Autoriteit Persoonsgegevens
Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag
Bezuidenhoutseweg 30, 2594 AV Den Haag
T 070 8888 500 - F 070 8888 501
autoriteitpersoonsgegevens.nl
Vertrouwelijk/Aangetekend
Stichting Oud Lemmer
p.a.
[VERTROUWELIJK]
Datum Ons kenmerk
9 juli 2021 [VERTROUWELIJK]
Contactpersoon
[VERTROUWELIJK]
Onderwerp
Besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom
Geachte [VERTROUWELIJK],
De Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP) heeft besloten om aan Stichting Oud Lemmer (hierna: de
Stichting) een bestuurlijke boete van € 500,-- op te leggen. De AP is van oordeel dat de Stichting in ieder
geval in de periode van 21 februari 2019 tot en met heden persoonsgegevens (heeft) verwerkt zonder
wettelijke grondslag. De Stichting heeft daarmee artikel 5, eerste lid, onder a, jo. artikel 6, eerste lid van de
Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG) overtreden. De AP heeft tevens besloten aan
de Stichting een last onder dwangsom op te leggen, die ziet op het ongedaan maken van deze
voortdurende overtreding.
Hierna wordt het besluit nader toegelicht. Hoofdstuk 1 bevat de relevante feiten en omstandigheden. In
hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader beschreven. In hoofdstuk 3 volgt de overtreding, waarna in
hoofdstuk 4 de zienswijze wordt uitgewerkt. Hoofdstuk 5 bevat de bestuurlijke boete. Hoofdstuk 6 bevat de
last onder dwangsom en hoofdstuk 7 bevat het dictum en de rechtsmiddelenclausule.
1
Datum Ons kenmerk
9 juli 2021 [VERTROUWELIJK]
1. Feiten en omstandigheden
Naar aanleiding van twee separate klachten die op 1 november 2018 respectievelijk 25 maart 2019 bij de
AP zijn ingediend, is de AP een onderzoek gestart naar de Stichting.1 Volgens de klagers wordt inbreuk
gemaakt op de privacy doordat via een camera die is gericht op de openbare ruimte, meer specifiek de
Binnenhaven/Museumhaven te Lemmer, persoonsgegevens worden verwerkt en uitgezonden door middel
van live streaming op een website van de Stichting.2 Bij brief van 28 augustus 2019 heeft de AP aan de
Stichting een voornemen tot handhaving verzonden alsmede het daaraan ten grondslag gelegde
onderzoeksrapport en de onderliggende documentatie. Bij brief van 24 september 2019 heeft de Stichting
haar zienswijze gegeven.
Op grond van het onderzoeksrapport, de onderliggende documentatie en de zienswijze komt de AP tot de
vaststelling van de volgende relevante feiten.
De Stichting houdt zich bezig met de promotie van het dorp Lemmer, met in het bijzonder de oude
dorpskern, de rijksmonumenten en de beeldbepalende panden.3 Deze promotie vindt onder andere plaats
door het organiseren van activiteiten, met aandacht voor cultuur, historie, educatie, de inwoners en de
toeristen.4 Daarnaast heeft de Stichting twee camera’s geplaatst die zijn gericht op de openbare ruimte,
meer specifiek het doorgaande vaarwater de Zijlroede, ook wel “Het Dok” genoemd en de
Binnenhaven/Museumhaven te Lemmer. Met behulp van deze camera’s worden live streambeelden
uitgezonden via www.webcamlemmer.nl.5 Op deze website kan men de livestream zien, waarbij de datum
en het tijdstip van de video-opname zichtbaar zijn.6 De camera’s zenden al enige tijd, en in ieder geval in
de periode van 21 februari 2019 tot en met heden, live streambeelden uit.7 De woningen van de klagers zijn
door de Stichting (gedeeltelijk) geblurd.8
De Stichting stelt dat het doel van het plaatsen van de camera’s is om sfeerbeelden live weer te geven om
zo het centrum van Lemmer bekend te maken bij een zo breed mogelijk publiek.9 Bovendien kunnen
brugwachters via de camera’s het vaarverkeer regelen tussen de bruggen en de sluis in Lemmer.10 Op haar
website geeft de Stichting aan dat zij op eigen initiatief de twee camera’s heeft geplaatst.11 In het kader van
de vraag wie als verwerkingsverantwoordelijke aan te merken is, is verder onder meer onderzoek gedaan
naar het privacybeleid en de statuten van de Stichting. De website van de Stichting beschikt niet over een
1 Onderzoek van 2 juli 2019, bijlage 4.
2 Onderzoek van 2 juli 2019, bijlage 4.
3 Onderzoek van 2 juli 2019, bijlage 11.
4 Onderzoek van 2 juli 2019, bijlage 11.
5 Onderzoek van 2 juli 2019, paragraaf 3.1 en 3.2.
6 Onderzoek van 2 juli 2019, paragraaf 3.1.
7 Onderzoek van 2 juli 2019, bijlage 8.
8 Onderzoek van 2 juli 2019, paragraaf 3.2.
9 Onderzoek van 2 juli 2019, bijlage 8.
10 Onderzoek van 2 juli 2019, paragraaf 3.2.
11 Onderzoek van 2 juli 2019, paragraaf 3.1.
2/23
Datum Ons kenmerk
9 juli 2021 [VERTROUWELIJK]
privacybeleid.12 De website waarop de live camerabeelden worden gestreamd, beschikt evenmin over een
privacybeleid.13 Uit de statuten van de Stichting blijkt niet dat het inzetten van camera’s en het live
uitzenden van beelden onderdeel uitmaken van de bedrijfsactiviteiten.14
In de periode van 21 februari 2019 tot en met 14 maart 2019 heeft de AP wekelijks beelden opgenomen van
de live streambeelden.15 De opnames duren telkens tien tot twintig minuten.16 De AP heeft in haar
onderzoeksrapport vastgesteld dat op de beelden personen en omliggende woningen herkenbaar in beeld
komen.17
2. Wettelijk kader
Het juridisch kader voor dit besluit wordt gevormd door de volgende artikelen uit de AVG:
artikel 2, eerste lid (materieel toepassingsgebied)
artikel 4, aanhef en onder 1 (persoonsgegevens)
artikel 4, aanhef en onder 2 (verwerking persoonsgegevens)
artikel 4, aanhef en onder 7 (verwerkingsverantwoordelijke)
artikel 5, eerste lid, aanhef en onder a (beginselen inzake verwerking van persoonsgegevens)
artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f (rechtmatigheid van de verwerking)
In bijlage 1 bij dit besluit is een toelichting op deze artikelen gevoegd.
3. Overtreding
De Stichting heeft twee camera’s geplaatst die zijn gericht op de openbare ruimte en waarvan de beelden
live worden uitgezonden op de website www.webcamlemmer.nl.18 Op deze website kan men de livestream
zien, waarbij de datum en het tijdstip van de video-opname zichtbaar zijn.19
Persoonsgegevens
Op de door de AP vastgelegde beelden is te zien dat personen herkenbaar in beeld zijn gebracht. Personen
kunnen direct of indirect, zonder onevenredige inspanning, worden geïdentificeerd. Dit kan aan de hand
van bijvoorbeeld fysieke kenmerken, zoals gezicht, lichaamsgestalte en haar. In dit kader is het van belang
te vermelden dat, indien personen goederen bij zich hebben, zoals een fiets of een huisdier, dan wel een
specifieke manier hebben waarop ze zichzelf kleden, dit, in combinatie met bepaalde fysieke kenmerken,
de drempel verlaagt om tot identificatie over te gaan. Naast personen, komen ook gebouwen, waaronder
12 Onderzoek van 2 juli 2019, paragraaf 3.1.
13 Onderzoek van 2 juli 2019, paragraaf 3.1.
14 Onderzoek van 2 juli 2019, paragraaf 3.1.
15 Onderzoek van 2 juli 2019, paragraaf 3.1.
16 Onderzoek van 2 juli 2019, paragraaf 3.1.
17 Onderzoek van 2 juli 2019, paragraaf 3.1.
18 Onderzoek van 2 juli 2019, paragraaf 3.1.
19 Onderzoek van 2 juli 2019, paragraaf 3.1.
3/23
Datum Ons kenmerk
9 juli 2021 [VERTROUWELIJK]
woningen, in beeld. Een woning kan, in combinatie met andere gegevens, een persoonsgegeven zijn.
Indien een persoon alleen of tezamen een woning bewoont, kan deze persoon aan de hand van deze
combinatie van gegevens, direct of indirect worden geïdentificeerd. Op grond van het voorstaande zijn de
beelden te kwalificeren als persoonsgegevens in de zin van artikel 4, aanhef en onder 1 van de AVG.
Verwerking van persoonsgegevens
De persoonsgegevens worden met camera’s verwerkt en uitgezonden door middel van live streaming. Het
verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen van persoonsgegevens is een (gedeeltelijke)
geautomatiseerde verwerking in de zin van artikel 4, aanhef en onder 2 van de AVG. In het geval dat de
Stichting (gedeelten van) de woningen van klagers blurt, worden de live beelden en daarmee de
persoonsgegevens bijgewerkt of gewijzigd. Daarmee is tevens sprake van een verwerking van
persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 4, aanhef en onder 2 van de AVG. De AP komt tot de conclusie
dat er sprake is van een verwerking van persoonsgegevens waarop de AVG van toepassing is in de zin van
artikel 2, eerste lid van de AVG.
Verwerkingsverantwoordelijkheid
In het kader van de vraag of de Stichting voor het uitzenden van livestreambeelden een grondslag heeft,
zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid van de AVG, is van belang om te bepalen wie aan te merken is als
verwerkingsverantwoordelijke als bedoeld in artikel 4, aanhef en onder 7 van de AVG. Daarvoor is
bepalend wie het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt.
De Stichting geeft aan dat het doel van het plaatsen van de camera’s is om sfeerbeelden live weer te geven
om zo het centrum van Lemmer bekend te maken bij een zo breed mogelijk publiek.20 Tevens kunnen
brugwachters middels de camera’s het vaarverkeer regelen tussen de bruggen en de sluis in Lemmer.21
Betreffende brugwachters hebben hier niet officieel om verzocht bij de Stichting. De Stichting heeft aldus
zelfstandig het doel van de verwerking vastgesteld. Bovendien geeft de Stichting op haar website aan dat
zij op eigen initiatief de twee camera’s heeft geplaatst.22 De Stichting bepaalt zelf welke delen van de
beelden worden geblurd.23 Alles samengenomen, concludeert de AP dat de Stichting eindverantwoordelijk
is voor het gevoerde beleid met betrekking tot de camera’s die zij in beheer heeft en dat zij daarmee het
doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt. De AP komt tot de conclusie
dat de Stichting verwerkingsverantwoordelijke is als bedoeld in artikel 4, aanhef en onder 7 van de AVG.
Rechtmatigheid van de verwerking
Sinds het van kracht worden van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna:
Handvest) is het fundamentele recht op bescherming van persoonsgegevens binnen de EU een nieuw en
zelfstandig grondrecht. Ingevolge artikel 8, eerste lid van het Handvest heeft eenieder recht op
bescherming van zijn persoonsgegevens. Het tweede lid van het artikel bevat ook een nadere uitwerking
van dit recht, namelijk dat persoonsgegevens eerlijk, voor bepaalde doeleinden en met toestemming van
20 Onderzoek van 2 juli 2019, bijlage 8.
21 Onderzoek van 2 juli 2019, bijlage 8.
22 Onderzoek van 2 juli 2019, paragraaf 3.1.
23 Onderzoek van 2 juli 2019, paragraaf 3.3.3.
4/23
Datum Ons kenmerk
9 juli 2021 [VERTROUWELIJK]
de betrokkene of op basis van een andere gerechtvaardigde grondslag waarin de wet voorziet, worden
verwerkt.
Om persoonsgegevens te mogen verwerken, moet de verwerking daarvan rechtmatig zijn, zoals in artikel 5
eerste lid, onder a van de AVG is beschreven. Deze rechtmatigheid betekent dat er een grondslag moet zijn
zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid van de AVG. De AVG biedt aldus een juridische basis om
persoonsgegevens te mogen verwerken. Deze basis bestaat uit zes grondslagen.
De Stichting beroept zich voor het live streamen van de camerabeelden op het gerechtvaardigd belang in
de zin van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f van de AVG als grondslag voor de verwerking.24
Voor een geslaagd beroep op de grondslag van gerechtvaardigde belangen moet aan drie cumulatieve
voorwaarden worden voldaan opdat een verwerking van persoonsgegevens rechtmatig is:
1. Er moet sprake zijn van een gerechtvaardigd belang;
2. De verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de behartiging van de
gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of derde dient
noodzakelijk te zijn;
3. Bij de afweging tussen de belangen van de verwerkingsverantwoordelijke (of derde) en de
betrokkene prevaleren de belangen of fundamentele rechten en vrijheden van de
betrokkene(n) niet.
Ad 1) behartiging van een gerechtvaardigd belang
De eerste voorwaarde is dat de belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of een derde
kwalificeren als gerechtvaardigd. Dat houdt in dat die belangen in (algemene) wetgeving of elders in het
recht zijn benoemd als een rechtsbelang. Het moet gaan om een belang dat ook in rechte
beschermd wordt, dat beschermingswaardig wordt geacht en dat in beginsel gerespecteerd moet
worden en ‘afgedwongen’ kan worden. De verwerkingsverantwoordelijke of derde moet zich dus op een
(geschreven of ongeschreven) rechtsregel of rechtsbeginsel kunnen beroepen.
Het voorgaande brengt met zich dat gerechtvaardigde belangen een min of meer dringend en specifiek
karakter hebben dat uit een (geschreven of ongeschreven) rechtsregel of rechtsbeginsel voortvloeit; het
moet in zekere zin onontkoombaar zijn dat deze gerechtvaardigde belangen worden behartigd.25
Het door de Stichting gestelde belang mist een min of meer dringend karakter dat uit een
(geschreven of ongeschreven) rechtsregel of rechtsbeginsel voortvloeit. Het doel om sfeerbeelden live
weer te geven om zo het centrum van Lemmer bekend te maken bij een zo breed mogelijk publiek is geen
24 De overige grondslagen uit artikel 6, eerste lid van de AVG zijn evident niet van toepassing.
25 Zie bijvoorbeeld het arrest van het Europese Hof van Justitie van 4 mei 2017, ECLI:Eu:C:2017:336, r.o. 29: ‘[...] dat het belang van een
derde bij het verkrijgen van persoonsgegevens van degene die schade heeft aangebracht aan zijn eigendom, teneinde de schade op
deze persoon in rechte te verhalen, een gerechtvaardigd belang is’. Zie in die zin het arrest van het Europese Hof van Justitie van 29
januari 2008, ECLI:EU:C:2008:54, r.o. 53.
5/23
Datum Ons kenmerk
9 juli 2021 [VERTROUWELIJK]
rechtsbelang en kan dus en daarom niet worden afgedwongen in rechte. De AP concludeert dan ook dat
het door de Stichting gestelde belang niet kwalificeert als gerechtvaardigd.
De AP is van oordeel dat de verwerking door de Stichting in het kader van het promoten van het dorp
Lemmer niet voldoet aan de eerste voorwaarde van de toets uit artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f van
de AVG.
Ad 2) noodzakelijkheidsvereiste
Met betrekking tot de tweede voorwaarde van de toets uit artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f van de
AVG – het noodzakelijkheidsvereiste – stelt het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof van
Justitie) voorop dat uitzonderingen op de bescherming van persoonsgegevens en de beperkingen ervan
binnen de grenzen van het strikt noodzakelijke moeten blijven.26
Voor de toetsing van deze voorwaarde moet worden nagegaan of het gerechtvaardigde belang van de
verwerking van gegevens dat wordt nagestreefd, redelijkerwijs niet even doeltreffend kan worden bereikt
met andere middelen die in mindere mate afbreuk doen aan de fundamentele vrijheden en rechten van de
betrokkenen.27 In dit kader geeft het Hof van Justitie voorts aan dat de voorwaarde inzake noodzakelijkheid
van de verwerking moet worden onderzocht in samenhang met het beginsel van ‘minimale
gegevensverwerking’,28 welk beginsel is vastgelegd in artikel 5, eerste lid, onder c van de AVG. Volgens dat
artikel moeten persoonsgegevens toereikend zijn, ter zake dienend en beperkt tot wat noodzakelijk is voor
de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt.
Uit het bovenstaande volgt dat de gegevensverwerking door de Stichting moet voldoen aan de eisen van
subsidiariteit en proportionaliteit. Het proportionaliteitsbeginsel houdt in dat de inbreuk evenredig moet
zijn aan het met de verwerking te dienen doel. Ingevolge het subsidiariteitsbeginsel moet het doel
waarvoor de persoonsgegevens worden verwerkt niet op een andere, voor de betrokkenen minder
nadelige, wijze kunnen worden verwerkelijkt.
In hoofdstuk 1 is beschreven dat de Stichting erop is gericht het dorp Lemmer te promoten, met in het
bijzonder de oude dorpskern, de rijksmonumenten en de beeldbepalende panden.29 Daartoe zendt zij 24
uur per dag, 7 dagen per week, via camera’s live beelden uit van de openbare ruimte. Het feit dat de
camera’s bijdragen aan het nastreven van het doel van de Stichting, maakt niet dat de plaatsing van de
camera’s noodzakelijk is. Voornoemd doel zou ook op een andere, minder ingrijpende wijze kunnen
worden bereikt. Dit wordt door de Stichting ook erkend in haar zienswijze. De Stichting zou bijvoorbeeld
op verscheidene (niet-) digitale manieren het dorp kunnen promoten, met in het bijzonder de oude
dorpskern, de rijksmonumenten en de beeldbepalende panden, zonder dat daarbij persoonsgegevens
worden verwerkt. Daarbij kan gedacht worden aan promotie via haar website, maar ook aan promotie
middels pers- en drukwerk. Mocht de Stichting al voor een digitale live stream methode kiezen om het
26 Hof van Justitie, zaak C-708/18, 11 december 2019, punt 46 en Hof van Justitie, zaak C-13/16, 4 mei 2017, punt 30.
27 Hof van Justitie EU, zaak C-708/18, 11 december 2019, r.o. 47.
28 Hof van Justitie EU, zaak C-708/18, 11 december 2019, r.o. 48.
29 Onderzoek van 2 juli 2019, bijlage 11.
6/23
Datum Ons kenmerk
9 juli 2021 [VERTROUWELIJK]
dorp te promoten, dan zal zij de camera’s zo moeten positioneren dat er geen persoonsgegevens worden
verwerkt. Op deze manieren wordt het dorp gepromoot zonder dat er (bij voortduring) persoonsgegevens
worden verwerkt, zoals nu het geval is. Er wordt dan alsnog voorzien in een door de Stichting gestelde
(sociale) behoefte. De AP begrijpt dat een dergelijke vorm van promotie een andere organisatie vergt.
Echter, dit neemt niet weg dat, in het licht van de AVG, een betere balans wordt gevonden waar het gaat
om de hoeveelheid persoonsgegevens die wordt verwerkt in relatie tot het doel van de verwerking.
Het bij voortduring verwerken van persoonsgegevens werkt ook door in de beoordeling of de Stichting
voldoet aan het vereiste van proportionaliteit. Op zichzelf kan, middels het via camera’s uitzenden van live
beelden van de openbare ruimte, het door de Stichting gestelde doel worden bereikt waardoor aan het
vereiste van effectiviteit is voldaan. Echter, het legitieme doel dat wordt nagestreefd, moet in verhouding
staan tot het feit dat daarvoor persoonsgegevens moeten worden verwerkt. Vanwege de hoeveelheid
persoonsgegevens die bij voortduring worden verwerkt, en die door een ieder live zijn te bekijken, worden
de grenzen van proportionaliteit overschreden. Het doel is niet evenredig aan de verwerking van
persoonsgegevens.
Op grond van het voorgaande stelt de AP vast dat de Stichting bij het verwerken van persoonsgegevens
niet voldoet aan de vereisten van subsidiariteit en proportionaliteit. Geconcludeerd wordt dat het live
streamen van de beelden niet noodzakelijk is voor het door de Stichting gestelde gerechtvaardigde belang.
De AP is van oordeel dat de verwerking door de Stichting in het kader van de promotie van het dorp
Lemmer niet voldoet aan de tweede voorwaarde van de toets uit artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f van
de AVG.
Ad 3) belangenafweging
Voor een geslaagd beroep op de grondslag van gerechtvaardigde belangen geldt als derde voorwaarde dat
bij de afweging tussen de belangen van de verwerkingsverantwoordelijke (of derde) en de betrokkene de
belangen of fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene(n) niet prevaleren.
Het Hof van Justitie stelt in dit kader dat deze afweging van de betrokken tegengestelde rechten en
belangen in beginsel afhangt van de bijzondere omstandigheden van een concreet geval.30 Het criterium
inzake de ernst van de inbreuk op de rechten en vrijheden van de betrokkenen vormt een essentieel
onderdeel van deze afweging.31 Het Hof van Justitie geeft daarbij aan dat in dit verband met name rekening
moet worden gehouden met de aard van de betrokken persoonsgegevens, de aard en concrete wijze van
verwerking van de betrokken gegevens en de redelijke verwachtingen van de betrokkene dat zijn
persoonsgegevens niet worden verwerkt wanneer hij redelijkerwijs geen verdere verwerking ervan kan
verwachten.32
30 Hof van Justitie, zaak C-13/16, 4 mei 2017, punt 31.
31 Hof van Justitie, zaak C-708/18, 11 december 2019, punt 56.
32 Hof van Justitie, zaak C-708/18, 11 december 2019, punt 57, 58.
7/23
Datum Ons kenmerk
9 juli 2021 [VERTROUWELIJK]
Zoals hiervoor onder het kopje ”Persoonsgegevens” is aangegeven, is op de door de AP vastgelegde beelden te
zien dat personen en gebouwen, waaronder woningen, herkenbaar in beeld zijn gebracht. De AP heeft
geconstateerd dat de beelden duidelijk genoeg zijn om personen aan de hand van hun fysieke verschijning
(gezicht, lichaamsgestalte en haar), te kunnen herkennen c.q. te identificeren. Ook in combinatie met
andere gegevens kunnen personen, zonder onevenredige inspanning, worden geïdentificeerd.
Voor wat betreft de aard en concrete wijze van verwerking van persoonsgegevens heeft het via twee
camera’s bij voortduring streamen van live beelden van de openbare ruimte een stelselmatig, indringend
en omvangrijk karakter. Op de beelden worden personen en omliggende woningen herkenbaar in beeld
gebracht. Door deze verwerking van persoonsgegevens kan informatie over het (private) leven van
betrokkenen bekend worden bij de voor de verwerking verantwoordelijke en, in voorkomend geval, bij de
derde die de livestream bekijkt. Dit type gegevens wordt in artikel 9 van de AVG weliswaar niet
aangemerkt als bijzondere categorie van persoonsgegevens. Echter, wel is sprake van (gevoelige) gegevens
die iets zeggen over betrokkenen en van invloed kunnen zijn op de privé situatie van betrokkenen. Er is
daarmee sprake van een vergaande vorm van verwerking van persoonsgegevens.
De Stichting stelt dat op de desbetreffende twee locaties ter plaatse op een bord staat aangegeven dat er
een camera is geplaatst. Ter ondersteuning van dit standpunt heeft de Stichting een foto toegezonden van
een bord waarop onderaan naast elkaar enkel de volgende woorden duidelijk leesbaar zijn: “Stichting Oud
Lemmer”, “De Fryske Marren” en “wecbamlemmer.nl”. De overige tekst op het bord is op de foto
onleesbaar.
Het feit dat de Stichting de plaatsing van de camera’s heeft aangekondigd, brengt enige transparantie maar
neemt niet weg dat er bij voortduring persoonsgegevens worden verwerkt. Aan de hand van de
toegezonden foto kan niet worden geconcludeerd dat hierdoor voor betrokkenen redelijkerwijs te
verwachten valt dat hun persoonsgegevens worden verwerkt. De omstandigheid dat het gaat om het
uitzenden van live streambeelden van het doorgaande vaarwater de Zijlroede, ook wel “Het Dok” genoemd
en de Binnenhaven/Museumhaven te Lemmer, gebieden die openbaar toegankelijk zijn voor het algemeen
publiek, en de verwerking van de videobeelden is aangekondigd, betekent bovendien nog niet dat de
verwerking aansluit bij de redelijke verwachtingen van betrokkenen. Door het live streamen van de
beelden kan – in theorie – eenieder toegang krijgen tot deze gegevens. Daar doet de aankondiging van de
plaatsing van de camera’s niet aan af.
Tot slot moeten bij de beoordeling ook eventuele (aanvullende) waarborgen worden meegenomen.
Waarborgen kunnen de gevolgen voor betrokkenen verminderen en zijn daarmee van invloed op de
belangenafweging. De Stichting stelt dat zij een interne klachtenregeling heeft voor partijen die
“bezwaren/vragen/twijfels” hadden naar aanleiding van de informatie.33 Met een dergelijke werkwijze
wordt van betrokkenen verwacht zich op de hoogte te stellen van deze interne klachtenprocedure en deze
vervolgens ook in gang te zetten indien zij het uitzenden van de beelden onwenselijk achten. Daarbij geldt
verder dat het streamen van de beelden met de reactieve maatregelen niet kan worden voorkomen. Gelet
hierop is de kans dat ongewenste beelden toch worden uitgezonden aanzienlijk, terwijl betrokkenen in
33 Zienswijze de Stichting, onder 3.1.
8/23
Datum Ons kenmerk
9 juli 2021 [VERTROUWELIJK]
redelijkheid mogen verwachten dat ongewenste beelden niet worden verspreid.
Alles afwegende is de AP van oordeel dat het genoemde belang van de Stichting, te weten de promotie van
het dorp Lemmer, niet prevaleert boven de belangen, rechten en vrijheden, met inbegrip van hun
fundamentele rechten op de bescherming van persoonsgegevens en privacy, van betrokkenen en derden.
Wat met name meeweegt in dit oordeel, is het stelselmatige, indringende en omvangrijke karakter van de
verwerking van persoonsgegevens. De inbreuk die deze vergaande vorm van verwerking maakt op de
belangen en rechten van betrokkenen weegt niet op tegen het belang van de Stichting om op een dergelijke
wijze het dorp te promoten. Er worden gegevens verwerkt die iets zeggen over betrokkenen en van invloed
kunnen zijn op de privé situatie van betrokkenen. Daarbij kunnen delen van het (private) leven van
betrokkenen in kaart worden gebracht. Er is sprake van een ernstige aantasting op de rechten en vrijheden
van betrokkenen.
De waarborgen zoals hiervoor beschreven, vormen volgens de AP in dit specifieke geval niet voldoende
grondslag voor het oordeel dat de Stichting voldoende (aanvullende) waarborgen heeft getroffen ter
voorkoming en beperking van de ongewenste gevolgen van het live streamen van camerabeelden voor
betrokkenen.
Gelet op het voorgaande stelt de AP vast dat de Stichting niet voldoet aan de derde stap in de toets van
artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f van de AVG. De belangen of fundamentele rechten en vrijheden van
betrokkenen wegen zwaarder dan het belang van de Stichting.
Alles samengenomen, concludeert de AP dat de Stichting geen rechtmatige grondslag heeft om
camerabeelden live te streamen en uit te zenden via de website www.webcamlemmer.nl.
De Stichting handelt daardoor in ieder geval in de periode van 21 februari 2019 tot en met heden in strijd
met artikel 5, eerste lid, onder a, jo. artikel 6, eerste lid van de AVG.
4. Zienswijze
Bij brief van 28 augustus 2019 heeft de AP aan de Stichting een voornemen tot handhaving verzonden en
haar uitgenodigd om een zienswijze hierover in te dienen. Bij brief van 24 september 2019 heeft de
Stichting, kort samengevat, de volgende zienswijzen ingediend, waarop de AP reageert.
Er is geen sprake van persoonsgegevens zoals bedoeld in artikel 4, aanhef en onder 1 van de AVG
De Stichting stelt dat de AVG toepassing mist omdat er geen sprake is van verwerking van
persoonsgegevens. De camera’s zenden non-stop 24 uur per dag uit zonder dat beelden worden
opgenomen of bewaard. De camera’s zijn beiden op ongeveer 35 meter afstand geplaatst en zenden
beelden uit van lage kwaliteit. Beelden kunnen niet worden teruggespoeld en evenmin kan worden
ingezoomd. Naar aanleiding van klachten zijn de woningen van de klagers in onderling overleg
(gedeeltelijk) geblurd.
9/23
Datum Ons kenmerk
9 juli 2021 [VERTROUWELIJK]
De Stichting stelt dat Lemmer het hele jaar druk is met bewoners, dagjesmensen en toeristen waardoor er
vermenging optreedt en identificatie van de desbetreffende personen op de beelden vrijwel onmogelijk is.
De Stichting stelt ten slotte dat, indien de AP zou oordelen dat personen herkenbaar zouden zijn, sprake
zou zijn van een strafbare handeling ex artikel 441b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). De
Stichting meent dat, met het oog op het vertrouwensbeginsel, de AP in eerdere communicatie met de
Stichting dit reeds zou moeten hebben aangegeven.
Reactie
In hoofdstuk 3, onder het kopje “Persoonsgegevens” en in de paragraaf “Rechtmatigheid van de verwerking”, is
reeds uiteengezet dat de AP, ondanks de afstand waarop de camera’s zijn geplaatst, de beelden kwalificeert
als persoonsgegevens in de zin van artikel 4, aanhef en onder 1 van de AVG. Dat er niet ingezoomd en
teruggespoeld kan worden en de beelden niet worden opgenomen of bewaard, maakt dit niet anders.
De Stichting stelt dat Lemmer veel dagjesmensen en toeristen kent waardoor er vermenging optreedt en
identificatie vrijwel onmogelijk is. Echter, dit doet niet af aan het feit dat personen die op de
camerabeelden zichtbaar zijn direct of indirect kunnen worden geïdentificeerd. Wellicht zullen de
aantallen dagjesmensen en toeristen ervoor kunnen zorgdragen dat er minder vaak herkenning van
personen plaatsvindt, desalniettemin blijft het mogelijk om personen direct of indirect te identificeren
waardoor er sprake is van persoonsgegevens zoals bedoeld in artikel 4, aanhef en onder 1 van de AVG.
De verwerking van persoonsgegevens staat los van een eventuele strafrechtelijke toetsing van strafbare
handelingen ex artikel 441b Sr. Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is nodig dat er aan
het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe
bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend.34 Van een
(toerekenbare) schijn van bevoegdheid is geen sprake, aangezien de AP geen concrete, ondubbelzinnige
toezeggingen heeft gedaan, waaraan de Stichting rechtens te honoreren verwachtingen kan ontlenen. Het
beroep op het vertrouwensbeginsel gaat reeds om die reden niet op. Daarnaast is de AP niet het bevoegde
gezag ten aanzien van (het toezicht op) artikel 441b Sr.
Beroep op het gerechtvaardigd belang, eerste voorwaarde (1)
De Stichting beroept zich voor het installeren en gebruiken van de twee camera’s die live streambeelden
uitzenden op het gerechtvaardigd belang, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f van de
AVG. Het gerechtvaardigd belang ligt in het verlengde van het statutaire doel van de Stichting, namelijk de
promotie van het dorp Lemmer. De Stichting meent dat de beoordeling van de AP dat er geen rechtsnorm
bestaat waarop het genoemde belang kan worden gebaseerd, te kort door de bocht is. De Stichting stelt dat
het begrip “rechtmatig” in de breedste zin des woords moet worden toegepast. Zij meent dat, binnen de
grenzen van de wetgeving, ook andere elementen, zoals gebruiksrecht, gedragscodes, ethische codes,
contractuele regelingen, en het algemene kader en de feiten van de zaak, in acht kunnen worden genomen
bij de vaststelling of een bepaald doeleinde gerechtvaardigd is. Daarnaast meent de Stichting dat, wat kan
worden beschouwd als “gerechtvaardigd belang”, ook kan veranderen in de loop van de tijd, afhankelijk
34 Zie bijvoorbeeld: ECLI:NL:RVS:2019:623, ECLI:NL:RVS:2017:2675, ECLI:NL:CBB:2018:510 en ECLI:NL:CRVB:2018:2470.
10/23
Datum Ons kenmerk
9 juli 2021 [VERTROUWELIJK]
van wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen en wijzigingen in maatschappelijke en culturele
houdingen.
Reactie
Zie hiervoor hoofdstuk 3, paragraaf “Rechtmatigheid van de verwerking”, onder “Ad 1) behartiging van een
gerechtvaardigd belang”.
Beroep op het gerechtvaardigd belang, eerste voorwaarde (2)
De Stichting refereert aan een niet-uitputtende lijst die de Europese toezichthouders verenigd in de Groep
Gegevensbescherming Artikel 29 (hierna: WP29), de voorganger van de European Data Protection Board
(hierna: EDPB), heeft opgesteld waarbij sprake zou kunnen zijn van een gerechtvaardigd belang.35 Op deze
lijst zijn vormen van marketing opgenomen als gerechtvaardigd belang. Volgens de Stichting bedrijft zij
ook een vorm van marketing aangezien zij door middel van de twee camera’s het dorp Lemmer promoot.
De Stichting meent dat haar gerechtvaardigde belang valt binnen het voorbeeld zoals is opgenomen in
overweging 47 bij de AVG.
Reactie
In overweging 47 van de AVG wordt vermeld, voor zover hier van belang, dat de verwerking van
persoonsgegevens ten behoeve van direct marketing kan worden beschouwd als uitgevoerd met het oog op
een gerechtvaardigd belang. Hier kan echter in veel situaties geen beroep op worden gedaan. De AP
onderscheidt drie soorten direct marketing, te weten: 1) digitale direct marketing, 2) telemarketing en 3)
reclamepost.36 Het uitzenden van live streambeelden via camera’s kan niet onder een van voornoemde
soorten direct marketing worden geschaard. Er is aldus geen sprake van direct marketing, hetgeen tot
gevolg heeft dat de stelling van de Stichting dat hun gerechtvaardigde belang valt binnen het voorbeeld
zoals opgenomen in overweging 47 van de AVG, toepassing mist.
Beroep op het gerechtvaardigd belang, eerste voorwaarde (3)
Bij het plaatsen van de camera’s heeft de Stichting medewerking verkregen van de gemeente Fryske
Marren. Zo heeft de gemeente Fryske Marren een financiële bijdrage verstrekt voor het plaatsen van beide
camera’s en heeft de burgemeester de eerste camera gestart door een druk op de knop. De Stichting stelt
dat mede uit dit handelen kan worden geconcludeerd dat het gerechtvaardigd belang van de Stichting
“rechtmatig” is.
Reactie
Voor zover wordt betoogd dat door het accorderen van een bestuursorgaan het handelen daarmee
gerechtvaardigd wordt, volgt de AP het betoog niet. Een schending van de AVG door een
verwerkingsverantwoordelijke kan nimmer worden gelegitimeerd door financiering of feitelijk handelen
van welk bestuursorgaan dan ook.
35 WP29 Opinion 06/2014 on the “Notion of legitimate interests of the data controller under Article 7 of Directive 95/46EC”.
36 https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/onderwerpen/internet-telefoon-tv-en-post/direct-marketing, laatstelijk geraadpleegd op
28 april 2021.
11/23
Datum Ons kenmerk
9 juli 2021 [VERTROUWELIJK]
Beroep op het gerechtvaardigd belang, tweede voorwaarde
De Stichting stelt dat de camera’s noodzakelijk zijn en bijdragen aan het statutaire doel dat zij nastreeft. De
camera’s bereiken een breder publiek dan enkel de bezoekers van de website van de Stichting. Bovendien
voorzien de camera’s in een (sociale) behoefte. Echter, de Stichting erkent dat haar doel ook op een minder
ingrijpende wijze zou kunnen worden bereikt.
Reactie
Zie hiervoor hoofdstuk 3, paragraaf “Rechtmatigheid van de verwerking”, onder “Ad 2) noodzakelijkheidsvereiste”.
Beroep op het gerechtvaardigd belang, derde voorwaarde
De Stichting stelt zich op het standpunt dat de gegevens en de context waarin deze gegevens worden
verzameld, relatief onschuldig van aard zijn aangezien niet kan worden ingezoomd, de beelden niet
worden opgeslagen en personen of voertuigen onherkenbaar in beeld komen.
De Stichting stelt dat zij passende waarborgen heeft getroffen, zoals informatieverschaffing ten tijde van
het plaatsen van de camera’s, een interne klachtenregeling voor partijen die bezwaren/vragen/twijfels
hadden naar aanleiding van de informatie en passende waarborgen voor de bezwaarmakers ten aanzien
van de beelden. Hierdoor prevaleert het belang van de Stichting om de oude dorpskern weer te geven
boven de belangen van betrokken omwonenden. De belangen van incidentele passanten prevaleren
volgens de Stichting niet boven de belangen van de Stichting, aangezien de camera’s op afstand zijn
geplaatst en de beelden niet scherp zijn, niet worden opgenomen en niet kunnen worden teruggespoeld.
De Stichting stelt dat zij tevens handelt in het belang van de bredere samenleving. De gevolgen van de
verwerking van de gegevens acht de Stichting relatief beperkt voor de betrokkenen.
Reactie
Zie hiervoor hoofdstuk 3, paragraaf “Rechtmatigheid van de verwerking”, onder “Ad 3) belangenafweging” en de
reactie van de AP op de zienswijze “Er is geen sprake van persoonsgegevens zoals bedoeld in artikel 4, aanhef en onder
1 van de AVG”.
De AP merkt ten overvloede op dat de hoogte waarop de camera’s zijn geplaatst en dat beelden niet
worden opgenomen of kunnen worden teruggespoeld, niet voorkomen dat delen van het (private) leven
van betrokkenen in kaart worden gebracht. Indien de woning van een betrokkene is gelegen in het gebied
waarop een van de camera’s is gericht, of het werk van een betrokkene is daar gevestigd dan wel een ander
onderdeel van het (private) leven van een betrokkene speelt zich daar af, dan is het onmogelijk om buiten
beeld te blijven. De omstandigheid dat de Stichting twee woningen (gedeeltelijk) heeft afgeschermd doet
daar niet aan af. De bewegingen van personen in de richting van de betreffende woningen worden immers
nog steeds vastgelegd.
Zoals de AP in hoofdstuk 3, paragraaf “Rechtmatigheid van de verwerking”, onder “Ad 3) belangenafweging”, heeft
geconcludeerd, wegen de belangen of fundamentele rechten en vrijheden van betrokkenen zwaarder dan
het belang van de Stichting. Het belang van de Stichting, dat zij tevens handelt in het belang van de bredere
12/23
Datum Ons kenmerk
9 juli 2021 [VERTROUWELIJK]
samenleving, is onvoldoende concreet en rechtstreeks om te kunnen meenemen in deze
belangenafweging.
5. Boete
5.1 Inleiding
Door persoonsgegevens te verwerken zonder wettelijke grondslag handelt de Stichting in ieder geval in de
periode van 21 februari 2019 tot en met heden in strijd met artikel 5, eerste lid, onder a, jo. artikel 6, eerste
lid van de AVG. De AP is van oordeel dat dit een ernstige overtreding betreft.
De AP ziet hierin aanleiding om gebruik te maken van haar bevoegdheid om een boete op grond van artikel
58, tweede lid, aanhef en onder i en artikel 83, vijfde lid van de AVG, gelezen in samenhang met artikel 14,
derde lid van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: UAVG), aan de
Stichting op te leggen. De AP hanteert hiervoor de Boetebeleidsregels 2019.37
Zienswijze de Stichting
De Stichting stelt dat als de AP handhavend zou willen optreden, een herstelsanctie meer voor de hand ligt
dan de in het voornemen opgenomen boetemogelijkheid. Ze heeft daarvoor als argument aangevoerd dat
de Stichting niet over vermogen beschikt c.q. geen draagkracht heeft aangezien de Stichting puur
afhankelijk is van giften van derden en subsidies van de gemeente Frykse Marren. Het opleggen van een
boete is volgens de Stichting niet evenredig, doeltreffend en fataal.
Reactie
Door bij voortduring middels twee camera’s livebeelden van de openbare ruimte uit te zenden, brengt de
Stichting personen, die direct of indirect geïdentificeerd kunnen worden, en gebouwen, waaronder
woningen, doorlopend zichtbaar in beeld. Hierdoor worden persoonsgegevens publiekelijk zichtbaar
gemaakt en wordt inbreuk gemaakt op het recht van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het
recht op de bescherming van persoonsgegevens van een groot aantal betrokkenen. Het verwerken van
grote hoeveelheden persoonsgegevens zonder grondslag en gedurende geruime tijd is naar het oordeel van
de AP een ernstige overtreding. Het opleggen van louter een herstelsanctie volstaat daarbij niet. Wel zal de
AP in paragraaf 5.3.5 nog beoordelen of de hoogte van de boete op grond van evenredigheid aanpassing
behoeft.
De AP ziet in het door de Stichting gestelde dan ook geen aanleiding om van haar bevoegdheid tot het
opleggen van een boete wegens overtreding van artikel 5, eerste lid, onder a, jo. artikel 6, eerste lid van de
AVG af te zien.
5.2 Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2019 (Boetebeleidsregels 2019)
De boete voor de onderhavige overtreding van artikel 5, eerste lid, onder a van de AVG is afhankelijk
gesteld van de onderliggende bepaling, zijnde artikel 6, eerste lid, van de AVG. In Bijlage 2 van de
37 Stcrt. 2019, 14586, 14 maart 2019.
13/23
Datum Ons kenmerk
9 juli 2021 [VERTROUWELIJK]
Boetebeleidsregels 2019 is de overtreding van artikel 6, eerste lid van de AVG ingedeeld in categorie III.
Voor overtredingen in categorie III van Bijlage 2 van de Boetebeleidsregels 2019 geldt een
boetebandbreedte tussen € 300.000 en € 750.000 en een basisboete van € 525.000.
Ingevolge artikel 7 van de Boetebeleidsregels 2019 houdt de AP onverminderd de artikelen 3:4 en 5:46 van
de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) rekening met de volgende factoren die zijn ontleend aan
artikel 83, tweede lid van de AVG, in de Boetebeleidsregels 2019 genoemd onder a tot en met k.
5.3 Boetehoogte
In deze paragraaf wordt eerst ingegaan op de factoren die ingevolge artikel 7 van de Boetebeleidsregels
2019 in dit geval relevant zijn voor het bepalen van de boetehoogte. Tot slot zal de AP op grond van haar
Boetebeleidsregels 2019 en artikelen 3:4 en 5:46 van de Awb toetsen of de toepassing van haar beleid voor
het bepalen van de hoogte van de boete, gezien de omstandigheden en de zeer beperkte draagkracht van de
Stichting in dit concrete geval, niet tot een onevenredige uitkomst leidt.
5.3.1 Aard, ernst en duur van de inbreuk
Ingevolge artikel 7, aanhef en onder a van de Boetebeleidsregels 2019 houdt de AP rekening met de aard,
de ernst en de duur van de inbreuk. Bij de beoordeling hiervan betrekt de AP onder meer de aard, de
omvang of het doel van de verwerking alsmede het aantal getroffen betrokkenen en de omvang van de door
hen geleden schade.
Zienswijze de Stichting
De Stichting stelt dat de omvang, aard en ernst van de inbreuk beperkt is en op reële waarde moet worden
geschat en derhalve op nihil zou moeten worden gesteld. Daarnaast stelt de Stichting dat zij geen speciale
persoonsgegevens verwerkt.
Reactie
Ingevolge artikel 5, eerste lid, aanhef en onder a jo. artikel 6, eerste lid van de AVG dienen
persoonsgegevens te worden verwerkt op een wijze die ten aanzien van de betrokkene (onder meer)
rechtmatig is, in die zin dat daar een wettelijke grondslag voor bestaat. Dit zijn, in het licht van het
bovenstaande, fundamentele bepalingen in de AVG. Indien in strijd daarmee wordt gehandeld, raakt dit de
kern van het recht dat betrokkenen hebben op de eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer en de
bescherming van hun persoonsgegevens.
Hier geldt dat natuurlijke personen doorlopend zichtbaar in beeld worden gebracht en direct of indirect
geïdentificeerd kunnen worden. Aangezien zonder geldige grondslag met twee camera’s
persoonsgegevens worden verwerkt waarvan de beelden voor een ieder toegankelijk zijn, kan dit tot gevolg
hebben dat delen van het (private) leven van natuurlijke personen in kaart worden gebracht. Dit kan
resulteren in lichamelijke, materiële of immateriële schade voor natuurlijke personen of enig ander
economisch of maatschappelijk nadeel voor de personen in kwestie.
14/23
Datum Ons kenmerk
9 juli 2021 [VERTROUWELIJK]
Bij haar beoordeling betrekt de AP tevens dat de verwerking van persoonsgegevens op grote schaal
plaatsvindt aangezien de twee camera’s gericht zijn op de openbare ruimte en 24 uur per dag live beelden
uitzenden. Voorts betrekt de AP de duur van de overtreding bij haar beoordeling, aangezien de camera’s al
enige tijd live beelden uitzenden. Gelet op het voorgaande, acht de AP de overtreding ernstig, maar ziet
hierin in dit geval geen aanleiding om het basisboetebedrag te verhogen of te verlagen.
5.3.2 Opzettelijke of nalatige aard van de inbreuk (verwijtbaarheid)
Ingevolge artikel 5:46, tweede lid van de Awb houdt de AP bij de oplegging van een bestuurlijke boete
rekening met de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Ingevolge artikel 7, onder b
van de Boetebeleidsregels 2019 houdt de AP rekening met de opzettelijke of nalatige aard van de inbreuk.
Nu het hier gaat om een overtreding, is voor het opleggen van een bestuurlijke boete conform vaste
rechtspraak38 niet vereist dat wordt aangetoond dat sprake is van opzet en mag de AP verwijtbaarheid
veronderstellen als het daderschap vaststaat.39
Zienswijze van de Stichting
De Stichting stelt dat er geen sprake is geweest van een opzettelijke inbreuk of van nalatigheid. Het
verwerken van persoonsgegevens is volgens de Stichting geen doel op zich geweest bij het plaatsen van de
camera’s. De Stichting wordt gedreven door vrijwilligers en heeft geen commercieel oogmerk met het
verwerken van persoonsgegevens. De Stichting wil met gebruikmaking van moderne techniek laten zien
hoe mooi de dorpskern van Lemmer is op ieder willekeurig moment.
Reactie
Zoals hiervoor uiteengezet, mag in beginsel bij bewezenverklaring van de gedraging waarvoor de boete
wordt opgelegd van de verwijtbaarheid van de overtreding worden uitgegaan. In situaties waarin
verwijtbaarheid volledig ontbreekt, en dus alle schuld afwezig is, bestaat evenwel geen grond voor
boeteoplegging. Een zodanige situatie doet zich naar het oordeel van de AP in dit geval niet voor.
In hoofdstuk 3, paragraaf “Rechtmatigheid van de verwerking”, is geconcludeerd dat de Stichting
persoonsgegevens (heeft) verwerkt zonder rechtmatige grondslag. Weliswaar meende de Stichting voor de
verwerking van persoonsgegevens een gerechtvaardigd belang te hebben, maar dit brengt niet zonder
meer mee dat de Stichting geen verwijt kan worden gemaakt dat via de camera’s op grote schaal
persoonsgegevens worden verwerkt en beelden live worden gestreamd. De verwijtbaarheid is gelegen in
het feit dat de Stichting in strijd met de AVG heeft gehandeld en handelt.
In het licht van het voorgaande acht de AP de overtreding dan ook verwijtbaar, maar ziet op basis van deze
geconstateerde verwijtbaarheid geen aanleiding om het basisboetebedrag te verhogen of te verlagen.
38 Vgl. CBb 29 oktober 2014, ECLI:NL:CBB:2014:395, r.o. 3.5.4, CBb 2 september 2015, ECLI:NL:CBB:2015:312, r.o. 3.7 en CBb 7 maart 2016,
ECLI:NL:CBB:2016:54, r.o. 8.3, ABRvS 29 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2879, r.o. 3.2 en ABRvS 5 december 2018,
ECLI:NL:RVS:2018:3969, r.o. 5.1.
39 Kamerstukken II 2003/04, 29702, nr. 3, p. 134.
15/23
Datum Ons kenmerk
9 juli 2021 [VERTROUWELIJK]
5.3.3 Genomen maatregelen om de door betrokkenen geleden schade te beperken
Zienswijze van de Stichting
De Stichting heeft aangegeven dat zij omwonenden, horeca en de ondernemingsvereniging heeft ingelicht
over het voornemen om de twee camera’s te plaatsen. Daarnaast stelt de Stichting dat aan de bezwaren
van de twee omwonenden onmiddellijk tegemoet is gekomen doordat zij de desbetreffende beelden heeft
geblurd.
Reactie
De AP overweegt dat de Stichting diverse maatregelen heeft getroffen om de door betrokkenen geleden
schade te beperken. Deze maatregelen nemen echter niet weg dat er zonder wettelijke grondslag bij
voortduring persoonsgegevens worden verwerkt en camerabeelden live worden gestreamd.
Gelet op het voorgaande heeft de Stichting de omvang van de door betrokkenen geleden schade weliswaar
beperkt, maar niet zodanig dat de AP hierin in dit geval aanleiding ziet om het basisbedrag van de boete op
grond van artikel 7, onder c van de Boetebeleidsregels 2019 te verlagen.
5.3.4 Overige factoren
De AP ziet geen aanleiding het basisbedrag van de boete op grond van de overige in artikel 7 van de
Boetebeleidsregels 2019 genoemde omstandigheden, voor zover van toepassing in het voorliggende geval,
te verhogen of te verlagen.
5.3.5 Evenredigheid
Zienswijze van de Stichting
De Stichting is van mening dat het opleggen van enige boete niet strookt met het beleid van de AP
aangezien de AP het onderzoek op eigen initiatief heeft verbreed en in de media heeft aangegeven enkel op
ernstige overtredingen te handhaven. Volgens de Stichting staat een handhavingsmaatregel om
voornoemde redenen op gespannen voet met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De Stichting stelt dat zij voor de vervulling van haar statutaire doel volledig afhankelijk is van giften en
subsidies van derden. Haar drie bestuursleden voeren hun bestuurstaken onbezoldigd uit. De Stichting
stelt dat zij niet beschikt over eigen vermogen. De gemeente Fryske Marren heeft inmiddels aangegeven
geen subsidie meer te verstrekken voor het evenement Nazomeren in Lemmer waardoor de inkomsten
voor de Stichting verder achteruitlopen. De Stichting stelt dat, nu zij niet over vermogen beschikt, de
draagkracht ontbreekt om überhaupt enige boete te kunnen voldoen, laat staan de basisboete.
Reactie
De AP merkt op dat zij het onderzoek niet op eigen initiatief heeft verbreed aangezien de conclusie van het
onderzoek – die is gebaseerd op de bij de AP ingediende klachten – exact de onderzoeksvraag
16/23
Datum Ons kenmerk
9 juli 2021 [VERTROUWELIJK]
beantwoordt. De AP en de bij haar werkzame toezichthouders beschikken over verschillende (onderzoeks-
) bevoegdheden die zij kunnen uitoefenen, teneinde adequaat toezicht te kunnen uitoefenen op de
naleving van de AVG. Daartoe is niet een daaraan voorafgaand en redengevend feit, signaal, grond of
vermoeden vereist.40 Tevens is voor de uitoefening van de (onderzoeks-) bevoegdheden niet relevant of en
zo ja, hoeveel klachten er zijn ontvangen.
Voor zover de Stichting betoogt dat de AP in strijd handelt met haar prioriteringsbeleid, overweegt de AP
als volgt. Op 13 oktober 2016 is bij de AP een verzoek tot handhaving ingediend aangezien de Stichting een
camera heeft geplaatst die live beelden streamt en die onder meer is gericht op de woningen van de
indieners van het verzoek.41 Dit handhavingsverzoek is afgehandeld bij brief van 26 januari 2017.42 Kort
gezegd komt het erop neer dat de AP een globaal (bureau-) onderzoek heeft verricht en naar aanleiding
daarvan heeft geconcludeerd dat de kwestie niet voldeed aan de destijds geldende prioriteringscriteria.43
Op 1 november 2018 respectievelijk 25 maart 2019 hebben voormelde verzoekers beiden een (nieuwe)
klacht ingediend bij de AP.44 De AP heeft de inhoud van die klachten onderzocht in de mate waarin dit
gepast is. Na een eerste beoordeling van de klachten heeft de AP het aannemelijk geacht dat het ging om
een verwerking van persoonsgegevens en dat mogelijk sprake was van overtreding van de AVG. Gelet
hierop en in aanmerking genomen dat het mogelijk om veel betrokkenen ging, de verwerking voor (enige)
maatschappelijke ophef heeft gezorgd en de bredere maatschappelijke betekenis van een eventueel
optreden van de AP, heeft de AP besloten tot het instellen van een nader onderzoek. Dit is in lijn met
artikel 2 van de Beleidsregels prioritering klachtenonderzoek.45
Tot slot beoordeelt de AP op grond van artikelen 3:4 en 5:46 van de Awb (evenredigheidsbeginsel) of de
toepassing van haar beleid voor het bepalen van de hoogte van de boete gezien de omstandigheden van het
concrete geval, niet tot een onevenredige uitkomst leidt.
Door bij voortduring middels twee camera’s livebeelden van de openbare ruimte uit te zenden, verwerkt de
Stichting persoonsgegevens zonder wettelijke grondslag zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid van de AVG.
Dit is een ernstige overtreding die aan de Stichting kan worden verweten.46 De maatregelen die de
Stichting heeft getroffen om de door betrokkenen geleden schade te beperken, betreffen het informeren
van betrokkenen over de plaatsing van de camera’s en het blurren van de woningen van twee
omwonenden. Deze maatregelen nemen volgens de AP de onderhavige inbreuk op artikel 5, eerste lid,
onder a, jo. artikel 6, eerste lid van de AVG niet weg. Ze hebben immers niet geleid tot een wettelijke
grondslag voor het live streamen van camerabeelden.
40 ABRvS 21 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2832, r.o. 41; Rb. Rotterdam, 23 mei 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:4155, r.o. 15.2; Rb.
Rotterdam (Vrznr.) 28 september 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:8283, r.o. 6.1.; CBb 12 oktober 2017, ECLI:NL:CBB:2017:327, r.o. 6.4; CBb 12
oktober 2017, ECLI:NL:CBB:2017:326, r.o. 4.4; Gerechtshof Den Haag 13 juni 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:CA3041, r.o. 2.3.
41 Onderzoek van 2 juli 2019, bijlage 2.
42 Onderzoek van 2 juli 2019, bijlage 3.
43 Op dat moment golden de Wet bescherming persoonsgegevens en de Beleidsregels handhaving door het CBP, vastgesteld op 17
januari 2011 (Stcrt. 2011, nr. 1916).
44 Onderzoek van 2 juli 2019, bijlage 4.
45 Beleidsregels prioritering klachtenonderzoek, gepubliceerd in de Staatscourant op 1 oktober 2018.
46 Zie voor de motivering paragraaf 5.3.1 en 5.3.2.
17/23
Datum Ons kenmerk
9 juli 2021 [VERTROUWELIJK]
Toepassing geven aan het evenredigheidsbeginsel brengt volgens de Boetebeleidsregels 2019 tevens mee
dat de AP bij het vaststellen van de boete zo nodig rekening houdt met de financiële omstandigheden
waarin de overtreder verkeert.
De AP overweegt dienaangaande als volgt. Gelet op de door de Stichting overgelegde financiële gegevens
is de AP van oordeel dat de basisboete in dit geval onevenredig hoog is. De draagkracht van de Stichting is
zeer beperkt en zij kan het boetebedrag van € 525.000,-- financieel niet dragen. Op grond daarvan ziet de
AP aanleiding om het boetebedrag te matigen.
De AP acht, gelet op alle omstandigheden van het concrete geval, een boete van € 500,-- evenredig. De AP
overweegt in dit verband dat niet is gebleken dat de Stichting deze boete niet zou kunnen dragen.
5.3.6 Conclusie
De AP stelt het totale boetebedrag vast op € 500,--.
6. Last onder dwangsom
6.1 Last
Nu het gaat om een voortdurende overtreding van artikel 5, eerste lid, onder a, jo. artikel 6, eerste lid van
de AVG, dient deze zo spoedig mogelijk te worden beëindigd. Om die reden legt de AP naast voornoemde
boete aan de Stichting een last onder dwangsom op, op grond van artikel 58, tweede lid, aanhef en onder d
van de AVG, artikel 16, eerste lid van de UAVG en artikel 5:32, eerste lid van de Awb.
De Stichting dient de overtreding van artikel 5, eerste lid, onder a, jo. artikel 6, eerste lid van de AVG te
beëindigen door maatregelen te nemen die ertoe leiden dat de gegevensverwerking via de camera’s wordt
beëindigd, dan wel de camera’s te verplaatsen of de beelden zo te bewerken dat er geen persoonsgegevens
meer worden verwerkt.
6.2 Begunstigingstermijn en hoogte dwangsom
De AP verbindt aan de last onder dwangsom een begunstigingstermijn van vier weken. Bij het vaststellen
van deze termijn heeft zij rekening gehouden met de te verwachten duur van eventueel te nemen
maatregelen door de Stichting. Indien de Stichting ervoor kiest om de twee camera’s uit te zetten, is dit op
korte termijn realiseerbaar. Mocht de Stichting ervoor kiezen om de camera’s te verplaatsen of de beelden
zo te bewerken dat er geen persoonsgegevens meer worden verwerkt, dan vallen deze mogelijkheden
eveneens op korte termijn te realiseren. Niet valt in te zien dat de Stichting niet binnen deze
begunstigingstermijn kan voldoen aan artikel 5, eerste lid, onder a, jo. artikel 6, eerste lid van de AVG.
Artikel 5:32b, derde lid van de Awb schrijft voor dat de dwangsombedragen in redelijke verhouding staan
tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom. Bij dat laatste is
18/23
Datum Ons kenmerk
9 juli 2021 [VERTROUWELIJK]
van belang dat van een dwangsom een zodanige prikkel moet uitgaan dat aan de last wordt voldaan.
Indien de Stichting de geconstateerde overtreding niet binnen vier weken beëindigt, verbeurt zij na afloop
van die begunstigingstermijn voor iedere week dat niet (geheel) aan de last is voldaan een dwangsom. De
AP stelt de hoogte van deze dwangsom voor iedere week na afloop van de begunstigingstermijn vast op
een bedrag van € 500,-- (zegge: vijfhonderd euro), tot een maximumbedrag van in totaal € 2.000,--
(zegge: tweeduizend euro).
Indien de Stichting het verbeuren van de dwangsom direct na afloop van de begunstigingstermijn wenst te
voorkomen, raadt de AP de Stichting aan om de stukken - waarmee de Stichting kan aantonen dat zij
voldoet aan de last onder dwangsom - tijdig, doch uiterlijk een week voor het einde van de
begunstigingstermijn aan de AP ter beoordeling toe te sturen.
19/23
Datum Ons kenmerk
9 juli 2021 [VERTROUWELIJK]
7. Dictum
Boete
De AP legt aan de Stichting Oud Lemmer, wegens overtreding van artikel 5, eerste lid, onder a, jo. artikel 6,
eerste lid van de AVG in de periode van in ieder geval 21 februari 2019 tot en met heden, een bestuurlijke
boete op ten bedrage van € 500,-- (zegge: vijfhonderd euro).47
Last onder dwangsom
De Stichting dient binnen vier weken na dagtekening en met inachtneming van dit besluit in het kader van
de gegevensverwerking door middel van twee camera’s waarvan de beelden live worden gestreamd,
maatregelen te nemen die ertoe leiden dat deze gegevensverwerking wordt beëindigd, dan wel de camera’s
te verplaatsen of de beelden zo te bewerken dat er geen persoonsgegevens meer worden verwerkt.
Indien de Stichting niet uiterlijk binnen vier weken na datum van dit besluit de maatregelen heeft
uitgevoerd om (geheel) aan de last te voldoen, verbeurt de Stichting een dwangsom van € 500,--
(zegge: vijfhonderd euro) voor iedere week na afloop van de begunstigingstermijn, tot een
maximumbedrag van in totaal € 2.000,-- (zegge: tweeduizend euro).
Hoogachtend,
Autoriteit Persoonsgegevens,
ir. M.J. Verdier
Vicevoorzitter
Bijlage
Bijlage 1 Toelichting op het juridisch kader
47 De AP zal voornoemde vordering uit handen geven aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB).
20/23
Datum Ons kenmerk
9 juli 2021 [VERTROUWELIJK]
Rechtsmiddelenclausule
Indien u het niet eens bent met dit besluit kunt u binnen zes weken na de datum van verzending van het
besluit digitaal of op papier een bezwaarschrift indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Het indienen
van een bezwaarschrift schort de werking van dit boetebesluit op, met uitzondering van het gedeelte dat
ziet op de last onder dwangsom.
Voor het indienen van digitaal bezwaar, zie www.autoriteitpersoonsgegevens.nl, onder het kopje ‘Bezwaar
maken’, onderaan de pagina onder de kop ‘Contact met de Autoriteit Persoonsgegevens’.
Het adres voor het indienen op papier is: Autoriteit Persoonsgegevens, Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag.
Vermeld op de envelop ‘Awb-bezwaar’ en zet in de titel van uw brief ‘bezwaarschrift’.
Schrijf in uw bezwaarschrift ten minste:
Uw naam en adres
De datum van uw bezwaarschrift
Het in deze brief genoemde kenmerk (zaaknummer); u kunt ook een kopie van dit besluit
bijvoegen
De reden(en) waarom u het niet eens bent met dit besluit
Uw handtekening
Zie voor meer informatie: https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/bezwaar-maken
21/23
Datum Ons kenmerk
9 juli 2021 [VERTROUWELIJK]
Bijlage 1 Toelichting op het juridisch kader
Toelichting op de artikelen uit de AVG, genoemd in hoofdstuk 2 van dit besluit.
Materieel toepassingsgebied
Ingevolge artikel 2, eerste lid van de AVG is deze verordening van toepassing op de geheel of
gedeeltelijk geautomatiseerde verwerking, alsmede op de verwerking van persoonsgegevens die in een
bestand zijn opgenomen of die bestemd zijn om daarin te worden opgenomen.
Persoonsgegevens
Onder persoonsgegevens wordt volgens artikel 4, aanhef en onder 1 van de AVG verstaan: alle
informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon (“de betrokkene”). Als
identificeerbaar wordt beschouwd een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden
geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator zoals een naam, een identificatienummer,
locatiegegevens, een online identificator of van een of meer elementen die kenmerkend zijn voor de
fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die
natuurlijke persoon.
Verwerking van persoonsgegevens
Volgens artikel 4, aanhef en onder 2 van de AVG moet onder verwerking worden verstaan: een
bewerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of een geheel van
persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen,
vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken,
verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen,
aligneren of combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens.
Verwerkingsverantwoordelijke
Artikel 4, aanhef en onder 7 van de AVG definieert een verwerkingsverantwoordelijke als “een
natuurlijke persoon of rechtspersoon, een overheidsinstantie, een dienst of een ander orgaan die/dat,
alleen of samen met anderen, het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens
vaststelt”
Beginselen inzake verwerking van persoonsgegevens
Artikel 5, eerste lid, aanhef en onder a bepaalt dat persoonsgegevens moeten worden verwerkt op een
wijze die ten aanzien van de betrokkene rechtmatig, behoorlijk en transparant is („rechtmatigheid,
behoorlijkheid en transparantie”).
Rechtmatigheid van de verwerking
Artikel 6, eerste lid van de AVG bepaalt, voor zover hier van belang, dat de verwerking alleen
rechtmatig is indien en voor zover aan ten minste een van de onderstaande voorwaarden is voldaan:
[…]
22/23
Datum Ons kenmerk
9 juli 2021 [VERTROUWELIJK]
f. de verwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de
verwerkingsverantwoordelijke of van een derde, behalve wanneer de belangen of de grondrechten en
de fundamentele vrijheden van de betrokkene die tot bescherming van persoonsgegevens nopen,
zwaarder wegen dan die belangen […].
23/23