Beslissing 159/2023 — 3/23
effectief verwerkt werden, en dat de klager een betrokkene in de zin van de AVG uitmaakt,
en stelt verder: “De klacht streeft dan ook niet louter een publiek belang na bestaande uit de
bescherming van iedere betrokkene die de website bezoekt.”
8. De Geschillenkamer onderzoekt in functie van een efficiënt procesverloop niet verder de
aspecten met betrekking tot het belang van de klager, die reeds aan de orde zijn geweest in
de communicaties tussen de vertegenwoordiger van de klager en de Eerstelijnsdienst.
I.2. Het schikkingsvoorstel
9. Op 21 september 2023 maakt de Geschillenkamer een brief over aan zowel de
vertegenwoordiger van de klager als aan de schikkende partij, waarbij de Geschillenkamer
communiceert aan de betrokken partijen dat zij voornemens is over te gaan tot een
schikkingsvoorstel in het dossier, op grond van artikel 95, § 1, 2° WOG. De notificatie maakt
ook melding van het feit dat de Geschillenkamer – middels de communicatie – de termijn
voor het vatten van de Inspectiedienst op grond van artikel 96, § 1 WOG, gestuit acht. De
partijen kunnen indien zij dat wensen vanaf dit moment ook het administratief dossier
inkijken, hetgeen zij nadien ook beiden verzoeken.
10. Op 20 oktober 2023 wordt het schikkingsvoorstel overgemaakt aan de schikkende partij en
aan de klager. De inhoud van dit schikkingsvoorstel wordt ongewijzigd hernomen in de
bijlage bij deze schikkingsbeslissing, en maakt er integraal onderdeel vanuit. 5 In dit
schikkingsvoorstel worden in het bijzonder alle – procedurele en inhoudelijke – voorwaarden
opgenomen, alsook de termijnen waarbinnen partijen respectievelijk dienen te antwoorden.
I.3. De reactie van de klager
11. Op 30 oktober 2023 maakt de vertegenwoordiger van de klager een brief over aan de
Geschillenkamer. Op 3 november 2023 maakt de vertegenwoordiger van de klager de brief
ook over aan de schikkende partij, nu het voor de vertegenwoordiger onduidelijk was dat zij
het stuk ook aan de schikkende partij diende te bezorgen.
12. In haar reactie op het schikkingsvoorstel verzoekt de klager het voorstel op meerdere
“punten te verduidelijken c.q. aan te passen”. De klager besluit met de volgende paragraaf:
“Klager wijst er op dat indien de inhoud van het schikkingsvoorstel zal worden gewijzigd ten
gunste van de beklaagde [schikkende partij] en/of niet (volledig) aan de bovenstaande
verzoeken zal worden voldaan, klager zich genoodzaakt ziet om beroep in te stellen tegen
de uiteindelijke schikkingsbeslissing.”
5
Er zij echter op gewezen dat onder sectie f) een “erratum” werd ingevoegd, nu de initiële tekst verkeerdelijk vermeldde “(in
casu betreft dit geen klachtdossier)”.
Beslissing 159/2023 — 4/23
13. De Geschillenkamer herneemt – in het licht van een overzichtelijke beslissing – de verzoeken
van de klager onder sectie II van deze beslissing, waarna de Geschillenkamer in concreto
antwoordt op de verzoeken.
14. De Geschillenkamer antwoordt op 6 november 2023 dat het schikkingsvoorstel ingevolge
de verzoeken van de klager niet wordt gewijzigd. De Geschillenkamer geeft wel aan dat zij
voornemens is de beslissing zonder weglating van de identificatiegegevens van de
schikkende partij te publiceren overeenkomstig art. 95, §1, 8° WOG.
I.4. De verzoeken van de schikkende partij en de totstandkoming van de schikking
15. Op 16 november 2023 maakt de schikkende partij een reactie over omtrent het
schikkingsvoorstel. Zij stelt dat zij “in beginsel akkoord” gaat met de voorwaarden van het
schikkingsvoorstel, maar verzoekt op enkele punten verduidelijking. De schikkende partij
verzoekt onder meer verduidelijking omtrent de opmaak en essentiële elementen van het
“overzichtelijk document” waarvan sprake in de eerste en tweede voorwaarde in het
schikkingsvoorstel. Ter verduidelijking voegt de schikkende partij bijlagen bij haar brief die
volgens haar zo’n overzichtelijk document zouden kunnen uitmaken op basis van de
aanpassingen die zij op dat moment reeds op de litigieuze website had uitgevoerd.
16. Gezien de verzoeken tot verduidelijking vanwege de schikkende partij, verleent de
Geschillenkamer op 17 november 2023 zeven dagen uitstel, in verlenging van de termijn
bepaald onder sectie d) van het schikkingsvoorstel.
17. Op 23 november 2023 antwoordt de Geschillenkamer dat het overzichtelijk document dat
werd overgemaakt in het bericht van 16 november 2023, volstaat voor wat betreft de eerste
twee voorwaarden. De Geschillenkamer bevestigt dat het dan ook niet langer noodzakelijk
is het document (dan wel de documenten) ter zake over te maken nadat de voorliggende
schikkingsbeslissing wordt genomen. De Geschillenkamer doet nog een aantal overige
verduidelijkingen en stelt vervolgens dat de schikkende partij tot en met 28 november 2023
heeft om het schikkingsvoorstel al dan niet te aanvaarden.
18. Op 24 november 2023 bevestigt de schikkende partij dat zij integraal akkoord gaat met alle
voorwaarden in het schikkingsvoorstel. Op dezelfde dag bevestigt de Geschillenkamer dat
door het bericht van de schikkende partij formeel een schikking tot stand is gekomen, die
zal leiden tot de voorliggende schikkingsbeslissing.
Beslissing 159/2023 — 5/23
II. Voorwaarden van de schikking en motivering afgewezen verzoeken
II.1. Algemene overwegingen
19. Gedurende de schikkingsprocedure werden geen wijzigingen aangebracht aan de in het
schikkingsvoorstel geformuleerde voorwaarden voor de schikking; de voorwaarden die in
het schikkingsvoorstel werden opgenomen, gelden ingevolge de schikking. Ze worden in
deze sectie niet hernomen en worden weergegeven in de bijlage bij deze beslissing.
20. De Geschillenkamer verduidelijkt daarnaast dat zij het akkoord verklaren met een
schikkingsvoorstel niet als een bekentenis beschouwt, die met name zou gebruikt kunnen
worden als verzwarende omstandigheid in het bepalen van de sanctie voor toekomstige
procedures bij de Geschillenkamer.
21. De Geschillenkamer bevestigt vervolgens nogmaals dat de stukken die zijn aangedragen
door de schikkende partij, toereikend zijn voor wat gevraagd werd onder de eerste en
tweede voorwaarde, voor wat betreft het aanleveren van een “overzichtelijk document” dat
de technische aanpassingen weergeeft.
22. De Geschillenkamer verduidelijkt dat, in het licht van het adequate procedurele verloop, de
schikkingsprocedure is opgesplitst in een schikkingsvoorstel enerzijds, en een
schikkingsbeslissing anderzijds. Deze werkwijze zorgt ervoor dat het procedurele begin- en
eindpunt voor alle betrokken partijen duidelijk is, met inbegrip van de mogelijkheden tot
beroep in deze fases door de toevoeging van de beroepsclausules. Het nemen van een
schikkingsbeslissing faciliteert ook de transparantie van de schikkingsprocedure, nu de
Geschillenkamer onverkort voor zulke transparantie opteert.
23. Tot slot, de onderhavige beslissing is een prima facie beslissing genomen door de
Geschillenkamer overeenkomstig artikel 95 van de WOG op grond van de door de klager
ingediende klacht, in het kader van de “procedure voorafgaand aan de beslissing ten
gronde” 6 en geen beslissing ten gronde van de Geschillenkamer in de zin van artikel 100 van
de WOG.
II.2. De afgewezen verzoeken van de klager
24. De klager richtte verschillende verzoeken tot de Geschillenkamer, dewelke de
Geschillenkamer er niet toe hebben bewogen het schikkingsvoorstel aan te passen. De
Geschillenkamer zal wel overgaan tot de publicatie van deze schikkingsbeslissing op de
website van de Gegevensbeschermingsautoriteit (zie sectie III van deze beslissing), zoals
6
Afdeling 3, Onderafdeling 2 van de WOG (artikelen 94 t.e.m. 97).
Beslissing 159/2023 — 6/23
ook verzocht door de klager, hetgeen een afzonderlijke beslissing uitmaakt die losstaat van
de schikking op grond van artikel 95, §1, 8° WOG.
25. De Geschillenkamer motiveert hieronder waarom niet wordt ingegaan op de overige
verzoeken. Er zij hierbij op gewezen dat de motivering wordt opgenomen in de voorliggende
beslissing, zodat de motieven duidelijk volgen binnen de algemeen opgezette
proceseconomie.
26. Ten eerste, met betrekking tot de eerste voorwaarde in het schikkingsvoorstel, verzoekt de
klager “expliciet toe te voegen dat deze voorwaarde inhoudt dat de ‘alles weigeren’-optie op
dezelfde, eerste ‘laag’ moet worden voorzien als de ‘akkoord en sluiten’-optie”.
• De Geschillenkamer wijst dit verzoek af om de volgende reden. Het is niet duidelijk in
welke zin dit verzoek een ander concreet resultaat zou opleveren op de litigieuze
website dan de huidige formulering in de eerste voorwaarde. De Geschillenkamer
beschouwt dat de voorgestelde wijziging geen verbetering (vgl. sectie c.1. van het
schikkingsvoorstel) zou teweeg brengen aan de bedongen voorwaarde.
27. Ten tweede, met betrekking tot de tweede voorwaarde, verzoekt de klager “toe te voegen
dat het ‘niet minder (visueel) aantrekkelijk’ weergeven onder andere inhoudt, maar niet
beperkt is tot, dat zowel de ‘alles weigeren’-optie als de ‘akkoord en sluiten’-optie dezelfde
grootte, kleur, vorm, contrast en locatie van de knop/optie dienen te hebben.”
• De Geschillenkamer wijst dit verzoek af om de volgende reden. Het staat niet aan de
Geschillenkamer, noch aan de klager, om te bepalen dat knoppen (exact) dezelfde
eigenschappen dienen te hebben. Deze keuze komt toe aan de
verwerkingsverantwoordelijke. Het klopt dat knoppen die exact dezelfde
eigenschappen hebben, duidelijk gelijk staan voor het verlenen van de toestemming. A
contrario is het niet uitgesloten dat de verwerkingsverantwoordelijke ervoor opteert
de “alles weigeren”-optie aantrekkelijker weer te geven, dan wel innoveert bij het
gebruik van kleuren (die bijvoorbeeld in essentie gelijkwaardige opties weergeven) die
de betrokkene faciliteren in het maken van diens keuze. De meer algemeen
geformuleerde voorwaarde in het schikkingsvoorstel omtrent het “niet minder (visueel)
aantrekkelijk” weergeven van de keuzes, volstaat dan ook voor de Geschillenkamer.
28. Ten derde, met betrekking tot de derde voorwaarde, stelt de klager de volgende
tekstwijziging voor:
“De verweerder verbindt er zich toe om, binnen een periode van één maand,
een mechanisme te ontwikkelen en te implementeren op de website van [...] die
beantwoordt aan de vereisten vooropgesteld in de voornoemde
beleidsdocumenten en een daaraan equivalent effect nastreeft; tevens verbindt de
Beslissing 159/2023 — 7/23
verweerder zich ertoe dat het intrekken van de toestemming niet méér stappen (in
kwestie “clicks”) inhoudt dan nodig is voor het geven van de toestemming. Op alle
pagina's van de website moet een permanent zichtbare en visueel onderscheidbare
optie beschikbaar zijn om de cookie-instellingen met één klik te heropenen. Hetzelfde
aantal stappen voor het intrekken van toestemming wordt geteld vanaf het moment
dat de eindgebruiker de cookie-instellingen opnieuw opent. Dit gebeurt via een
evenwaardig aantal stappen van zodra de eindgebruiker de pagina van
cookieinstellingen heeft bereikt; deze pagina moet duidelijk toegankelijk zijn op elke
pagina van de litigieuze website. De technische aanpassingen die de verweerder
hiertoe doet, worden vastgelegd in een overzichtelijk document op het moment van
de implementatie, en doorgestuurd aan de Geschillenkamer en de klager. Zowel het
doorvoeren van de technische implementatie, als het opstellen en doorzenden van
het document dat de implementatie weergeeft, wordt binnen de maand na de
schikkingsbeslissing gedaan.” (de onderstreepte gedeelten ontbreken in de huidige
voorwaarde drie van het schikkingsvoorstel)
• De Geschillenkamer wijst dit verzoek tot wijziging van de voorwaarde integraal af om
de volgende reden. De Geschillenkamer neemt akte van de visie van de klager dat zij
een “permanent zichtbare en visueel onderscheidbare optie” wenst op alle webpagina’s
van de litigieuze website. De Geschillenkamer, die met de schikking tot een redelijk en
technisch haalbaar vergelijk wenst te komen, overweegt dat het niet aan de orde is om
middels een schikking zulke aanpassingen te vereisen.
29. Ten vierde verzoekt de klager dat “een bevel om onrechtmatige verwerking te staken wordt
toegevoegd ten aanzien van de website”, dewelke zou moeten luiden als volgt:
“De verweerder zich ertoe verbindt dat persoonsgegevens die worden verwerkt vanwege
cookies die niet conform de inhoud van deze schikkingsbeslissing zijn geplaatst, te wissen
en dat verweerder deze verplichting tot wissing meedeelt aan alle ontvangers aan wie de
persoonsgegevens in dit kader zijn verstrekt. Bewijs van deze wissing van
persoonsgegevens en de mededeling van deze verplichting tot wissing van
persoonsgegevens aan alle ontvangers, wordt vastgelegd in een overzichtelijk document
op het moment van de implementatie, en doorgestuurd aan de Geschillenkamer en de
klager. Zowel deze wissing van persoonsgegevens, als de mededeling van deze
verplichting tot wissing van persoonsgegevens aan alle ontvangers en doorzenden van
het document dat de implementatie weergeeft, wordt binnen de maand na de
schikkingsbeslissing gedaan.”
Beslissing 159/2023 — 8/23
• De Geschillenkamer wijst dit verzoek af om de volgende reden. De klager heeft zich, op
basis van de elementen beschikbaar in het administratief dossier, niet gericht tot de
verwerkingsverantwoordelijke ingevolge de vermeende schending van diens rechten.
De Geschillenkamer acht het dan ook hier en nu niet opportuun om een dergelijke
voorwaarde voor te stellen, laat staan een “bevel” tot de schikkende partij te richten.
Het staat uiteraard de klager vrij zich te richten tot enige verwerkingsverantwoordelijke
ten aanzien van dewelke de klager zijn rechten kan uitoefenen binnen de voorwaarden
van de wetgeving.
30. Ten vijfde verzoekt de klager dat een administratieve geldboete zou worden opgelegd via
de schikking “gelet op artikel 83(1) AVG”.
• De Geschillenkamer wijst dit verzoek af om de volgende reden. Het opleggen van een
administratieve geldboete is een bevoegdheid die kan worden uitgeoefend door de
Geschillenkamer op grond van artikel 100, §1, 13° WOG. In die zin kan geen door de
klager bedoelde administratieve geldboete worden opgelegd in deze fase voorafgaand
aan de behandeling ten gronde onder artikel 95 WOG. Het klopt dat artikel 107 WOG
erop wijst dat de wetgever wenste dat met schikkingen – zonder te verduidelijken of
dit inderdaad ook kan onder artikel 95 WOG – ook geldsommen zouden kunnen worden
geïnd, doch dit is geen vereiste voor het instrument van de schikking, zoals ook reeds
gesteld door de Geschillenkamer in het schikkingsvoorstel. De schikking beoogt tot
een algemene oplossing voor de grieven van de klager te komen, zonder dat daarbij
sanctionerend dient te worden opgetreden. De Geschillenkamer wijst te dezen op het
efficiënt procesverloop.
31. Ten zesde verzoekt de klager dat in de schikkingsbeslissing “zal worden opgenomen dat
beklaagde [schikkende partij] afstand doet van eventuele burgerrechtelijke en andere
aanspraken die verband houden met de schikking, bijvoorbeeld maar niet beperkt tot het
geval van negatieve berichtgeving met betrekking tot de schikking.”
• De Geschillenkamer wijst dit verzoek af om de volgende reden. Dit betreft geen
essentieel verzoek in het licht van de grieven van de klager geformuleerd in diens
klacht.
32. Ten zevende verzoekt de klager dat de schikkingsbeslissing zou worden gepubliceerd op de
website van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
• De Geschillenkamer kan dit verzoek inwilligen, middels sectie III van deze beslissing.
