Datum Ons kenmerk
6 oktober 2022 z2022-04098
Bulkbesluit inzake de vergunningaanvragen voor de
verwerking van gegevens van strafrechtelijke aard ten
behoeve van derden van de verwerking ‘Collectieve
Horecaontzegging’ door de in de bijlage genoemde
horecaondernemers van het horecagebied Almelo – z2022-
04098
1 Inleiding: aanleiding vergunningaanvraag
1. Op 30 juni 2022 heeft Koninklijke Horeca Nederland (hierna: KHN) – ingevolge artikel 33, vierde lid,
aanhef en onder c, van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG) – bij de
Autoriteit Persoonsgegevens (AP) een bulkvergunningaanvraag ingediend namens de in de bijlage van het
besluit genoemde horecaondernemers in het horecagebied Almelo. Ter onderbouwing van de aanvraag,
heeft KHN een protocol en een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (ook wel data protection impact
assessment/DPIA genoemd) bijgevoegd. Op 4 juli 2022 heeft de AP een verzoek tot uitstel gedaan voor het
aanvangen van de behandeling van de bulkvergunningaanvraag. Op 5 juli 2022 is KHN akkoord gegaan
met het aanvangen van de behandeling van de bulkvergunningaanvraag per 15 augustus 2022. Op 19
augustus 2022 heeft de AP geconstateerd dat de vergunningaanvraag incompleet was en de AP heeft op 19
augustus 2022 verzocht om de vergunningaanvraag aan te vullen. Vervolgens heeft KHN op 26 september
2022 de ontbrekende informatie en documenten aangeleverd. Deze aanvraag is bij de AP bekend onder het
zaaknummer z2022-04098 en onder de zaaknaam ‘Bulkvergunningaanvraag horecagebied Almelo’.
2. Op grond van artikel 33, vierde lid, aanhef en onder c, UAVG mogen persoonsgegevens van
strafrechtelijke aard ten behoeve van derden worden verwerkt indien de AP een vergunning voor de
verwerking heeft verleend. Ingevolge artikel 33, vijfde lid, UAVG kan een vergunning slechts worden
verleend, indien de verwerking noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend belang van derden en bij
de uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet
onevenredig wordt geschaad. Aan de vergunning kunnen door de AP voorschriften worden verbonden.
3. In het navolgende concludeert de AP dat er een bulkvergunning voor de verwerking van gegevens van
strafrechtelijke aard ten behoeve van derden kan worden verleend aan de individuele horecaondernemers,
genoemd in de bijlage, omdat voldoende is aangetoond dat de verwerking noodzakelijk is met het oog op
een zwaarwegend belang van derden en bij de uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de
persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad. Het vorenstaande is
uitgewerkt in het aangeleverde protocol en de DPIA.
2 Procedureverloop
4. De AP heeft het Protocol (collectieve) horecaontzegging, versie augustus 2020 (hierna: modelprotocol
collectieve horecaontzegging) en de Data Protection Impact Assessment – Registratie en gebruik
horecaontzeggingen, versie augustus 2020 (hierna: model-DPIA collectieve horecaontzegging) beoordeeld. De
AP is op basis van de hiervoor genoemde documenten en de nadere toelichting die daarop is gegeven door
KHN, tot de conclusie gekomen dat de AP in genoemde documenten geen strijdigheden ziet met de AVG
Datum Ons kenmerk
6 oktober 2022 z2022-04098
en de UAVG. De AP heeft dit bevestigd in haar brief van 24 augustus 2020, waarbij is aangegeven dat aan
de nog af te geven vergunningen in elk geval een aantal specifieke aanvullende voorschriften worden
verbonden (zie onder overwegingen 12, 13, 14, 15 en 16 van dit besluit). Na afstemming met KHN
(landelijk) heeft de AP per brief van 14 april 2022 aangegeven dat de geldigheidstermijn van het
modelprotocol, model-DPIA collectieve horecaontzeggingen en alle bulkvergunningen loopt tot 21 april
2027.
5. De lokale ondernemers hebben schriftelijk verklaard dat zij het modelprotocol collectieve
horecaontzegging (augustus 2020) en model-DPIA collectieve horecaontzegging (augustus 2020)
onderschrijven en zich daaraan zullen conformeren. Dit is de basis voor de aanvraag van de
bulkvergunning, die de ondernemers elk nodig hebben voor de verwerking van persoonsgegevens van
strafrechtelijke aard ten behoeve van derden.
3 Feitelijke weergave van de voorgenomen verwerking
6. Het doel van de horecaontzegging is om in de aangesloten horecabedrijven (inclusief de daarbij
behorende erven/terrassen):
• de veiligheid van horecaondernemers, hun medewerkers en hun gasten te vergroten;
• overlast gevend gedrag te reduceren;
• criminaliteit te voorkomen en tegen te gaan.
7. Een verwerkingsverantwoordelijke kan een Individuele Horeca Ontzegging (IHO) uitreiken wanneer
een persoon een of meerdere van de volgende gedragingen zoals vermeld in de artikel 4.1.1 tot en met 4.1.7
van het protocol in zijn horecabedrijf en/of op de daarbij behorende erven/terrassen vertoont. Als binnen
een periode van zes maanden een tweede IHO ten aanzien van dezelfde betrokkene wordt ingevoerd in het
registratiesysteem dan wordt de tweede IHO omgezet in een CHO van zes maanden. De subverwerker
informeert de betrokkene hierover volgens het formulier ‘Aanzegging CHO’. De subverwerker informeert
de verwerkingsverantwoordelijke die de tweede IHO heeft uitgereikt over de omzetting van de tweede
IHO in een CHO.
8. Een gast die zich niet houdt aan de huisregels en/of strafbare feiten pleegt kan worden gesommeerd het
bedrijf te verlaten en een ondernemer kan (naast het doen van aangifte) ervoor kiezen om de betrokkene
voor een bepaalde tijd de toegang tot het bedrijf te ontzeggen. Doet een ondernemer dat alleen voor zijn
eigen bedrijf/bedrijven, dan is er sprake van een Individuele Horeca Ontzegging (IHO). Een IHO mag niet
langer dan zes maanden duren.
9. Een verwerkingsverantwoordelijke kan een CHO uitreiken wanneer een persoon zich aan een of
meerdere van de in artikel 4.2.1 van het protocol genoemde gedragingen in het horecabedrijf van de
verwerkingsverantwoordelijke en/of op de daarbij behorende erven/terrassen schuldig maakt. Bij de
collectieve horecaontzegging slaan de gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken de handen ineen om
gezamenlijk overlastgevers uit hun bedrijven te weren. Als een verwerkingsverantwoordelijke aan het
Protocol CHO de betrokkene een CHO heeft opgelegd, dan geldt deze ontzegging ook meteen voor alle
andere gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken. Met één ontzegging wordt een overlastgever dus
meteen geweerd uit alle aangesloten bedrijven, zonder dat de persoon in kwestie overlast heeft
veroorzaakt in die andere bedrijven.
2/7
Datum Ons kenmerk
6 oktober 2022 z2022-04098
4 Wettelijk kader van strafrechtelijke aard ten behoeve van derden
Artikel 10 AVG bepaalt: “Persoonsgegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten of daarmee
verband houdende veiligheidsmaatregelen mogen op grond van artikel 6, lid 1, alleen worden verwerkt onder toezicht van
de overheid of indien de verwerking is toegestaan bij Unierechtelijke of lidstaatrechtelijke bepalingen die passende
waarborgen voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen bieden. Omvattende registers van strafrechtelijke
veroordelingen mogen alleen worden bijgehouden onder toezicht van de overheid.”
Artikel 1 UAVG bepaalt: “In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
[…]
Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard: persoonsgegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen en strafbare
feiten of daarmee verband houdende veiligheidsmaatregelen als bedoeld in artikel 10 van de verordening, alsmede
persoonsgegevens betreffende een door de rechter opgelegd verbod naar aanleiding van onrechtmatig of hinderlijk gedrag;
[…]”
Artikel 31 UAVG bepaalt: “Onverminderd artikel 10 van de verordening mogen persoonsgegevens van strafrechtelijke aard
alleen worden verwerkt voor zover dit krachtens de artikelen 32 en 33 is toegestaan.”
Artikel 33, vierde lid, aanhef en onder c, UAVG bepaalt: “Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard mogen ten behoeve
van derden worden verwerkt:
[…]
c. indien de Autoriteit persoonsgegevens met inachtneming van het vijfde lid een vergunning voor de verwerking heeft
verleend.”
Artikel 33, vijfde lid, UAVG bepaalt: “Een vergunning als bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, kan slechts worden
verleend, indien de verwerking noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend belang van derden en bij de uitvoering is
voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad. Aan
de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden.”
Artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f, AVG bepaalt: “De verwerking is alleen rechtmatig indien en voor zover aan
ten minste een van de onderstaande voorwaarden is voldaan:
[…]
f) de verwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de
verwerkingsverantwoordelijke of van een derde, behalve wanneer de belangen of de grondrechten en de fundamentele
vrijheden van de betrokkene die tot bescherming van persoonsgegevens nopen, zwaarder wegen dan die belangen, met
name wanneer de betrokkene een kind is.”
Overweging 47 van de AVG stelt: “De gerechtvaardigde belangen van een verwerkingsverantwoordelijke, waaronder
die van een verwerkingsverantwoordelijke aan wie de persoonsgegevens kunnen worden verstrekt, of van een derde, kan
een rechtsgrond bieden voor verwerking, mits de belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden van de
betrokkene niet zwaarder wegen, rekening houdend met de redelijke verwachtingen van de betrokkene op basis van zijn
verhouding met de verwerkingsverantwoordelijke. […] In elk geval is een zorgvuldige beoordeling geboden om te bepalen of
sprake is van een gerechtvaardigd belang, alsook om te bepalen of een betrokkene op het tijdstip en in het kader van de
verzameling van de persoonsgegevens redelijkerwijs mag verwachten dat verwerking met dat doel kan plaatsvinden. De
belangen en de grondrechten van de betrokkene kunnen met name zwaarder wegen dan het belang van de
verwerkingsverantwoordelijke wanneer persoonsgegevens worden verwerkt in omstandigheden waarin de betrokkenen
redelijkerwijs geen verdere verwerking verwachten. […] De verwerking van persoonsgegevens die strikt noodzakelijk is
voor fraudevoorkoming is ook een gerechtvaardigd belang van de verwerkingsverantwoordelijke in kwestie. […]”
3/7
Datum Ons kenmerk
6 oktober 2022 z2022-04098
Artikel 5, tweede lid, AVG bepaalt: “De verwerkingsverantwoordelijke is verantwoordelijk voor de naleving van lid 1
en kan deze aantonen („verantwoordingsplicht”).”
10. Het wettelijk kader betekent dat de AP zich in het kader van de beoordeling van een
vergunningaanvraag heeft beperkt tot de beoordeling van de verwerking van persoonsgegevens van
strafrechtelijke aard ten behoeve van derden.
5 Beoordeling voorgenomen verwerking
11. Aan de hand van het wettelijk kader is de voorgenomen verwerking beoordeeld. De beoordeling is
gebaseerd op de aan de verwerking ten grondslag liggende vergunningaanvraag, het protocol en de DPIA.
Daarnaast zijn de overwegingen 12, 13, 14, 15 en 16 van dit besluit van belang bij de verrichtte beoordeling.
12. Het conformeren aan het modelprotocol collectieve horecaontzegging en model-DPIA collectieve
horecaontzegging (versie augustus 2020) leidt tot het op een AVG-conforme wijze bijhouden van enerzijds
de opgelegde individuele horecaontzeggingen (voor intern/eigen gebruik) en anderzijds het delen met
derden van strafrechtelijke persoonsgegevens ten aanzien van opgelegde collectieve horecaontzeggingen.
In het modelprotocol en de model-DPIA wordt het beroep op de grondslag gerechtvaardigd belang (artikel
6, eerste lid, onder f, van de AVG) conform de Normuitleg grondslag ‘gerechtvaardigd belang’ (november 2019)
in voldoende mate uiteengezet om de in artikel 5 van het protocol genoemde categorieën van gegevens
legitiem te verwerken.
13. Daarnaast is ook nog vereist dat tussen de beheerder (ofwel: verwerker) en de lokale ondernemers
(ofwel: de gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken) een verwerkersovereenkomst opgesteld wordt
om te komen tot een legitieme gegevensverwerking tussen deze partijen.
14. Het vorenstaande laat onverlet dat de (lokale) ondernemers mogen zorgen voor extra waarborgen om
deze persoonsgegevens te beschermen.
15. Daarnaast dienen voor het verkrijgen van een vergunning voor het voeren van en/of deelname aan de
hiervoor genoemde registratie van personen aan wie een collectieve horecaontzegging is opgelegd, ook de
aanvullende vergunningsvoorschriften (zie hieronder) in acht genomen te worden.
16. Zoals ook onder overweging 2 van dit besluit is aangegeven, zijn er aanvullende voorschriften
verbonden aan deze vergunningen. De aanvullende voorschriften, zoals ook benoemd in de brief van de AP
van 24 augustus 2020 aan KHN, zijn, dat:
a. de lokale horecaondernemers (gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken) dienen jaarlijks -
gecoördineerd door de KHN-afdeling Almelo1 - een evaluatie van het modelprotocol en model-
DPIA2 van het collectieve horecaontzeggingen uit te voeren. De AP ontvangt op aanvraag een
afschrift van deze evaluatie.
b. in aansluiting op voorschrift a zal de beheerder namens de gezamenlijke
verwerkingsverantwoordelijken bij deze jaarlijkse evaluatie in elk geval expliciet ingaan op:
1 Hierdoor kan een uniforme werkwijze voor alle bij de lokale KHN-afdelingen aangesloten horecaondernemers worden gerealiseerd.
2 Dit is feitelijk inherent aan de cyclus van een DPIA, omdat een DPIA uitvoeren geen eenmalige opdracht is, maar een continu proces.
De verwerkingsverantwoordelijke moet altijd blijven monitoren of diens gegevensverwerking verandert. Bijvoorbeeld als er een
nieuwe technologie gebruikt wordt. Of als persoonsgegevens voor een ander doel worden gebruikt.
4/7
Datum Ons kenmerk
6 oktober 2022 z2022-04098
(de omvang van) de deelnemerslijst (ofwel: de lijst waarin de lokale horecaondernemers
zijn opgesomd, die deelnemen aan de collectieve horecaontzeggingen in dat bepaalde
horecagebied).3
het aantal opgelegde individuele en collectieve horecaontzeggingen.
het aantal (wegens verlopen van de looptijd of om andere redenen) verwijderde
individuele en collectieve horecaontzeggingen.
de meldingen van eventuele bijzondere incidenten waarbij de aard en de omvang daarvan
wordt beschreven, of van andere vermeldingswaardige bijzonderheden.
c. de vergunning is – behoudens ingrijpende wetswijzigingen of wijziging van de
gegevensverwerking – geldig tot 21 april 2027.
d. de verwerkingsverantwoordelijke (lokale horecaondernemer) diens gegevens volledig conform
het modelprotocol en model-DPIA zal verwerken. Dat wil zeggen dat de lokale horecaondernemer
het modelprotocol en model-DPIA ongewijzigd overneemt en de gegevens van de opgelegde
collectieve horecaontzeggingen precies, zoals in het modelprotocol en model-DPIA omschreven
wordt, gaat verwerken.
6 Conclusie
17. De AP is van oordeel dat de in de bijlage genoemde horecaondernemingen – door zich te conformeren
aan de reeds door de AP beoordeelde modelprotocol en model-DPIA (versie augustus 2020) - de noodzaak
en proportionaliteit van de voorgenomen verwerking voldoende hebben aangetoond.
18. De AP wijst de aanvraag ter verlening van een vergunning voor de verwerking van persoonsgegevens
van strafrechtelijke aard ten behoeve van derden toe. Er mag met de voorgenomen verwerking worden
gestart.
7 Afsluiting en rechtsmiddel
Indien u het niet eens bent met dit besluit kunt u binnen zes weken na de datum van verzending van het
besluit ingevolge de Awb een bezwaarschrift indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens. U kunt een
bezwaarschrift indienen per post door deze te zenden naar Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag, onder
vermelding van “Awb-bezwaar” op de envelop. U kunt ook een digitaal bezwaarschrift indienen, zie
www.autoriteitpersoonsgegevens.nl. onder het kopje “Bezwaar maken tegen een besluit”. Het indienen
van een bezwaarschrift schort de werking van dit besluit niet op.
Den Haag, 6 oktober 2022
Autoriteit Persoonsgegevens,
Overeenkomstig het door de Autoriteit Persoonsgegevens genomen besluit,
ir. C.M. Schut, MPA
Directeur Systeemtoezicht, Beveiliging en Technologie
3 Deze deelnemerslijst wordt door de KHN [afdeling] via een website actueel gehouden, zodat kenbaar is welke horecaondernemers
deelnemen aan het collectief verbod in een bepaald gebied.
5/7
Datum Ons kenmerk
6 oktober 2022 z2022-04098
Bijlage: 17 deelnemende horecaondernemingen – horecagebied Almelo
Zaaknummer Naam aanvrager, eigenaar van: Adresgegevens:
z2022-04098.1 Café Brandpunt Kerkstraat 8, 7607 BS Almelo
z2022-04098.2 Taveerne ’t Wetshuys Grotestraat 80, 7607 CT Almelo
z2022-04098.3 Café de Stam Grotestraat 129, 7607 CH Almelo
z2022-04098.4 Café ’t Hookhoes Grotestraat 126, 7607 CW Almelo
z2022-04098.5 Proeflokaal België Schuttenstraat 2, 7607 JA Almelo
z2022-04098.6 Irish Pub the Shamrock Grotestraat 135, 7607 CH Almelo
z2022-04098.7 Bar Biertje Grotestraat 87, 7607 CE Almelo
z2022-04098.8 Willem de Vierde Amaliaplein 1, 7607 JP Almelo
z2022-04098.9 Crazy Frog Amaliaplein 1a, 7607 JP Almelo
z2022-04098.10 Gaudi Grotestraat 133, 7607 CH Almelo
z2022-04098.11 Ibiza-Almelo Amaliaplein 4, 7607 JP Almelo
z2022-04098.12 Nielz Café Marktplein 31, 7607 HM Almelo
6/7
Datum Ons kenmerk
6 oktober 2022 z2022-04098
z2022-04098.13 Preston Palace Laan van Iserlohn 1, 7607 PT Almelo
z2022-04098.14 Mc Donalds (Oost) Laan van Iserlohn 2, 7607 PR Almelo
z2022-04098.15 Mc Donalds (Woonboulevard) Woonboulevard 2, 7607 JA Almelo
z2022-04098.16 BCA Adastraat 39a, 7607 HA Almelo
z2022-04098.17 Café Flashback Grotestraat 153, 7607 CJ Almelo
7/7