Autoriteit Persoonsgegevens
Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag
Bezuidenhoutseweg 30, 2594 AV Den Haag
T 070 8888 500 - F 070 8888 501
autoriteitpersoonsgegevens.nl
Vertrouwelijk/Aangetekend
Gemeente Enschede
College van burgemeester en wethouders
Postbus 20
7500 AA ENSCHEDE
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
Contactpersoon
[VERTROUWELIJK]
Onderwerp
Besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete
Geacht college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede,
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft besloten aan het college van burgemeester en wethouders van
de gemeente Enschede (het college B&W Enschede) een bestuurlijke boete van € 600.000 op te leggen.
Het college B&W Enschede heeft zonder grondslag persoonsgegevens verwerkt van eigenaren/gebruikers
van mobiele apparaten waarop de wifi stond ingeschakeld in de binnenstad van Enschede. Daarmee heeft
het college B&W Enschede artikel 5, eerste lid onder a, jo. artikel 6, eerste lid van de Algemene
Verordening Gegevensbescherming (AVG) overtreden.
Hierna wordt het besluit nader toegelicht. Hoofdstuk 1 betreft een inleiding en hoofdstuk 2 beschrijft het
wettelijk kader. In hoofdstuk 3 beoordeelt de AP of er sprake is van persoonsgegevens, de
verwerkingsverantwoordelijkheid en de overtreding. In hoofdstuk 4 wordt de (hoogte van de) bestuurlijke
boete uitgewerkt en hoofdstuk 5 bevat het dictum en de rechtsmiddelenclausule.
1
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
1. Inleiding
1.1 Betrokken overheidsinstantie
Dit besluit heeft betrekking op het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede
(hierna: het college B&W Enschede). Op 17 juli 2018 heeft de AP een klacht van een klager ontvangen met
daarin het verzoek om een corrigerende maatregel op te leggen aan de gemeente Enschede. De klager
legde uit dat er in de binnenstad van Enschede sensoren hangen die gegevens van langslopende personen
opvangen die de wifi op hun telefoon hebben ingeschakeld. Het opvangen en verwerken van deze gegevens
gebeurt volgens de klager zonder grondslag in de zin van artikel 6, eerste lid, van de Algemene verordening
gegevensbescherming (hierna: AVG). De AP is daarop een onderzoek gestart naar de naleving van de AVG
door het college B&W Enschede. Gedurende het onderzoek ontving de AP twee soortgelijke klachten.
1.2 Procesverloop
Tijdens het onderzoek heeft de AP informatie opgevraagd bij het college B&W Enschede en bij Retail
Management Center B.V. (hierna: Bureau RMC), de organisatie die in opdracht van het college B&W
Enschede de wifimetingen in de binnenstad van Enschede verzorgt. Ook heeft de AP informatie
opgevraagd bij [VERTROUWELIJK] (hierna: [VERTROUWELIJK]), de organisatie die Bureau RMC op haar
beurt weer inhuurt voor het beheer van de sensoren en voor het verwerken van alle gegevens die met de
sensoren worden verzameld. Daarnaast hebben toezichthouders van de AP op 29 mei 2019 onderzoek ter
plaatse gedaan bij een aantal winkeliers in de binnenstad van Enschede waar een sensor hing. Diezelfde
dag hebben andere toezichthouders van de AP op het kantoor van Bureau RMC in Amsterdam een
verklaring afgenomen van de directeur van Bureau RMC en twee medewerkers van [VERTROUWELIJK]
en ter plaatse documenten gekopieerd en gegevens gevorderd.
Bij brief van 8 mei 2020 heef de AP aan het college B&W Enschede een voornemen tot handhaving
verzonden. Daartoe tevens bij deze brief door de AP in de gelegenheid gesteld, heeft het college B&W
Enschede op 14 juli 2020 schriftelijk een zienswijze gegeven over dit voornemen en het daaraan ten
grondslag gelegde rapport. De AP heeft vervolgens op 14 januari 2021 nog nadere informatie gevraagd over
deze zienswijze.
2.Wettelijk kader
2.1 Reikwijdte AVG
Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de AVG is deze verordening van toepassing op de geheel of gedeeltelijk
geautomatiseerde verwerking, alsmede op de verwerking van persoonsgegevens die in een bestand zijn
opgenomen of die bestemd zijn om daarin te worden opgenomen.
Ingevolge artikel 4 van de AVG wordt voor de toepassing van deze verordening verstaan onder:
2/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
1. “Persoonsgegevens”: alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon
(“de betrokkene”); […].
2. “Verwerking”: een bewerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of
een geheel van persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés […].
7. “Verwerkingsverantwoordelijke”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, een overheidsinstantie, een
dienst of een ander orgaan die/dat, alleen of samen met anderen, het doel van en de middelen voor de
verwerking van persoonsgegevens vaststelt; wanneer de doelstellingen van en de middelen voor deze
verwerking in het Unierecht of het lidstatelijke recht worden vastgesteld, kan daarin worden bepaald wie
de verwerkingsverantwoordelijke is of volgens welke criteria deze wordt aangewezen; […].
2.2 Rechtmatigheid van de verwerking
Artikel 5, eerste lid, aanhef en onder a van de AVG bepaalt onder andere dat persoonsgegevens moeten
worden verwerkt op een wijze die ten aanzien van de betrokkene rechtmatig is.
Artikel 6, eerste lid, van de AVG geeft vervolgens een limitatieve opsomming van de grondslagen voor een
rechtmatige gegevensverwerking. Dit artikel stelt dat een verwerking alleen rechtmatig is indien en voor
zover aan ten minste een van de zes genoemde grondslagen is voldaan. De voor het college B&W Enschede
eventueel in aanmerking komende grondslagen zijn:1
c) de verwerking is noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de
verwerkingsverantwoordelijke rust;
e) de verwerking is noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in
het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is
opgedragen;
f) de verwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de
verwerkingsverantwoordelijke of van een derde, behalve wanneer de belangen of de grondrechten en de
fundamentele vrijheden van de betrokkene die tot bescherming van persoonsgegevens nopen, zwaarder
wegen dan die belangen, met name wanneer de betrokkene een kind is.
3.Beoordeling
3.1 Verwerking van persoonsgegevens
3.1.1 Inleiding
Het college B&W Enschede heeft wifimetingen laten uitvoeren met als doel het meten van de effecten van
investeringen van de gemeente Enschede in de binnenstad met het oog op een verantwoord omgaan met
publieke gelden. De AP zal eerst beoordelen of de gegevens die voor deze wifimetingen worden verwerkt
persoonsgegevens zijn in de zin van artikel 4, onderdeel 1, van de AVG.
1 In onderhavige situatie is er geen toestemming gevraagd aan de betrokkenen (grond a), de wifimetingen zijn niet noodzakelijk ter
uitvoering van een overeenkomst met de betrokkene (grond b) en ze zijn ook niet noodzakelijk om bepaalde vitale belangen te
beschermen (grond d).
3/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
3.1.2 Feiten
Gezien het omvangrijke onderzoek in deze zaak, verwijst de AP voor de feiten naar het eerste hoofdstuk
van bijlage 1 bij dit besluit. Hieronder volgt allereerst een korte samenvatting van de feiten waarna de AP
tot een oordeel komt.
Het college B&W Enschede heeft het besluit genomen om per 6 september 2017 te starten met 24/7
metingen via sensoren in de binnenstad van Enschede. Het college B&W Enschede heeft deze opdracht
gegund aan City Traffic B.V., thans Bureau RMC. Bureau RMC heeft vervolgens [VERTROUWELIJK]
ingehuurd voor de installatie en het onderhoud van de sensoren in de binnenstad van Enschede en voor
het verzamelen en valideren van de gegevens die met de sensoren worden verzameld.2
De AP heeft in het onderzoek geconstateerd dat er in ieder geval sinds 25 mei 2018 elf sensoren hangen bij
verschillende winkeliers in de binnenstad van Enschede. Elke sensor heeft een bereik tot 20 à 30 meter. De
sensoren hebben vanaf deze datum van alle binnen het bereik komende mobiele apparaten waarop de wifi
stond ingeschakeld het MAC-adres, signaalsterkte, datum en tijdstip opgevangen en tijdelijk opgeslagen
in het werkgeheugen van de sensor. Deze opslag duurde zolang het apparaat zich binnen het bereik van de
sensor bevond plus twee minuten. Ook constateert de AP dat de sensoren continue scannen. Verder heeft
de AP vastgesteld dat er van elk gedetecteerd apparaat bij binnenkomst en twee minuten na vertrek uit het
bereik van de sensor realtime de volgende gegevens zijn verzonden naar de server: status 1 dan wel 2,
gepseudonimiseerd MAC-adres, signaalsterkte, datum en tijdstip, spoofed indicator en sensor-ID.
Op alle sensoren draait één en dezelfde pseudonimiseringsmethode en deze methode is sinds 25 mei 2018
niet gewijzigd. Het pseudonimiseren heeft tot gevolg dat één MAC-adres op elk van de sensoren leidt tot
één en hetzelfde gepseudonimiseerd MAC-adres.
De gegevens die op één dag zijn gemeten door de sensoren in de binnenstad van Enschede worden
dagelijks verzameld in een kortetermijntabel. Het tijdstip op de dag waarop het apparaat door de sensor is
gescand wordt hierbij op de seconde nauwkeurig vastgelegd. In de periode tot aan 1 januari 2019 is het
gepseudonimiseerde MAC-adres bij binnenkomst op de server niet afgeknipt, in de periode vanaf 1 januari
2019 wel. Het afknippen betreft het verwijderen van [VERTROUWELIJK]. De andere gegevens die zijn
verzonden naar de server, namelijk sensor-ID, datum, tijdstip, signaalsterkte, status en spoofed indicator
zijn onbewerkt overgenomen in de kortetermijntabel.
Elke nacht werden op de kortetermijntabel twee filters toegepast, namelijk een opt-out filter en een
bewonersfilter. Deze filters hebben tot gevolg dat bepaalde records uit de kortetermijntabel niet
terechtkomen in de langetermijntabel. De AP heeft geconstateerd dat de bewonersfilter niet alle bewoners
eruit filtert en dat er op de website van de gemeente hierover foutieve informatie wordt gegeven.
Na toepassing van de filters op de kortetermijntabel, leidde twee opeenvolgende records van hetzelfde
(afgeknipte) gepseudonimiseerde MAC-adres tot één record in de langetermijntabel. Van 25 mei 2018 tot
aan 1 januari 2019 bevatte de langetermijntabel de volgende gegevens: gepseudonimiseerd MAC-adres,
2 De AP zal in paragraaf 3.2 nader ingaan op de verhouding tussen deze partijen.
4/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
datum, TijdIn, TijdUit, Retention, SignalStrengthIn, SignalStrenghtOut. Per 1 januari 2019 is overgegaan
op het afknippen van het gepseudonimiseerd MAC-adres en werd het gepseudonimiseerd MAC-adres
gegeven vervangen door het afgeknipte gepseudonimiseerde MAC-adres. Ook constateert de AP dat er in
de langetermijntabel vanaf 25 mei 2018 gegevens stonden over een periode van tussen de zes en zeven
maanden.
Het college B&W Enschede heeft schattingen ontvangen van verschillende variabelen over unieke
bezoekers aan de binnenstad van Enschede. Ten behoeve hiervan worden de van toepassing zijnde
gegevens in de langetermijntabel ontdubbeld op basis van het afgeknipte gepseudonimiseerde MAC-adres
en vervolgens worden er bepaalde statistische berekeningen op toegepast.
Het college B&W Enschede heeft op 30 april 2020 aan Bureau RMC de opdracht gegevens om per 1 mei
2020 de sensoren uit te zetten. De sensoren leveren geen telgegevens meer vanaf 1 mei 2020.3
De AP heeft geconstateerd dat het college B&W Enschede vanaf in ieder geval 25 mei 2018 tot en met 30
april 20204 gegevens van grofweg 1,8 miljoen unieke mobiele apparaten heeft laten verwerken en dat het
aantal detecties beduidend hoger zal liggen.
De AP heeft vervolgens vastgesteld dat er uit de langetermijntabel van na 1 januari 2019 duidelijke
leefpatronen te destilleren zijn. Gezien de regelmatigheid van de patronen kan redelijkerwijs worden
geconcludeerd dat de bij het patroon horende registraties toebehoren aan één mobiel apparaat. De
leefpatronen kunnen bijvoorbeeld iemands woon- of werkplek prijsgeven, maar ook gevoeligere gegevens
zoals bezoeken aan medische instellingen.
De AP merkt verder op dat Bureau RMC in haar privacyprotocol, dat specifiek ziet op verwerkingen via de
City Traffic-methode, heeft opgenomen dat zij en/of haar partners vanaf in ieder geval 25 mei 2018
persoonsgegevens verwerken in de zin van de AVG. Verder heeft Bureau RMC ook in haar privacyprotocol
opgenomen dat de rapportages die opdrachtgevers van Bureau RMC ontvangen geen persoonsgegevens
bevatten.
3.1.3 Beoordeling
Gedurende het verwerkingsproces (van detectie door een sensor tot opslag in de langetermijntabel) zijn er
verschillende sets aan gegevens te onderscheiden. Deze sets zijn hieronder in de tabel weergegeven,
waarbij onderscheid is gemaakt tussen de periode voorafgaand aan invoering van het afknippen van
gepseudonimiseerde MAC-adressen (25 mei 2019 – 1 januari 2019) en de periode na de invoering van dit
afknippen (1 januari 2019 – 30 april 2020).
3 Brief van 16 februari 2021 van het college B&W Enschede aan de AP, pagina 3 en bijlage 2.
4
In de periode 10 december 2018 tot en met 3 januari 2019 heeft het college B&W Enschede de wifimetingen gepauzeerd. Eerder
verzamelde gegevens waren in deze periode wel opgeslagen in de langetermijntabel, dus er werden in deze periode wel gegevens door
het college B&W Enschede verwerkt. Zie ook bijlage 1, paragraaf 1.3 en 2.5.
5/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
Fase in 25 mei 2018 - 1 januari 2019 1 januari 2019 – 30 april 2020
verwerkingsproces
Tijdelijke opslag op MAC-adres; Signaalsterkte; Datum; Idem als voorafgaand aan 1 januari
elke sensor Tijdstip 2019
Verzending naar en Gepseudonimiseerd MAC-adres; Idem als voorafgaand aan 1 januari
ontvangst op de Signaalsterkte; Datum; Tijdstip; Sensor- 2019
server ID; Status; Spoofed indicator
Kortetermijntabel op Gepseudonimiseerd MAC-adres; Afgeknipt gepseudonimiseerd MAC-
de server Signaalsterkte; Datum; Tijdstip; Sensor- adres; Signaalsterkte; Datum;
ID; Status; Spoofed indicator Tijdstip; Sensor-ID; Status; Spoofed
indicator
Langetermijntabel op ID; Gepseudonimiseerd MAC-adres; ID; Afgeknipt gepseudonimiseerd
de server SignaalsterkteIN; SignaalsterkteUIT, MAC-adres; SignaalsterkteIN;
Datum; TijdstipIN; TijdstipUIT; SignaalsterkteUIT, Datum;
Verblijfstijd; Sensor-ID; BWCode TijdstipIN; TijdstipUIT; Verblijfstijd;
Sensor-ID; BWCode
In bovenstaande tabel zijn de meest waardevolle attributen voor wat betreft het kunnen identificeren van
de natuurlijke personen vet gedrukt. Het betreft aan de ene kant het MAC-adres, eerst gepseudonimiseerd
en later afgeknipt, en aan de andere kant de combinatie van Datum, Tijdstip in seconden en Sensor-ID.
Deze laatste combinatie geeft heel precies weer wanneer een mobiel apparaat waar was; dit is dus een
locatiegegeven. De AP spreekt hierna in dit kader dan ook van ‘locatiegegevens’.5
Tevens zijn in bovenstaande tabel twee arceringen aangebracht, namelijk lichtgrijs voor het
(gepseudonimiseerde) MAC-adres en donkergrijs voor het afgeknipte gepseudonimiseerde MAC-adres.
In het vervolg van deze paragraaf zal de AP aantonen dat alle in de tabel hierboven opgenomen sets
gegevens kwalificeren als persoonsgegevens in de zin van artikel 4, onderdeel 1, van de AVG.
Lichtgrijze vlakken: Het MAC-adres c.q. gepseudonimiseerd MAC-adres in combinatie met de locatiegegevens
kwalificeren in elke fase van het verwerkingsproces als persoonsgegevens in de zin van de AVG
Artikel 4, aanhef en onderdeel 1, van de AVG bepaalt dat gegevens kwalificeren als persoonsgegevens als
het informatie is over ‘een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon’. Van de eerste situatie,
5 Over locatiegegevens van mobiele apparaten hebben de Europese gegevensbeschermingstoezichthouders reeds in 2011 onderkend
dat deze veel prijs kunnen geven over de eigenaren van die apparaten. Zie ook Pagina 7 en 8 van WP185 Advies 13/2011 over
geolocatiediensten op slimme mobiele apparaten: “De meeste mensen zijn geneigd om hun mobiele apparaten dicht bij zich te
houden, zoals in een broek- of jaszak, in een tas of op het nachtkastje naast het bed. (…) Het gebeurt zelden dat iemand een dergelijk
apparaat aan een ander uitleent. (…) Zo kan uit een patroon van inactiviteit in de nacht de slaapplaats worden afgeleid en uit een
regelmatig reispatroon in de ochtend de locatie van de werkgever.”
6/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
informatie over een ‘geïdentificeerde persoon’ is in onderhavige situatie geen sprake omdat de identiteit
van de natuurlijke persoon niet direct volgt uit het MAC-adres dan wel het gepseudonimiseerde MAC-
adres en de locatiegegevens.
Om persoonsgegevens te zijn moeten de gegevens dus informatie zijn over ‘een identificeerbare
natuurlijke persoon’. In dit geval zal de natuurlijke persoon direct of indirect te identificeren moeten zijn
aan de hand van identificatoren of kenmerkende elementen. Mogelijke identificatoren in onderhavige
situatie kunnen zijn: het MAC-adres, het gepseudonimiseerde MAC-adres en de locatiegegevens.
Een MAC-adres – mits niet gespoofed6 – is een uniek identificatienummer van een mobiel apparaat.
Omdat mobiele apparaten zoals smartphones en tablets zeer persoonsgebonden zijn, kan de natuurlijke
persoon in kwestie via zijn/haar mobiele apparaat worden gekoppeld aan het MAC-adres. Dit betekent dat
een niet-gespoofed MAC-adres een identificator kan zijn van een natuurlijk persoon.
Het gepseudonimiseerde MAC-adres is zoals in de feiten toegelicht een omzetting van een MAC-adres
naar een andere unieke karakterreeks. Dit heeft tot gevolg dat ook het gepseudonimiseerde MAC-adres -
mits het onderliggend MAC-adres niet is gespoofed – een identificator van een natuurlijk persoon kan
zijn.7
Voor de locatiegegevens geldt dat deze in artikel 4, onderdeel 1, van de AVG expliciet zijn genoemd als
mogelijke identificator van een natuurlijk persoon aangezien locatiegegevens veel prijs kunnen geven over
de eigenaar van het mobiele apparaat.
De vraag is nu of in elke fase van het verwerkingsproces aan de hand van de hiervoor genoemde
identificatoren een natuurlijk persoon kan worden geïdentificeerd. Hierna beschrijft de AP per fase in het
verwerkingsproces een voorbeeld van een manier waarmee het redelijkerwijs mogelijk was om de
natuurlijke persoon waarover de gegevens gaan te identificeren.
Manier 1: Identificatie van personen aan de hand van de gegevens opgeslagen op de sensor
De AP heeft tijdens het onderzoek vastgesteld dat het MAC-adres en de locatiegegevens tijdelijk worden
opgeslagen in het werkgeheugen van elke sensor en dat het gepseudonimiseerde MAC-adres en de
locatiegegevens worden verzonden naar de server. [VERTROUWELIJK] is verantwoordelijk voor het
beheer van alle sensoren in de binnenstad van Enschede en het verzamelen van de gegevens. Bij
[VERTROUWELIJK] is dus de exacte locatie van de sensoren bekend en heeft men toegang tot het
werkgeheugen en de software die draait op elke sensor.8 Tegelijk met een nieuwe detectie van een mobiel
apparaat door een sensor is het bijvoorbeeld voor iemand van [VERTROUWELIJK] mogelijk om ter plaatse
of via een camera waar te nemen welke persoon binnen het bereik van de sensor komt lopen. Vooral op
6 Spoofing is in dit verband een informele term voor “MAC Address Randomization”, een techniek waarmee een deel van het MAC-
adres soms willekeurig verandert met als doel de mogelijkheid een apparaat te volgen door tijd en ruimte te verminderen.
7 Zie hoofdstuk 4 van WP 216 Advies 5/2014 over anonimiseringstechnieken.
8 Bijvoorbeeld door direct op de sensor in te loggen of door aan hun softwarecode toe te voegen dat het werkgeheugen moet worden
weggeschreven naar een andere locatie waar de medewerkers bij kunnen.
7/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
stille momenten in de binnenstad leidt dit direct tot identificatie van de natuurlijke persoon. Ter controle
kan de persoon worden gevraagd naar zijn/haar MAC-adres. Dezelfde manier van identificeren is mogelijk
in geval van gepseudonimiseerde MAC-adressen en de bijbehorende locatiegegevens, omdat ook dan op
het moment van detectie ter plaatse of via een camera de persoon in kwestie waargenomen kan worden.
Manier 2: identificatie van personen aan de hand van de gegevens in de kortetermijntabel (tot 1 januari 2019)
Deze manier beschrijft dat aan de hand van de gegevens in de kortetermijntabel het ook mogelijk is om de
natuurlijke personen te identificeren. [VERTROUWELIJK] draagt zorg voor het verzamelen en valideren
van de gegevens. De kortetermijntabel berust dus bij [VERTROUWELIJK]. Van mobiele apparaten die het
bereik van een sensor ingaan worden er gegevens met daaraan gekoppeld ‘status 1’ opgenomen in de
kortetermijntabel en als hetzelfde mobiele apparaat even later het bereik van de sensor weer verlaat, dan
worden er gegevens met ‘status 2’ verzonden naar de kortetermijntabel. Indien echter een mobiel apparaat
binnen het bereik van een bepaalde sensor blijft, bijvoorbeeld omdat die persoon daarbinnen woont of
werkt, dan staat er in de kortetermijntabel dus alleen een status 1 record met daarbij het
gepseudonimiseerde MAC-adres, Datum en Tijdstip. Als voor langere tijd een status 2 record uitblijft dan
is het bij [VERTROUWELIJK] bekend dat de betreffende bewoner of winkelmedewerker zich nog steeds
binnen het bereik van de sensor bevindt. Iemand van [VERTROUWELIJK] kan vervolgens ter plaatse
vaststellen om welke persoon het gaat en de persoon identificeren.
Manier 3: identificatie van personen aan de hand van de gegevens in de langetermijntabel (tot 1 januari 2019)
Tot slot is het voor [VERTROUWELIJK] ook op basis van de historische gegevens opgenomen in de
langetermijntabel mogelijk om natuurlijke personen te identificeren. De AP heeft vastgesteld dat er in de
langetermijntabel van ná 1 januari 2019, dus na invoering van het afknippen, leef- en beweegpatroon te
herkennen zijn.9 Dit zal ook het geval zijn in de langetermijntabel van vòòr 1 januari 2019, toen er nog
unieke gepseudonimiseerde MAC-adressen in stonden, omdat toen ook steeds zes maanden aan gegevens
werden bewaard. Aan de hand van een patroon is het voor [VERTROUWELIJK] mogelijk om te
voorspellen wanneer de betreffende natuurlijke persoon zich ergens bevindt, bijvoorbeeld de persoon die
elke nacht tussen 04:00 en 05:00 zich beweegt tussen sensoren in de binnenstad van Enschede. In de nacht
lopen er nauwelijks andere mensen op straat en is derhalve voor [VERTROUWELIJK] mogelijk om ter
plaatse of via een camera deze persoon te identificeren.
Bij bovenstaande drie voorbeelden van manieren van identificatie van natuurlijke personen door
[VERTROUWELIJK] is rekening gehouden met overweging (26) van de AVG waarin staat dat rekening
dient te worden gehouden met ‘alle middelen waarvan redelijkerwijs valt te verwachten dat zij worden
gebruikt door de verwerkingsverantwoordelijke of door een andere persoon om de natuurlijke persoon
direct of indirect te identificeren’. De AP concludeert dat bovenstaande drie manieren van identificatie van
natuurlijke personen gelet op de vereiste tijd, kosten en mankracht geen excessieve inspanning van
[VERTROUWELIJK] vergen. Ook is voldaan aan de criteria uit het arrest Breyer/Duitsland10, want de
manieren zijn niet bij wet verboden noch in praktijk ondoenlijk. Dat medewerkers van
9 Zie ook bijlage 1, paragraaf 1.2, pagina 46 en verder.
10 HvJ EU, 19 oktober 2016, ECLI:EU:C:2016:779, r.o. 46.
8/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
[VERTROUWELIJK] deze middelen in de praktijk niet inzetten om personen in de binnenstad van
Enschede te identificeren doet niet af aan het feit dat ze dit redelijkerwijs zouden kunnen.
Naast identificatie door [VERTROUWELIJK] stelt de AP vast dat de identificatie ook door medewerkers
van Bureau RMC gedaan kan worden. De AP heeft namelijk vastgesteld dat Bureau RMC op basis van de
service level agreement met [VERTROUWELIJK] toegang heeft tot alle gegevens die [VERTROUWELIJK]
verzameld. Daarnaast constateert de AP dat zelfs het college B&W Enschede de identificatie kan doen,
omdat zij op basis van de bewerkersovereenkomst met Bureau RMC ook toegang heeft tot alle gegevens.
Eventueel zou identificatie van de natuurlijke personen ook kunnen plaatsvinden door de
persoonsgegevens verzameld met de sensoren te koppelen aan de data die wordt verzameld via de
verschillende smart-city-projecten in Enschede.11
Ten aanzien van het gebruik van MAC-adressen en locatiegegevens wordt opgemerkt dat de voorganger
van de AP in 2015 in een onderzoek naar een bedrijf dat wifitracking verzorgde heeft geoordeeld12 dat het
registreren van MAC-adressen en locatiegegevens via sensoren kwalificeert als het verwerken van
persoonsgegevens omdat identificatie van de natuurlijke personen mogelijk was op de hiervoor
beschreven Manier 1.13 Daarnaast hebben de gezamenlijke Europese
gegevensbeschermingstoezichthouders in hun opinie over apps op ‘smart devices’ gesteld dat
locatiegegevens en unieke identificatoren van mobiele apparaten persoonsgegevens zijn.14 In hun opinie
over de voorgestelde e-Privacy Verordening is door hen gesteld: ‘In this context, it should be noted that these
MAC addresses are personal data, even after security measures such as hashing have been undertaken.’15
De AP concludeert op basis van het voorgaande dat de combinatie van MAC-adres en locatiegegevens en
de combinatie gepseudonimiseerd MAC-adres en locatiegegevens op de sensor vanaf 25 mei 2018 tot en
met 30 april 2020 en in de korte- en langetermijntabel tot aan 1 januari 2019 kwalificeren als
persoonsgegevens in de zin van de AVG.
11 www.smartenschede.nl
12 In het rapport is getoetst aan de definitie van persoonsgegeven in artikel 1 onder a van de Wet bescherming persoonsgegevens: ‘elk
gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon’. De huidige definitie van persoonsgegevens in de
AVG is gelijkluidend.
13 Paragraaf 5.1 van het rapport definitieve bevindingen ‘Wifi-tracking van mobiele apparaten in en rond winkels door Bluetrace’ (z2014-
00944) van 13 oktober 2015. Vindbaar op www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/nieuws/cbp-wifi-tracking-rond-winkels-strijd-met-
de-wet. De AP heeft destijds ook de VNG per brief geïnformeerd over haar standpunten inzake wifitracking:
https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/sites/default/files/atoms/files/brief_ap_vng_wifi-tracking.pdf.
14 WP202 Opinion 02/2013 on apps on smart devices, pagina 8. Beschikbaar via de website van de AP:
https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/sites/default/files/downloads/int/wp202_en_opinion_on_mobile_apps.pdf
15 WP247 Opinion 01/2017 on Proposed Regulation for the ePrivacy Regulation, pagina 11. Zie ook WP223 Opinion 8/2014: Full
development of IoT capabilities may put a strain on the current possibilities of anonymous use of services and generally limit the
possibility of remaining unnoticed. For instance, wearable things kept in close proximity of data subjects result in the availability of a
range of other identifiers, such as the MAC addresses of other devices which could be useful to generate a fingerprint allowing data
subject location tracking. The collection of multiple MAC addresses of multiple sensor devices will help create unique fingerprints and
more stable identifiers which IoT stakeholders will be able to attribute to specific individuals. These fingerprints and identifiers could
be used for a range of purposes, including location analytics7 or the analysis of movement patterns of crowds and individuals. Such a
trend must be combined with the fact that such data can later be combined with other data issued from other systems (e.g. CCTV or
internet logs). In such circumstances, some sensor data are particularly vulnerable to re-identification attacks.
9/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
Uit het privacy protocol van Bureau RMC en de infographic waarmee Bureau RMC een toelichting geeft op
de City Traffic-methode concludeert de AP dat ook Bureau RMC van mening is dat zij en/of haar partners
persoonsgegevens verwerkten tot aan het moment van afknippen van het gepseudonimiseerde MAC-
adres.
Donkergrijze vlakken: Het afknippen van het gepseudonimiseerde MAC-adres sluit niet alle drie de risico’s op
herleidbaarheid, koppelbaarheid en deduceerbaarheid uit waardoor het nog steeds persoonsgegevens zijn in
de zin van de AVG
Bureau RMC stelt dat de korte- en de langetermijntabel na de invoering van het ‘anonimiseren op de
server’ geen persoonsgegevens in de zin van de AVG meer bevatten. De infographic over de City Traffic-
methode16 formuleert dit als volgt: “De geanonimiseerde code is nu niet meer herleidbaar, koppelbaar en
identificeerbaar naar een uniek apparaat. Daarmee bevat onze data geen persoonsgegevens.”
De AP concludeert hierna dat de gekozen anonimiseringsmethode van het (alleen) afknippen van een
klein gedeelte van het gepseudonimiseerde MAC-adres onvoldoende de risico’s op herleidbaarheid,
koppelbaarheid en deduceerbaarheid uitsluit en dat de gegevens kwalificeren als persoonsgegevens. De
AP licht dit hierna toe.
Koppelbaarheid
Het risico op koppelbaarheid is aanwezig als de mogelijkheid bestaat om ten minste twee records over
dezelfde betrokkene of groep betrokkenen met elkaar in verband te brengen (in dezelfde database of in
twee verschillende databases).
De AP constateert dat het koppelen van records over dezelfde betrokkene of groep betrokkenen
daadwerkelijk plaatsvindt. Er worden namelijk twee opeenvolgende records met hetzelfde afgeknipte
gepseudonimiseerde MAC-adres in de kortetermijntabel gekoppeld en opgenomen in de
langetermijntabel. Daarnaast worden de gegevens in de langetermijntabel ontdubbeld op basis van het
afgeknipte gepseudonimiseerde MAC-adres om als basis te dienen voor de cijfers voor het college B&W
Enschede over unieke bezoekers aan de binnenstad van Enschede. De AP wijst hier ook op de verklaring
van de medewerkers van [VERTROUWELIJK]17 dat het detailverlies door het afknippen van een deel van
de symbolen van het gehashte Mac-adres beperkt is waardoor koppeling nog steeds mogelijk is.
Uit het voorgaande volgt dat de gekozen anonimiseringstechniek niet het risico op koppelbaarheid uitsluit.
Omdat is vereist dat alle drie de risico’s worden uitgesloten, kan reeds nu de conclusie worden getrokken
dat de anonimiseringstechniek faalt en dat re-identificatie van natuurlijk personen mogelijk is. Voor de
volledigheid behandelt de AP ook de twee andere risico’s.
16 Zie bijlage 1, paragraaf 1.2, figuur 2.
17 Zie bijlage 1, paragraaf 1.2, pagina 44.
10/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
Herleidbaarheid
Het risico op herleidbaarheid is aanwezig als de mogelijkheid bestaat om een persoon in een dataset te
individualiseren door bepaalde records uit te lichten.
De AP heeft kunnen aantonen dat er uit de langetermijntabel duidelijke leefpatronen af te leiden zijn. Deze
patronen zijn gekoppeld aan één afgeknipt gepseudonimiseerd MAC-adres, wat betekent dat het mogelijk
is dat de patronen de locatiegegevens van meerdere mobiele telefoons bevatten. Echter, gezien de
regelmatigheid van de patronen kan redelijkerwijs worden geconcludeerd dat alle registraties die behoren
tot het patroon afkomstig zijn van één enkel mobiel apparaat, en daarmee dus één natuurlijk persoon.
Hierdoor is een persoon te individualiseren. De AP concludeert daarom dat ook het risico op
herleidbaarheid niet uitgesloten is.
Deduceerbaarheid
Een risico op deduceerbaarheid is aanwezig als de mogelijkheid bestaat om de waarde van een
persoonskenmerk met grote waarschijnlijkheid af te leiden uit de waarden van een reeks andere
attributen. Uit de drie visualisaties van de langetermijntabel18 kan met grote waarschijnlijkheid een
waarde van een persoonskenmerk worden afgeleid, bijvoorbeeld de slaapplaats of de locatie van de
werkgever. De AP concludeert daarom dat het afknippen van het gepseudonimiseerde MAC-adres ook het
risico op deduceerbaarheid niet uitsluit.
De AP concludeert op basis van het voorgaande dat de vanaf 1 januari 2019 gehanteerde korte- en
langetermijntabel onvoldoende bestand zijn tegen re-identificatie.
Daarnaast concludeert de AP dat de combinatie van de afgeknipte gepseudonimiseerde MAC-adressen en
de gedetailleerde locatiegegevens in deze tabellen kwalificeren als persoonsgegevens in de zin van artikel 4
onderdeel 1 van de AVG, omdat de eerder beschreven manieren 2 en 3 van identificatie ook opgaan in
geval van afgeknipte gepseudonimiseerde MAC-adressen. Manier 2 werkt omdat het ook dan in de
kortetermijntabel zichtbaar is als er alleen een status 1 record is, en dus dat de persoon die hoort bij het
afgeknipte gepseudonimiseerde MAC-adres zich nog steeds binnen het bereik van de sensor bevindt.
Iemand van [VERTROUWELIJK] kan vervolgens ter plaatse vaststellen om welke persoon het gaat en de
persoon identificeren. Voor manier 3 geldt dat de AP deze al had gebaseerd op de langetermijntabel met
afgeknipte gepseudonimiseerde MAC-adressen.
3.1.4 Zienswijze college B&W Enschede en reactie AP
Het hoofdpunt van het college B&W Enschede is dat het college slechts anonieme, geaggregeerde data van
Bureau RMC ontvangt. Hierna volgt een samenvatting van de zienswijze van het college B&W Enschede
met daarop de reactie van de AP.
Werking en opslag sensoren
Naar het college van B&W Enschede van Bureau RMC/[VERTROUWELIJK] begrijpt, heeft een sensor een
bereik van in potentie tot wel 70 meter rondom het meetpunt. De sensor vangt de wifi-signalen die een
18 Zie bijlage 1, paragraaf 1.2, pagina 46 en verder.
11/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
device uitstoot binnen het sensorgebied op. De sensor ontvangt een ‘pakketje’ gegevens waaronder het
MAC-adres van het device en de wifi-sterkte. Volgens het college van B&W worden er geen (overige) tot
de persoon herleidbare gegevens geregistreerd. Er worden ook geen longitude, latitude of adresgegevens
ontvangen door de sensor.
De statusmeldingen die naar de server worden gestuurd gaan vergezeld van het gehashte MAC-adres.
Deze hashing19 vindt direct bij doorzending plaats. De AP geeft in haar onderzoek aan, dat er
ongepseudonimiseerde (dus originele) MAC-adressen worden opgeslagen op het werkgeheugen van de
sensor. Volgens het college van B&W Enschede klopt dat, maar dat is slechts zeer tijdelijk (enkele
milliseconden); zonder die tijdelijke opslag in het werkgeheugen van de sensor zou er immers geen
hashing plaats kunnen vinden. Hiermee kan echter volgens het college van B&W Enschede geen
identificatie plaatsvinden. Men kan zich immers geen toegang tot de sensor verschaffen, zodanig dat men
een MAC-adres zou kunnen achterhalen. Er worden geen MAC-adressen permanent bewaard en er zijn
bijvoorbeeld ook geen lijsten of databases met MAC-adressen voorhanden. Bureau
RMC/[VERTROUWELIJK] kan zich geen toegang verschaffen tot de MAC-adressen op de sensoren.
De AP volgt de zienswijze van het college van B&W niet. Dat de sensors in potentie een bereik hebben tot
70 meter doet niet af aan het feit dat in dit geval de sensoren bij installatie zijn “geijkt” en afgesteld op de
overkant van de weg.20 De sensoren hebben aldus geen bereik van 70 meter rondom het meetpunt, maar
een bereik tot aan de overkant van de straat. Voorts merkt de AP op dat er voor de bepaling van de locatie
geen GPS gegevens nodig zijn. De locatie van de sensor is immers bij [VERTROUWELIJK] bekend en het
sensor-ID wordt meegestuurd naar de server. Dat deze gegevens in een andere databank staan betekent
niet dat [VERTROUWELIJK] daar geen toegang tot heeft.
Het college van B&W Enschede benoemt voorts dat er geen toegang mogelijk is tot de MAC-adressen op
de sensor. De AP wil als reactie hierop graag het volgende benadrukken. Op de sensor zijn twee modules
actief. De eerste [VERTROUWELIJK] is de ontvangstmodule en houdt MAC-adressen bij zoals ze worden
ontvangen. In het werkgeheugen van deze module zitten dus alle MAC-adressen die óók binnen de
afgelopen twee minuten zijn ontvangen door de sensor. De tweede module [VERTROUWELIJK] ontvangt
status-1 en status-2 berichten van de eerste module. Het eerste bericht betekent “er is een nieuwe telefoon
waargenomen” en het tweede betekent “de telefoon is langer dan twee minuten niet meer gezien”. De twee
modules communiceren middels een zogenaamde [VERTROUWELIJK]21 en daarover worden ongehashte
MAC-adressen verstuurd. Het hashen vindt pas plaats in de tweede module, vlak voordat de gegevens
naar de server worden verstuurd. [VERTROUWELIJK]22. [VERTROUWELIJK].23 [VERTROUWELIJK].
19 Hashen is het omzetten van een reeks getallen en/of letters naar een andere unieke reeks door middel van een algoritme.
20 Verslag van verklaring van Bureau RMC en [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019, pagina 2 (documentnummer 49).
21 [VERTROUWELIJK]
22 [VERTROUWELIJK]
23 [VERTROUWELIJK]
12/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
Identificatie natuurlijke personen
Voorts stelt het college van B&W Enschede zich op het standpunt dat de MAC-adressen die de sensor
opvangt, al dan niet in combinatie met een locatiegegeven, niet direct dan wel indirect tot identificatie van
een individuele natuurlijke persoon kan leiden. Het college van B&W Enschede betwist de constatering
van de AP dat een MAC-adres, bijvoorbeeld in combinatie met een locatiegegeven, in sommige situaties
een natuurlijke persoon zou kunnen identificeren, niet. Het college van B&W Enschede wil echter
benadrukken dat pas van directe of indirecte identificeerbaarheid sprake zou kunnen zijn, indien er sprake
is van (koppeling met) bijkomende gegevens.
De AP neemt in haar rapportage in de ogen van het college van B&W Enschede te snel aan dat er sprake is
van herleidbaarheid. Uit de publicatie van WP29 blijkt volgens het college van B&W Enschede
uitdrukkelijk dat het enkele MAC-adres niet als persoonsgegeven wordt beschouwd. Een MAC-adres is
volgens WP29 pas een persoonsgegeven als er sprake is van een combinatie met andere gegevens. In casu
is er echter geen sprake van combinatie van de MAC-adressen met andere gegevens. Het enige andere
gegeven dat in dit verband mogelijk een rol zou kunnen spelen is een (grof) locatiegegeven. Dit
locatiegegeven is in casu echter te onnauwkeurig om in samenhang met een MAC-adres een individu te
kunnen identificeren.
Het college B&W Enschede stelt zich daarnaast op het standpunt dat er niet is voldaan aan de criteria uit
het arrest Breyer / Duitsland om te kunnen spreken van persoonsgegevens. De MAC-adressen worden
namelijk niet bewaard, maar direct op de sensor gehasht waarna het originele MAC-adres wordt
verwijderd. Men kan dan ook niet bij de originele MAC-adressen komen. Toekomstige identificatie is
alleen om die reden al onmogelijk.
De data die worden verzonden vanaf de sensor hebben volgens het college B&W Enschede geen directe
locatiegegevens bij zich. Het Sensor-ID is niet meer of minder dan een aanduiding van de sensor, het zegt
nog niet waar de sensor zich exact bevindt. Bovendien komt het Sensor-ID pas voor het eerst in beeld bij
het versturen van de gehashte MAC-adressen van de sensor naar de server. Door de gescheiden opslag kan
koppeling van het Sensor-ID met het MAC-adres pas later in het telproces plaatsvinden. Vanaf dat
moment is het MAC-adres echter niet meer voorhanden. Het MAC-adres wordt bij het versturen daarvan
naar de server immers gehasht, en vervolgens getruncate. Identificatie, ook aan de hand van een
zogenaamd locatiegegeven, kan derhalve niet plaatsvinden volgens het college B&W Enschede.
De AP volgt de zienswijze van het college van B&W Enschede niet. Het college B&W Enschede legt ten
onrechte de nadruk op het feit dat de MAC-adressen worden getransformeerd en niet zelfstandig voor
enige tijd worden bewaard. Zij gaat hierbij echter voorbij aan de gegevens die door de AP worden gezien
als persoonsgegevens.
De combinatie (pseudonieme identificator + datumtijd + locatie) is een persoonsgegeven. Hier is dat de
combinatie afgeknipte gehaste MAC-adres, datum plus tijd in seconden en het ID van de sensor. De
eventuele mogelijkheid om van een gehashte en getruncate MAC-adressen terug te gaan naar het originele
MAC-adres is daarom irrelevant. Het gaat er hier de AP om dat de pseudonieme identificator in de tijd te
weinig is veranderd.
13/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
De mogelijkheid tot herleiding (en uiteindelijk identificatie) is een gevolg van ontwerpbeslissingen in het
platform. Het voor lange duur opslaan van de onveranderde identificatoren maakt het mogelijk om
individuen te kunnen volgen. Zij zijn op dat moment alleen nog weergegeven als nummer. Maar dit is
hetzelfde nummer gedurende zes maanden. Men kan in dit geval niet spreken van robuuste
anonimiseringstechnieken. Daarvan was tijdens het onderzoek van de AP in ieder geval geen sprake.
Doordat dezelfde identificator keer op keer langs komt, is het tracken van personen dus mogelijk. Daarmee
wordt tijd en locatie een factor. En zoals hiervoor door de AP reeds is vermeld, is daarbij de exacte locatie
van de sensoren bij [VERTROUWELIJK] bekend waarbij het bereik van de sensoren is afgesteld tot aan de
overkant van de straat en niet 70 meter. Bewegingspatronen zijn in hoge mate individueel. Het college
B&W Enschede onderschat de gevoelige aard van locatiegegevens die steeds een half jaar bewaard werden.
Leefpatronen
De AP concludeert dat uit de gehashte en getruncate gegevens ook leefpatronen gedestilleerd kunnen
worden die op zichzelf te herleiden zijn tot een individu. De gemeente Enschede is echter van mening dat
herleidbaarheid naar een individu op basis van een leefpatroon in casu niet mogelijk is.
In de ogen van het college B&W Enschede kan het uitgaan van de aanname dat een bepaald patroon zich
ook in de toekomst zal voordoen nooit de basis van een reële, indirecte, identificatie zijn. Profilering is
immers alleen mogelijk als er van een pseudoniem meerdere tellingen worden verzameld. Naar de
gemeente begreep worden in casu de meeste tellingen gedaan op basis van eenmalige tellingen. Zulks
geldt voor om en nabij 70% van de tellingen.
Daarnaast kan er in de leefpatronen die de AP meent te kunnen abstraheren, theoretisch overlap
plaatsvinden van meerdere devices, vanwege de truncating van de gehashte waarden. Het is niet op
voorhand uit te sluiten dat twee of meer gehashte, en vervolgens getruncate, gegevens dezelfde waarde
krijgen. Voorts geldt dat niet alleen individuen devices met een MAC-adres bij zich hebben, maar dat zich
ook diverse overige devices zoals pinapparaten, smart tv’s en printers in het gebied kunnen bevinden.
Deze enige mogelijke wijze van identificatie die de AP schetst, is identificatie door een medewerker van
Bureau RMC/ [VERTROUWELIJK] ter plaatse dan wel via camerabeelden op afstand. Deze enige
identificatiemogelijkheid is volgens het college B&W Enschede onwerkbaar of sterker nog: onmogelijk. De
ongepastheid van een verzoek, namelijk aan een persoon vragen welk MAC-adres hij/zij heeft, is niet meer
dan een theoretische. Bovendien geldt dat Bureau RMC/[VERTROUWELIJK] helemaal geen MAC-adres
tot haar beschikking heeft om dat MAC-adres te verifiëren. Het MAC-adres wordt immers volgens het
college B&W Enschede direct gehasht en later geanonimiseerd. Het MAC-adres wordt bovendien niet
vastgelegd in een lijst of bijvoorbeeld een database, waardoor identificatie en controle achteraf niet plaats
kan vinden.
Realtime identificatie, toch echt noodzakelijk om een natuurlijk persoon te kunnen identificeren en ook
het enige voorbeeld van identificatie dat de AP in haar onderzoeksrapport geeft, kan volgens het college
B&W Enschede niet plaatsvinden vanwege de vertraging die zich in de telsystematiek voordoet en omdat
14/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
het zoekgebied te groot is. De AP moet zich er voorts rekenschap van geven dat er zich op drukke
momenten honderden, zo niet duizenden mensen in het sensorgebied kunnen bevinden.
Overigens heeft de gemeente Enschede, anders dan de AP meent, helemaal geen mogelijkheid om kennis
te nemen van eventueel tot individuen herleidbare gegevens bij Bureau RMC/[VERTROUWELIJK]. De
enkele contractuele mogelijkheid is volgens het college B&W Enschede onvoldoende om aan te nemen dat
de gemeente daadwerkelijk toegang tot bedoelde gegevens had en heeft.
De AP volgt de zienswijze van het college van B&W Enschede grotendeels niet. Zoals hiervoor vermeld
acht de AP de toegepaste anonimiseringstechnieken onvoldoende, waardoor het dus wel mogelijk was om
bij het gedurende lange tijd opslaan van de onveranderde identificatoren individuen te kunnen volgen. De
AP gaat wel mee in het feit dat in 70% van de gevallen de tellingen gedaan worden op basis van eenmalige
tellingen. Dat doet echter niet af aan het feit dat het college B&W Enschede van tienduizenden burgers wel
meerdere tellingen verwerkt en dat de eenmalige bezoekers te identificeren waren aan de hand van de
gegevens op de sensoren. En hoewel er natuurlijk ook enkele devices zoals printers in de stad bevinden,
lijkt het de AP onvoorstelbaar dat deze zichtbaar zijn op meerdere locaties omdat deze zich door de stad
bewegen. Het bewonersfilter doet juist een poging dit soort apparaten eruit te filteren.
De AP blijft verder bij haar standpunt dat identificatie van natuurlijk personen mogelijk is op de drie
manieren beschreven in paragaaf 3.1.3. De AP heeft daarbij rekening gehouden met alle middelen waarvan
redelijkerwijs valt te verwachten dat zij worden gebruikt door de verwerkingsverantwoordelijke of door
een andere persoon om de natuurlijke persoon direct of indirect te identificeren, bijvoorbeeld
selectietechnieken.24 De combinatie (pseudonieme identificator + datumtijd + locatie) maakt het mogelijk
om iemand te kunnen identificeren. Niet voor niets beschouwt artikel 4, onderdeel 1, van de AVG
locatiegegevens als een identificator.25 Nadat iemand is geïdentificeerd kan men ter controle diegene
vragen naar zijn MAC-adres. De AP heeft deze controlevraag als voorbeeld genoemd. Er zijn echter veel
manieren om de identiteit van personen te controleren.
Indien Bureau RMC/[VERTROUWELIJK] alle bedoelde technische maatregelen goed hadden uitgevoerd
dan was er geen sprake van tracking. De stap om daadwerkelijk te identificeren vergt daardoor onder
andere niet disproportioneel veel inspanning volgens de AP. En in sommige gevallen – de nachtelijke
wandelaar bijvoorbeeld – vergt identificatie slechts een zeer beperkte inspanning. Uit de verzamelde data
zijn leefpatronen te herleiden, waardoor je iemands woon- of werkplek kan achterhalen. De AP verwijst
verder naar pagina 12 van dit besluit voor de uitleg waarom realtime identificatie wel degelijk mogelijk
was.
Tot slot is niet vereist dat alle informatie aan de hand waarvan de betrokkene kan worden geïdentificeerd,
bij een en dezelfde persoon berust.26 Hierbij is van belang dat het college B&W Enschede rechtmatig
toegang heeft tot alle middelen die kunnen worden gebruikt om een natuurlijk persoon direct of indirect te
24 Overweging 26 AVG.
25 Zie voor een verdere verdieping ook https://www.nature.com/articles/srep01376
26 HvJ EU, 19 oktober 2016, ECLI:EU:C:2016:779, r.o. 43.
15/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
identificeren. Dat het college B&W Enschede contractueel heeft afgesproken om gegevens te kunnen
opvragen bij Bureau RMC en [VERTROUWELIJK], geeft het college bij uitstek een rechtmatige toegang tot
de persoonsgegevens. Dat het college B&W Enschede daar geen gebruik van (wil) maken is juridisch
irrelevant.
3.2 Verwerkingsverantwoordelijke
3.2.1 Inleiding
In het kader van de vraag of het college B&W Enschede de persoonsgegevens in lijn verwerkt met artikel 5,
eerste lid, aanhef en onder a jo. artikel 6, eerste lid, van de AVG is ook van belang om te bepalen wie aan te
merken is als verwerkingsverantwoordelijke als bedoeld in artikel 4, onderdeel 7, van de AVG. Daarbij is
bepalend wie het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt.
3.2.2 Feiten
Gezien het omvangrijke onderzoek in deze zaak, verwijst de AP voor de feiten naar het tweede hoofdstuk
van bijlage 1 bij dit besluit. Hieronder volgt een korte samenvatting van de feiten, waarna de AP tot een
oordeel komt.
Het college B&W Enschede heeft besloten om per 6 september 2017 te starten met 24/7 metingen via
sensoren in de binnenstad van Enschede. De opdracht hiervoor is gegund aan City Traffic B.V., thans
bureau RMC. Daarnaast heeft de gemeente Enschede op haar website zowel een persbericht als een aantal
Q&A’s over de wifimetingen geplaatst.
De wifimetingen zijn uitgevoerd met als doel het meten van de effecten van gemeentelijke investeringen in
de binnenstad van Enschede met het oog op een verantwoord omgaan met publieke gelden. Daarnaast
wijst de gemeente erop dat de metingen inzicht kunnen verschaffen in onderwerpen die van belang zijn
voor de invulling van haar publieke taak, zoals de effecten van wegwerkzaamheden, het houden van
koopzondagen en marktdagen, binnenstadpromotie, de aantrekkelijkheid van evenementen, de acquisitie
van winkels en horeca en het bepalen of en wanneer ingegrepen moet worden in het kader van orde en
veiligheid.
Op 26 september 2017 hebben het college B&W Enschede en de voorganger van Bureau RMC een
bewerkersovereenkomst gesloten in het kader van de wifimetingen in de binnenstad van Enschede. In
deze overeenkomst is bepaald dat het college B&W Enschede verwerkingsverantwoordelijke is voor de
verwerking van persoonsgegevens. Verder is bepaald dat de bewerker, Bureau RMC, de gegevens verwerkt
ten behoeven van het college B&W Enschede. Bureau RMC verwerkt de gegevens slechts in opdracht van
het college B&W Enschede en zal tevens alle redelijke instructies dienaangaande opvolgen. Ten alle tijden
worden op verzoek van het college B&W Enschede alle van de gemeente Enschede afkomstige gegevens
met betrekking tot de bewerkersovereenkomst aan het college B&W Enschede ter hand gesteld. Bureau
RMC mag de werkzaamheden slechts uitbesteden aan derden na voorafgaande schriftelijke toestemming
van het college B&W Enschede. En partijen gaan ermee akkoord dat Bureau RMC de data laat verwerken
door [VERTROUWELIJK], waarmee Bureau RMC een level service agreement heeft gesloten.
16/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
Het college B&W Enschede heeft een sturende rol gehad in het aantal en de locaties van de sensoren die
gebruikt worden voor de wifimetingen. Daarnaast heeft het college B&W Enschede naar aanleiding van de
publicatie van de AP op 30 november 2018 over wifitracking aan Bureau RMC de opdracht gegeven de
wifimetingen in de binnenstad van Enschede tijdelijk te pauzeren. Per 1 januari 2019 heeft Bureau RMC op
verzoek van het college B&W Enschede het zogenaamde “anonimiseren op de server” ingevoerd, waarbij
de laatste drie karakters van de gepseudonimiseerde MAC-adressen worden afgeknipt. Het college B&W
Enschede heeft tot slot op 30 april 2020 aan Bureau RMC de opdracht gegevens om per 1 mei 2020 de
sensoren uit te zetten.
3.2.3 Beoordeling
Artikel 4, aanhef en onderdeel 7, van de AVG definieert een verwerkingsverantwoordelijke als een
natuurlijk persoon of rechtspersoon, een overheidsinstantie, een dienst of een ander orgaan die/dat, alleen
of samen met anderen, het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt. In
dit geval is dat de verwerking van het MAC-adres van het mobiele apparaat, het tijdstip (in seconden) en
de datum van de detectie door de sensor en het sensor-ID. Daarbij is niet vereist dat dat de
verwerkingsverantwoordelijke de persoonsgegevens onder zich heeft.27
De AP is van oordeel dat het college B&W Enschede verwerkingsverantwoordelijke is voor de verwerking
van persoonsgegevens door middel van de wifitellingen in de binnenstad van Enschede, omdat zij degene
is die zowel het doel als deels de middelen voor de verwerking heeft vastgesteld. Zij motiveert dit als volgt.
Degene die het doel van de verwerking van de persoonsgegevens vaststelt, is degene die bepaalt waarom de
verwerking plaatsvindt. Zoals in paragraaf 3.2.2 besproken is het college B&W Enschede degene geweest
die besloten heeft om wifimetingen uit te voeren. Daarnaast worden de gegevens verwerkt voor een door
het college B&W Enschede bepaald doeleinde, namelijk het meten van de effecten van gemeentelijke
investeringen in de binnenstad van Enschede. De andere doeleinden die het college B&W Enschede in
haar zienswijze aanhaalt voor de wifimetingen (bijvoorbeeld het meten van de effecten van
wegwerkzaamheden, binnenstadpromotie en koopzondag) zijn ook door het college bepaald en zijn
bovendien gebaseerd op de Gemeentewet.28 Verder heeft het college B&W Enschede op 30 november 2018
Bureau RMC de verwerking tijdelijk laten pauzeren en op 1 mei 2020 de sensoren laten uitzetten. Het
college B&W Enschede is ook degene geweest die met haar collegebesluit bepaald heeft dat er
persoonsgegevens verwerkt worden, en degene die dus kan besluiten om daarmee te stoppen. Daarmee
heeft het college B&W Enschede zeggenschap over het wel of niet verwerken van de persoonsgegevens. De
AP concludeert dat het college B&W Enschede de doeleinden voor de verwerking van persoonsgegevens
heeft bepaald.
27 HvJ EU, 5 juni 2018, ECLI:EU:C:2018:388 (Wirtschaftsakademie) en HvJ EU, 29 juli 2019, ECLI:EU:C:2019:269 (Fashion ID).
28 Het college B&W Enschede betoogt in haar zienswijze dat de metingen ook inzicht verschaffen in effecten van wegwerkzaamheden,
het houden van koopzondagen en marktdagen, binnenstadpromotie, de aantrekkelijkheid van evenementen, de acquisitie van
winkels en horeca en het bepalen of en wanneer ingegrepen moet worden in het kader van orde en veiligheid.
17/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
Degene die beslist hoe de verwerking plaatsvindt moet worden beschouwd als degene die de middelen
vaststelt. Zoals in paragraaf 3.2.2 besproken heeft het college B&W Enschede besloten om voor de
verwerking van persoonsgegevens gebruik te maken van een dienstverlener, namelijk Bureau RMC. De
technische uitwerking van de verwerking van de persoonsgegevens is gedelegeerd aan Bureau RMC,
waarbij het college B&W Enschede op grond van de bewerkersovereenkomst wel de mogelijkheid had om
instructies te geven. Het college B&W Enschede heeft ook invloed uitgeoefend op de middelen voor de
verwerking door mede te bepalen hoeveel sensoren geplaatst zouden worden en waar deze geplaatst
zouden worden. De AP concludeert dat het college B&W Enschede door te bepalen door wie de verwerking
uitgevoerd zou worden en tevens de wijze waarop de verwerking plaatsvindt, bijvoorbeeld door het aantal
sensoren en de locaties daarvan te bepalen, deels bepaald heeft hoe de verwerking van persoonsgegevens
plaatsvond.
Op basis van het bovenstaande concludeert de AP dat het college B&W Enschede zowel het doel als deels
de middelen voor de verwerkingen heeft vastgesteld en daarmee kwalificeert als
verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, aanhef en onderdeel 7, van de AVG voor de
verwerking van persoonsgegevens via sensoren in de binnenstad van Enschede.
3.2.4 Zienswijze college B&W Enschede en reactie AP
Het college B&W betoogt in haar zienswijze dat zij géén verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de
AVG is. Zij maakt daarbij onderscheid tussen haar verantwoordelijkheid als opdrachtgever, die ze niet
betwist, en het begrip verwerkingsverantwoordelijke als omschreven in de AVG. Hoewel het college B&W
Enschede zichzelf als verwerkingsverantwoordelijke aanwijst in de bewerkersovereenkomst zijn er
volgens haar feitelijke omstandigheden die erop duiden dat zij geen, dan wel slechts gezamenlijk
verwerkingsverantwoordelijke is. Zo worden de werking van de wifitellingentechniek, de wijze waarop de
gegevens worden verzameld, welke gegevens er precies worden verzameld voor de gewenste output, de
keuze voor hashing en truncating, de opslag en de (al dan niet in overleg) bewaartermijn bepaald door
Bureau RMC. Ook heeft het college B&W Enschede geen toegang tot de gegevens en geen zeggenschap
over het feit dat Bureau RMC gegevens aan derden verstrekt of zelfs verkoopt. Ook voert het college B&W
Enschede aan dat zij niet de kaders en/of voorwaarden voorschrijft waarbinnen de gegevens worden
verwerkt. Verder geeft Bureau RMC in artikel 1.1 van haar Privacy Protocol CityTraffic aan dat zij zelf
verwerkingsverantwoordelijke is.
De AP heeft kennis genomen van het betoog van het college B&W Enschede, maar volgt dit niet.
Hieronder zal eerst worden toegelicht waarom de AP van oordeel is dat het college B&W Enschede wel de
verwerkingsverantwoordelijke is. Vervolgens zal de AP bespreken waarom er geen sprake is van
gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijkheid.
Verwerkingsverantwoordelijkheid
De feitelijke omstandigheden waar het college naar verwijst zien allemaal op de middelen voor de
verwerking. Het gaat er daarbij immers om hoe de verwerking plaatsvindt. Hoewel Bureau RMC invloed
heeft op de wijze van verwerking, is het College B&W Enschede degene die ervoor gekozen heeft om van de
door Bureau RMC aangeboden diensten gebruik te maken, degene die bepaald heeft hoeveel sensoren er
18/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
geplaats zouden worden en waar deze geplaatst zouden worden. Hiermee heeft de gemeente (ook) bepaald
welke middelen er worden gebruikt voor de verwerking.
Dat de gemeente geen toegang zou hebben tot de gegevens die Bureau RMC verwerkt betekent volgens de
AP niet dat zij geen verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de AVG kan zijn. Het Hof van Justitie van
de Europese Unie (HvJ EU) heeft bepaald dat het niet vereist dat alle informatie aan de hand waarvan de
betrokkene kan worden geïdentificeerd, bij een en dezelfde persoon berust.29
Het college B&W Enschede wijst er verder op dat Bureau RMC kan bepalen de gegevens aan een derde
partij te verkopen. De AP maakt hierbij een onderscheid tussen verschillende verwerkingen. Allereerst is
er de verwerking van persoonsgegevens door Bureau RMC voor het doeleinde van het college B&W
Enschede, namelijk het meten van de effecten van gemeentelijke investering in de binnenstad. Dit is de
verwerking waar het onderzoek op ziet en waar de AP het college voor als verwerkingsverantwoordelijke
kwalificeert. Deze verantwoordelijkheid is beperkt tot de verwerkingen waarvoor het college B&W
Enschede het doel en deels de middelen vaststelt. Daarnaast is er de mogelijke verwerking waarbij Bureau
RMC andere partijen toegang kan geven tot de informatie die zij ook gebruikt voor het aanleveren van de
gegevens aan het college B&W Enschede. Bureau RMC heeft deze mogelijk omdat in de
bewerkersovereenkomst bepaald is dat Bureau RMC recht heeft op een afslagbestand (ontdaan van
persoonsgegevens), een kopie van de data die gebruikt kan worden voor eenieder die een aanvraag doet
over bijvoorbeeld drukte op een bepaalde plek in de binnenstad van Enschede. In die tweede situatie is er
sprake van een verwerking die buiten de doeleinden van het college B&W Enschede valt, en daarmee ook
buiten haar verantwoordelijkheid als verwerkingsverantwoordelijke. Dat het college B&W Enschede voor
deze andere, tweede verwerking geen verwerkingsverantwoordelijke is doet niet af aan de conclusie dat
het college B&W Enschede nog steeds degene is die voor de eerste verwerking het doel en deels de
middelen bepaald en daarom daarvoor kwalificeert als verwerkingsverantwoordelijke.
Het college B&W Enschede voert verder aan dat zij niet de kaders en/of voorwaarden voorschrijft
waarbinnen de gegevens worden verwerkt. De AP volgt dit betoog niet. In de bewerkersovereenkomst is
bepaald Bureau RMC alle redelijke instructies van de het college B&W Enschede zal opvolgen. Bureau
RMC heeft dit reeds gedaan door twee maal op verzoek van het college B&W de verwerking te staken. De
AP concludeert hieruit dat het college, indien gewenst, wel de kaders en/of voorwaarden waarbinnen de
gegevens worden verwerkt kan bepalen. Dat de gemeente niet altijd gebruik heeft gemaakt van deze
mogelijkheid, of dat niet van plan is, doet niet af aan het bestaan daarvan.
Tot slot voert het college aan dat in het Privacy Protocol van CityTraffic is bepaald dat Bureau RMC
verwerkingsverantwoordelijke is. De AP volgt ook dit betoog niet. Allereerst staat in paragraaf 1.1 van het
Privacy Protocol dat CityTraffic de verantwoordelijke is, voor zover zij (alleen of gezamenlijk met anderen)
de doeleinden en de middelen van de verwerking van MAC-adressen bepaalt. Dat betekent volgens de AP
niet dat Bureau RMC in elk geval de verwerkingsverantwoordelijke is. Voorts hebben Bureau RMC en het
college B&W Enschede in de tussen hen gesloten bewerkersovereenkomst vastgelegd dat juist het college
B&W Enschede de verwerkingsverantwoordelijke is. Nu de bewerkersovereenkomst de tussen partijen
29 HvJ EU, 19 oktober 2016, ECLI:EU:C:2016:779, r.o. 43.
19/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
gesloten overeenkomst is, in tegenstelling tot het privacy protocol van Bureau RMC, moet aansluiting
gezocht worden bij deze bewerkersovereenkomst. Daarnaast is het college B&W Enschede degene die
feitelijk de doeleinden en deels de middelen voor de verwerking bepaalt. In een dergelijke situatie, waarbij
de feitelijke situatie afwijkt van een “papieren” werkelijkheid, zoals het privacy protocol, is de feitelijke
situatie leidend.
Gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijkheid
Het college van B&W betoogt dat, indien de AP van oordeel is dat het college
verwerkingsverantwoordelijke is, dat er dan slechts sprake is van gezamenlijke
verwerkingsverantwoordelijkheid. De AP volgt dit betoog niet en motiveert dat als volgt.
Artikel 26 van de AVG bepaalt dat wanneer twee of meer verwerkingsverantwoordelijken gezamenlijk de
doeleinden en middelen van de verwerking bepalen, zij gezamenlijk verwerkingsverantwoordelijken zijn.
In artikel 4, aanhef en onderdeel 7, van de AVG, is ook bepaald dat de verwerkingsverantwoordelijke
degene is die, alleen of samen met anderen, het doel en de middelen van de verwerking bepaald. In beide
artikelen is bepaald dat de (gezamenlijke) verwerkingsverantwoordelijke het doel en de middelen voor de
verwerking bepaalt. Uit de door het college B&W Enschede aangehaalde feitelijke omstandigheden blijkt
dat Bureau RMC een mate van invloed heeft op de middelen voor de verwerking. Echter, niet is gebleken
dat Bureau RMC de doeleinden bepaalt voor de verwerking van persoonsgegevens voor het college B&W
Enschede. Nu Bureau RMC de doeleinden voor de verwerking niet bepaald kan zij daarvoor geen
verwerkingsverantwoordelijke zijn. Hierdoor kan er ook geen sprake zijn van gezamenlijke
verwerkingsverantwoordelijkheid. Dat Bureau RMC deels invloed heeft op het bepalen van de middelen
voor de verwerking maakt dit niet anders, omdat de (gezamenlijk) verwerkingsverantwoordelijke doel en
middelen van de verwerking moet bepalen.
3.3 Rechtmatigheid van de verwerking
3.3.1 Inleiding
In paragraaf 3.2 heeft de AP geconstateerd dat het college B&W Enschede de
verwerkingsverantwoordelijke is voor de verwerkingen in het kader van de wifimetingen. De AP zal in het
navolgende beoordelen of het college B&W Enschede voor deze verwerking een succesvol beroep kan doen
op één van de grondslagen uit artikel 6 van de AVG.
3.3.2 Beoordeling en reactie op zienswijze
Artikel 5, eerste lid, aanhef en onder a, van de AVG bepaalt onder andere dat persoonsgegevens moeten
worden verwerkt op een wijze die ten aanzien van de betrokkene rechtmatig is. Er wordt gehandeld in
overeenstemming met dit beginsel van rechtmatigheid, indien er een deugdelijke rechtsgrondslag voor de
verwerking aanwezig is.
Artikel 6, eerste lid, van de AVG geeft vervolgens een limitatieve opsomming van de grondslagen voor een
rechtmatige gegevensverwerking. Dit artikel stelt dat een verwerking alleen rechtmatig is indien en voor
zover aan ten minste een van de zes genoemde grondslagen is voldaan. De voor het college B&W Enschede
20/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
eventueel in aanmerking komende grondslagen zijn:30 c) noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke
verplichting; e) noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het
kader van de uitoefening van het openbaar gezag; f) gerechtvaardigd belang.
3.3.2.1 Wettelijke taak of taak van algemeen belang
Artikel 6, derde lid, van de AVG bepaalt dat de verwerkingen van persoonsgegevens die plaatsvinden op de
rechtsgronden c) en e) moeten zijn vastgesteld bij Unierecht of lidstatelijk recht dat op de
verwerkingsverantwoordelijke van toepassing is. Het doel van de verwerking moet in het Unierecht of
lidstatelijk recht zijn vastgesteld, of is voor wat betreft rechtsgrond e) noodzakelijk voor de vervulling van
een taak van algemeen belang of voor de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de
verwerkingsverantwoordelijke is verleend.
Overweging 45 van de AVG luidt: “Deze verordening schrijft niet voor dat voor elke afzonderlijke verwerking
specifieke wetgeving vereist is. Er kan worden volstaan met wetgeving die als basis fungeert voor verscheidene
verwerkingen op grond van een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust, of voor verwerking die
noodzakelijk is voor de vervulling van een taak van algemeen belang dan wel voor een taak in het kader van de uitoefening
van het openbaar gezag. (...)”
Overweging 41 van de AVG stelt wel dat de wetgeving op basis waarvan de verwerkingen plaatsvinden
voldoende duidelijk, nauwkeurig en voorspelbaar moet zijn: “Deze rechtsgrond of wetgevingsmaatregel moet
evenwel duidelijk en nauwkeurig zijn, en de toepassing daarvan moet voorspelbaar zijn voor degenen op wie deze van
toepassing is, zoals vereist door de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie („Hof van Justitie”) en het
Europees Hof voor de Rechten van de Mens.”
De grondslagen c) en e) vereisen alle twee dat de verwerking noodzakelijk is. Dit
noodzakelijkheidsvereiste betekent dat moet worden voldaan aan de beginselen van proportionaliteit en
subsidiariteit. Het proportionaliteitsbeginsel houdt in dat de inbreuk op de belangen van de bij de
verwerking van de persoonsgegevens betrokken personen niet onevenredig mag zijn in verhouding tot het
met de verwerking te dienen doel. Op grond van het subsidiariteitsbeginsel mag het doel waarvoor de
persoonsgegevens worden verstrekt in redelijkheid niet op een andere, voor de bij de verwerking van
persoonsgegevens betrokken persoon, minder nadelige wijze kunnen worden verwezenlijkt.
Het college B&W Enschede stelt in haar zienswijze dat de verwerkingen in het kader van wifitellingen
kunnen worden gebaseerd op artikel 6, lid 1 sub e, van de AVG. De AP miskent volgens het college dat de
gemeente Enschede een zeer brede taak heeft. Uit de Gemeentewet volgt dat de gemeente het ‘dagelijks
bestuur’ van de gemeente moet voeren. Deze taak is volgens het college niet zomaar ruim geformuleerd,
maar juist met een doordachte reden. In de ogen van de gemeente blijken haar verantwoordelijkheden, en
in het verlengde daarvan de noodzaak tot het uitvoeren van de wifitellingen om aan die verschillende
verantwoordelijkheden te voldoen, uit diverse (formele en materiële) wet- en regelgeving en documenten.
30 In onderhavige situatie is er geen toestemming gevraagd aan de betrokkenen (grond a), de wifimetingen zijn niet noodzakelijk ter
uitvoering van een overeenkomst met de betrokkene (grond b) en ze zijn ook niet noodzakelijk om bepaalde vitale belangen te
beschermen (grond d).
21/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
Het college B&W Enschede verwijst hiervoor naar artikel 160 lid 1 sub a en h, artikel 212 lid 1, artikel 213
lid 1, artikel 172 lid 1 van de Gemeentewet. En naar de retailagenda van de landelijke overheid, Visie
bruisende binnenstad en de mobiliteitsvisie, de APV van Enschede, het toetsingskader
evenementenvergunningen, de nadere regels voor terrassen, de gemeentebegroting en de
subsidieverordening.
Met passantentellingen kan volgens het college B&W Enschede inzicht worden verkregen in diverse
aspecten die voor gemeenten van belang zijn om haar beleid op diverse vlakken te kunnen baseren en
derhalve om invulling te geven aan de ‘publieke taak’ die zij als gemeente jegens haar inwoners heeft. Deze
informatie is volgens het college pas echt waardevol als het “continue” informatie is, dat wil zeggen niet
uitsluitend informatie die is gebaseerd op incidentele gebeurtenissen. In de ogen van de gemeente is de
gekozen wijze van tellen juist privacy-vriendelijker dan bijvoorbeeld handmatige tellingen. Handmatige
tellingen kent veel nadelen: dubbeltellingen kunnen niet worden voorkomen, en dus geven handmatige
tellingen geen betrouwbaar beeld. Bovendien is dit zeer arbeidsintensief en dus kostbaar. In het laatste
geval ziet de teller immers per definitie welke persoon zich waar bevindt. Andere alternatieven voor
tellingen dan via wifi zijn eigenlijk niet voorhanden. Er bestaan wel infraroodtellingen, maar ook deze
methode haalt geen dubbeltellingen uit de tellingen.
