1/6
Geschillenkamer
Beslissing 140/2022 van 29 september 2022
Dossiernummer : DOS-2020-06006
Betreft : klacht wegens het onvoldoende gevolg geven aan een verzoek tot rectificatie
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer Hielke Hijmans,
alleenzetelend voorzitter;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende
de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en
betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene
verordening gegevensbescherming), hierna AVG;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, hierna WOG;
Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers
op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 15 januari 2019;
Gelet op de stukken van het dossier;
heeft de volgende beslissing genomen inzake:
De klager: de heer X, hierna: de klager.
De verweerder: Y, hierna “de verwerkingsverantwoordelijke”.
Beslissing 140/2022 - 2/6
I. Feiten en procedure
1. Op 24 november 2020 diende de klager een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit tegen
de verwerkingsverantwoordelijke.
Ingevolge een bepaalde problematiek van de (destijds minderjarige) dochter van de klager werd de
dochter opgevolgd door de verwerkingsverantwoordelijke. De verwerkingsverantwoordelijke
heeft deze gegevens echter doorgegeven aan een andere instantie voor verdere opvolging. In het
kader van deze verdere opvolging werd een elektronisch Motivatiedocument opgesteld. De klager
heeft echter vastgesteld dat hierin onjuiste persoonsgegevens van zijn dochter en hemzelf
genoteerd werden door de verwerkingsverantwoordelijke. Meer bepaald zijn de volgende
gegevens foutief: een verblijfadres van de klager, de familienaam van de klager en zijn dochter, de
domiciliegegevens van de klager, het e-mailadres van de klager, de domiciliegegevens van de
moeder en de domiciliegegevens van de dochter die bij haar vader verblijft. Ten gevolge van deze
foutieve informatie heeft de klager bepaalde e-mails en brieven omtrent de voortgang van zijn
dochter niet ontvangen.
De klager voert aan in zijn klacht dat hij aan de verwerkingsverantwoordelijke op 5 februari 2020
persoonlijk en vervolgens op 10 februari 2020 en 6 april 2020 schriftelijk en op 7 april 2020
telefonisch verzocht heeft aan de verwerkingsverantwoordelijke om deze foutieve gegevens aan
te passen. De klager heeft echter geen voldoende inhoudelijk antwoord op deze verzoeken mogen
ontvangen.
2. Op 21 januari 2021 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op grond van
de artikelen 58 en 60 WOG en wordt de klacht op grond van artikel 62, §1 WOG overgemaakt aan
de Geschillenkamer.
II. Motivering
3. De Geschillenkamer is er zich van bewust dat het bijna twee jaar geduurd heeft om deze klacht te
behandelen, ondanks de herhaaldelijke verzoeken van de klager om meer informatie over de stand
van zaken in het dossier te krijgen. Dit is het gevolg van de grote werklast bij de Geschillenkamer
waardoor dossiers een (te) lange behandelingstermijn kennen. Gelet op de bovenvermelde
herhaaldelijke verzoeken van de klager aan de Geschillenkamer blijkt dat het voorwerp van de
klacht nog niet in tussentijd opgelost werd, waardoor de Geschillenkamer overgaat tot de
behandeling van de klacht.
Beslissing 140/2022 - 3/6
II.1. Rectificatie van persoonsgegevens
4. De Geschillenkamer is van oordeel dat de verzoeken van de klager, zowel persoonlijk dd. 5 februari
2020, als schriftelijk dd. 10 februari 2020, 10 maart 2020, 6 april 2020, als telefonisch op 7 april
2020 een uitoefening vormen van zijn recht op rectificatie, als bedoeld in artikel 16 van de AVG.
5. Krachtens artikel 12.3 AVG moet de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene onverwijld en in
ieder geval binnen een maand na ontvangst van het verzoek, informatie verstrekken betreffende
het gevolg dat aan het verzoek werd gegeven, dan wel de betrokkene moet informeren dat de
termijn van een maand – gelet op de complexiteit van het verzoek – met twee maanden wordt
verlengd.
6. De verwerkingsverantwoordelijke heeft op 10 maart 2020 geantwoord dat de klager reeds
antwoord op zijn vragen ontvangen zou hebben tijdens een persoonlijk overleg op 5 februari 2020,
hetgeen volgens de klager niet klopt omdat de persoonsgegevens nog steeds foutief zijn. Op 7 april
2020 ontving de klager een brief van de verwerkingsverantwoordelijke waarin werd meegedeeld
dat de brief van de klager dd. 6 april 2020 goed ontvangen werd en bezorgd werd aan de betrokken
medewerker binnen de verwerkingsverantwoordelijke.
7. Uit het dossier blijkt niet dat de verwerkingsverantwoordelijke op afdoende inhoudelijke wijze op
deze verzoeken heeft gereageerd op de datum van de klacht, d.w.z. meer dan twee maanden nadat
de klager zijn eerste verzoek had verzonden.
8. De Geschillenkamer is van oordeel dat op basis van bovenstaande analyse moet worden
geconcludeerd dat de verwerkingsverantwoordelijke de bepalingen van de AVG heeft geschonden.
9. Meer in het bijzonder betreft de schending het uitblijven van een antwoord op de verzoeken van de
klager tot uitoefening van zijn recht op rectificatie (artikel 16 van de AVG) en dit in het bijzonder
gelet op:
- de uittreksels van het elektronisch Motivatiedocument waaruit de foutieve persoonsgegevens
blijken; en
- de schriftelijke verzoeken dd. 10 februari 2020, 10 maart 2020 en 6 april 2020 tot rectificatie
van de persoonsgegevens van zichzelf en zijn dochter.
10. Dit rechtvaardigt dat in het onderhavige geval een besluit moet worden genomen om
overeenkomstig artikel 95, § 1, 5°, van de WOG de naleving van het verzoek van de klager te
gelasten.
11. Onderhavige beslissing is een prima facie beslissing genomen door de Geschillenkamer
overeenkomstig artikel 95 WOG op grond van de door de klager ingediende klacht, in het kader van
de ‘procedure voorafgaand aan de beslissing ten gronde en geen beslissing ten gronde van de
Geschillenkamer in de zin van artikel 100 WOG. De Geschillenkamer heeft aldus beslist om op grond
van de artikelen 58.2.c) en 95, §1, 5° van de wet van 3 december 2017, de
Beslissing 140/2022 - 4/6
verwerkingsverantwoordelijke te bevelen dat wordt voldaan aan de verzoeken van de betrokkene
om zijn rechten uit te oefenen, meer bepaald het recht op rectificatie zoals bepaald in artikel 16 AVG.
12. Onderhavige beslissing heeft tot doel de verweerder in kennis te stellen van het feit dat deze een
inbreuk op de bepalingen van de AVG heeft gepleegd en deze in de mogelijkheid te stellen zich
alsnog te conformeren met voornoemde bepalingen.
13. Indien de verweerder evenwel niet akkoord gaat met de inhoud van onderhavige prima facie
beslissing en van oordeel is dat deze feitelijke en/of juridische argumenten kan laten gelden die tot
een andere beslissing zouden kunnen leiden, kan deze via het e-mailadres litigationchamber@apd-
gba.be een verzoek tot behandeling ten gronde van de zaak richten aan de Geschillenkamer en dit
binnen de termijn van 30 dagen na de kennisgeving van deze beslissing.
14. In geval van een voortzetting van de behandeling van de zaak ten gronde, zal de Geschillenkamer
de partijen op grond van de artikelen 98, 2° en 3° juncto artikel 99 WOG uitnodigen hun
verweermiddelen in te dienen alsook alle stukken die zij nuttig achten bij het dossier te voegen. De
onderhavige beslissing wordt desgevallend definitief opgeschort.
15. De Geschillenkamer wijst er volledigheidshalve op dat een behandeling ten gronde van de zaak kan
leiden tot het opleggen van de maatregelen vermeld in artikel 100 WOG 1.