Beslissing 159/2023 — 9/23
III. Publicatie van de beslissing
33. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de
Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit. Daarbij worden de naam en persoonsgegevens van de
klager weggelaten, gezien deze niet relevant zijn voor de transparantie inzake de
schikkingsprocedure.
34. De Geschillenkamer kiest er echter wel voor de namen van de vertegenwoordiger van de
klager en de schikkende partij te publiceren. Het is immers in het maatschappelijk belang dat
de burger kennis kan nemen, op de meest transparante wijze, van schikkingsprocedures die
leiden tot (visuele) ingrepen op veel bezochte websites zoals de litigieuze website. Per
definitie immers richten de journalistieke uitgaven op deze litigieuze website zich tot een
breed publiek, en heeft de bezoeker van zo’n website er belang bij kennis te nemen van aan
de gegevensbescherming gerelateerde aspecten. Ten overvloede wijst de Geschillenkamer
erop dat de vertegenwoordiger van de klager zelf publiciteit heeft gegeven aan de klacht.
OM DEZE REDENEN,
beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit
- op grond van artikel 95, § 1, 2° van de WOG de schikking zoals aanvaard door de
schikkende partij op 24 november 2023, te valideren, onder de voorwaarden
neergelegd en verduidelijkt in de voorliggende beslissing en haar bijlage.
Op grond van artikel 108, § 1 van de WOG, kan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de
kennisgeving tegen deze beslissing beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van
beroep Brussel), met de Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder.
Een dergelijk beroep kan worden aangetekend middels een verzoekschrift op tegenspraak dat de
in artikel 1034ter van het Gerechtelijk Wetboek opgesomde vermeldingen dient te bevatten 7. Het
verzoekschrift op tegenspraak dient te worden ingediend bij de griffie van het Marktenhof
7
Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid:
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam, voornaam, woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister- of
ondernemingsnummer;
3° de naam, voornaam, woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden
opgeroepen;
4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering;
5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt;
6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat.
Beslissing 159/2023 — 10/23
overeenkomstig artikel 1034quinquies van het Ger.W. 8, dan wel via het e-Deposit
informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van het Ger.W.).
(get.) Hielke HIJMANS
Voorzitter van de Geschillenkamer
8
Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden
aan de griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd.
Beslissing 159/2023 — 11/23
Bijlage – schikkingsvoorstel
Beslissing 159/2023 — 12/23
Geschillenkamer Uitsluitend per e-mail:
Ter attentie van Mediafin
Havenlaan 86c, bus 309, 1000 Brussel
Secretariaat Contactpersoon: dhr. Y
T: +32 (0)2 274 48 56
E-mail: [email protected] Via het e-mailadres: […]
Verweerder
Per e-mail:
Ter attentie van NOYB- European Center for Digital
Rights, vertegenwoordiger van dhr. X
Via het e-mailadres: […]
Klager
Bi
Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n) Datum
NOYB: C-062-10 DOS-2020-03281 1 20/10/2023
Betreft: toepassing art. 95, § 1, 2° WOG – schikkingsvoorstel in het dossier met klachten
vanwege dhr. X omtrent cookies bij Mediafin (website de Tijd)
Geachte,
De Geschillenkamer verwijst vooreerst naar de brief 9 die zij eerder aan de verweerder en klager
toezond, met de notificatie dat de Geschillenkamer voornemens was een schikkingsvoorstel aan
de partijen in het voorliggend dossier toe te zenden. Het voorliggende document bevat dit
schikkingsvoorstel.
In de context van een groot aantal dossiers die voor behandeling door de Geschillenkamer liggen,
met lange doorlooptijden bij alle dossiers tot gevolg, heeft de Geschillenkamer krachtens artikel 95
§ 1, 2° van de Wet tot Oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit (“WOG”) 10 besloten om
9
Brief per aangetekende zending van 21 september 2023.
10
B.S. 10 januari 2018.
Beslissing 159/2023 — 13/23
voor te stellen over te gaan tot een schikking in het voornoemd dossier middels deze brief (
“schikkingsvoorstel”). De Geschillenkamer houdt hiernaast rekening met het feit dat een groot
aantal klachten omtrent cookies momenteel bij haar in behandeling is. Hoewel het thema “cookies”
behoort tot de prioriteiten 11 van de Gegevensbeschermingsautoriteit, dient de Geschillenkamer de
behandeling van haar dossiers nauwkeurig te kiezen, zodat zij diverse maatschappelijk pertinente
(klacht)dossiers met de nodige voortvarendheid kan behandelen. De Belgische wetgever heeft te
dezen de noodzaak onderstreept voor de Geschillenkamer om selectief te kunnen optreden,
teneinde effectieve handhaving te verzekeren. 12
Dit schikkingsvoorstel gebeurt zonder enige nadelige erkentenis, en verbindt de Geschillenkamer
op generlei wijze wat betreft een eventuele inname van positie bij het weigeren van het
schikkingsvoorstel. De Geschillenkamer verwijst te dezen met name naar haar bevoegdheden om
al dan niet inbreuken vast te stellen en hierbij desgevallend gebruik te maken van de haar onder het
Europese 13 en Belgische 14 recht toegekende sanctionerende bevoegdheden. In casu behoort het
tot de mogelijkheden van de Geschillenkamer om het dossier – in het geval van een weigering of
wanneer de Geschillenkamer het schikkingsvoorstel intrekt – op andere wijze verder te zetten.
Wanneer de partij tot wie het schikkingsvoorstel gericht is, het voorstel uitdrukkelijk weigert, zal
de Geschillenkamer het dossier verderzetten.
a) Procedurele situering van het schikkingsvoorstel en de schikking
Het schikkingsvoorstel dat te dezen voorligt, bevindt zich in de door de wetgever voorziene
“procedure voorafgaand aan de beslissing ten gronde” bij de Geschillenkamer. 15 De
Geschillenkamer neemt hic et nunc dan ook geen positie in omtrent de noodzaak van eventuele
onderzoeksmaatregelen 16 door de Inspectiedienst, dan wel de noodzaak om het dossier (nadien)
anderszins voort te zetten in overeenstemming met het bepaalde in artikel 95 WOG.
11
Zie het persbericht van de Gegevensbeschermingsautoriteit hieromtrent, beschikbaar via:
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/burger/de-gba-stelt-haar-prioriteiten-voor-het-jaar-2023-vast.
12
Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, Memorie van Toelichting bij het Wetsontwerp tot oprichting van de
Gegevensbeschermingsautoriteit, Doc. 2648/001 (Zittingsperiode 54), beschikbaar via:
https://www.dekamer.be/kvvcr/showpage.cfm?section=/flwb&language=nl&cfm=/site/wwwcfm/flwb/flwbn.cfm?lang=N&leg
islat=54&dossierID=2648, 51; zie ook: E. Degraeve, “Titre 11. Autorité de controle” in C. DE TERWANGNE en K. ROSIER, Le
Règlement sur la protection des données (RGPD/GDPR) – 1re édition, Larcier, 2018, (593)607 : « [L’autorité de contrôle]peut
ainsi exerces ses missions de contrôle et apprécier la suite à donner aux plaintes éventuelles qui sont adressées. »
13
Zie artikel 58 Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de
bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer
van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna “AVG”;
14
Zie artikel 100 WOG.
15
Zie sectie 6.3.2. en de artikelen 94-97 van de WOG.
16 Cfr. artikel 94, 1° en 2° WOG; vergelijk ook de melding in de notificatie dd. 21/09/2023 aan partijen: “Deze notificatie stuit de
termijn zoals bedoeld in artikel 96,§1 WOG van 30 dagen om de Inspectiedienst te vatten tot het moment dat de
Geschillenkamer vaststelt dat het schikkingsvoorstel niet leidt of kan leiden tot een eigenlijke schikking.”
Beslissing 159/2023 — 14/23
Nu de procedure voor de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit niet kan gelijk
gesteld worden met de procedure van het strafrecht, kan “de schikking” zoals die wordt voorzien
door de Belgische wetgever onder artikel 95 §1 2° WOG niet gelijk gesteld worden met de
“minnelijke schikking” uit het strafrecht. 17 De schikking in de zin van de WOG heeft immers een sui
generis karakter.
Daarnaast vermeldt de Geschillenkamer de precieze feiten gekaderd in tijd en ruimte naar
aanleiding waarvan het schikkingsvoorstel plaatsvindt (infra). Hoewel de Geschillenkamer, zoals
eerder aangehaald, hic et nunc geen uitspraak doet over het bestaan van inbreuken, dient zij zich
wel te enten op de elementen die voorliggen in het dossier om tot het schikkingsvoorstel over te
gaan. Het gaat hierbij om de elementen die de klager als grievend ervoer. Het schikkingsvoorstel
heeft aldus betrekking op bepaalde feiten binnen een bepaald tijdskader en binnen een bepaalde
(technische) context, waarbij feiten die dit tijdskader en deze context te buiten gaan niet onder de
draagwijdte van de schikking vallen. Indien een schikking wordt aangegaan, zal deze betrekking
hebben op de elementen zoals weergegeven in grieven van de klagende partij, in casu tussen het
moment van het indienen van de klacht en de datum van de formele schikkingsbeslissing. De
litigieuze periode betreft enkel deze tussen de datum van het indienen van de klacht en de datum
van de formele schikkingsbeslissing die volgt op dit schikkingsvoorstel.
In het algemeen kadert de Geschillenkamer de schikking procedureel als volgt:
1. De schikking onder de WOG is een schikking tussen:
- Enerzijds, de Geschillenkamer die zich verbindt de procedure af te breken, waarbij zij
onder meer afziet van het potentieel opleggen van corrigerende maatregelen,
- en anderzijds, de verwerende partij die zich verbindt een geldsom te betalen en/of
bepaalde voorwaarden na te leven.
2. De schikking houdt in beginsel een erkenning van de feiten zijdens de schikkende partij in,
doch is geen erkenning van een overtreding van de vigerende wetgeving.
3. De draagwijdte van de schikking is in alle gevallen beperkt tot de feiten en het tijdskader
die uitdrukkelijk in het schikkingsvoorstel, resp. de schikking worden vermeld.
17
Zie met name artikelen 216bis en 216ter van het Wetboek van Strafvordering betreffende het uitdoven van de publieke
strafvordering met betrekking tot bepaalde inbreuken door het vervullen van bepaalde voorwaarden zoals het betalen van een
geldsom, alsook het zich akkoord verklaren met en uitvoeren van bepaalde maatregelen; A. RIGLOLET, Contrat de transaction,
Larcier, Brussel, 2021 ; A. RAES, T. VAN WYNSBERGE, S. DE KEULENAER, E. DEVEUX, K. DECRAMER, A. DELADRIERE, “De
verruimde minnelijke schikking: een ‘meerwaarde’ of ‘win-win’ situatie? Evaluatie van de praktijk.”, Panopticon, nr. 36(2), 2015,
(88); M. FERNANDEZ-BERTIER en N. VAN DER EECKEN, “La transaction pénale élargie déclarée inconstitutionnelle : vers une
motivation de la transaction et un contrôle juridictionnel suffisant et effectif », Droit Pénal de l’Entreprise, 2016, nr. 3, (213)213.
