1/6
Geschillenkamer
Beslissing 85/2026 van 22 april 2026
Dossiernummer: DOS-2026-00468
Betreft: het nalaten gevolg te geven aan een verzoek tot gegevenswissing omtrent
elektronische reclame
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016
betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van
persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van
Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna “AVG”;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit,
hierna “WOG”;
Gelet op het reglement van interne orde van de Gegevensbeschermingsautoriteit, zoals
goedgekeurd door het Directiecomité op 25 april 2024 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad
op 31 mei 2024;
Gelet op de stukken van het dossier;
Heeft de volgende beslissing genomen inzake:
De klager: X, hierna “de klager”; en
De verweerder: Club Y, met maatschappelijke zetel te […], met ondernemingsnummer […],
hierna “de verweerder”
Beslissing 85/2026 — 2/6
I. Feiten en procedure
1. Het voorwerp van de klacht betreft het verzoek op gegevenswissing dat vermoedelijk niet
ingewilligd is.
Twintig jaar geleden sluit de klager een abonnement voor voetbalwedstrijden af bij de
verweerder. Nadien ontvangt hij ongewenste reclamemails. Om dit tegen te gaan drukt de
klager op de optie ‘uitschrijven’ in één van deze mails.
De klager krijgt via een automatische mail van de verweerder de bevestiging dat hij
uitgeschreven is. Desondanks blijft hij reclamemails ontvangen.
Op 13 juli 2025 verzoekt de klager om zijn gegevens volledig te wissen. De klager krijgt
echter nog steeds zulke mails.
2. Op 27 januari 2026 dient de klager een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit
tegen de verweerder.
3. 30 januari 2026 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op grond
van de artikelen 58 en 60 van de WOG en op dezelfde dag wordt de klager hiervan op de
hoogte gesteld overeenkomstig artikel 61 WOG.
4. Op dezelfde dag wordt de Geschillenkamer gevat op grond van artikel 92, 1° WOG.
5. Op 13 maart 2026 brengt de Geschillenkamer de partijen overeenkomstig artikel 95, §2
WOG op de hoogte van het feit dat onderhavig dossier aanhangig gemaakt werd, de inhoud
van de klacht, en de mogelijkheid tot het raadplegen en het kopiëren van het dossier bij de
griffie van de Geschillenkamer. De partijen worden uitgenodigd om hun eventuele
opmerkingen hieromtrent over te maken aan de Geschillenkamer, uiterlijk op 30 maart
2026.
6. Op 25 maart 2026 ontvangt de Geschillenkamer opmerkingen van de verweerder op deze
kennisgeving. De verweerder stelt dat hij technische en organisatorische maatregelen
genomen heeft ten aanzien van de mailingslijst voor reclame.
II. Motivering
II.1. De vermeend defecte optie ‘uitschrijven’
7. Artikel 21 AVG bepaalt dat een betrokkene te allen tijde bezwaar kan maken tegen de
verwerking van zijn persoonsgegevens voor direct marketingdoeleinden en dat de
gegevens na dit bezwaar voor deze doeleinden niet meer verwerkt mogen worden.
Beslissing 85/2026 — 3/6
8. In casu moest de optie ‘uitschrijven’ die de klager aanklikte volstaan om geen reclamemails
meer te ontvangen.1 De Geschillenkamer oordeelt dat de verweerder voor de periode vanaf
het aanklikken van de optie ‘uitschrijven’ tot het verzoek van gegevenswissing het artikel
21 van de AVG vermoedelijk geschonden heeft.
II.2. Het verzoek tot gegevenswissing
9. Artikel 17.1 AVG bepaalt dat de betrokkene recht heeft om de wissing van
persoonsgegevens te verkrijgen van de verwerkingsverantwoordelijke en dit zonder
onredelijke vertraging.
10. Op 13 juli 2025 oefende de klager zijn recht op gegevenswissing uit. Niettemin ontving hij
tot aan de indiening van de klacht zeven maanden later nog steeds reclamemails.
11. De Geschillenkamer oordeelt bijgevolg dat vanaf het verzoek tot gegevenswissing er
sprake is van een vermeende schending van artikel 17.1 AVG.
II.3. De verplichtingen van de verweerder
12. Artikel 12 AVG bepaalt de modaliteiten voor de uitoefening van alle AVG-rechten, zoals het
recht van bezwaar en het recht op gegevenswissing. Het artikel verplicht de
verwerkingsverantwoordelijke onder andere passende maatregelen te nemen om de
betrokkene te informeren, de uitoefening van de AVG-rechten te vergemakkelijken en in
geval van uitoefening van deze rechten, gevolg te geven aan deze uitoefening. Indien de
verwerkingsverantwoordelijk weigert gevolg te geven aan het verzoek van een
betrokkene, wordt deze verplicht de betrokkene uiterlijk binnen een maand te informeren
over de achterliggende rede. 2
13. In casu ging de klager nadat zijn uitoefening van het recht van bezwaar vermoedelijk zonder
respons bleef over naar een verzoek tot gegevenswissing. De verweerder heeft
vermoedelijk het verzoek ook niet binnen de wettelijke termijn beantwoord.
14. Na de indiening van de klacht gaf de verweerder aan dat hij technische en organisatorische
maatregelen genomen heeft en dat hij de klager van de mailingslijst verwijderde. Hij heeft
dit echter niet gestaafd met bewijsstukken. Bovendien gaf de verweerder niet aan dat hij
de klager informeerde over de navolging van zijn verzoek tot gegevenswissing.
15. De Geschillenkamer oordeelt bijgevolg dat de verweerder vermoedelijk artikel 12 AVG
geschonden heeft.
1
Zie bijlage p.1
2
Art. 12.1, 12.2 en 12.3 AVG.
Beslissing 85/2026 — 4/6
16. De Geschillenkamer heeft aldus beslist om op grond van artikel 58.2. AVG en artikel 95, § 1,
5° van de WOG, de verweerder te bevelen dat wordt voldaan aan het verzoek van de klager
om zijn rechten uit te oefenen, meer bepaald het recht op gegevenswissing (“recht op
vergetelheid”) zoals bepaald in artikel 17 AVG.
17. Onderhavige beslissing is een prima facie beslissing genomen door de Geschillenkamer
overeenkomstig artikel 95 van de WOG op grond van de door de klager ingediende klacht,
en geen beslissing ten gronde van de Geschillenkamer in de zin van artikel 100 van de WOG.
18. Onderhavige beslissing heeft tot doel de verweerder in kennis te stellen van het feit dat
deze vermoedelijk een inbreuk op de bepalingen van de AVG heeft gepleegd en deze in de
mogelijkheid te stellen zich alsnog te conformeren met voornoemde bepalingen.
19. Indien de verweerder niet akkoord gaat met de inhoud van de onderhavige prima facie
beslissing en van mening is dat hij feitelijke en/of juridische argumenten kan aanvoeren die
tot een nieuwe beslissing zouden kunnen leiden, kan hij een verzoek tot heroverweging
indienen bij de Geschillenkamer volgens de procedure vastgesteld in artikel 98 juncto
artikel 99 van de WOG, bekend als een “behandeling ten gronde”. Dit verzoek moet worden
gestuurd naar het e-mailadres [email protected] binnen een termijn van 30
dagen na kennisgeving van deze prima facie beslissing. Indien van toepassing, wordt de
uitvoering van deze beslissing opgeschort gedurende de bovengenoemde periode.
20. In geval van een voortzetting van de behandeling van de zaak ten gronde, zal de
Geschillenkamer de partijen op grond van artikel 98, 2° en 3° juncto artikel 99 van de WOG
uitnodigen hun verweermiddelen in te dienen alsook alle stukken die zij nuttig achten bij het
dossier te voegen. De onderhavige beslissing wordt desgevallend definitief opgeschort.
21. Tot slot wijst de Geschillenkamer er volledigheidshalve op dat een behandeling ten gronde
van de zaak kan leiden tot het opleggen van de maatregelen vermeld in artikel 100 van de
WOG3.
3
Artikel 100. § 1. "De geschillenkamer heeft de bevoegdheid om:
1° een klacht te seponeren;
2° de buitenvervolgingstelling te bevelen;
3° de opschorting van de uitspraak te bevelen;
4° een schikking voor te stellen;
5° waarschuwingen en berispingen te formuleren;
6° te bevelen dat wordt voldaan aan de verzoeken van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen;
7° te bevelen dat de betrokkene in kennis wordt gesteld van het veiligheidsprobleem;
8° te bevelen dat de verwerking tijdelijk of definitief wordt bevroren, beperkt of verboden;
9° te bevelen dat de verwerking in overeenstemming wordt gebracht;
10° de rechtzetting, de beperking of de verwijdering van gegevens en de kennisgeving ervan aan de ontvangers van de
gegevens te bevelen;
11° de intrekking van de erkenning van certificatie-instellingen te bevelen;
12° dwangsommen op te leggen;
13° administratieve geldboeten op te leggen;
14° de opschorting van grensoverschrijdende gegevensstromen naar een andere Staat of een internationale instelling te
bevelen;
15° het dossier over te dragen aan het parket van de procureur des Konings te Brussel, die het in kennis stelt van het
gevolg dat aan het dossier wordt gegeven;
Beslissing 85/2026 — 5/6
III. Publicatie van de beslissing
22. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de
Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit. Het is evenwel niet nodig dat daartoe de
identificatiegegevens van de partijen rechtstreeks worden bekendgemaakt.
OM DEZE REDENEN,
beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, onder voorbehoud
van de indiening van een verzoek door de verweerder tot behandeling ten gronde
overeenkomstig artikel 98 e.v. van de WOG, om:
- op grond van artikel 58.2.a) van de AVG en artikel 95, § 1, 4° van de WOG de
verweerder te waarschuwen zodat deze zich er in de toekomst van verzekert dat
het artikel 21 van de AVG wordt nageleefd.
- op grond van artikel 58.2.c) van de AVG en artikel 95, § 1, 5° van de WOG de
verweerder te bevelen dat wordt voldaan aan het verzoek van de klager om zijn
rechten uit te oefenen, meer bepaald het recht op gegevenswissing (artikel 17.1 j°
12 AVG), en over te gaan tot verwijdering van alle persoonsgegevens van de klager
die de verweerder van hem verwerkt alsook de klager op de hoogte te stellen van
deze gegevenswissing, en dit binnen de termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de
kennisgeving van deze beslissing;
- de verweerder te bevelen de Gegevensbeschermingsautoriteit (Geschillenkamer)
per e-mail binnen dezelfde termijn op de hoogte te stellen van het gevolg dat aan
deze beslissing wordt gegeven via het e-mailadres [email protected].
De Geschillenkamer herinnert eraan dat indien de verweerder niet akkoord gaat met de inhoud van
deze prima facie beslissing en van mening is dat hij feitelijke en/of juridische argumenten kan
aanvoeren die tot een andere beslissing zouden kunnen leiden, hij, enerzijds, een verzoek tot
behandeling van de zaak ten gronde kan indienen bij de Geschillenkamer via het e-mailadres
[email protected], en dit binnen een termijn van 30 dagen na de kennisgeving van
deze beslissing. Indien van toepassing, wordt de uitvoering van deze beslissing opgeschort
gedurende de bovengenoemde periode.
Anderzijds kan de verweerder beroep instellen tegen deze beslissing overeenkomstig artikel 108,
§ 1 van de WOG, binnen een termijn van 30 dagen na kennisgeving ervan, bij het Marktenhof (hof
16° geval per geval te beslissen om haar beslissingen bekend te maken op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit."
Beslissing 85/2026 — 6/6
van beroep van Brussel), met de Gegevensbeschermingsautoriteit als verwerende partij. Een
dergelijk beroep kan worden ingesteld door middel van een verzoekschrift op tegenspraak dat de
in artikel 1034ter van het Gerechtelijke Wetboek (Ger.W.) opgesomde vermeldingen dient te
bevatten4. Het verzoekschrift op tegenspraak moet worden ingediend bij de griffie van het
Marktenhof overeenkomstig artikel 1034quinquies van het Ger.W.5, of via het e-Deposit
informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van het Ger.W.).
(Get). Hielke HIJMANS
Directeur van de Geschillenkamer
4
"Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid:
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam, voornaam, woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister-
of ondernemingsnummer;
3° de naam, voornaam, woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden
opgeroepen;
4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering;
5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt;
6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat."
5
"Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden
aan de griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd."