1/5
Geschillenkamer
Beslissing 130/2021 van 29 november 2021
Dossiernummer : DOS-2021-06086
Betreft : Klacht wegens doorgifte van persoonsgegevens in het kader van een GAS-
procedure
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer Hielke Hijmans,
alleenzetelend voorzitter;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende
de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en
betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene
verordening gegevensbescherming), hierna AVG;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, hierna WOG;
Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers
op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 15 januari 2019;
Gelet op de stukken van het dossier;
heeft de volgende beslissing genomen inzake:
De klager: Mevrouw X “de klager”;
De verweerder Y, hierna “de verwerkingsverantwoordelijke”.
Beslissing 130/2021 - 2/5
I. Feiten en procedure
1. Op 20 september 2021 diende de klager een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit
tegen de verwerkingsverantwoordelijke.
Het voorwerp van de klacht betreft de doorgifte van persoonsgegevens in het kader van een GAS-
procedure. Op 19 augustus 2021 deed de klager melding van het sluikstort bij bevoegde
gemeentediensten. Op basis van deze melding van de klager, maakte een inspecteur of agent van
de bevoegde politiezone een proces-verbaal op. Dit proces-verbaal, inclusief de niet-
geanonimiseerde bijlagen waaronder de voornoemde melding, werd vervolgens overgemaakt aan
de verwerkingsverantwoordelijke met het oog op het opstellen van de GAS-boete. Nadien maakte
de verwerkingsverantwoordelijke per brief de GAS-boete, eveneens met bijlagen, waaronder de
niet-geanonimiseerde melding van de klager op haar beurt over aan elkeen van de vier verdachten.
De klager geeft aan benaderd te zijn geweest door een van de 4 verdachten op 16 september 2021
die haar geconfronteerd heeft met de door haar gedane melding van de sluikstort. Daarnaast
maakt de klager melding dat in de GAS-boete ook de persoonsgegevens van de 3 andere
verdachten weergegeven worden.
2. Op 1 oktober 2021 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op grond van de
artikelen 58 en 60 WOG en wordt de klacht op grond van art. 62, §1 WOG overgemaakt aan de
Geschillenkamer.
II. Bevoegdheid van de Gegevensbeschermingsautoriteit
3. De Geschillenkamer stelt dat de klacht betrekking heeft op de verwerking van persoonsgegevens
van zowel de klager als de andere betrokkenen in de zin van artikel 4, 2° van de AVG 1 waarop de
AVG van toepassing is.
4. De GAS-dienst van de verwerkingsverantwoordelijke treedt overeenkomstig de Wet betreffende
de gemeentelijke administratieve sanctie2 op als sanctionerend GAS-ambtenaar in de onderhavige
zaak. Als verwerkingsverantwoordelijke stellen zij GAS-sancties op gebaseerd op de processen-
verbaal zoals deze zijn opgesteld door de inspecteurs of agenten van de bevoegde politiezone. In
dit kader verzenden zij eveneens een kopie van het proces-verbaal en alle bijlagen aan de
verdachten.
5. Voor dit aspect, het optreden als sanctionerend GAS-ambtenaar en alle hiermee gepaard gaande
verwerkingen, treedt de Y op als verwerkingsverantwoordelijke en niet als verwerker van de
1
Artikel 4, 2) AVG: “„verwerking”: een bewerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of een geheel
van persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen,
structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiden
of op andere wijze ter beschikking stellen, aligneren of combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens”
2
Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, BS 1 juli 2013.
Beslissing 130/2021 - 3/5
politiezone. Derhalve is de Gegevensbeschermingsautoriteit bevoegd om kennis te nemen van de
klacht.
III. Motivering
6. De problematiek die door de klager wordt voorgelegd betreft de doorgifte door de
verwerkingsverantwoordelijke, zonder daarvoor zijn toestemming te hebben verleend, van
persoonsgegevens die op haar betrekking hebben aan 4 verdachten van de GAS-boete inzake
sluikstort.
7. De Geschillenkamer stelt vast dat de verwerkingsverantwoordelijke de persoonsgegevens, te
weten de naam en het e-mailadres van de klager heeft verkregen met het oog op een welbepaald
doeleinde, namelijk het nemen van passende maatregelen, in casu een GAS-boete om het
sluikstortprobleem in de gemeente te verhelpen. De verwerkingsverantwoordelijke kan de
verkregen gegevens van de klager zoals verstrekt in haar klacht aldus niet doorgeven aan anderen
zonder daartoe de voorafgaande toestemming van de klager te hebben verkregen.
8. Het staat echter vast dat de verwerkingsverantwoordelijke de persoonsgegevens van de klager
zoals verstrekt door middel van haar klacht heeft overgemaakt aan de 4 verdachten. Dit was
geenszins in overeenstemming was met het beoogde doeleinde waarvoor de gegevens werden
verstrekt door de klager, namelijk het nemen van passende maatregelen om op te treden tegen
sluikstort. Het staat vast dat de ontvangers van de GAS-boete inzake sluikstort van de klager niet
behoorden tot de groep van mogelijke bestemmelingen teneinde dit doeleinde te realiseren. Aldus
is er sprake van een schending van het beginsel inzake doelbinding (artikel 5.1 b) AVG).
9. Bovendien vond deze doorgifte aan de ontvangers van de GAS-boete in kwestie plaats zonder
daartoe de voorafgaande toestemming te hebben verkregen van de klager, zodat er ook geen
rechtmatige grondslag aanwezig was voor dergelijke doorgifte en bijgevolg artikel 6.1 a) AVG niet
werd gerespecteerd.
10. Gelet op deze vaststellingen is de Geschillenkamer van oordeel dat de inbreuk op artikel 5.1 b) AVG
en artikel 6.1 a) AVG is bewezen. Echter, de verwerkingsverantwoordelijke erkent uitdrukkelijk een
ernstige fout te hebben begaan waarbij zij zelf aangeeft dat het uitermate belangrijk is om
voorzichtig om te gaan met vertrouwelijke gegevens. De verwerkingsverantwoordelijke heeft
eveneens tijdig melding gemaakt van dit incident bij de Gegevensbeschermingsautoriteit waarbij
reeds enkele concrete maatregelen werden voorgelegd om deze incidenten in de toekomst te
vermijden. Gelet op voormelde redenen besluit de Geschillenkamer om niet over te gaan tot een
behandeling ten gronde van deze zaak.
11. Onderhavige beslissing is een prima facie beslissing genomen door de Geschillenkamer
overeenkomstig artikel 95 WOG op grond van de door de klager ingediende klacht, in het kader van
Beslissing 130/2021 - 4/5
de ‘procedure voorafgaand aan de beslissing ten gronde’ 3 en geen beslissing ten gronde van de
Geschillenkamer in de zin van artikel 100 WOG. Dit heeft tot gevolg dat de Geschillenkamer alleen
sancties opgesomd in artikel 95 WOG aan de verwerkingsverantwoordelijke kan opleggen en niet
de sancties uit artikel 100 WOG4, zoals bijvoorbeeld een administratieve geldboete.
12. Onderhavige beslissing heeft tot doel de verwerkingsverantwoordelijke in kennis te stellen van het
feit dat deze een inbreuk op de bepalingen van de AVG heeft gepleegd en deze in de mogelijkheid
te stellen zich alsnog te conformeren met voornoemde bepalingen.
13. Indien de verwerkingsverantwoordelijke evenwel niet akkoord gaat met de inhoud van onderhavige
prima facie beslissing en van oordeel is dat deze feitelijke en/of juridische argumenten kan laten
gelden die tot een andere beslissing zouden kunnen leiden, kan deze via het e-mailadres
[email protected] een verzoek tot behandeling ten gronde van de zaak richten aan de
Geschillenkamer en dit binnen de termijn van 14 dagen na de kennisgeving van deze beslissing. De
tenuitvoerlegging van onderhavige beslissing wordt desgevallend gedurende voormelde periode
geschorst.
14. In geval van een voortzetting van de behandeling van de zaak ten gronde, zal de Geschillenkamer
de partijen op grond van de artikelen 98, 2° en 3° juncto artikel 99 WOG uitnodigen hun
verweermiddelen in te dienen alsook alle stukken die zij nuttig achten bij het dossier te voegen. De
onderhavige beslissing wordt desgevallend definitief opgeschort.
15. De Geschillenkamer wijst er volledigheidshalve op dat een behandeling ten gronde van de zaak kan
leiden tot het opleggen van de maatregelen vermeld in artikel 100 WOG.
16. Tot slot wijst de Geschillenkamer nog op het volgende:
Indien één van beide partijen gebruik wenst te maken van de mogelijkheid tot het raadplegen en
het kopiëren van het dossier (art. 95, §2, 3° WOG), dient deze zich te wenden tot het secretariaat
van de Geschillenkamer, bij voorkeur via [email protected], teneinde een afspraak
3 Afdeling 3, Onderafdeling 2 WOG (artikelen 94 t.e.m. 97).
4
1° een klacht te seponeren;
2° de buitenvervolgingstelling te bevelen;
3° de opschorting van de uitspraak te bevelen;
4° een schikking voor te stellen;
5° waarschuwingen en berispingen te formuleren;
6° te bevelen dat wordt voldaan aan de verzoeken van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen;
7° te bevelen dat de betrokkene in kennis wordt gesteld van het veiligheidsprobleem;
8° te bevelen dat de verwerking tijdelijk of definitief wordt bevroren, beperkt of verboden;
9° te bevelen dat de verwerking in overeenstemming wordt gebracht;
10° de rechtzetting, de beperking of de verwijdering van gegevens en de kennisgeving ervan aan de ontvangers van de gegevens
te bevelen;
11° de intrekking van de erkenning van certificatie-instellingen te bevelen;
12° dwangsommen op te leggen;
13° administratieve geldboeten op te leggen;
14° de opschorting van grensoverschrijdende gegevensstromen naar een andere Staat of een internationale instelling te bevelen;
15° het dossier over te dragen aan het parket van de procureur des Konings te Brussel, die het in kennis stelt van het gevolg dat aan
het dossier wordt gegeven;
16° geval per geval te beslissen om haar beslissingen bekend te maken op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
Beslissing 130/2021 - 5/5
vast te leggen. Indien om een kopie van het dossier wordt verzocht, worden de stukken zo mogelijk
elektronisch of anders per gewone post bezorgd 5.
IV. Publicatie van de beslissing
17. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de
Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit. Het is evenwel niet nodig dat daartoe de identificatiegegevens
van de partijen rechtstreeks worden bekendgemaakt.
OM DEZE REDENEN,
beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, na beraadslaging, om:
- Op grond van artikel 58.2.a) AVG en artikel 95, § 1, 4° WOG, de verwerkingsverantwoordelijke te
waarschuwen dat voorgenomen verwerking een inbreuk op artikel 5,1, b) AVG en artikel 6.1 a) AVG
uitmaakt.
Tegen deze beslissing kan op grond van art. 108, §1 WOG, beroep worden aangetekend binnen een
termijn van dertig dagen, vanaf de kennisgeving, bij het Marktenhof, met de
Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder.
(get). Hielke Hijmans
Voorzitter van de Geschillenkamer
5
In verband met de buitengewone omstandigheden ingevolge COVID-19 wordt de mogelijkheid van afhalen bij het secretariaat van
de Geschillenkamer NIET geboden. Bovendien vindt alle communicatie in beginsel elektronisch plaats.