Beslissing 159/2023 — 15/23
4. De klager wordt gehoord in de totstandkoming van een eventuele schikking naar
aanleiding van een klacht. 18 De klager wordt gehoord omtrent zijn zienswijze over zowel het
gebruik van het instrument van de schikking in deze zaak, als de inhoud van het
schikkingsvoorstel anderzijds.
De klager heeft de gelegenheid standpunt in te nemen met betrekking tot de voorgestelde
schikking, uiterlijk binnen de 14 dagen na het ontvangen van het schikkingsvoorstel.
Deze periode staat niet in de weg van de mogelijkheid van beide partijen om toelichting
omtrent het schikkingsvoorstel op schriftelijke of mondelinge wijze te verkrijgen (infra).
5. Een schikking wordt geformaliseerd middels een schikkingsbeslissing, waarbij het verloop
van de procedure voorafgaand aan de schikking op transparante wijze wordt geschetst, en
waarbij de voorwaarden uit het schikkingsvoorstel én de uiteindelijk bedongen
schikkingsvoorwaarden uitdrukkelijk worden hernomen (in beginsel door de verwijzing
naar het schikkingsvoorstel, gevoegd in bijlage bij de schikkingsbeslissing).
6. Alle betrokken partijen houden het recht om, in beginsel schriftelijk, opmerkingen te
maken over het schikkingsvoorstel en haar inhoud.
7. Een niet-aanvaarde of anderszins ongeslaagde schikking laat de verderzetting van het
dossier onverlet en heeft geen impact op de eventuele alternatieve afhandeling van het
dossier.
b) Inhoudelijke voorwaarden schikkingsvoorstel
b.1.) De Tijd (www.tijd.be)
b.1.1) eerste grief van de klager in diens klacht dd. 18 juli 2023
Eerste grief van de klager in diens klacht dd. 18 juli 2023:
“Schending type 1: Geen ‘weigeren’-optie op het eerste informatieniveau van de
toestemmingsbanner”. Ter staving van deze grief, voegt de klager de volgende twee
schermafbeeldingen in de bijlage toe:
1. Klacht, bijlage 2
18
In het licht van artikel 77 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, heeft de klager een uitgebreidere rol dan in
schikkingsprocedures bij andere regulatoren, zie bv. de loutere mededeling aan de klagende partij in de schikkingsprocedure
bij de Belgische Mededingingsautoriteit, cfr. artikel IV.59 in fine van het Wetboek Economisch Recht van 28/02/2013 (B.S.
29/03/2013).
Beslissing 159/2023 — 16/23
2. Klacht, bijlage 3
Prima facie relevante elementen uit beleidsstandpunten en -documenten van de
Gegevensbeschermingsautoriteit.
1. De standpunten van de “Cookie Banner Taskforce” van het Europees Comité voor
Gegevensbescherming 19 en het persbericht van de
Gegevensbeschermingsautoriteit. 20 Een uittreksel uit dat persbericht:
19
Europees Comité voor Gegevensbescherming, 18 januari 2023, Report of the Work undertaken by the Cookie Banner
Taskforce, beschikbaar in het Engels via: https://edpb.europa.eu/our-work-tools/our-documents/other/report-work-
undertaken-cookie-banner-taskforce_en
20
Persbericht Gegevensbeschermingsautoriteit, 10 februari 2023, Cookiebanners: de EDPB publiceert voorbeelden van niet-
conforme praktijken”, beschikbaar via
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/burger/nieuws/2023/02/10/cookiebanners-de-edpb-publiceert-
voorbeelden-van-niet-conforme-praktijken.
Beslissing 159/2023 — 17/23
“Ontbreken van een knop van het type “alles weigeren” op hetzelfde niveau als de knop
“alles accepteren”. De meeste gegevensbeschermingsautoriteiten, waaronder de GBA,
waren van mening dat dit een inbreuk was en dat de gebruiker van een website
tegelijkertijd de mogelijkheid moet hebben tot acceptatie of weigering van de
plaatsing/lezing van cookies op zijn apparaat.”
2. De “cookie-checklist” 21 van de Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit
“Ik voorzie geen “alle cookies aanvaarden” (of gelijkaardige) knop, zonder op dezelfde
“laag” een “alle niet strikt noodzakelijke cookies weigeren” (of gelijkaardige) knop te
voorzien”
Voorstel voorwaarde één schikkingsvoorstel:
De verweerder voorziet op de website van “De Tijd” een “alles weigeren”-optie op eenzelfde
plaats waar nu “akkoord en sluiten” aangeduid staat, binnen één maand na datum van de
schikkingsbeslissing, of implementeert een praktijk van equivalent effect binnen dezelfde
periode. De technische aanpassingen die de verweerder hiertoe doet, worden vastgelegd in een
overzichtelijk document op het moment van de implementatie, en doorgestuurd aan de
Geschillenkamer en de klager. Zowel het doorvoeren van de technische implementatie, als het
opstellen en doorzenden van het document dat de implementatie weergeeft, wordt binnen de
maand na de schikkingsbeslissing gedaan.
b.1.2) tweede grief van de klager in diens klacht dd. 18 juli 2023
Tweede grief van de klager in diens klacht dd. 18 juli 2023:
“Schending type 2: Misleidende knopkleuren, meer bepaald stelt de klager dat het gebruiken van
een afwijkende en meer in het oog springende kleur voor het aanvaarden van cookies een
inbreuk zou uitmaken op de wetgeving ter zake. Ter staving van deze grief, voegt de klager de
volgende twee schermafbeeldingen in de bijlage toe:
1. Klacht, bijlage 2
21
In bijlage bij dit schikkingsvoorstel vindt u een kopie van deze “cookie checklist”; tot de publicatie op de website is dit
document confidentieel.
Beslissing 159/2023 — 18/23
2. Klacht, bijlage 3
Prima facie relevante elementen uit beleidsstandpunten en -documenten van de
Gegevensbeschermingsautoriteit.
1. De “cookie-checklist” van de Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit
Ik maak geen gebruik van technieken die als “deceptive design” 22 kunnen gekwalificeerd
worden (e.g. nudging door middel van kleurgebruik)
2. De standpunten van de “Cookie Banner Taskforce” van het Europees Comité voor
Gegevensbescherming en het persbericht van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
Een uittreksel uit dat persbericht en van het rapport van de Taskforce van 17 januari
2023 respectievelijk:
22
Zie ook ons eerder persbericht: https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/burger/nieuws/2023/02/24/deceptive-
design-patterns-hoe-deze-op-sociale-netwerken-te-herkennen-en-te-vermijden
Beslissing 159/2023 — 19/23
Misleidend ontwerp. De taskforce vestigt de aandacht op verschillende soorten
misleidende praktijken wat betreft de opmaak van banners.
Om de conformiteit van een banner te beoordelen, moet per geval worden nagegaan of
het gebruikte contrast en de gebruikte kleuren niet duidelijk misleidend zijn voor de
gebruikers en niet leiden tot een onbedoelde en dus ongeldige toestemming van de
gebruikers. Bijgevolg werd ook overeengekomen dat een analyse per geval nodig is om
specifieke gevallen te behandelen, hoewel er enkele voorbeelden zijn vastgesteld van
kenmerken die duidelijk in strijd zijn met de bepalingen van de e-privacyrichtlijn. 23
Voorstel voorwaarde twee schikkingsvoorstel:
De verweerder verbindt er zich toe om de optie waar een “alles weigeren”-optie – in navolging
van de eventuele aanvaarding van voorwaarde 1 van voorliggend schikkingsvoorstel – achter
schuilgaat, niet minder (visueel) aantrekkelijk wordt weergegeven dan het gedeeltelijk of
volledig aanvaarden voor het plaatsen van niet strikt noodzakelijke cookies, en dit binnen een
maand na de schikkingsbeslissing. De technische aanpassingen die de verweerder hiertoe doet,
worden vastgelegd in een overzichtelijk document op het moment van de implementatie, en
doorgestuurd aan de Geschillenkamer en de klager. Zowel het doorvoeren van de technische
implementatie, als het opstellen en doorzenden van het document dat de implementatie
weergeeft, wordt binnen de maand na de schikkingsbeslissing gedaan.
b.1.2) Derde grief van de klager in diens klacht dd. 18 juli 2023
Derde grief van de klager in diens klacht dd. 18 juli 2023:
“Schending type 3: het is niet net zo eenvoudig om toestemming in te trekken als om
toestemming te geven”. Ter staving van deze grief, voegt de klager de volgende twee
schermafbeeldingen in de bijlage toe:
1. Klacht, bijlage 4
23
Originele tekst in het Engels: In order to assess the conformity of a banner, a case-by-case verification must be carried out
in order to check that the contrast and colours used are not obviously misleading for the users and do not result in an
unintended and, as such, invalid consent from them. As a result, it was also agreed that a case-by-case analysis would be
necessary to address specific cases, although some examples of features manifestly contrary to the e-privacy Directive
provisions have been identified.
Beslissing 159/2023 — 20/23
Prima facie relevante elementen uit beleidsstandpunten en -documenten van de
Gegevensbeschermingsautoriteit.
1. De “cookie-checklist” van de Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit:
Ik voorzie een mechanisme om de toestemming even eenvoudig in te trekken als ze te
geven, zoals door het plaatsen van een duidelijk zichtbare link of knop waar de cookie-
instellingen kunnen beheerd worden en met één klik de toestemming kan ingetrokken
worden;
2. De standpunten van de “Cookie Banner Taskforce” van het Europees Comité voor
Gegevensbescherming en het persbericht van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
Een uittreksel uit het rapport van de Taskforce van 17 Januari 2023:
Naast de vereisten voor het verzamelen van toestemming om geldig te zijn in
overeenstemming met de GDPR en op grond van artikel 5, lid 3, E-privacy-richtlijn, zijn
drie aanvullende cumulatieve voorwaarden verplicht: (i) de mogelijkheid om
toestemming in te trekken, (ii) de mogelijkheid om toestemming op elk moment in te
trekken, (iii) het intrekken van toestemming moet net zo gemakkelijk zijn als het geven
van toestemming. 24
Voorstel voorwaarde drie schikkingsvoorstel: De verweerder verbindt er zich toe om, binnen een
periode van één maand, een mechanisme te ontwikkelen en te implementeren op de website van
“De Tijd” die beantwoordt aan de vereisten vooropgesteld in de voornoemde
beleidsdocumenten; tevens verbindt de Verweerder zich ertoe dat het intrekken van de
toestemming niet méér stappen (in kwestie “clicks”) inhoudt dan nodig is voor het geven van de
toestemming. Dit gebeurt via een evenwaardig aantal stappen van zodra de eindgebruiker de
pagina van cookie-instellingen heeft bereikt; deze pagina moet duidelijk toegankelijk zijn op elke
pagina van de litigieuze website.
24
In addition to the requirements for the collection of consent to be valid in accordance with the GDPR and under Article 5(3)
ePrivacy Directive, three additional cumulative conditions are mandatory (i) the possibility to withdraw consent, (ii) the ability to
withdraw consent at any time, (iii) withdrawal of consent must be as easy as to give consent.
Beslissing 159/2023 — 21/23
c) Schriftelijke en mondelinge uitwisselingen met partijen
c.1.: schriftelijke uitwisselingen
Het schikkingsvoorstel vormt het startpunt van de schikkingsprocedure. De voorwaarden
van dit voorstel kunnen gedurende het verdere verloop van de schikkingsprocedure echter
verduidelijkt of anderszins aangepast worden, zeker in het geval zulke aanpassingen
verbeteringen meebrengen in het licht van de gegevensbeschermingswetgeving.
Dergelijke verzoeken houden géén automatische verlenging van de termijn in.
De partijen nemen in beginsel schriftelijk contact op met de Geschillenkamer wanneer zij
het nuttig achten bepaalde aanpassingen aan de voorwaarden van het schikkingsvoorstel
te doen. Het staat aan de Geschillenkamer om op basis van deze communicatie vanwege
partijen een aanpassing aan het schikkingsvoorstel aan te brengen.
In die zin wordt een constructieve houding vanwege de partijen aangemoedigd. De
Geschillenkamer verwacht dat verzoeken op redelijke en proportionele wijze gebeuren.
Wanneer de verzoeken in de visie van de Geschillenkamer blijk geven van het feit dat een
schikking weinig tot niet waarschijnlijk is, kan dit aanleiding geven tot de intrekking van het
schikkingsvoorstel.
c.2. mondelinge uitwisselingen
Beide partijen kunnen een verzoek tot mondelinge toelichting bij het schikkingsvoorstel of
latere communicaties aan de Geschillenkamer richten, waarbij het aan de Geschillenkamer
staat om de relevantie van zulke mondelinge uitwisselingen te beoordelen. 25
Het spreekt voor zich dat dit een gunst uitmaakt en dat de Geschillenkamer dit te dezen
louter aanbiedt in functie van een efficiënt procesverloop.
Er zal een proces-verbaal worden opgesteld dat in beginsel louter het plaatsvinden van het
mondeling toelichtingsmoment vastlegt.
Het staat aan beide partijen vrij om deel te nemen aan door de Geschillenkamer
georganiseerde mondelinge toelichtingsmomenten. De gesprekken zijn vertrouwelijk.
Over de inhoud van het besprokene mag geen mededeling aan derden worden gedaan.
25
“schikkingsbesprekingen” zijn een gekende wettelijke praktijk binnen het regulatoren-landschap, vergelijk met name de
procedure bij de Belgische Mededingingsautoriteit in artikelen IV.55 e.v. (“Onderafdeling 4 – Procedure inzake schikkingen”)
van het Wetboek Economisch Recht van 28/02/2013 (B.S. 29/03/2013) en de vermelding van zulke schikkingsbesprekingen
aldaar.
Beslissing 159/2023 — 22/23
d) Termijn
Mediafin dient binnen de 30 dagen na de ontvangst van onderhavig schikkingsvoorstel te
reageren. De (vertegenwoordiger van de) klager kan binnen de 14 dagen na de ontvangst van
voorliggend schrijven positie innemen omtrent het initiële schikkingsvoorstel en de onderliggende
voorwaarden.
e) Het bestaan van andere verwerkingsverantwoordelijken en/of verwerkers
Dit schikkingsvoorstel is enkel gericht tot Mediafin. Het neemt geen positie in of en in welke mate
er andere actoren zijn die verantwoordelijk zijn voor de potentiële inbreuken die aanleiding gaven
tot het onderhavig schikkingsvoorstel.
f) Validatie van de schikking
Wanneer het schikkingsvoorstel verwordt tot een formele schikkingsbeslissing door uitdrukkelijke
aanvaarding door de partij aan wie het schikkingsvoorstel gericht is binnen de hiervoor vermelde
termijn, kan hiertegen beroep worden ingesteld door elke “griefhoudende partij”. 26
De uiteindelijke schikking doet geen afbreuk aan het recht van eventuele individuen [ERRATUM]
die schade hebben geleden om voor een burgerlijke rechtbank schadevergoeding te eisen op
grond van onder meer artikel 82 AVG.
g) Beroep tegen het schikkingsvoorstel
Op grond van artikel 108, § 1 van de WOG, kan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de
kennisgeving tegen deze beslissing om een schikkingsvoorstel te doen beroep worden
aangetekend bij het Marktenhof (hof van beroep Brussel), met de
Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder.
Een dergelijk beroep kan worden aangetekend middels een verzoekschrift op tegenspraak dat de
in artikel 1034ter van het Gerechtelijk Wetboek opgesomde vermeldingen dient te bevatten 27. Het
26
Op grond van artikel 108, § 1 van de WOG, kan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving tegen deze
beslissing beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van beroep Brussel), met de
Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder.
Een dergelijk beroep kan worden aangetekend middels een verzoekschrift op tegenspraak dat de in artikel 1034ter van het
Gerechtelijk Wetboek opgesomde vermeldingen dient te bevatten. Het verzoekschrift op tegenspraak dient te worden
ingediend bij de griffie van het Marktenhof overeenkomstig artikel 1034quinquies van het Ger.W., dan wel via het e-Deposit
informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van het Ger.W.).
27
Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid:
7° de dag, de maand en het jaar;
8° de naam, voornaam, woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister- of
ondernemingsnummer;
Beslissing 159/2023 — 23/23
verzoekschrift op tegenspraak dient te worden ingediend bij de griffie van het Marktenhof
overeenkomstig artikel 1034quinquies van het Ger.W. 28, dan wel via het e-Deposit
informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van het Ger.W.).
Hoogachtend
Hielke Hijmans
Voorzitter van de Geschillenkamer
9° de naam, voornaam, woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden
opgeroepen;
10° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering;
11° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt;
12° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat.
28
Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden
aan de griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd.