1/6
Geschillenkamer
Beslissing 129/2023 van 6 september 2023
Dossiernummer : DOS-2023-03077
Betreft : het invoeren van een betalingssysteem aan de hand van ANPR-camera’s in
ondergrondse parkings
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer
Hielke HIJMANS, alleenzetelend voorzitter;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016
betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van
persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van
Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna “AVG”;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit,
hierna “WOG”;
Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van
Volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op
15 januari 2019;
Gelet op de stukken van het dossier;
Heeft de volgende beslissing genomen inzake:
De klager: Dhr. X, hierna “de klager”;
De verweerder: Y, hierna “de verweerder”.
Beslissing 129/2023 — 2/6
I. Feiten en procedure
1. Het voorwerp van de klacht betreft het invoeren van een nieuw betalingssysteem aan de
hand van ANPR-camera’s in ondergrondse parkings van Y.
2. Klager schreef verweerder aan op 12 juli 2023 in verband met het betalingsmechanisme in
de ondergrondse parkings van Y. De parkings maken gebruik van ANPR-camera’s waarbij
bij het binnenrijden van de wagen in een parkeergarage de nummerplaat automatisch
wordt geregistreerd en de barrière automatisch omhoog gaat. Bij het vertrekken dient de
bestuurder zijn nummerplaat in te voeren in een van de betaalterminals, waarna de terminal
volgens de klager een overzicht met de volgende gegevens zou geven: i) bevestiging van
de aanwezigheid van de wagen in de garage, ii) het exacte tijdstip van binnenrijden en de
duur van het parkeren, iii) een foto van de betrokken wagen. Bestuurder dient vervolgens
te bevestigen en te betalen en kan vervolgens de garage verlaten doordat de barrière
automatisch, zonder een tussenkomende handeling van de bestuurder, weer omhoog gaat,
opnieuw aan de hand van ANPR-camera’s die geplaatst staan aan de uitgang van de
parkeergarage1.
3. In het bijzonder stelt klager zich vragen bij de gegevensbeschermingsrechtelijke aard van
dit systeem. Hij informeert uitdrukkelijk of er een
gegevensbeschermingseffectbeoordeling (hierna: GEB) heeft plaatsgevonden rond de
praktijk en wat de resultaten hiervan waren.
4. In het antwoord namens verweerder d.d. 14 juli 2023, antwoordde de Z dat dit nieuwe
betalingsmechanisme wel degelijk de privacy van alle gebruikers garandeert. Zij legt tevens
uit waarom het systeem in efficiëntie wint. Zij gaat niet in op het verzoek van klager rond de
resultaten van een GEB en geeft ook niet aan of een dergelijk onderzoek heeft
plaatsgevonden.
5. Op 18 juli 2023 dient de klager een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit tegen
de verweerder.
6. Op 20 juli 2023 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op grond
van de artikelen 58 en 60 WOG en wordt de klacht op grond van artikel 62, § 1 WOG
overgemaakt aan de Geschillenkamer.
II. Motivering
7. Op basis van de elementen in het dossier die de Geschillenkamer bekend zijn, en op basis
van de bevoegdheden die haar door de wetgever op grond van artikel 95, § 1 WOG zijn
toebedeeld, beslist de Geschillenkamer over de verdere opvolging van het dossier; in casu
1
¨[…]
Beslissing 129/2023 — 3/6
gaat de Geschillenkamer over tot het seponeren van de klacht overeenkomstig artikel 95,
§ 1, 3° WOG, op basis van de hiernavolgende motivering.
8. Wanneer een klacht geseponeerd wordt, dient de Geschillenkamer haar beslissing
trapsgewijs te motiveren2 en:
- een technische seponering uit te spreken indien het dossier geen of niet voldoende
elementen bevat die tot een veroordeling kunnen leiden, of indien er onvoldoende
uitzicht bestaat op een veroordeling wegens een technische belemmering,
waardoor zij niet tot een beslissing kan komen;
- of een beleidssepot uit te spreken, indien ondanks de aanwezigheid van elementen
die tot een sanctie kunnen leiden, de voortzetting van het onderzoek van het
dossier niet opportuun lijkt in het licht van de prioriteiten van de
Gegevensbeschermingsautoriteit, zoals gespecificeerd en toegelicht in het
sepotbeleid van de Geschillenkamer3.
9. In het geval op meer dan één grond wordt geseponeerd, dienen de sepotgronden (resp.
technisch sepot en beleidssepot) in volgorde van belangrijkheid te worden behandeld 4.
10. In het voorliggend dossier gaat de Geschillenkamer over tot een seponering van de klacht,
op grond van een gebrek aan persoonlijk belang. Wat hierna volgt ligt aan de basis van de
beslissing van de Geschillenkamer waarom zij het onwenselijk acht verder gevolg te geven
aan het dossier en derhalve beslist niet over te gaan tot, inter alia, een behandeling ten
gronde.
11. Vooreerst gaat de Geschillenkamer overeenkomstig haar sepotbeleid na of de ingediende
klacht grieven bevat met een grote persoonlijke impact5. De Geschillenkamer benadrukt
vooreerst dat klager in casu geen rechten uitoefent. Zowel in de communicatie die hij
gestuurd heeft richting verweerder als in de eigenlijke klacht worden geen rechten van een
betrokkene - zoals opgenomen in de AVG - uitgeoefend. De Geschillenkamer neemt
bovendien in rekening dat klager niet aantoont dat hijzelf gebruiker is geweest van een
parking met een dergelijk betalingssysteem.
12. Klager kaart een maatschappelijk relevante thematiek aan, maar toont niet aan dat er zich
een effectieve inbreuk van de AVG voordoet. Aangezien klager geen rechten van een
betrokkene wenst uit te oefenen en louter om meer informatie vraagt omtrent een
2
Hof van Beroep Brussel, Sectie Marktenhof, 19de kamer A, Kamer voor marktzaken, arrest 2020/AR/329, 2 september 2020,
p. 18.
3
In dit verband verwijst de Geschillenkamer naar haar sepotbeleid zoals uitvoerig uiteengezet op de website van de GBA:
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/sepotbeleid-van-de-geschillenkamer.pdf
4
Cf. Titel 3 – In welke gevallen zal mijn klacht waarschijnlijk worden geseponeerd door de Geschillenkamer? van het
sepotbeleid van de Geschillenkamer.
5
Overeenkomstig sepotgrond B.5.
Beslissing 129/2023 — 4/6
eventuele GEB, stelt de Geschillenkamer vast dat de door de klager aangevoerde grieven
niet beantwoorden aan de criteria van hoge persoonlijke impact, zoals door de GBA
omschreven in zijn sepotbeleid.
13. Ondanks het feit dat de Geschillenkamer prima facie niet kan vaststellen dat er zich geen
inbreuken op de AVG hebben voorgedaan, moet de Geschillenkamer rekening houdend
met het gebrek aan persoonlijk belang en het gebrek aan bewijsstukken concluderen dat
de klacht in casu geen behandeling ten gronde vereist. Onder artikel 77 AVG geniet elke
betrokkene, wiens persoonsgegevens worden verwerkt binnen het territoriaal
toepassingsgebied van de AVG, van een klachtenrecht. Bovendien kan overeenkomstig
artikel 58 WOG eenieder – en niet louter betrokkenen – een klacht indienen bij de
Gegevensbeschermingsautoriteit. Dit objectief klachtenrecht impliceert echter niet dat
elke klacht ook grondig kan en zal onderzocht worden door de bevoegde autoriteit, gezien
het intrinsiek gebrek aan middelen.6 De Belgische wetgever heeft te dezen “de nood voor
de Gegevensbeschermingsautoriteit om selectief te kunnen optreden met het oog op een
effectief en efficiënt handhavingsbeleid” uitdrukkelijk erkend7.
14. De Geschillenkamer wijst echter op het recht van klager om een nieuwe klacht in te dienen,
indien deze stukken kan aanbrengen die aantonen dat klager wel degelijk persoonlijk
belang heeft en klager aangeeft welke rechten als betrokkene geschonden zijn
(bijvoorbeeld het gebrek aan informatie overeenkomstig artikel 14 AVG bij het binnenrijden
van de parkeergarage over de betreffende verwerkingen van persoonsgegevens die
plaatsvinden of een schending van de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens op het
moment van betalen overeenkomstig artikel 5.1.f AVG). In dit geval zal tevens rekening
worden gehouden met eerder ingediende klachten omtrent dezelfde problematiek.
III. Publicatie en mededeling van de beslissing
15. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de
Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit. Het is daarentegen niet nodig dat daartoe de
identificatiegegevens van de partijen rechtstreeks worden bekendgemaakt.
16. Overeenkomstig haar sepotbeleid, zal de Geschillenkamer de beslissing aan de verweerder
overmaken8. De Geschillenkamer heeft immers besloten om haar sepotbeslissingen
6
Vgl. Hof van Justitie EU, arrest van 16 juli 2020, DPC t. Facebook Ireland & Maximillian Schrems, C-311/18, par. 112.
7
Eigen benadrukking in citaat, cfr. Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, Memorie van Toelichting bij het
Wetsontwerp tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, Doc. 2648/001 (Zittingsperiode 54), beschikbaar via:
https://www.dekamer.be/kvvcr/showpage.cfm?section=/flwb&language=nl&cfm=/site/wwwcfm/flwb/flwbn.cfm?lang=N&leg
islat=54&dossierID=2648, 51.
8
Cf. Titel 5 – Zal de sepot van mijn klacht worden gepubliceerd? Zal de tegenpartij hiervan op de hoogte worden gebracht?
van het sepotbeleid van de Geschillenkamer.
Beslissing 129/2023 — 5/6
ambtshalve ter kennis te brengen van verweerders. De Geschillenkamer ziet echter af van
een dergelijke kennisgeving wanneer de klager om anonimiteit heeft verzocht ten opzichte
van de verweerder en de kennisgeving van de beslissing aan de verweerder, zelfs indien
deze gepseudonimiseerd is, het niettemin mogelijk maakt om de klager te
(her)identificeren9. Dit is evenwel niet het geval in de onderhavige zaak.
OM DEZE REDENEN,
beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, na beraadslaging,
om de voorliggende klacht te seponeren op grond van artikel 95, § 1, 3° van de WOG.
Op grond van artikel 108, § 1 van de WOG, kan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de
kennisgeving tegen deze beslissing beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van
beroep Brussel), met de Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder.
Een dergelijk beroep kan worden aangetekend middels een verzoekschrift op tegenspraak dat de
in artikel 1034ter van het Gerechtelijk Wetboek opgesomde vermeldingen dient te bevatten 10. Het
verzoekschrift op tegenspraak dient te worden ingediend bij de griffie van het Marktenhof
overeenkomstig artikel 1034quinquies van het Ger.W.11, dan wel via het e-Deposit
informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van het Ger.W.).
Om de klager in staat te stellen andere mogelijke rechtsmiddelen te overwegen, verwijst de
Geschillenkamer de klager naar de toelichting in haar sepotbeleid12.
9
Ibidem.
10
Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid:
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam, voornaam, woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister- of
ondernemingsnummer;
3° de naam, voornaam, woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden
opgeroepen;
4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering;
5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt;
6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat.
11
Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden
aan de griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd.
12
Cf. Titel 4 – Wat kan ik doen als mijn klacht wordt afgesloten? van het sepotbeleid van de Geschillenkamer.
Beslissing 129/2023 — 6/6
De Geschillenkamer benadrukt dat de afsluiting van zaken door de
Gegevensbeschermingsautoriteit in aanmerking kan worden genomen om haar toekomstige
prioriteiten te bepalen en/of aanleiding kan geven tot toekomstige onderzoeken op eigen initiatief
door de Inspectiedienst van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
(get). Hielke HIJMANS
Voorzitter van de Geschillenkamer