Datum Ons kenmerk
11 juni 2024 2024-014401
Bulkbesluit inzake de vergunningaanvragen voor de
verwerking van gegevens van strafrechtelijke aard ten
behoeve van derden van de verwerking ‘Collectieve
Horecaontzegging’ door de in de bijlage genoemde
horecaondernemers van het horecagebied Gemeente
Haarlem – 2024-014401
1 Inleiding: aanleiding vergunningaanvraag
1. Op 13 mei 2024 heeft Koninklijke Horeca Nederland (hierna: KHN) – ingevolge artikel 33, vierde lid,
aanhef en onder c, van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG) – bij de
Autoriteit Persoonsgegevens (AP) een bulkvergunningaanvraag ingediend namens de in de bijlage van het
besluit genoemde horecaondernemers in het horecagebied Gemeente Haarlem. Ter onderbouwing van de
aanvraag, heeft KHN een protocol en een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (ook wel data
protection impact assessment/DPIA genoemd) bijgevoegd. Deze aanvraag is bij de AP bekend onder het
zaaknummer 2024-014401 en onder de zaaknaam ‘Bulkvergunningaanvraag horecagebied Gemeente
Haarlem’.
Op 9 januari 2023 heeft de AP eerder een besluit afgegeven voor de 24 deelnemende horecaondernemers.
Bij deze nieuwe bulkvergunningaanvraag nemen 6 horecaondernemers niet meer deel en sluiten de 5
nieuwe horecaondernemers zich aan bij de eerdere afgegeven vergunning van 9 januari 2023.
Procesverloop
- Op 13 mei 2024 heeft de AP de bulkvergunningaanvraag voor 23 horecaondernemers inzake een
Collectieve Horecaontzegging in horecagebied Gemeente Haarlem van KHN ontvangen. Deze
horecaondernemers sluiten zich aan bij de eerdere afgegeven vergunning van 9 januari 2023.
- Op 4 juni 2024 heeft de AP geconstateerd dat de bulkvergunningaanvraag incompleet was en de
AP heeft KHN op 4 juni 2024 verzocht om de bulkvergunningaanvraag aan te vullen.
- Op 5 juni 2024 heeft KHN de ontbrekende informatie en documenten aangeleverd.
2. Op grond van artikel 33, vierde lid, aanhef en onder c, UAVG mogen persoonsgegevens van
strafrechtelijke aard ten behoeve van derden worden verwerkt indien de AP een vergunning voor de
verwerking heeft verleend. Ingevolge artikel 33, vijfde lid, UAVG kan een vergunning slechts worden
verleend, indien de verwerking noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend belang van derden en bij
de uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet
onevenredig wordt geschaad. Aan de vergunning kunnen door de AP voorschriften worden verbonden.
3. In het navolgende concludeert de AP dat er een bulkvergunning voor de verwerking van gegevens van
strafrechtelijke aard ten behoeve van derden kan worden verleend aan de individuele horecaondernemers,
genoemd in de bijlage, omdat voldoende is aangetoond dat de verwerking noodzakelijk is met het oog op
een zwaarwegend belang van derden en bij de uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de
Datum Ons kenmerk
11 juni 2024 2024-014401
persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad. Het vorenstaande is
uitgewerkt in het aangeleverde protocol en de DPIA.
2 Procedureverloop
4. De AP heeft het Protocol (collectieve) horecaontzegging, versie augustus 2020 (hierna: modelprotocol
collectieve horecaontzegging) en de Data Protection Impact Assessment – Registratie en gebruik
horecaontzeggingen, versie augustus 2020 (hierna: model-DPIA collectieve horecaontzegging)
beoordeeld. De AP is op basis van de hiervoor genoemde documenten en de nadere toelichting die daarop
is gegeven door KHN, tot de conclusie gekomen dat de AP in genoemde documenten geen strijdigheden
ziet met de AVG en de UAVG. De AP heeft dit bevestigd in haar brief van 24 augustus 2020, waarbij is
aangegeven dat aan de nog af te geven vergunningen in elk geval een aantal specifieke aanvullende
voorschriften worden verbonden (zie onder overwegingen 12, 13, 14, 15 en 16 van dit besluit). Na
afstemming met KHN (landelijk) heeft de AP per brief van 14 april 2022 aangegeven dat de
geldigheidstermijn van het modelprotocol, model-DPIA collectieve horecaontzeggingen en alle
bulkvergunningen loopt tot 21 april 2027.
5. De lokale ondernemers hebben schriftelijk verklaard dat zij het modelprotocol collectieve
horecaontzegging (augustus 2020) en model-DPIA collectieve horecaontzegging (augustus 2020)
onderschrijven en zich daaraan zullen conformeren. Dit is de basis voor de aanvraag van de
bulkvergunning, die de ondernemers elk nodig hebben voor de verwerking van persoonsgegevens van
strafrechtelijke aard ten behoeve van derden.
3 Feitelijke weergave van de voorgenomen verwerking
6. Het doel van de horecaontzegging is om in de aangesloten horecabedrijven (inclusief de daarbij
behorende erven/terrassen):
• de veiligheid van horecaondernemers, hun medewerkers en hun gasten te vergroten;
• overlast gevend gedrag te reduceren;
• criminaliteit te voorkomen en tegen te gaan.
7. Een verwerkingsverantwoordelijke kan een Individuele Horeca Ontzegging (IHO) uitreiken wanneer
een persoon een of meerdere van de volgende gedragingen zoals vermeld in de artikel 4.1.1 tot en met 4.1.7
van het protocol in zijn horecabedrijf en/of op de daarbij behorende erven/terrassen vertoont. Als binnen
een periode van zes maanden een tweede IHO ten aanzien van dezelfde betrokkene wordt ingevoerd in het
registratiesysteem dan wordt de tweede IHO omgezet in een CHO van zes maanden. De subverwerker
informeert de betrokkene hierover volgens het formulier ‘Aanzegging CHO’. De subverwerker informeert
de verwerkingsverantwoordelijke die de tweede IHO heeft uitgereikt over de omzetting van de tweede
IHO in een CHO.
8. Een gast die zich niet houdt aan de huisregels en/of strafbare feiten pleegt kan worden gesommeerd het
bedrijf te verlaten en een ondernemer kan (naast het doen van aangifte) ervoor kiezen om de betrokkene
voor een bepaalde tijd de toegang tot het bedrijf te ontzeggen. Doet een ondernemer dat alleen voor zijn
eigen bedrijf/bedrijven, dan is er sprake van een Individuele Horeca Ontzegging (IHO). Een IHO mag niet
langer dan zes maanden duren.
2/8
Datum Ons kenmerk
11 juni 2024 2024-014401
9. Een verwerkingsverantwoordelijke kan een CHO uitreiken wanneer een persoon zich aan een of
meerdere van de in artikel 4.2.1 van het protocol genoemde gedragingen in het horecabedrijf van de
verwerkingsverantwoordelijke en/of op de daarbij behorende erven/terrassen schuldig maakt. Bij de
collectieve horecaontzegging slaan de gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken de handen ineen om
gezamenlijk overlastgevers uit hun bedrijven te weren. Als een verwerkingsverantwoordelijke aan het
Protocol CHO de betrokkene een CHO heeft opgelegd, dan geldt deze ontzegging ook meteen voor alle
andere gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken. Met één ontzegging wordt een overlastgever dus
meteen geweerd uit alle aangesloten bedrijven, zonder dat de persoon in kwestie overlast heeft
veroorzaakt in die andere bedrijven.
4 Wettelijk kader van strafrechtelijke aard ten behoeve van derden
Artikel 10 AVG bepaalt: “Persoonsgegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten
of daarmee verband houdende veiligheidsmaatregelen mogen op grond van artikel 6, lid 1, alleen worden
verwerkt onder toezicht van de overheid of indien de verwerking is toegestaan bij Unierechtelijke of
lidstaatrechtelijke bepalingen die passende waarborgen voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen
bieden. Omvattende registers van strafrechtelijke veroordelingen mogen alleen worden bijgehouden
onder toezicht van de overheid.”
Artikel 1 UAVG bepaalt: “In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
[…]
Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard: persoonsgegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen
en strafbare feiten of daarmee verband houdende veiligheidsmaatregelen als bedoeld in artikel 10 van de
verordening, alsmede persoonsgegevens betreffende een door de rechter opgelegd verbod naar aanleiding
van onrechtmatig of hinderlijk gedrag; […]”
Artikel 31 UAVG bepaalt: “Onverminderd artikel 10 van de verordening mogen persoonsgegevens van
strafrechtelijke aard alleen worden verwerkt voor zover dit krachtens de artikelen 32 en 33 is toegestaan.”
Artikel 33, vierde lid, aanhef en onder c, UAVG bepaalt: “Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard
mogen ten behoeve van derden worden verwerkt:
[…]
c. indien de Autoriteit persoonsgegevens met inachtneming van het vijfde lid een vergunning voor de
verwerking heeft verleend.”
Artikel 33, vijfde lid, UAVG bepaalt: “Een vergunning als bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, kan slechts
worden verleend, indien de verwerking noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend belang van
derden en bij de uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de
betrokkene niet onevenredig wordt geschaad. Aan de vergunning kunnen voorschriften worden
verbonden.”
Artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f, AVG bepaalt: “De verwerking is alleen rechtmatig indien en voor
zover aan ten minste een van de onderstaande voorwaarden is voldaan:
[…]
f) de verwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de
verwerkingsverantwoordelijke of van een derde, behalve wanneer de belangen of de grondrechten en de
fundamentele vrijheden van de betrokkene die tot bescherming van persoonsgegevens nopen, zwaarder
wegen dan die belangen, met name wanneer de betrokkene een kind is.”
3/8
Datum Ons kenmerk
11 juni 2024 2024-014401
Overweging 47 van de AVG stelt: “De gerechtvaardigde belangen van een verwerkingsverantwoordelijke,
waaronder die van een verwerkingsverantwoordelijke aan wie de persoonsgegevens kunnen worden
verstrekt, of van een derde, kan een rechtsgrond bieden voor verwerking, mits de belangen of de
grondrechten en de fundamentele vrijheden van de betrokkene niet zwaarder wegen, rekening houdend
met de redelijke verwachtingen van de betrokkene op basis van zijn verhouding met de
verwerkingsverantwoordelijke. […] In elk geval is een zorgvuldige beoordeling geboden om te bepalen of
sprake is van een gerechtvaardigd belang, alsook om te bepalen of een betrokkene op het tijdstip en in het
kader van de verzameling van de persoonsgegevens redelijkerwijs mag verwachten dat verwerking met dat
doel kan plaatsvinden. De belangen en de grondrechten van de betrokkene kunnen met name zwaarder
wegen dan het belang van de verwerkingsverantwoordelijke wanneer persoonsgegevens worden verwerkt
in omstandigheden waarin de betrokkenen redelijkerwijs geen verdere verwerking verwachten. […] De
verwerking van persoonsgegevens die strikt noodzakelijk is voor fraudevoorkoming is ook een
gerechtvaardigd belang van de verwerkingsverantwoordelijke in kwestie. […]”
Artikel 5, tweede lid, AVG bepaalt: “De verwerkingsverantwoordelijke is verantwoordelijk voor de
naleving van lid 1 en kan deze aantonen („verantwoordingsplicht”).”
10. Het wettelijk kader betekent dat de AP zich in het kader van de beoordeling van een
vergunningaanvraag heeft beperkt tot de beoordeling van de verwerking van persoonsgegevens van
strafrechtelijke aard ten behoeve van derden.
5 Beoordeling voorgenomen verwerking
11. Aan de hand van het wettelijk kader is de voorgenomen verwerking beoordeeld. De beoordeling is
gebaseerd op de aan de verwerking ten grondslag liggende vergunningaanvraag, het protocol en de DPIA.
Daarnaast zijn de overwegingen 12, 13, 14, 15 en 16 van dit besluit van belang bij de verrichte beoordeling.
12. Het conformeren aan het modelprotocol collectieve horecaontzegging en model-DPIA collectieve
horecaontzegging (versie augustus 2020) leidt tot het op een AVG-conforme wijze bijhouden van enerzijds
de opgelegde individuele horecaontzeggingen (voor intern/eigen gebruik) en anderzijds het delen met
derden van strafrechtelijke persoonsgegevens ten aanzien van opgelegde collectieve horecaontzeggingen.
In het modelprotocol en de model-DPIA wordt het beroep op de grondslag gerechtvaardigd belang (artikel
6, eerste lid, onder f, van de AVG) conform de Normuitleg grondslag ‘gerechtvaardigd belang’ (november
2019) in voldoende mate uiteengezet om de in artikel 5 van het protocol genoemde categorieën van
gegevens legitiem te verwerken.
13. Daarnaast is ook nog vereist dat tussen de beheerder (ofwel: verwerker) en de lokale ondernemers
(ofwel: de gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken) een verwerkersovereenkomst opgesteld wordt
om te komen tot een legitieme gegevensverwerking tussen deze partijen.
14. Het vorenstaande laat onverlet dat de (lokale) ondernemers mogen zorgen voor extra waarborgen om
deze persoonsgegevens te beschermen.
15. Daarnaast dienen voor het verkrijgen van een vergunning voor het voeren van en/of deelname aan de
hiervoor genoemde registratie van personen aan wie een collectieve horecaontzegging is opgelegd, ook de
aanvullende vergunningsvoorschriften (zie hieronder) in acht genomen te worden.
4/8
Datum Ons kenmerk
11 juni 2024 2024-014401
16. Zoals ook onder overweging 2 van dit besluit is aangegeven, zijn er aanvullende voorschriften
verbonden aan deze vergunningen. De aanvullende voorschriften, zoals ook benoemd in de brief van de AP
van 24 augustus 2020 aan KHN, zijn, dat:
a. de lokale horecaondernemers (gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken) dienen jaarlijks -
gecoördineerd door de KHN-afdeling Haarlem1 - een evaluatie van het modelprotocol en model
DPIA2 van het collectieve horecaontzeggingen uit te voeren. De AP ontvangt op aanvraag een
afschrift van deze evaluatie.
b. in aansluiting op voorschrift a zal de beheerder namens de gezamenlijke
verwerkingsverantwoordelijken bij deze jaarlijkse evaluatie in elk geval expliciet ingaan op:
(de omvang van) de deelnemerslijst (ofwel: de lijst waarin de lokale horecaondernemers
zijn opgesomd, die deelnemen aan de collectieve horecaontzeggingen in dat bepaalde
horecagebied).3
het aantal opgelegde individuele en collectieve horecaontzeggingen.
het aantal (wegens verlopen van de looptijd of om andere redenen) verwijderde
individuele en collectieve horecaontzeggingen.
de meldingen van eventuele bijzondere incidenten waarbij de aard en de omvang daarvan
wordt beschreven, of van andere vermeldingswaardige bijzonderheden.
c. de vergunning is – behoudens ingrijpende wetswijzigingen of wijziging van de
gegevensverwerking – geldig tot 21 april 2027.
d. de verwerkingsverantwoordelijke (lokale horecaondernemer) diens gegevens volledig conform
het modelprotocol en model-DPIA zal verwerken. Dat wil zeggen dat de lokale horecaondernemer
het modelprotocol en model-DPIA ongewijzigd overneemt en de gegevens van de opgelegde
collectieve horecaontzeggingen precies, zoals in het modelprotocol en model-DPIA omschreven
wordt, gaat verwerken.
6 Conclusie
17. De AP is van oordeel dat de in de bijlage genoemde horecaondernemingen – door zich te conformeren
aan de reeds door de AP beoordeelde modelprotocol en model-DPIA (versie augustus 2020) - de noodzaak
en proportionaliteit van de voorgenomen verwerking voldoende hebben aangetoond.
18. De AP wijst de aanvraag ter verlening van een vergunning voor de verwerking van persoonsgegevens
van strafrechtelijke aard ten behoeve van derden toe. Er mag met de voorgenomen verwerking worden
gestart.
1 Hierdoor kan een uniforme werkwijze voor alle bij de lokale KHN-afdelingen aangesloten horecaondernemers worden gerealiseerd.
2 Dit is feitelijk inherent aan de cyclus van een DPIA, omdat een DPIA uitvoeren geen eenmalige opdracht is, maar een continu proces.
De verwerkingsverantwoordelijke moet altijd blijven monitoren of diens gegevensverwerking verandert. Bijvoorbeeld als er een
nieuwe technologie gebruikt wordt. Of als persoonsgegevens voor een ander doel worden gebruikt.
3 Deze deelnemerslijst wordt door de KHN afdeling Haarlem via een website actueel gehouden, zodat kenbaar is welke
horecaondernemers deelnemen aan het collectief verbod in een bepaald gebied.
5/8
Datum Ons kenmerk
11 juni 2024 2024-014401
7 Afsluiting en rechtsmiddel
Indien u het niet eens bent met dit besluit kunt u binnen zes weken na de datum van verzending van het
besluit ingevolge de Awb een bezwaarschrift indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens. U kunt een
bezwaarschrift indienen per post door deze te zenden naar Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag, onder
vermelding van “Awb-bezwaar” op de envelop. U kunt ook een digitaal bezwaarschrift indienen, zie
www.autoriteitpersoonsgegevens.nl. onder het kopje “Bezwaar maken tegen een besluit”. Het indienen
van een bezwaarschrift schort de werking van dit besluit niet op.
Den Haag, 11 juni 2024
Autoriteit Persoonsgegevens,
Overeenkomstig het door de Autoriteit Persoonsgegevens genomen besluit,
ir. N.G. de Jong
Directeur Systeemtoezicht, Beveiliging en Technologie
6/8
Datum Ons kenmerk
11 juni 2024 2024-014401
Bijlage: 23 deelnemende horecaondernemingen – horecagebied Gemeente Haarlem
Zaaknummer Naam aanvrager, eigenaar van: Adresgegevens:
2024-014401.1 Baja Beach Bar Riviervismarkt 7, 2011HJ, Haarlem
2024-014401.2 Bobbi Bar Dancing Lange Veerstr 34, 2011DB, Haarlem
2024-014401.3 Brasserie van Beinum Klokhuisplein 3, 2011HK, Haarlem
2024-014401.4 Bugsy's B.V. Smedestraat 19, 2011RE, Haarlem
2024-014401.5 Café De Zwaan Kinderhuisvest 51-53, 2011NR, Haarlem
2024-014401.6 Café Du Theatre Smedestraat 16, 2011RG, Haarlem
2024-014401.7 Café Het Wapen van Bloemendaal Zijlvest 1A, 2011VB, Haarlem
2024-014401.8 Café In den Koffer Kruisstraat 23, 2011PW, Haarlem
2024-014401.9 Café Koops Damstraat 4, 2011HA, Haarlem
2024-014401.10 Café Stiels Smedestraat 21, 2011RE, Haarlem
2024-014401.11 Café Studio Haarlem Grote Markt 25, 2011RC, Haarlem
2024-014401.12 Café XO Haarlem BV Grote Markt 8, 2011RD, Haarlem
7/8
Datum Ons kenmerk
11 juni 2024 2024-014401
2024-014401.13 Café-Bar De Nieuwe Hut Jansweg 23 zw, 2011KL, Haarlem
2024-014401.14 Coster52* Lange Veerstraat 20-22, 2011DB, Haarlem
2024-014401.15 Jopenkerk Brouwerij Café Restaurant Gedempte Voldersgracht 2, 2011WD, Haarlem
2024-014401.16 Kokonoches Smedestraat 35, 2011RE, Haarlem
2024-014401.17 Polo Bar B.V. Lange Veerstraat 9, 2011DA, Haarlem
2024-014401.18 Spaarne66 B.V. Spaarne 66, 2011CK, Haarlem
2024-014401.19 Stichting Patronaat Zijlsingel 2, 2013DN, Haarlem
2024-014401.20 The Wolfhound Riviervismarkt 9ZW, 2011HJ, Haarlem
2024-014401.21 Vester Grote Markt 10, 2011RD Haarlem
2024-014401.22 Viqh Wijnbar Grote Markt 4, 2011RD, Haarlem
2024-014401.23 Wijncafé Floryn Lange Veerstraat 28, 2011DB, Haarlem
8/8