16. Tot slot wijst de Geschillenkamer nog op het volgende:
Indien één van beide partijen gebruik wenst te maken van de mogelijkheid tot het raadplegen en
het kopiëren van het dossier (artikel 95, §2, 3° WOG), dient deze zich te wenden tot het secretariaat
van de Geschillenkamer, bij voorkeur via [email protected], teneinde een afspraak
vast te leggen. Indien om een kopie van het dossier wordt verzocht, worden de stukken zo mogelijk
elektronisch of anders per gewone post bezorgd 2.
1
1° een klacht te seponeren;
2° de buitenvervolgingstelling te bevelen;
3° de opschorting van de uitspraak te bevelen;
4° een schikking voor te stellen;
5° waarschuwingen en berispingen te formuleren;
6° te bevelen dat wordt voldaan aan de verzoeken van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen;
7° te bevelen dat de betrokkene in kennis wordt gesteld van het veiligheidsprobleem;
8° te bevelen dat de verwerking tijdelijk of definitief wordt bevroren, beperkt of verboden;
9° te bevelen dat de verwerking in overeenstemming wordt gebracht;
10° de rechtzetting, de beperking of de verwijdering van gegevens en de kennisgeving ervan aan de ontvangers van de gegevens
te bevelen;
11° de intrekking van de erkenning van certificatie-instellingen te bevelen;
12° dwangsommen op te leggen;
13° administratieve geldboeten op te leggen;
14° de opschorting van grensoverschrijdende gegevensstromen naar een andere Staat of een internationale instelling te bevelen;
15° het dossier over te dragen aan het parket van de procureur des Konings te Brussel, die het in kennis stelt van het gevolg dat aan
het dossier wordt gegeven;
16° geval per geval te beslissen om haar beslissingen bekend te maken op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
2
In verband met de buitengewone omstandigheden ingevolge COVID-19 wordt de mogelijkheid van afhalen bij het secretariaat van
de Geschillenkamer NIET geboden. Bovendien vindt alle communicatie in beginsel elektronisch plaats.
Beslissing 140/2022 - 5/6
III. Publicatie van de beslissing
17. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de
Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit. Het is evenwel niet nodig dat daartoe de identificatiegegevens
van de partijen rechtstreeks worden bekendgemaakt.
OM DEZE REDENEN,
beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit eveneens, onder voorbehoud van de
indiening van een verzoek door de verwerkingsverantwoordelijke tot behandeling ten gronde
overeenkomstig artikel 98 e.v. WOG, om:
- op grond van artikel 58.2.c) AVG en artikel 95, §1, 5° WOG de verwerkingsverantwoordelijke te
bevelen dat wordt voldaan aan het verzoek van de klager zijn rechten uit te oefenen, meer bepaald het
recht op rectificatie (artikel 16 AVG) dit binnen de termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de
kennisgeving van deze beslissing;
- de verwerkingsverantwoordelijke te bevelen de Gegevensbeschermingsautoriteit (Geschillenkamer)
per e-mail binnen dezelfde termijn op de hoogte te stellen van het resultaat van deze beslissing via het
e-mailadres [email protected]; en
- bij gebrek aan tijdige uitvoering van het hierboven gestelde door de verwerkingsverantwoordelijke, de
zaak ambtshalve ten gronde te behandelen overeenkomstig artikelen 98 e.v. WOG.
De Geschillenkamer zal een afschrift van de voorliggende beslissing aan de verwerkingsverantwoordelijke
te bezorgen.
Op grond van artikel 108, § 1 van de WOG, kan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving
tegen deze beslissing beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van beroep Brussel), met de
Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder.
Een dergelijk beroep kan worden aangetekend middels een verzoekschrift op tegenspraak dat de in artikel
1034ter van het Gerechtelijk Wetboek opgesomde vermeldingen dient te bevatten3. Het verzoekschrift op
3
Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid:
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam, voornaam, woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister- of
ondernemingsnummer;
3° de naam, voornaam, woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden opgeroepen;
4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering;
Beslissing 140/2022 - 6/6
tegenspraak dient te worden ingediend bij de griffie van het Marktenhof overeenkomstig artikel
1034quinquies van het Ger.W.4, dan wel via het e-Deposit informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van
het Ger.W.).
(get). Hielke HIJMANS
Voorzitter van de Geschillenkamer
5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt;
6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat.
4
Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden aan
de griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd.