1/5
Geschillenkamer
Beslissing ten gronde 26/2024 van 7 februari 2024
Dossiernummer : DOS-2023-03948
Betreft : Uitoefening van het recht op gegevenswissing met betrekking tot e-mailadres
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer
Hielke HIJMANS, voorzitter, en de heren Dirk VAN DER KELEN en Frank DE SMET, leden;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016
betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van
persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van
Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna “AVG”;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit,
hierna “WOG”;
Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van
Volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op
15 januari 2019;
Gelet op de stukken van het dossier;
Heeft de volgende beslissing genomen inzake:
De klager: De heer X, hierna “de klager”
De verweerder: Y, hierna “de verweerder”
Beslissing ten gronde 26/2024 — 2/5
I. Feiten en procedure
1. Op 20 september 2023 dient de klager een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit
tegen verweerder.
2. Het voorwerp van de klacht betreft het gebrek aan passend gevolg vanwege de verweerder
op het verzoek van de klager tot het wissen van zijn persoonsgegevens, meer bepaald zijn
mailadres […], hetwelk door de verweerder wordt aangewend om de klager ongevraagde
reclame toe te sturen. De klager heeft verzocht om tot gegevenswissing over te gaan op 9
november 2022 en opnieuw op 14 november 2022. Niettegenstaande de op dit tweede
verzoek volgende bevestiging van de verweerder dat het nodige wordt gedaan, ontvangt de
klager nogmaals op 16 januari 2023 ongevraagde reclame per mail van de verweerder. Dit
heeft aanleiding gegeven tot Beslissing 09/2023 van 9 februari 2023. Niettegenstaande dat
de verweerder ingevolge voormelde beslissing aan de Geschillenkamer op 8 maart 2023
heeft gemeld dat het mailadres van de klager werd gewist, ontvangt de klager toch opnieuw
ongevraagde reclame vanwege de verweerder, hetwelk heeft geleid tot de huidige klacht.
3. Op 6 oktober 2023 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op
grond van de artikelen 58 en 60 WOG en wordt de klacht op grond van artikel 62, § 1 WOG
overgemaakt aan de Geschillenkamer.
4. Op 31 oktober 2023 beslist de Geschillenkamer op grond van artikel 95, § 1, 1° en artikel 98
WOG dat het dossier gereed is voor behandeling ten gronde en worden de betrokken
partijen per aangetekende zending in kennis gesteld van de bepalingen zoals vermeld in
artikel 95, § 2, alsook van deze in artikel 98 WOG. Tevens worden zij op grond van artikel 99
WOG in kennis gesteld van de termijnen om hun verweermiddelen in te dienen.
De uiterste datum voor ontvangst van de conclusie van antwoord van de verweerder werd
daarbij vastgelegd op 11 december 2023, deze voor de conclusie van repliek van de klager
op 3 januari 2024 en deze voor de conclusie van repliek van de verweerder op 24 januari
2024.
5. Op 14 november 2023 ontvangt de Geschillenkamer vanwege de verweerder, binnen de
vooropgestelde conclusietermijn, een omstandige toelichting waarin de oorzaak wordt
uiteengezet ter verklaring hoe de klager ook na de Beslissing 09/2023 van 9 februari 2023
nog ongewenste e-mailberichten heeft ontvangen.
6. Niettegenstaande de aan de klager toegestane conclusietermijn, wordt geen conclusie van
repliek door de klager ingediend bij de Geschillenkamer. Aldus wordt ook geen conclusie van
repliek daarop vanwege de verweerder ingediend.
7. Op 1 februari 2024 geeft de klager aan de Geschillenkamer te kennen dat de klacht nog
steeds actueel is.
Beslissing ten gronde 26/2024 — 3/5
II. Motivering
8. De feitelijke elementen die aan de basis lagen van Beslissing 09/2023 van 9 februari 2023
betreffen de ontvangst van ongewenste reclameberichten op het mailadres […] In de thans
voorliggende klacht die aanleiding vormt tot de huidige beslissing werd door de klager louter
verwezen naar voormelde Beslissing 09/2023 waarvan werd gesteld dat deze niet zou zijn
uitgevoerd door de verweerder en waardoor de klager nog steeds ongewenste
reclameberichten zou ontvangen. Deze handelswijze van de verweerder had mogelijks tot
gevolg dat een inbreuk werd gepleegd op artikel 12.3 en 12.4 AVG juncto artikel 17.1 AVG.
9. De verweerder licht echter toe dat het recht op gegevenswissing van de klager d.d. 9 november
2022 het e-mailadres […] betrof en dat de doeltreffendheid van dit recht werd bevestigd aan
de Geschillenkamer in overeenstemming met Beslissing 09/2023 en aldus de
persoonsgegevens van de klager gekoppeld aan het betreffende e-mailadres in de database
werden verwijderd. De verweerder voegt daaraan toe dat de klager kennelijk nog een ander
account met een ander e-mailadres had. Nadat een nieuw verzoek van de klager door de
verweerder werd ontvangen waarin werd meegedeeld dat de klager opnieuw een prospectie-
e-mail had ontvangen, kon de verweerder op basis hiervan het e-mailadres […] koppelen aan de
voor-en achternaam van de klager. Dit tweede account had een ander e-mailadres en was om
die reden niet verwijderd, aangezien het niet het onderwerp was van het eerste verzoek. De
verweerder stipt hierbij aan dat de unieke identificatiecode die wordt gebruikt om de
verschillende profielen in de databank te onderscheiden, enkel het e-mailadres is. Elk verzoek
dat via een e-mailadres wordt verzonden, wordt bijgevolg alleen voor hetzelfde e-mailadres
verwerkt om verwarring in geval van homoniemen te voorkomen. Dit verklaart waarom
ongewenste reclameberichten per mail werden verzonden naar […].
10. De verweerder verklaart dat dus wel degelijk het account van de klager en het daarbij horende
e-mailadres […] zoals vermeld in de klacht en in de stukken bijgebracht door de klager, hetwelk
aanleiding vormde tot Beslissing 09/2023, werd verwijderd, zoals bevestigd aan de
Geschillenkamer bij brief van 8 maart 2023. Inmiddels werd naar aanleiding van de huidige
klacht en nadat duidelijk werd dat de klager nog over een tweede account beschikte met het e-
mailadres […] ook dit verwijderd.
11. De door de verweerder verstrekte toelichting overtuigt de Geschillenkamer, aangezien de
stukken die de klager bijbracht ter staving van de uitoefening van zijn recht op
gegevenswissing waaraan geen gevolg werd gegeven door de verweerder, hetwelk aanleiding
heeft gegeven tot Beslissing 09/2023, enkel en alleen betrekking hadden op het e-mailadres
[…] Uit geen enkel feitelijk element van het dossier kon de verweerder afleiden dat de klager
nog over een tweede account beschikte met een enigszins gelijkaardig of ander e-mailadres.
Er kan ook niet van de verweerder worden verwacht dat uit eigen beweging wordt gezocht naar
een tweede of zelfs meerdere accounts met (een) gelijkaardig(e)) mailadres(sen) die eventueel
Beslissing ten gronde 26/2024 — 4/5
aan eenzelfde betrokkene toebehoren zonder dat met zekerheid de identiteit van de
betrokkene aan wie het account toebehoort, vaststaat. Dit volgt ook uit artikel 17.1 AVG waarin
is opgenomen dat de betrokkene het recht heeft op wissing van hem betreffende
persoonsgegevens, en houdt dus niet de verplichting in voor de verweerder om over te gaan
tot het wissen van persoonsgegevens waarvan niet vaststaat dat deze aan de betrokkene
toebehoren. Dit verklaart ook dat in artikel 12.6 AVG is opgenomen dat wanneer de
verwerkingsverantwoordelijke redenen heeft om te twijfelen aan de identiteit van de
natuurlijke persoon die het verzoek indient al bedoeld in de artikelen 15 tot en met 21, om
aanvullende informatie kan vragen die nodig is ter bevestiging van de identiteit van de
betrokkene. De Geschillenkamer is echter van oordeel dat er in casu voor de verweerder geen
elementen voorhanden waren om te twijfelen aan de identiteit van de klager en het door hem
uitgeoefende recht op gegevenswissing met betrekking tot […] aan de hand van de door hem
bijgebrachte stavingsstukken die enkel op dat e-mailadres betrekking hadden, waardoor er
aldus geen aanleiding bestond in hoofde van de verweerder om aanvullende informatie op te
vragen ter bevestiging van diens identiteit met betrekking tot […].
12. Uit het bovenstaande volgt dat de Geschillenkamer van oordeel is dat de verweerder alles in
het werk heeft gesteld om de situatie ten behoeve van de klager uit te klaren waardoor werd
overgegaan tot de verwijdering van het e-mailadres […] zodra kwam vast te staan dat er een
tweede account met dit e-mailadres toebehoorde aan de klager; en eerder reeds het e-
mailadres […] werd verwijderd met respect voor het bevel tot gegevenswissing zoals opgelegd
in Beslissing 09/2023. Dit brengt de Geschillenkamer tot het besluit dat de huidige klacht geen
aanleiding geeft tot de vaststelling van een nieuwe inbreuk op artikel 12.3 en 12.4 AVG juncto
artikel 17.1 AVG.
Beslissing ten gronde 26/2024 — 5/5
III. Publicatie van de beslissing
14. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de
Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit. Het is evenwel niet nodig dat daartoe de
identificatiegegevens van de partijen rechtstreeks worden bekendgemaakt.
OM DEZE REDENEN,
beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, na beraadslaging, om
op grond van artikel 100, §1, 1° WOG, voorliggende klacht te seponeren gelet op het feit dat
er dienaangaande geen inbreuk op de AVG kan worden vastgesteld.
Op grond van artikel 108, § 1 van de WOG, kan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de
kennisgeving tegen deze beslissing beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van
beroep Brussel), met de Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder.
Een dergelijk beroep kan worden aangetekend middels een verzoekschrift op tegenspraak dat de
in artikel 1034ter van het Gerechtelijk Wetboek opgesomde vermeldingen dient te bevatten 1. Het
verzoekschrift op tegenspraak dient te worden ingediend bij de griffie van het Marktenhof
overeenkomstig artikel 1034quinquies van het Ger.W.2, dan wel via het e-Deposit
informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van het Ger.W.).
(get). Hielke HIJMANS
Voorzitter van de Geschillenkamer
1
Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid:
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam, voornaam, woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister- of
ondernemingsnummer;
3° de naam, voornaam, woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden
opgeroepen;
4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering;
5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt;
6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat.
2
Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden
aan de griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd.