1/6
Geschillenkamer
Beslissing 136/2022 van 26 september 2022
Dossiernummer : DOS-2022-02599
Betreft : Uitoefening van het recht op inzage zonder dat de verwerkingsverantwoordelijke
daaraan gevolg geeft
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer Hielke Hijmans,
alleenzetelend voorzitter;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende
de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en
betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene
verordening gegevensbescherming), hierna AVG;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, hierna WOG;
Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers
op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 15 januari 2019;
Gelet op de stukken van het dossier;
heeft de volgende beslissing genomen inzake:
.
De klager: De heer X, hierna “de klager”; .
.
De verwerkingsverantwoordelijke: Y, hierna “de verwerkingsverantwoordelijke”
Beslissing 136/2022 - 2/6
I. Feiten en procedure
1. Op 21 juni 2022 diende de klager een bemiddelingsverzoek in bij de
Gegevensbeschermingsautoriteit, behandeld door de Eerstelijnsdienst. Vermits de
bemiddelingsprocedure niet heeft geleid tot een gunstig resultaat gelet op het gebrek aan reactie
vanwege de verwerkingsverantwoordelijke, werd ingevolge die vaststelling met akkoord van de
klager het bemiddelingsverzoek op 8 augustus 2022 omgezet naar een klacht tegen de
verwerkingsverantwoordelijke.
2. Het voorwerp van de klacht betreft de uitoefening van het recht van inzage door de klager die de
verwerkingsverantwoordelijke heeft verzocht om hem het volledige diagnoseverslag met freeze
frame data betreffende zijn voertuig te willen overmaken in het kader van de uitvoering van een
expertise. De verwerkingsverantwoordelijke heeft op dit verzoek geantwoord binnen de wettelijke
termijn van één maand (artikel 12.3 AVG), maar stelde dat de gevraagde gegevens niet kunnen
worden overgemaakt aan de klager gelet op het verbod om interne documenten te delen met
derden buiten het automerk netwerk .
3. Op 9 augustus 2022 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op grond van
de artikelen 58 en 60 WOG en wordt de klacht op grond van art. 62, §1 WOG overgemaakt aan de
Geschillenkamer.
II. Motivering
4. Vooreerst verduidelijkt de Geschillenkamer dat de gegevens betreffende het voertuig van de
klager als persoonsgegevens moeten worden aangemerkt, aangezien de klager aan de hand van
zijn voertuiggegevens kan worden geïdentificeerd in de zin van artikel 4. 1) AVG1.
5. Hoewel de verwerkingsverantwoordelijke heeft gereageerd op het verzoek van de klager binnen
de wettelijke termijn van één maand (artikel 12.3 AVG), heeft deze geweigerd om de klager de
gevraagde gegevens te verstrekken omwille van het verbod om interne documenten te delen met
derden buiten het automerk netwerk . Het is mogelijk voor de verwerkingsverantwoordelijke om
geen gevolg te geven aan het verzoek tot inzage mits mededeling waarom het verzoek zonder
1
Artikel 4 AVG.
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
1) „persoonsgegevens”: alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon („de betrokkene”); als
identificeerbaar wordt beschouwd een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een
identificator zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens, een online identificator of van een of meer elementen die
kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die natuurlijke
persoon;
Beslissing 136/2022 - 3/6
gevolg is gebleven (artikel 12.4 AVG) 2 in zoverre er een wettelijke grond is voor het beperken van
het recht op toegang.
6. De Geschillenkamer oordeelt dat louter op grond van de interne bedrijfspolicy niet het recht kan
worden ontzegd aan de klager om op grond van artikel 15.1 AVG inzage te verkrijgen in de hem
betreffende gegevens. De klager is een klant van de verwerkingsverantwoordelijke en heeft het
recht op een kopie van de persoonsgegevens die worden verwerkt, desgevallend in elektronische
vorm (artikel 15.3 AVG). Dat de interne bedrijfspolicy zou verhinderen om gegevens betreffende de
voertuigen van klanten – aan de hand waarvan deze klanten identificeerbaar zijn waardoor deze
gegevens wel degelijk persoonsgegevens zijn – te verstrekken, vormt geen afdoende motivering
om de klager de door hem gevraagde informatie te weigeren. Het intern verbod waarop de
verwerkingsverantwoordelijke zich beroept om gegevens te delen met derden, kan niet worden
ingeroepen tegen de klanten als dusdanig, aangezien hierdoor de verwerkingsverantwoordelijke op
eenzijdige wijze afbreuk doet aan het recht van de klager op toegang tot zijn eigen gegevens. Dit
zou immers betekenen dat de rechten van de klager worden terzijde geschoven in functie van een
intern verbod, hetwelk niet kan worden aanvaard. Bijgevolg acht de Geschillenkamer de motivering
waarop de verwerkingsverantwoordelijke zich beroept om de verstrekking van de gegevens aan de
klager te weigeren niet toelaatbaar en heeft de klager in casu recht op de gegevens van het hem
betreffende voertuig.
7. De Geschillenkamer stelt op basis van de stukken die de klacht staven vast dat de klager zijn recht
op inzage heeft uitgeoefend, maar de verwerkingsverantwoordelijke ten onrechte heeft geweigerd
daaraan gevolg te geven. Hierdoor heeft de verwerkingsverantwoordelijke gehandeld in strijd met
artikel 15.1. en 15.3 AVG3.
2
Zie ook overweging 59 AVG. […] De verwerkingsverantwoordelijke dient te worden verplicht onverwijld en ten laatste binnen een maand
op een verzoek van de betrokkene te reageren, en om de redenen op te geven voor een eventuele voorgenomen weigering om aan dergelijke
verzoeken gehoor te geven.
3
Artikel 15 AVG
1. De betrokkene heeft het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem
betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om inzage te verkrijgen van die persoonsgegevens en van de volgende
informatie:
a) de verwerkingsdoeleinden;
b) de betrokken categorieën van persoonsgegevens;
c) de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de persoonsgegevens zijn of zullen worden verstrekt, met name ontvangers in
derde landen of internationale organisaties;
d) indien mogelijk, de periode gedurende welke de persoonsgegevens naar verwachting zullen worden opgeslagen, of indien dat niet
mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;
e) dat de betrokkene het recht heeft de verwerkingsverantwoordelijke te verzoeken dat persoonsgegevens worden gerectificeerd of gewist,
of dat de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens wordt beperkt, alsmede het recht tegen die verwerking bezwaar te maken;
f) dat de betrokkene het recht heeft klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit;
g) wanneer de persoonsgegevens niet bij de betrokkene worden verzameld, alle beschikbare informatie over de bron van die gegevens;
h) het bestaan van geautomatiseerde besluitvorming, met inbegrip van de in artikel 22, leden 1 en 4, bedoelde profilering, en, ten minste
in die gevallen, nuttige informatie over de onderliggende logica, alsmede het belang en de verwachte gevolgen van die verwerking voor de
betrokkene.
[…]
Beslissing 136/2022 - 4/6
8. De Geschillenkamer is van oordeel dat op grond van bovenstaande analyse dient te worden
geconcludeerd dat door de verwerkingsverantwoordelijke een inbreuk op de bepalingen van de
AVG werd gepleegd, dewelke rechtvaardigt dat in casu wordt overgegaan tot het nemen van een
beslissing op grond van artikel 95, §1, 5° WOG, meer bepaald de verwerkingsverantwoordelijke te
bevelen om gevolg te geven aan de uitoefening door de klager van diens recht van inzage (artikel
15.1 en 15.3 AVG) en dit in het bijzonder gelet op de stukken die de klager heeft bijgebracht waaruit
blijkt dat de klager wel degelijk zijn recht op inzage heeft uitgeoefend, maar de
verwerkingsverantwoordelijke heeft geweigerd daaraan gevolg te gegeven.
9. Onderhavige beslissing is een prima facie beslissing genomen door de Geschillenkamer
overeenkomstig artikel 95 WOG op grond van de door de klager ingediende klacht, in het kader van
de ‘procedure voorafgaand aan de beslissing ten gronde’ 4 en geen beslissing ten gronde van de
Geschillenkamer in de zin van artikel 100 WOG.
10. Onderhavige beslissing heeft tot doel de verwerkingsverantwoordelijke in kennis te stellen van het
feit dat deze mogelijk een inbreuk op de bepalingen van de AVG heeft gepleegd en deze in de
mogelijkheid te stellen zich alsnog te conformeren met voornoemde bepalingen.
11. Indien de verwerkingsverantwoordelijke evenwel niet akkoord gaat met de inhoud van onderhavige
prima facie beslissing en van oordeel is dat deze feitelijke en/of juridische argumenten kan laten
gelden die tot een andere beslissing zouden kunnen leiden, kan deze via het e-mailadres
[email protected] een verzoek tot behandeling ten gronde van de zaak richten aan de
Geschillenkamer en dit binnen de termijn van 14 dagen na de kennisgeving van deze beslissing. De
tenuitvoerlegging van onderhavige beslissing wordt desgevallend gedurende voormelde periode
geschorst.
12. In geval van een voortzetting van de behandeling van de zaak ten gronde, zal de Geschillenkamer
de partijen op grond van de artikelen 98, 2° en 3° juncto artikel 99 WOG uitnodigen hun
verweermiddelen in te dienen alsook alle stukken die zij nuttig achten bij het dossier te voegen. De
onderhavige beslissing wordt desgevallend definitief opgeschort.
13. De Geschillenkamer wijst er volledigheidshalve op dat een behandeling ten gronde van de zaak kan
leiden tot het opleggen van de maatregelen vermeld in artikel 100 WOG5.
4 Afdeling 3, Onderafdeling 2 WOG (artikelen 94 t.e.m. 97).
5
1° een klacht te seponeren;
2° de buitenvervolgingstelling te bevelen;
3° de opschorting van de uitspraak te bevelen;
4° een schikking voor te stellen;
5° waarschuwingen en berispingen te formuleren;
6° te bevelen dat wordt voldaan aan de verzoeken van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen;
7° te bevelen dat de betrokkene in kennis wordt gesteld van het veiligheidsprobleem;
8° te bevelen dat de verwerking tijdelijk of definitief wordt bevroren, beperkt of verboden;
9° te bevelen dat de verwerking in overeenstemming wordt gebracht;
10° de rechtzetting, de beperking of de verwijdering van gegevens en de kennisgeving ervan aan de ontvangers van de gegevens te
Beslissing 136/2022 - 5/6
14. Tot slot wijst de Geschillenkamer nog op het volgende:
Indien één van beide partijen gebruik wenst te maken van de mogelijkheid tot het raadplegen en
het kopiëren van het dossier (art. 95, §2, 3° WOG), dient deze zich te wenden tot het secretariaat
van de Geschillenkamer, bij voorkeur via [email protected], teneinde een afspraak
vast te leggen.
Indien om een kopie van het dossier wordt verzocht, worden de stukken zo mogelijk elektronisch
of anders per gewone post bezorgd 6.
III. Publicatie van de beslissing
15. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de
Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit. Het is evenwel niet nodig dat daartoe de identificatiegegevens
van de partijen rechtstreeks worden bekendgemaakt.
bevelen;
11° de intrekking van de erkenning van certificatie-instellingen te bevelen;
12° dwangsommen op te leggen;
13° administratieve geldboeten op te leggen;
14° de opschorting van grensoverschrijdende gegevensstromen naar een andere Staat of een internationale instelling te bevelen;
15° het dossier over te dragen aan het parket van de procureur des Konings te Brussel, die het in kennis stelt van het gevolg dat aan het
dossier wordt gegeven;
16° geval per geval te beslissen om haar beslissingen bekend te maken op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
6
In verband met de buitengewone omstandigheden ingevolge COVID-19 wordt de mogelijkheid van afhalen bij het secretariaat van de
Geschillenkamer NIET geboden. Bovendien vindt alle communicatie in beginsel elektronisch plaats.
Beslissing 136/2022 - 6/6
OM DEZE REDENEN,
beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, onder voorbehoud van de
indiening van een verzoek door de verwerkingsverantwoordelijke tot behandeling ten gronde
overeenkomstig artikel 98 e.v. WOG1, om:
- op grond van artikel 58.2, c) AVG en artikel 95, §1, 5° WOG de verwerkingsverantwoordelijke te
bevelen dat wordt voldaan aan het verzoek van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen,
meer bepaald het recht van inzage (artikel 15.1 en 15.3 AVG), en over te gaan tot het verstrekken
aan de klager van de door hem gevraagde informatie, en dit binnen de termijn van 14 dagen te
rekenen vanaf de kennisgeving van deze beslissing;
- de verwerkingsverantwoordelijke te bevelen de Gegevensbeschermingsautoriteit
(Geschillenkamer) per e-mail binnen dezelfde termijn op de hoogte te stellen van het resultaat
van deze beslissing via het e-mailadres [email protected]; en
- bij gebrek aan de tijdige uitvoering van het hierboven gestelde door de
verwerkingsverantwoordelijke, de zaak ambtshalve ten gronde te behandelen overeenkomstig
artikelen 98 e.v. WOG.
Op grond van artikel 108, § 1 van de WOG, kan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving
tegen deze beslissing beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van beroep Brussel), met de
Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder.
Een dergelijk beroep kan worden aangetekend middels een verzoekschrift op tegenspraak dat de in artikel
1034ter van het Gerechtelijk Wetboek opgesomde vermeldingen dient te bevatten 7. Het verzoekschrift op
tegenspraak dient te worden ingediend bij de griffie van het Marktenhof overeenkomstig artikel
1034quinquies van het Ger.W.8, dan wel via het e-Deposit informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van
het Ger.W.).
(get). Hielke Hijmans
Voorzitter van de Geschillenkamer
7
Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid:
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam, voornaam, woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister- of
ondernemingsnummer;
3° de naam, voornaam, woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden opgeroepen;
4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering;
5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt;
6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat.
8
Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden aan de
griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd.