1/5
Geschillenkamer
Beslissing 02/2023 van 18 januari 2023
Dossiernummer : DOS-2023-00059
Betreft : Uitoefening van het recht op gegevenswissing zonder dat de verweerder daaraan
gevolg geeft
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer Hielke Hijmans,
alleenzetelend voorzitter;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende
de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en
betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene
verordening gegevensbescherming), hierna AVG;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, hierna WOG;
Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers
op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 15 januari 2019;
Gelet op de stukken van het dossier;
heeft de volgende beslissing genomen inzake:
.
De klager: de heer X, hierna “de klager”; .
.
De verweerder: Y, hierna “de verweerder”.
Beslissing 02/2023 - 2/5
I. Feiten en procedure
1. Op 3 januari 2023 diende de klager een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit tegen de
verweerder.
2. Op 1 december 2022 richtte de klager zich tot de verweerder met het verzoek om de hem
betreffende persoonsgegevens te wissen op grond van artikel 17.1 AVG, overeenkomstig het
privacybeleid van de verweerder. De klager heeft een herinnering verstuurd naar de verweerder op
19 december 2022. Op 3 januari 2023 heeft de klager nog geen antwoord van de verweerder in
verband met het verzoek tot gegevenswissing mogen ontvangen. Op 28 december 2022 ontving
de klager echter nog een e-mail met promoties van de verweerder. In navolging hiervan heeft de
klager klacht ingediend bij de Gegevensbeschermingsautoriteit.
3. Op 9 januari 2023 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op grond van de
artikelen 58 en 60 WOG en wordt de klacht op grond van artikel 62, §1 WOG overgemaakt aan de
Geschillenkamer.
II. Motivering
4. De Geschillenkamer stelt vast op basis van de stukken die de klacht staven dat de klager zijn recht
op gegevenswissing conform artikel 17.1 AVG heeft uitgeoefend op 1 december 2022, en een
herinnering heeft verstuurd op 19 december 2022. Uit de stukken bij de klacht concludeert de
Geschillenkamer dat de klager zijn verzoek tot gegevenswissing heeft uitgevoerd door het sturen
van een mail op het hiertoe bestemde e-mailadres van de verweerder. Ingevolge artikel 12.3 AVG
dient de verwerkingsverantwoordelijke, in casu de verweerder, op het verzoek tot
gegevenswissing te antwoorden binnen één maand na ontvangst van het verzoek. Eventueel kan
deze termijn met nog eens twee maanden verlengd worden, gelet op de complexiteit van het
verzoek. De klager moet dan binnen de maand na het verzoek tot gegevenswissing over deze
verlenging geïnformeerd worden. Indien de verweerder beslist om geen gevolg te geven aan het
verzoek van de klager, moet zij dit binnen één maand na de ontvangst van het verzoek meedelen
aan de betrokkene, overeenkomstig artikel 12.4 AVG. Uit het dossier blijkt niet dat de klager enig
antwoord heeft mogen ontvangen over het gevolg dat door de verweerder aan de gegevenswissing
gegeven wordt. Daarnaast blijkt uit de stukken die aan de klacht werden toegevoegd dat de klager
nog een e-mail met promoties van de verweerder heeft ontvangen op 28 december 2022. Hierdoor
heeft de verwerkingsverantwoordelijke gehandeld in strijd met artikel 12.3 en 12.4 AVG, alsook
artikel 17.1 AVG.
5. De Geschillenkamer is van oordeel dat op grond van bovenstaande analyse dient te worden
geconcludeerd dat door de verweerder een inbreuk op de bepalingen van de AVG werd gepleegd,
dewelke rechtvaardigt dat in casu wordt overgegaan tot het nemen van een beslissing op grond
Beslissing 02/2023 - 3/5
van artikel 95, §1, 5° WOG, meer bepaald de verweerder te bevelen om gevolg te geven aan de
uitoefening door de klager van diens recht op gegevenswissing (artikel 17.1 AVG).
6. Onderhavige beslissing is een prima facie beslissing genomen door de Geschillenkamer
overeenkomstig artikel 95 WOG op grond van de door de klager ingediende klacht, in het kader van
de ‘procedure voorafgaand aan de beslissing ten gronde’ 1 en geen beslissing ten gronde van de
Geschillenkamer in de zin van artikel 100 WOG. De Geschillenkamer heeft aldus beslist om op grond
van de artikelen 58.2. c) en 95, §1, 5° van de wet van 3 december 2017, de verweerder te bevelen
dat wordt voldaan aan de verzoeken van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen, meer
bepaald het recht op gegevenswissing (“recht op vergetelheid”) zoals bepaald in artikel 17 AVG.
7. Onderhavige beslissing heeft tot doel de verweerder in kennis te stellen van het feit dat deze een
inbreuk op de bepalingen van de AVG heeft gepleegd en deze in de mogelijkheid te stellen zich
alsnog te conformeren met voornoemde bepalingen.
8. Indien de verweerder evenwel niet akkoord gaat met de inhoud van onderhavige prima facie
beslissing en van oordeel is dat deze feitelijke en/of juridische argumenten kan laten gelden die tot
een andere beslissing zouden kunnen leiden, kan deze via het e-mailadres litigationchamber@apd-
gba.be een verzoek tot behandeling ten gronde van de zaak richten aan de Geschillenkamer en dit
binnen de termijn van 30 dagen na de kennisgeving van deze beslissing. De tenuitvoerlegging van
onderhavige beslissing wordt desgevallend gedurende voormelde periode geschorst.
9. In geval van een voortzetting van de behandeling van de zaak ten gronde, zal de Geschillenkamer
de partijen op grond van de artikelen 98, 2° en 3° juncto artikel 99 WOG uitnodigen hun
verweermiddelen in te dienen alsook alle stukken die zij nuttig achten bij het dossier te voegen. De
onderhavige beslissing wordt desgevallend definitief opgeschort.
10. De Geschillenkamer wijst er volledigheidshalve op dat een behandeling ten gronde van de zaak kan
leiden tot het opleggen van de maatregelen vermeld in artikel 100 WOG 2.
1
Afdeling 3, Onderafdeling 2 WOG (artikelen 94 t.e.m. 97).
2
1° een klacht te seponeren;
2° de buitenvervolgingstelling te bevelen;
3° de opschorting van de uitspraak te bevelen;
4° een schikking voor te stellen;
5° waarschuwingen en berispingen te formuleren;
6° te bevelen dat wordt voldaan aan de verzoeken van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen;
7° te bevelen dat de betrokkene in kennis wordt gesteld van het veiligheidsprobleem;
8° te bevelen dat de verwerking tijdelijk of definitief wordt bevroren, beperkt of verboden;
9° te bevelen dat de verwerking in overeenstemming wordt gebracht;
10° de rechtzetting, de beperking of de verwijdering van gegevens en de kennisgeving ervan aan de ontvangers van de gegevens te
bevelen;
11° de intrekking van de erkenning van certificatie-instellingen te bevelen;
12° dwangsommen op te leggen;
13° administratieve geldboeten op te leggen;
14° de opschorting van grensoverschrijdende gegevensstromen naar een andere Staat of een internationale instelling te bevelen;
15° het dossier over te dragen aan het parket van de procureur des Konings te Brussel, die het in kennis stelt van het gevolg dat aan het
dossier wordt gegeven;
16° geval per geval te beslissen om haar beslissingen bekend te maken op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
Beslissing 02/2023 - 4/5
11. Tot slot wijst de Geschillenkamer nog op het volgende:
Indien één van beide partijen gebruik wenst te maken van de mogelijkheid tot het raadplegen en
het kopiëren van het dossier (artikel 95, §2, 3° WOG), dient deze zich te wenden tot het secretariaat
van de Geschillenkamer, bij voorkeur via [email protected], teneinde een afspraak
vast te leggen. Indien om een kopie van het dossier wordt verzocht, worden de stukken zo mogelijk
elektronisch of anders per gewone post bezorgd 3.
III. Publicatie van de beslissing
12. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de
Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit. Het is evenwel niet nodig dat daartoe de identificatiegegevens
van de partijen rechtstreeks worden bekendgemaakt.
OM DEZE REDENEN,
beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, onder voorbehoud van de
indiening van een verzoek door de verweerder tot behandeling ten gronde overeenkomstig artikel
98 e.v. WOG1, om:
- op grond van artikel 58.2, c) AVG en artikel 95, §1, 5° WOG de verweerder te bevelen dat wordt
voldaan aan het verzoek van de betrokkene zijn rechten uit te oefenen, meer bepaald het recht
op gegevenswissing (artikel 17.1 AVG), en over te gaan tot wissing van de betreffende
persoonsgegevens, en dit binnen de termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van
deze beslissing;
- de verweerder te bevelen de Gegevensbeschermingsautoriteit (Geschillenkamer) per e-mail
binnen dezelfde termijn op de hoogte te stellen van het resultaat van deze beslissing via het e-
mailadres [email protected]; en
- bij gebrek aan de tijdige uitvoering van het hierboven gestelde door de verweerder, de zaak
ambtshalve ten gronde te behandelen overeenkomstig artikelen 98 e.v. WOG.
Op grond van artikel 108, § 1 van de WOG, kan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving
tegen deze beslissing beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van beroep Brussel), met de
Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder.
3
In verband met de buitengewone omstandigheden ingevolge COVID-19 wordt de mogelijkheid van afhalen bij het secretariaat van de
Geschillenkamer NIET geboden. Bovendien vindt alle communicatie in beginsel elektronisch plaats.
Beslissing 02/2023 - 5/5
Een dergelijk beroep kan worden aangetekend middels een verzoekschrift op tegenspraak dat de in artikel
1034ter van het Gerechtelijk Wetboek opgesomde vermeldingen dient te bevatten4. Het verzoekschrift op
tegenspraak dient te worden ingediend bij de griffie van het Marktenhof overeenkomstig artikel
1034quinquies van het Ger.W.5, dan wel via het e-Deposit informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van
het Ger.W.).
(get). Hielke Hijmans
Voorzitter van de Geschillenkamer
4
Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid:
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam, voornaam, woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister- of
ondernemingsnummer;
3° de naam, voornaam, woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden opgeroepen;
4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering;
5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt;
6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat.
5
Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden aan de
griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd.