1/5
Geschillenkamer
Beslissing 72/2026 van 31 maart 2026
Dossiernummer : DOS-2025-05053
Betreft : Klacht met betrekking tot de ontvangst per post van onbetaalde facturen
betreffende andere Y klanten
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016
betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van
persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van
Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna “AVG”;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit,
hierna “WOG”;
Gelet op het reglement van interne orde van de Gegevensbeschermingsautoriteit, zoals
goedgekeurd door het Directiecomité op 25 april 2024 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad
op 31 mei 2024;
Gelet op de stukken van het dossier;
Heeft de volgende beslissing genomen inzake:
De klager: X, hierna “de klager”; en
De verweerder: Y, met maatschappelijke zetel te [...], met ondernemingsnummer [...], hierna “de
verweerder”.
Beslissing 72/2026 — 2/5
I. Feiten en procedure
1. Op 15 december 2025 dient de klager een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit
(hierna "de GBA") tegen de verweerder.
2. Het voorwerp van de klacht betreft de ontvangst per post van onbetaalde facturen
betreffende andere Y klanten. De klager meldt dat hij op 14 november 2025 niet alleen de
eigen factuur ingevolge een lopend leasingcontract ontving, maar in dezelfde postzending
ook de herinneringsfacturen van ongeveer tien klanten van de verweerder aantrof. De
klager stelt daardoor onbedoeld inzage in de persoonsgegevens van deze derden te
hebben verkregen.
3. Op 23 december 2025 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op
grond van de artikelen 58 en 60 van de WOG en wordt de klager hiervan op de hoogte
gesteld overeenkomstig artikel 61 WOG.
4. Op 23 december 2025 wordt de Geschillenkamer gevat op grond van artikel 92, 1° van de
WOG.
II. Motivering
5. Op basis van de elementen in het dossier die de Geschillenkamer bekend zijn, en op basis
van de bevoegdheden die haar door de wetgever op grond van artikel 95, § 1 WOG zijn
toebedeeld, beslist de Geschillenkamer over de verdere opvolging van het dossier; in casu
gaat de Geschillenkamer over tot het seponeren van de klacht overeenkomstig artikel 95,
§ 1, 3° WOG, op basis van de hiernavolgende motivering.
6. Wanneer een klacht geseponeerd wordt, dient de Geschillenkamer haar beslissing
trapsgewijs te motiveren1 en:
- een technische sepot uit te spreken indien het dossier geen of niet voldoende
elementen bevat die tot een veroordeling kunnen leiden, of indien er onvoldoende
uitzicht bestaat op een veroordeling wegens een technische belemmering,
waardoor zij niet tot een beslissing kan komen;
- of een beleidssepot uit te spreken, indien ondanks de aanwezigheid van elementen
die tot een sanctie kunnen leiden, de voortzetting van het onderzoek van het
dossier niet opportuun lijkt in het licht van de prioriteiten van de GBA, zoals
gespecificeerd en toegelicht in het sepotbeleid van de Geschillenkamer 2.
1
Hof van Beroep Brussel, Sectie Marktenhof, 19de kamer A, Kamer voor marktzaken, arrest 2020/AR/329, 2 september 2020,
p. 18.
2
In dit verband verwijst de Geschillenkamer naar haar sepotbeleid zoals uitvoerig uiteengezet op de website van de GBA:
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/sepotbeleid-van-de-geschillenkamer.pdf
Beslissing 72/2026 — 3/5
7. In het geval op meer dan één grond wordt geseponeerd, dienen de sepotgronden (resp.
technisch sepot en beleidssepot) in volgorde van belangrijkheid te worden behandeld 3.
8. In het voorliggend dossier gaat de Geschillenkamer over tot een seponering van de klacht,
op grond van technische overwegingen (A.1 van het sepotbeleid van de Geschillenkamer 4)
en beleidsoverwegingen (B.5 van het sepotbeleid van de Geschillenkamer 5). Er liggen
namelijk twee motieven aan de basis van de beslissing van de Geschillenkamer waarom zij
het onwenselijk acht verder gevolg te geven aan het dossier en derhalve beslist niet over
te gaan tot, inter alia, een behandeling ten gronde.
9. De Geschillenkamer wijst erop dat de klacht niet wordt gestaafd door enig bewijs van een
inbreuk op de AVG of op de wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens en
het is duidelijk niet mogelijk om dergelijk bewijs te verzamelen (A.1 sepotbeleid).
10. Vooreerst geeft de klager zelf aan dat de door hem ontvangen facturen die hem per post
werden bezorgd door de verweerder en die bestemd waren voor derden, door hemzelf
werden vernietigd. Dit betekent dat de Geschillenkamer niet over de mogelijkheid beschikt
om na te gaan of de klager de facturen van een tiental andere klanten van de verweerder
daadwerkelijk heeft ontvangen.
11. Bovendien kan ook niet worden nagegaan of de betreffende facturen bestemd voor andere
klanten betrekking hebben op natuurlijke personen en bijgevolg kan niet worden
vastgesteld of er sprake is van een verwerking van persoonsgegevens van natuurlijke
personen waarop de AVG van toepassing is in de zin van artikel 2.1 AVG6.
Leasingcontracten worden immers vaak afgesloten door ondernemingen binnen een
bedrijfscontext, zodanig dat enkel de gegevens van de onderneming worden verwerkt. Op
de verwerking van ondernemingsgegevens is de AVG niet van toepassing. Bij gebrek aan
de herinneringsfacturen kan niet worden nagegaan of deze betrekking hadden op
persoonsgegevens dan wel op ondernemingsgegevens.
12. Daarenboven heeft de verweerder naar aanleiding van de melding van de klager dat hij
herinneringsfacturen bestemd voor derden heeft ontvangen, gereageerd met de
mededeling dat het een menselijke fout betreft, waarvan herhaling zal worden voorkomen
door AVG-training op maat voor de relevante functies die binnenkomende en uitgaande
3
Cf. Titel 3 – In welke gevallen zal mijn klacht waarschijnlijk worden geseponeerd door de Geschillenkamer? van het
sepotbeleid van de Geschillenkamer.
4
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/sepotbeleid-van-de-geschillenkamer.pdf
A.1 Uw klacht is onvoldoende gestaafd met bewijzen voor het bestaan van een inbreuk op de AVG of op de
gegevensbeschermingswetten en het is duidelijk niet mogelijk om een dergelijk bewijs te verkrijgen
5
B.5 Uw klacht is niet voldoende gedetailleerd of wordt niet ondersteund door bewijs dat de Geschillenkamer in staat zou
kunnen stellen te beslissen of er al dan niet sprake is van een inbreuk op de AVG EN uw klacht heeft geen grote
maatschappelijke en/of persoonlijke impact
6
Artikel 2.1. AVG. Deze verordening is van toepassing op de geheel of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerking, alsmede op
de verwerking van persoonsgegevens die in een bestand zijn opgenomen of die bestemd zijn om daarin te worden
opgenomen.
Beslissing 72/2026 — 4/5
poststukken behandelen. Aangezien er zich in het dossier geen enkele aanwijzing bevindt
die de bewering van de verweerder dat het een eenmalige menselijke fout betreft kan
weerleggen en er ook geen bewijs voorhanden is dat de beweringen in de klacht
ondersteunt, is de Geschillenkamer niet in staat om te beslissen of er al dan niet sprake is
van een inbreuk op de AVG. De Geschillenkamer houdt ook rekening met het feit dat er
geen elementen aanwezig zijn in het dossier die erop duiden dat er sprake is van een
regelmatig weerkerend probleem bij de verzending van poststukken door de verweerder.
In de klacht is er sprake van één enkel feit zonder enige ondersteuning met bewijsstukken.
Bijgevolg heeft de klacht geen grote maatschappelijke, noch persoonlijke impact (B.5
sepotbeleid).
III. Publicatie en mededeling van de beslissing
13. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de
Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van de GBA. Het is
daarentegen niet nodig dat daartoe de identificatiegegevens van de partijen rechtstreeks
worden bekendgemaakt.
14. Overeenkomstig haar sepotbeleid, zal de Geschillenkamer de beslissing aan de verweerder
overmaken7. De Geschillenkamer heeft immers besloten om haar sepotbeslissingen
ambtshalve ter kennis te brengen van verweerders. De Geschillenkamer ziet echter af van
een dergelijke kennisgeving wanneer de klager om anonimiteit heeft verzocht ten opzichte
van de verweerder en de kennisgeving van de beslissing aan de verweerder, zelfs indien
deze gepseudonimiseerd is, het niettemin mogelijk maakt om de klager te
(her)identificeren8. Dit is evenwel niet het geval in de onderhavige zaak.
OM DEZE REDENEN,
beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, na beraadslaging,
om de voorliggende klacht te seponeren op grond van artikel 95, § 1, 3° van de WOG.
Beroep kan worden ingesteld tegen deze beslissing overeenkomstig artikel 108, § 1 van de WOG,
binnen een termijn van 30 dagen na kennisgeving ervan, bij het Marktenhof (hof van beroep van
Brussel), met de Gegevensbeschermingsautoriteit als verwerende partij. Een dergelijk beroep kan
7
Cf. Titel 5 – Zal de sepot van mijn klacht worden gepubliceerd? Zal de tegenpartij hiervan op de hoogte worden gebracht?
van het sepotbeleid van de Geschillenkamer.
8
Ibidem.
Beslissing 72/2026 — 5/5
worden ingesteld door middel van een verzoekschrift op tegenspraak dat de in artikel 1034ter van
het Gerechtelijke Wetboek (Ger.W.) opgesomde vermeldingen dient te bevatten9.
Het verzoekschrift op tegenspraak moet worden ingediend bij de griffie van het Marktenhof
overeenkomstig artikel 1034quinquies van het Ger.W.10, of via het e-Deposit informaticasysteem
van Justitie (artikel 32ter van het Ger.W.).
Om de klager in staat te stellen andere mogelijke rechtsmiddelen te overwegen, verwijst de
Geschillenkamer de klager naar de toelichting in haar sepotbeleid.11
(Get). Hielke HIJMANS
Directeur van de Geschillenkamer
9
"Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid:
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam, voornaam, woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister-
of ondernemingsnummer;
3° de naam, voornaam, woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden
opgeroepen;
4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering;
5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt;
6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat."
10
"Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief
gezonden aan de griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd."
11
Cf. Titel 4 – Wat kan ik doen als mijn klacht wordt afgesloten? van het sepotbeleid van de Geschillenkamer.