De AP heeft aan het college B&W Enschede gevraagd of het voor de gemeentelijke taken noodzakelijk is
om bezoekersstromen of het aantal bezoekers per (meet)punt te weten. Het college B&W Enschede heeft
hierover het volgende verklaard. Bij de start van de passantentellingen leefde het college B&W Enschede
nog in de veronderstelling – op basis van informatie die het college op dat moment verkreeg van Bureau
RMC – dat Bureau RMC anonieme informatie over bezoekersstromen zou verstrekken. De term
“bezoekersstromen” stond ook vermeld in het collegebesluit om over te stappen op de bezoekerstellingen
via wifi. Dit verklaart volgens het college B&W Enschede waarom er in de zienswijze van het college soms
over bezoekersstromen wordt gesproken. Na de start van de bezoekerstellingen en de eerste resultaten van
de teldata (rond begin 2018), bleek echter dat het college geen stromen kon zien, maar wel drukte per
sensorpunt. Het college B&W Enschede heeft dus verklaard alleen het aantal passanten op een bepaald
punt en moment nodig te hebben.31
De AP volgt de zienswijze van het college van B&W Enschede niet en komt tot de volgende beoordeling.
De AP constateert allereerst dat er op het college B&W Enschede geen wettelijke verplichting rust,
vastgelegd in Unierecht of nationaal recht, om de wifimetingen in de binnenstad te laten verrichten. Ook
vindt de verwerking van persoonsgegevens geen basis in een ruimer geformuleerde zorgplicht of wettelijke
verplichting. De AP stelt daarom ten eerste vast dat het college B&W Enschede geen geslaagd beroep kan
doen op de grondslag in artikel 6, eerste lid onder c, van de AVG.
De AP onderzoekt hierna of de wifimetingen verwerkingen zouden kunnen zijn die noodzakelijk zijn voor
een taak van algemeen belang. De AP heeft reeds geconcludeerd dat de wifimetingen verwerkingen zijn in
het kader van de gemeentelijke overheidstaken. Overheidstaken zijn taken van algemeen belang. Zo is het
college B&W Enschede op grond van artikel 160 Gemeentewet bevoegd om ‘het dagelijks bestuur van de
31 Brief van 16 februari 2021 van het college B&W Enschede aan de AP, pagina 2.
22/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
gemeente te voeren’. Dit betreft een taak van algemeen belang, waar bijvoorbeeld het op orde houden van
de financiën van de gemeente, ruimtelijke ordening en stedelijke ontwikkeling onder kunnen worden
geschaard.
De AP constateert dat overweging 45 van de AVG stelt dat niet voor elke afzonderlijke verwerking
specifieke wetgeving nodig is. In onderhavig geval betekent dit dat de verscheidene verwerkingen die zijn
vastgesteld gebaseerd kunnen worden op één wettelijke bepaling. Overweging 41 van de AVG vereist
echter wel een zekere mate van concreetheid van de wetgeving. Deze overweging stelt namelijk dat de
wetgeving, in dit geval de taak van algemeen belang, duidelijk, nauwkeurig en voorspelbaar moet zijn.32
Deze voorzienbaarheidseis brengt onder meer mee dat de (wettelijke) gevolgen van bepaalde handelingen
in een bepaalde mate voorzienbaar moeten zijn voor de burger.
Uit de eis dat een inmenging in de uitoefening van het recht op respect voor het privéleven als bedoeld in
artikel 8 van het EVRM moet zijn voorzien bij wet («in accordance with the law») vloeit voort dat die
inmenging moet berusten op een naar behoren bekendgemaakt wettelijk voorschrift waaruit de burger
met voldoende precisie kan opmaken welke op zijn privéleven betrekking hebbende gegevens met het oog
op de vervulling van een bepaalde overheidstaak kunnen worden verzameld en vastgelegd, en onder welke
voorwaarden die gegevens met dat doel kunnen worden bewerkt, bewaard en gebruikt. Vereist is dus een
voldoende precieze wettelijke grondslag. Dat betekent dat bijvoorbeeld de algemene taakstelling van een
overheidsdienst niet in alle gevallen kan dienen als rechtsgrond voor gegevensverwerking.33 Het betekent
ook dat een verplichting voor een overheidsinstantie tot gegevensverstrekking terwijl die
overheidsinstantie een wettelijk geregelde geheimhoudingsplicht heeft, uitdrukkelijk en duidelijk in een
wettelijk voorschrift moet zijn neergelegd, en dat het niet toelaatbaar is dat een dergelijke verplichting
uitsluitend wordt afgeleid uit de totstandkomingsgeschiedenis van of de samenhang tussen wettelijke
bepalingen of wordt verondersteld omwille van de effectiviteit van een wettelijke regeling.34
De AP komt tot het oordeel dat de wettelijke taak ‘het dagelijks bestuur van de gemeente voeren’ niet aan
bovenstaande eisen voldoet, omdat deze taak te ruim is geformuleerd, niet concreet is en daarmee niet
voldoende voorspelbaar is.35 Een burger kan onvoldoende uit artikel 160 Gemeentewet opmaken welke op
zijn privéleven betrekking hebbende gegevens met het oog op de vervulling van deze overheidstaak
kunnen worden verzameld en vastgelegd, en onder welke voorwaarden die gegevens met dat doel kunnen
worden bewerkt, bewaard en gebruikt. De AP is er daarbij van bewust dat de wetgever artikel 160
Gemeentewet doelbewust ruim heeft geformuleerd. Alleen dit heeft tot gevolg dat deze ruim
geformuleerde taakomschrijving (omwille van de effectiviteit van een wettelijke regeling) niet zonder
meer kan dienen als rechtsgrond voor deze gegevensverwerking.
32 Zie in dit kader ook ECLI:NL:RBROT:2020:2257.
33 Zie ook HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:288 (Belastingdienst ANPR zaak)
34
ABRvS 3 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:253
35 De wetgever heeft expliciet gekozen voor het ruim geformuleerde begrip ‘dagelijks bestuur’ en niet voor meer uitgewerkte taken
omdat ‘zo een opsomming bijna per definitie gedoemd [is] niet sluitend te zijn’. Kamerstukken II 2000/01, 27 751, nr. 3, p. 61.
23/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
Het college B&W Enschede verwijst verder in haar zienswijze naar verschillende artikelen in de
Gemeentewet, de APV en meerdere documenten. De AP merkt op dat alleen artikel 160 Gemeentewet de
bevoegdheid van het college B&W Enschede regelt. De andere artikelen zien op bevoegdheden van andere
organen van de gemeente. Het college van B&W is door de AP aangewezen als
verwerkingsverantwoordelijke, waardoor de andere wetsartikelen om die reden niet van toepassing
kunnen zijn als lidstatelijk recht waarin de taak van algemeen belang aan de verwerkingsverantwoordelijke
opgedragen is geregeld.
De AP heeft voorts de gehele APV van Enschede doorgenomen, maar de AP kwam hier geen artikelen
tegen waar een burger uit kan afleiden dat de genoemde persoonsgegevens in paragraaf 3.1 kunnen
worden verwerkt voor overheidstaken en onder welke voorwaarden die gegevens met dat doel kunnen
worden bewerkt, bewaard en gebruikt. De overige aangehaalde documenten door het college B&W
Enschede kunnen tot slot ook geen grondslag zijn voor de verwerking van persoonsgegeven omdat dit
geen wettelijke voorschriften zijn.
De AP stelt daarom vast dat het college B&W Enschede in dit geval geen geslaagd beroep kan doen op de
grondslag in artikel 6, eerste lid onder e, van de AVG. Hiermee wil de AP niet zeggen dat een gemeente
nooit een wettelijke grondslag kan hebben voor het tellen van bezoekers. Het wettelijk voorschrift dient
echter voor deze situatie concreter geformuleerd en daarmee voldoende voorspelbaar te zijn.
Ten overvloede, de AP blijft ook bij haar standpunt dat in onderhavige situatie ook niet is voldaan aan het
noodzakelijkheidsvereiste omdat niet is voldaan aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit.
De inbreuk op de privacy van honderdduizenden burgers wiens MAC-adressen en locatiegegevens via de
sensoren zijn opgevangen en verwerkt is onevenredig in verhouding tot het met de verwerking te dienen
doel, namelijk het toetsen van de effectiviteit van investeringen in de binnenstad van Enschede. In deze
beoordeling neemt de AP in aanmerking dat het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van
burgers in de openbare ruimte zwaar weegt, gelet op de redelijke verwachting van het publiek om als
voorbijganger niet ongemerkt gevolgd te kunnen worden en het feit dat gegevens systematisch en voor
langere tijd vastgelegd werden. Met name voor bewoners en frequente bezoekers van de gemeente
Enschede is de voorliggende verwerking van persoonsgegeven een extra grote inbreuk op de bescherming
van de persoonlijke levenssfeer. Dat het college B&W Enschede niet tot doel had om persoonsgegevens te
verwerken doet niet af aan het feit dat er persoonsgegevens onder de verantwoordelijkheid van het college
werden verwerkt. Dit doet afbreuk aan het gevoel van de burger om zich in het openbaar onbespied te
wanen en om vertrouwen te hebben in de overheid.
Daarnaast is ook niet voldaan aan het subsidiariteitsbeginsel omdat de nagestreefde doelen van het
college B&W Enschede op een andere, minder vergaande wijze, kunnen worden gediend. Zelfs op
manieren waarbij geen persoonsgegevens worden verwerkt. Het college B&W Enschede heeft, of het nu
bedoeld of onbedoeld was, onder diens verantwoordelijkheid persoonsgegevens laten verwerken waarmee
het mogelijk was om burgers te volgen. Het college B&W Enschede heeft echter verklaard dat het geen
bezoekersstromen nodig heeft maar alleen de drukte per sensorpunt. Hierdoor was de verwerking van
persoonsgegevens onder de verantwoordelijkheid van het college B&W Enschede tussen 25 mei 2018 tot
24/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
en met 30 april 2020 niet noodzakelijke en daarnaast ook bovenmatig. Naast het feit dat er in de
gehanteerde database onvoldoende technische maatregelen zijn genomen, werden de persoonsgegevens
ook onnodig (nog los van de ruwe data) steeds een half jaar bewaard.
Er zijn voldoende methodes om de drukte op een bepaalde plek te meten waarbij de bescherming van
persoonsgegevens beter is gewaarborgd. Men kan bijvoorbeeld inzicht krijgen in drukte door
marktonderzoeken. Maar ook personen tellen via een automatische bezoekersteller die een infraroodstraal
uitzendt is bij uitstek een effectieve techniek. Deze techniek is ook betaalbaar en geeft de mogelijkheid om
de continue informatie te verschaffen die het college B&W Enschede nodig heeft. Dubbeltellingen kan
men met statistisch berekeningen eruit filteren. Vrijwel iedere ingezette methodiek of techniek kent
meetfouten en vergt kalibratie, vaak ook op het niveau van individuele sensoren. Hiermee kan men de
eventuele meetfouten in de tellingen corrigeren. Daarnaast is een kleine meetfout, voor zover deze na
kalibratie nog zou bestaan, gezien het feit dat men uiteindelijk getallen totaliseert en groepeert, niet
onoverkomelijk.
3.3.2.2. Gerechtvaardigd belang
Het eerste lid van artikel 6 van de AVG bepaalt dat grondslag f) gerechtvaardigd belang niet geldt voor de
verwerking door overheidsinstanties in het kader van de uitoefening van hun taken. Overweging (47) van
de AVG geeft hierop de volgende toelichting: “(…) Aangezien het aan de wetgever staat om de rechtsgrond voor
persoonsgegevensverwerking door overheidsinstanties te creëren, mag die rechtsgrond niet van toepassing zijn op de
verwerking door overheidsinstanties in het kader van de uitvoering van hun taken.”
Overheidsinstanties zullen in de uitoefening van hun taak geen gebruik kunnen maken van de grondslag
‘gerechtvaardigd belang’, maar zullen gebruik moeten maken van andere grondslagen. Dit geldt niet voor
zover de overheidsinstantie ‘typisch bedrijfsmatige handelingen’ verricht waarbij persoonsgegevens
worden verwerkt, zoals bijvoorbeeld de verwerking van persoonsgegevens die noodzakelijk is voor de
beveiliging van overheidsgebouwen. Voor handelingen die buiten de uitoefening van de taak vallen, mag er
wel een grondslag worden aangenomen in het gerechtvaardigd belang van de organisatie. De overheid
onderscheidt zich hierin niet wezenlijk van een private partij.
Artikel 6, eerste lid, van de AVG bepaald dus dat grondslag f) niet geldt voor ‘verwerkingen door
overheidsinstanties in het kader van de uitoefening van hun taken’. Dit geldt niet voor zover de
overheidsinstantie ‘typisch bedrijfsmatige handelingen’ verricht. De AP heeft hiervoor al vastgesteld dat
het doel van de wifimetingen het toetsen van de effectiviteit van gemeentelijke investeringen in de
binnenstad van Enschede is, dit met het oog op het verantwoord omgaan met publieke gelden. De AP
concludeert hieruit dat de wifimetingen verwerkingen zijn in het kader van de gemeentelijke
overheidstaken. De AP stelt daarom vast dat het college B&W Enschede geen beroep kan doen op de
grondslag gerechtvaardigd belang in de zin van artikel 6, eerste lid onder f, van de AVG. Het is aan de
wetgever om voor dit soort gevallen de rechtsgrond voor persoonsgegevensverwerking door
overheidsinstanties te creëren.
25/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
Het college B&W Enschede is in haar zienswijze echter van mening dat het verzamelen van informatie
over bezoekersaantallen en bezoekersstromen in het kader van wifitellingen een gerechtvaardigd belang is
voor het college B&W Enschede, de ondernemers, investeerders, bezoekers en inwoners. De AP heeft
volgens het college B&W Enschede in de Bluetrace-zaak erkend dat er sprake kan zijn van een
gerechtvaardigd belang voor het verzamelen van dergelijke informatie.36
Voorts stelt het college B&W Enschede dat met de verwerkingen in het kader van wifitellingen wél is
voldaan aan het noodzakelijkheidsvereiste. De wifitellingen zijn namelijk noodzakelijk om de hiervoor
beschreven belangen die worden nagestreefd te verwerkelijken. Het is niet mogelijk om deze informatie op
een minder ingrijpende wijze te verzamelen. Met wifitellingen kunnen er volgens het college B&W
Enschede veel duurzamere, efficiëntere en betrouwbaardere resultaten worden verzameld. Daar komt
volgens het college B&W Enschede bij dat Bureau RMC allerlei maatregelen heeft getroffen die met zich
meebrengen dat aan het vereiste van proportionaliteit en subsidiariteit wordt voldaan. Zoals eerder in
deze zienswijze beschreven is het college B& W Enschede hierbij steeds afgegaan op de deskundigheid van
Bureau RMC als professioneel opdrachtnemer. Verder informeert de gemeente Enschede iedereen, die de
binnenstad van Enschede betreedt, actief middels waarschuwingsborden over de wifitellingen. De
betrokkenen worden eveneens via de website van de gemeente Enschede hierover geïnformeerd.
Tot slot stel het college B&W Enschede dat Bureau RMC omstreeks 2016 reeds heeft gecorrespondeerd
met de AP over haar werkwijze in het kader van wifitellingen. In dat kader heeft Bureau RMC de door de
AP verstrekte aanwijzingen opgevolgd. Bureau RMC kon in dat verband – mede doordat de AP nadien
niets meer van zich heeft laten horen – ervan uitgaan dat haar werkwijze in overeenstemming is met de
privacywet- en regelgeving en bovendien is goedgevonden door de AP.
De AP volgt de zienswijze van het college van B&W Enschede niet en blijft bij haar standpunt dat het
college B&W Enschede geen succesvol beroep kan doen op de grondslag gerechtvaardigd belang. Het
college B&W Enschede heeft immers zelf uitgebreid uitgelegd dat de verwerkingen in het kader van
wifitellingen noodzakelijk zijn voor de gemeentelijke overheidstaken en niet voor ‘typisch bedrijfsmatige
handelingen’. Het feit dat het college B&W Enschede hierboven zelf naar haar wettelijke taken heeft
verwezen onderstreept deze beoordeling des te meer. De AP komt hierdoor niet toe aan een
belangenafweging onder artikel 6, eerste lid onder f, van de AVG. En voor wat betreft de Bluetrace-zaak,
het gaat het in die zaak om een bedrijf en niet een overheidsinstantie waardoor de vergelijking door het
college B&W Enschede niet opgaat.
De AP merkt tot slot op dat zij wel degelijk het onderzoek naar Bureau RMC heeft afgesloten met een
formele brief. In deze brief heeft de AP nadrukkelijk vermeld dat de AP geen oordeel geeft over de
gegevensverwerking waar het onderzoek betrekking op had. De stelling van het college B&W Enschede dat
Bureau RMC er hierdoor vanuit kon gaan dat haar werkwijze in overeenstemming is met de privacywet-
en regelgeving en bovendien is goedgevonden door de AP acht de AP dus onjuist.
36 CBP, Wifi-tracking van mobiele apparaten in en rond winkels door Bluetrace, z2014-00944, 13 oktober 2015,
https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/sites/default/files/atoms/files/rapport_db_bluetrace.pdf, p. 40.
26/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
4. Boete
4.1 Inleiding
Het college B&W Enschede heeft van 25 mei 2018 tot en met 30 april 2020 in strijd gehandeld met artikel
5, eerste lid, onder a, jo. artikel 6, eerste lid, van de AVG door persoonsgegevens van eigenaren/gebruikers
van mobiele apparaten waarop de wifi staat ingeschakeld in de binnenstad van Enschede onrechtmatig te
verwerken.
De AP maakt voor de vastgestelde overtreding gebruik van haar bevoegdheid om aan het college B&W
Enschede een boete op te leggen. De AP hanteert hiervoor de Boetebeleidsregels 2019.37 Hierna zal de AP
eerst kort de boetesystematiek uiteenzetten, gevolgd door de motivering van de boete(hoogte) in het
onderhavige geval.
4.2 Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2019
Op grond van artikel 58, tweede lid, aanhef en onder i en artikel 83, vijfde lid, van de AVG, gelezen in
samenhang met artikel 14, derde lid, jo. 18 van de UAVG, is de AP bevoegd aan het college B&W Enschede
in geval van een overtreding van artikel 5 en 6 van de AVG een bestuurlijke boete op te leggen
tot € 20.000.000. De boete voor de onderhavige overtreding van artikel 5, eerste lid, onder a van de AVG is
afhankelijk gesteld van de onderliggende bepaling, zijnde artikel 6, eerste lid, van de AVG. Hiervoor geldt
een categorie III boete, met een boetebandbreedte tussen € 300.000 en € 750.000 en een basisboete van €
525.000. […].38
Ingevolge artikel 7 houdt de AP onverminderd de artikelen 3:4 en 5:46 van de Algemene wet bestuursrecht
(Awb) rekening met de factoren die zijn ontleend aan artikel 83, tweede lid, van de AVG en in de
Beleidsregels genoemd onder a tot en met k.
4.3 Boetehoogte
4.3.1. Beoordeling omstandigheden
Bij de vraag of een bestuurlijke boete wordt opgelegd en over de hoogte daarvan houdt de AP rekening met
verschillende factoren. De AP betrekt bij deze beoordeling onder meer de aard, de omvang alsmede het
aantal getroffen betrokkenen.
Rechtmatigheid is een van de basisbeginselen van de gegevensbescherming. Een verwerking van
persoonsgegevens is rechtmatig als deze plaatsvindt op basis van een grondslag. Bij een inmenging op het
privéleven van de burger zoals in het onderhavige geval, is in het bijzonder belangrijk dat een
37 Stcrt. 2019, 14586, 14 maart 2019.
38 Artikel 2, onder 2.2 en 2.3 van de Boetebeleidsregels jo. bijlage 2 van de Boetebeleidsregels 2019.
27/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
overheidsinstantie haar handelen kan baseren op een voldoende toegankelijk, nauwkeurig en
voorzienbaar wettelijk voorschrift. Met het verzamelen van persoonsgegevens zonder daarvoor een
grondslag te hebben, heeft het college B&W Enschede het rechtmatigheidsbeginsel geschonden. Dit raakt
de kern van het recht op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en de bescherming van
persoonsgegevens. Het doet afbreuk aan het gevoel van de burger om zich in het openbaar onbespied te
wanen en aan het vertrouwen in de overheid.
Het college B&W Enschede heeft van 25 mei 2018 tot en met 30 april 2020 zonder grondslag
persoonsgegevens verwerkt van honderdduizenden burgers. Deze overtreding vond daarmee op
structurele wijze plaats en duurde voor een lange periode voort. Uit de verzamelde data die onder
verantwoordelijkheid van het college B&W Enschede werd verwerkt, kan men een gedetailleerd beeld
opmaken van het gedrag van (individuele) burgers. De leefpatronen kunnen bijvoorbeeld iemands woon-
of werkplek prijsgeven, maar ook gevoeligere gegevens zoals bezoeken aan medische instellingen of
locaties die gegevens over iemands seksleven kunnen opleveren.39 Het enkele feit dat dit mogelijk is kan
ertoe leiden dat burgers zich niet langer onbespied wanen door de overheid. Gelet hierop was er volgens de
AP sprake van een ernstige situatie.
Naast het feit dat het college B&W Enschede niet op basis van een voorzienbaar wettelijk voorschrift
persoonsgegevens verwerkte, acht de AP het ook kwalijk dat het college B&W Enschede de
persoonsgegevens bovenmatig en langer heeft verwerkt dan noodzakelijk was voor de beoogde
doeleinden. Als een verwerkingsverantwoordelijke locatiegegevens verwerkt of laat verwerken dan dient
men de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht te nemen om te voorkomen dat deze gegevens (indirect)
identificeerbaar worden.
Gezien de bovenstaande omstandigheden ziet de AP aanleiding om aan het college B&W Enschede een
boete op te leggen en het basisbedrag van de boete op grond van artikel 7, aanhef en onder a, van de
Boetebeleidsregels 2019 te verhogen met € 75.000 tot € 600.000.
Zienswijze college B&W Enschede en reactie AP
Het college B&W Enschede stelt in haar zienswijze dat er nimmer bijzondere en strafrechtelijke
persoonsgegevens zijn verwerkt. Gezien de zeer beperkte aard en ernst van de vermeende inbreuk op de
AVG, meent het college B&W Enschede dan ook dat er sprake is van een boeteverlagende omstandigheid.
Daar komt volgens het college bij dat de betrokkenen geen schade hebben geleden. Verder is de gemeente
Enschede nog nooit eerder door de AP op haar vingers getikt vanwege een schending van de privacywet-
en regelgeving en heeft de gemeente Enschede steeds haar volledige medewerking verleend aan het
onderzoek van de AP. Het college B&W Enschede beschouwt deze omstandigheden dan ook als
boeteverlagende factoren.
De AP volgt de zienswijze van het college van B&W Enschede niet en motiveert dit als volgt. Zoals
hierboven vermeld kunnen er uit de verzamelde data gevoelige gegevens worden afgeleid. Een
overheidsinstantie die persoonsgegevens verwerkt zonder daar een wettelijke grondslag voor te hebben is
39 Zie ook WP202 Opinion 02/2013 on apps on smart devices.
28/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
zeker wel schadelijk voor burgers. Het college B&W Enschede heeft daarnaast niet onderbouwd waarom
de betrokkenen geen schade hebben geleden. Ondanks dat de AP niet eerder dezelfde inbreuk heeft
vastgesteld bij het college B&W Enschede en er volgens het college B&W Enschede geen sprake is van
schade, ziet de AP door de ernst van de overtreding en de verwijtbaarheid van het college B&W Enschede
geen aanleiding om af te zien van het opleggen van een bestuurlijke boete of om het boetebedrag te
verlagen. De AP is tot slot van oordeel dat de medewerking van het college B&W Enschede niet verder is
gegaan dan haar wettelijke plicht om te voldoen aan artikel 31 van de AVG. Het college B&W Enschede
heeft daarmee niet op bijzondere wijze samengewerkt met de AP.
4.3.2 Verwijtbaarheid en nalatige aard van de inbreuk
Ingevolge artikel 5:46, tweede lid, van de Awb houdt de AP bij de oplegging van een bestuurlijke boete
rekening met de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten.
Op grond van artikel 6, eerste lid, van de AVG is een verwerking van persoonsgegevens pas rechtmatig als
deze plaatsvindt op basis van een grondslag. Dit is een voortzetting van wat ook al gold onder Richtlijn
95/46/EG en de Wet bescherming persoonsgegevens. Als uitgangspunt geldt dat het college B&W
Enschede een eigen verantwoordelijkheid heeft om zich reeds vanaf inwerkingtreding van de AVG aan de
daarin gestelde regels te houden. Dat de verwerkingen van gegevens in het kader van wifitellingen
plaatsvonden bij Bureau RMC en [VERTROUWELIJK] doet daar niet aan af. Het college B&W Enschede
heeft met het bepalen van de verwerkingsdoeleinden de wettelijke taak om de verantwoordelijkheid te
dragen voor de gegevensverwerking omtrent de wifitellingen. Het college B&W Enschede heeft nagelaten
om zorgvuldig onderzoek te doen naar de verzamelde data of daar juridisch advies over in te winnen. Ook
het feit dat Bureau RMC in de offerte had vermeld dat zij data omzetten en valideren naar
bezoekersstromen en loopstromen van het winkelende publiek, had het college B&W Enschede alert
moeten maken dat er ook bezoekersstromen uit de verzamelde gegevens weergegeven konden worden. In
plaats daarvan ging het college B&W Enschede ervan uit dat een derde partij, met een commercieel belang,
de verantwoordelijkheid op zich nam. De AP acht dit verwijtbaar.
Het college B&W Enschede heeft aangevoerd dat zij steeds gestuurd hebben op het waarborgen van
privacy met betrekking tot de door Bureau RMC uitgevoerde wifitellingen. Dat is volgens het college aan te
merken als een boeteverlagende omstandigheid, aangezien zij niet opzettelijk of bewust op onrechtmatige
wijze persoonsgegevens verwerkt. Verder vindt het college B&W Enschede dat zij niet nalatig zijn geweest,
gezien de getroffen maatregelen tot doel hadden om louter anonieme gegevens te verwerken die niet
herleidbaar zijn tot individuen.
De AP ziet, mede onder verwijzing naar paragraaf 3.1.3, op basis hiervan geen aanleiding af te zien van het
opleggen van een bestuurlijke boete of het boetebedrag te verlagen. De AP is van oordeel dat
bovengenoemde aangevoerde omstandigheden het college B&W Enschede niet disculpeert. Van een
overheidsinstantie mag, mede gelet op de grote omvang van de gegevensverwerking, worden verwacht dat
zij zich terdege van de voor haar geldende normen vergewist en deze naleeft. Zeker in een samenleving
waarbij het steeds moeilijker is om data te anonimiseren. Het college B&W Enschede had meer onderzoek
moeten doen naar de gegevens die onder haar verantwoordelijkheid werden verwerkt. Of Bureau RMC de
29/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
afspraken met het college B&W Enschede al dan niet is nagekomen, is een civiele kwestie tussen Bureau
RMC en het college. De AP merkt voorts op dat de overtreden bepaling van artikel 6, eerste lid, van de AVG
geen opzet vereist als bestanddeel. Nu het hier gaat om een overtreding, is voor het opleggen van een
bestuurlijke boete conform vaste rechtspraak niet vereist dat wordt aangetoond dat sprake is van opzet.40
De AP mag verwijtbaarheid veronderstellen als het daderschap vaststaat.41
4.3.3 Evenredigheid en financiële omstandigheden
Tot slot beoordeelt de AP op grond van artikelen 3:4 en 5:46 van de Awb (evenredigheidsbeginsel) of de
toepassing van haar beleid voor het bepalen van de hoogte van de boete gezien de omstandigheden van het
concrete geval, niet tot een onevenredige uitkomst leidt. Toepassing van het evenredigheidsbeginsel kan
onder andere spelen bij de draagkracht van de verwerkingsverantwoordelijke.
Het college B&W Enschede heeft de AP verzocht rekening te houden met de financiële omstandigheden
van de gemeente, zonder daarmee uitdrukkelijk te stellen dat er sprake is van een beperkte financiële
draagkracht. Het is volgens het college B&W Enschede algemeen bekend dat bij vrijwel alle gemeenten in
Nederland, door onder andere Corona, de financiën onder druk staan.42
Naar wat de AP begrijpt, wil het college B&W Enschede niet uitdrukkelijk stellen dat er sprake is van een
beperkte financiële draagkracht maar dat de AP wel rekening moet houden met de financiële
omstandigheden van de gemeente. Ongeacht dit tegenstrijdige signaal, heeft de AP de openbare financiële
cijfers van de gemeente Enschede geraadpleegd. De AP stelt op basis van de (door de gemeente Enschede
zelf gepubliceerde) cijfers vast, dat de gemeente Enschede eind 2020 algemene reserves had van bijna 60
miljoen euro en vorderingen van 40 miljoen euro.43 Gezien deze algemene reserves en liquiditeit, acht de
AP het onwaarschijnlijk dat de onderhavige boete continuïteitsproblemen bij de gemeente Enschede zal
opleveren.
Concluderend ziet de AP geen aanleiding om af te zien van het opleggen van een bestuurlijke boete of om
het boetebedrag te verlagen. De AP acht het boetebedrag van € 600.000 evenredig en er zijn geen andere
feiten en omstandigheden die nopen tot matiging van het voornoemde bedrag.
4.4 Conclusie
De AP stelt het totale boetebedrag vast op € 600.000.
40 vgl. College van Beroep voor het bedrijfsleven 29 oktober 2014, ECLI:NL:CBB:2014:395, rov. 3.5.4, 2 september 2015,
ECLI:NL:CBB:2015:312, rov. 3.7 en 7 maart 2016, ECLI:NL:CBB:2016:54, rov. 8.3; Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State 29
augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2879, rov. 3.2 en 5 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3969, rov. 5.1.
41 Kamerstukken II 2003/04, 29 702, nr. 3, p. 134.
42 Brief van 16 februari 2021 van het college B&W Enschede aan de AP, pagina 3.
43 Gemeentebegroting 2021-2024, paragraaf 5.3. Zie: https://documenten.enschede.nl/gb2021.
30/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
5. Dictum
De AP legt aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede, wegens
overtreding van artikel 5, eerste lid, onder a, jo. artikel 6, eerste lid, van de AVG een bestuurlijke boete op
ten bedrage van € 600.000 (zegge zeshonderdduizend euro).44
Hoogachtend,
Autoriteit Persoonsgegevens,
w.g.
drs. C.E. Mur
Bestuurslid
Rechtsmiddelenclausule
Indien u het niet eens bent met dit besluit kunt u binnen zes weken na de datum van verzending van het
besluit digitaal of op papier een bezwaarschrift indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Het indienen
van een bezwaarschrift schort de werking van dit besluit op. Voor het indienen van digitaal bezwaar, zie
www.autoriteitpersoonsgegevens.nl, onder het kopje Bezwaar maken tegen een besluit, onderaan de
pagina onder de kop Contact met de Autoriteit Persoonsgegevens. Het adres voor het indienen op papier
is: Autoriteit Persoonsgegevens, postbus 93374, 2509 AJ Den Haag.
Vermeld op de envelop ‘Awb-bezwaar’ en zet in de titel van uw brief ‘bezwaarschrift’.
Schrijf in uw bezwaarschrift ten minste:
- uw naam en adres;
- de datum van uw bezwaarschrift;
- het in deze brief genoemde kenmerk (zaaknummer); of een kopie van dit besluit bijvoegen;
- de reden(en) waarom u het niet eens bent met dit besluit;
- uw handtekening.
44 De AP zal voornoemde vordering uit handen geven aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB).
31/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
Bijlage 1
32/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
1. Feiten omtrent het begrip persoonsgegevens
1.1 De sensoren opgehangen in de binnenstad van Enschede
Als op een mobiel apparaat de wifi staat ingeschakeld, dan zendt het apparaat met regelmatige
tussenpozen het signaal uit dat het op zoek is naar een netwerk om mee te verbinden. De sensoren die zijn
opgehangen in de binnenstad van Enschede vangen deze signalen op. Een medewerker van
[VERTROUWELIJK] heeft verklaard dat er in Enschede consumentenrouters als sensoren worden
gebruikt.45
Het college B&W Enschede heeft verklaard dat de wifimetingen worden uitgevoerd met behulp van elf
sensoren. Deze elf sensoren hingen er op 25 mei 2018 en dit aantal is sindsdien niet gewijzigd.46 Bureau
RMC heeft dit bevestigd.47 Tot slot volgt het ook uit de met de sensoren verzamelde gegevens die de AP
heeft ontvangen in het kader van het onderzoek48 en uit de informatie op de website
www.binnenstadsmonitorenschede.nl waar gebruikt wordt gemaakt van de met de sensoren verzamelde
gegevens.
Uit de door Bureau RMC verstrekte informatie volgt dat de sensoren zijn opgehangen bij elf verschillende
winkeliers die zijn gevestigd in de binnenstad van Enschede.49 Toezichthouders van de AP hebben op 29
mei 2019 een aantal van deze winkeliers bezocht en hebben daar onderstaande kastjes met daarin de
routers aangetroffen.50
Figuur 1: Twee sensoren aangetroffen bij twee verschillende winkeliers
45 Pagina 2 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49
en 55).
46 Antwoorden op de ‘Vragen over de sensoren’, brief van 24 mei 2019 van het college B&W Enschede aan de AP (dossierstuk 26).
47 Pagina 1 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49
en 55).
48 Citytraffic_aantal_telpunt 4 Excelsheets en Citytraffic_weekoverzicht 4 Excelsheets, bijlage 14 en 15 bij brief van 24 mei 2019 van
college B&W Enschede aan de AP (dossierstuk 26). Export Enschede sep-dec long term table.zip, ontvangen van [VERTROUWELIJK] op
12 december 2019 (dossierstuk 69) en Export Enschede jun - aug 2019 long term table.zip, ontvangen van [VERTROUWELIJK] op 16
december 2019 (dossierstuk 72).
49 Excellijst locatie sensoren, bijlage bij e-mail van 23 mei 2019 van Bureau RMC aan de AP (dossierstuk 25).
50 Verklaringen van Ambtshandelingen onderzoek ter plaatse bij acht winkeliers in de binnenstad van Enschede volgens Bureau RMC
een sensor zo hangen (dossierstukken 30-38).
33/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
De directeur van Bureau RMC heeft verklaard dat het bereik van elke sensor in principe de overkant van de
straat is.51 Op de website www.citytraffic.nl wordt door Bureau RMC gesteld dat dit bereik 20 à 30 meter
is.52
De AP constateert op basis van het voorgaande dat er in ieder geval sinds 25 mei 2018 elf sensoren hangen
bij verschillende winkeliers in de binnenstad van Enschede. Elke sensor heeft een bereik van 20 à 30 meter.
1.2 De verwerking van gegevens middels de City Traffic-methode
Bureau RMC noemt de methode om via sensoren gegevens van mobiele apparaten waarop de wifi staat
ingeschakeld te verzamelen en te verwerken tot rapportages de ‘City Traffic-methode’. Deze City Traffic-
methode wordt toegepast in de binnenstad van Enschede. Op de website van Bureau RMC staat een
infographic die deze methode (per 1 januari 2019) visualiseert.53 In deze paragraaf behandelt de AP de
verschillende fasen van verzamelen en verwerken van gegevens door middel van de City Traffic-methode.
Figuur 2: Infographic City Traffic-methode na 1 januari 2019
51 Pagina 2 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49
en 55).
52 www.citytraffic.nl/hoe-we-tellen.
53 Schermafbeeldingen van webpagina’s op www.rmc.nl vastgelegd op 26 april 2019 (dossierstuk 10).
34/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
De verzameling van gegevens door de sensoren en verzending ervan naar de server
De eerste fase betreft het opvangen door de sensoren van bepaalde gegevens van mobiele apparaten
waarop de wifi is ingeschakeld. Elke sensor heeft een bepaald bereik en in deze paragraaf wordt
aangetoond dat zowel bij binnenkomst in het bereik als bij vertrek uit het bereik er gegevens van het
mobiele apparaat worden verzameld en vervolgens deels gepseudonimiseerd worden verstuurd naar de
centrale server.
Tijdens het onderzoek ter plaatse op 29 mei 2019 heeft een medewerker van [VERTROUWELIJK] verklaard
dat op elke sensor in de binnenstad van Enschede dezelfde software draait en dat daarom elke sensor
dezelfde werking heeft.54 De medewerker heeft verder verklaard dat de werking van de sensoren niet is
gewijzigd sinds 25 mei 2018.55
Op de vraag van de AP welke gegevens van mobiele apparaten er door de sensoren worden opgevangen,
heeft een medewerker van [VERTROUWELIJK] het volgende geantwoord: “Het MAC-adres, de locatie-ID van
de sensor, de datum en het tijdstip van ontvangst van het wifisignaal op de sensor en de signaalsterkte. Ook wordt er op de
sensor bijgehouden wanneer je door de sensor voor het eerst gezien wordt en wanneer je voor het laatst gezien bent.” 56
Het hiervoor genoemde MAC-adres van een apparaat is een door de fabriek ingebouwd wereldwijd uniek
nummer.57 Het is een reeks van 12 hexadecimale karakters (0-9, A-F) in de vorm 00:0C:6E:D2:11:E6. Zoals
eerder aangegeven zendt een apparaat waarop de wifi aan staat met regelmatige tussenpozen het signaal
uit dat het op zoek is naar een netwerk om mee te verbinden. Via dit signaal wordt het MAC-adres van het
apparaat opgevangen door een sensor.
Later in de verklaring is door een medewerker van [VERTROUWELIJK] aangegeven dat op de sensoren
ook wordt bepaald of een opgevangen MAC-adres een zogenaamd ‘gespoofed MAC-adres’ is: “Het betreft
het uitzenden van een fake MAC-adres, om het te kunnen volgen van telefoons tegen te gaan (e.g. door Apple). Spoofed
adressen nemen we niet mee in onze tellingen (…).”58
Uit de door [VERTROUWELIJK] aan de AP verstrekte softwarecode die draait op de sensoren blijkt dat het
volgende op de sensor gebeurt zodra een apparaat met wifi ingeschakeld binnen het bereik van de sensor
komt:59
1. Het MAC-adres en de signaalsterkte van het apparaat worden opgevangen.
2. De datum en het exacte tijdstip van ontvangst worden bepaald.
54 Pagina 2 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49
en 55).
55 Pagina 2 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49
en 55).
56 Pagina 1 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49
en 55).
57 Pagina 6 van WP185 Advies 13/2011 over geolocatiediensten op slimme mobiele apparaten.
58 Pagina 10 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49
en 55).
59 [VERTROUWELIJK] en Verklaring van Ambtshandelingen analyse broncode van 18 februari 2020 (dossierstuk 78).
35/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
3. Het MAC-adres, de signaalsterkte, datum en tijdstip worden opgeslagen in het werkgeheugen van de
sensor (voor zolang het apparaat binnen het bereik van de sensor is).60
4. Er wordt bepaald of het MAC-adres een ‘spoofed MAC-adres’ is of niet.61
5. Het MAC-adres wordt gepseudonimiseerd (zie volgende paragraaf 0).
6. De volgende gegevens worden verzonden naar de server: Gepseudonimiseerd MAC-adres,
signaalsterkte, datum, tijdstip, spoofed indicator en sensor-ID62, met hieraan gekoppeld ‘status 1’ om
aan te geven dat de betreffende gegevens gaan over het moment dat het mobiele apparaat binnen het
bereik kwam.63
Over het moment waarop het MAC-adres wordt gepseudonimiseerd heeft de directeur van Bureau RMC
verklaard: “Het wordt op de sensor meteen vervangen, dus op de sensor wordt het MAC-adres meteen gehasht.”64 Ook
op de website www.citytraffic.nl staat dat het MAC-adres meteen wordt gepseudonimiseerd.65 De AP
constateert echter dat dit niet wordt bevestigd door de softwarecode van de sensoren. Daaruit blijkt
namelijk, zoals toegelicht in het vorige randnummer, dat er ongepseudonimiseerde MAC-adressen
worden opgeslagen in het werkgeheugen van de sensoren.
Een medewerker van [VERTROUWELIJK] heeft het volgende verklaard over wat er gebeurt zolang een
apparaat waarop de wifi is ingeschakeld binnen het bereik van een sensor is: “Het MAC-adres wordt de hele
tijd opgevangen, de sensor checkt of het MAC-adres al eerder is gezien, zo ja, dan verhoogt hij de laatst geziene tijd en dit
proces herhaalt zich tot dat het MAC-adres twee minuten niet gezien is.”66 De softwarecode en een eigen analyse
van deze softwarecode door een toezichthouder van de AP bevestigt deze werking.67
Een medewerker van [VERTROUWELIJK] heeft het volgende verklaard over wanneer de gegevens worden
doorgezonden aan een server: “Het status 1 bericht wordt direct doorgestuurd naar de server, het status 2 bericht als
het MAC-adres twee minuten uit het zicht is. Het wordt live doorgestuurd, niet bijvoorbeeld elke minuut. Dus van elke
passant worden er twee keer gegevens doorgestuurd.”68 De softwarecode en een eigen analyse van deze
softwarecode door een toezichthouder van de AP bevestigt deze werking.69 Het verzamelen van zowel het
tijdstip waarop het MAC-adres voor het eerst binnen bereik komt (status 1) als het laatst geziene tijdstip
(status 2) wordt gebruikt om de verblijftijd van het MAC-adres binnen het bereik van de sensor te bepalen,
zie hiervoor bijlage 1, pagina 42 en verder (lange termijn tabel).
60 Dit is bevestigd door de medewerkers van [VERTROUWELIJK], pagina 3 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers
[VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49 en 55).
61 De indicator is 1 als er sprake is van een spoofed MAC-adres en 0 als het het MAC-adres niet spoofed is.
62 Dit is uniek nummer gekoppeld aan elke sensor.
63 Naast ‘status 1’ wordt ook een ‘status 2’ gehanteerd, dit verwijst naar het moment dat het bereik van de sensor is verlaten.
64 Pagina 3 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49
en 55). Bureau RMC en de medewerkers van [VERTROUWELIJK] hanteren in hun verklaringen soms het begrip ‘hashen’ om het
pseudonimiseren aan te duiden.
65 Schermafbeeldingen van webpagina’s www.citytraffic.nl vastgelegd op 31 juli 2019 (dossierstuk 54).
66 Pagina 3 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49
en 55).
67 [VERTROUWELIJK] en Verklaring van Ambtshandelingen analyse broncode van 18 februari 2020 (dossierstuk 78).
68 Pagina 2 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49
en 55).
69 [VERTROUWELIJK] en Verklaring van Ambtshandelingen analyse broncode van 18 februari 2020 (dossierstuk 78).
36/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
Uit de softwarecode blijkt dat zodra een gedetecteerd mobiel apparaat buiten het bereik van de sensor is dat
de volgende gegevens worden verzonden naar de server: Status ‘2’, gepseudonimiseerd MAC-adres,
laatste binnen het bereik gemeten signaalsterkte, laatste binnen het bereik bepaalde datum en tijdstip (dit
betreft het tijdstip minus de twee minuten), spoofed indicator en sensor-ID.70
Op de vraag hoe lang de MAC-adressen in het werkgeheugen van elke sensor blijven staan heeft een
medewerker van [VERTROUWELIJK] geantwoord: “De gegevens worden verstuurd naar de server zodra is
geconstateerd dat het apparaat 2 minuten niet meer in bereik van de sensor is. Dan verdwijnen de gegevens van de sensor.
Dus hoe lang de gegevens worden bewaard is afhankelijk van hoe lang iemand in het gebied/bereik van de sensor is plus 2
minuten.”71 De softwarecode en een eigen analyse van deze softwarecode door een toezichthouder van de
AP bevestigt deze werking.72
De AP constateert op basis van het voorgaande dat in ieder geval vanaf 25 mei 2018 tot heden elke sensor
in de binnenstad van Enschede dezelfde werking had. De sensoren hebben gedurende deze periode van
alle binnen het bereik komende mobiele apparaten waarop de wifi stond ingeschakeld het MAC-adres,
signaalsterkte, datum en tijdstip opgevangen en tijdelijk opgeslagen in het werkgeheugen van de sensor.
Deze opslag duurde zolang het apparaat zich binnen het bereik van de sensor bevond plus twee minuten.
Ook constateert de AP dat de sensoren continue scannen. Tot slot stelt de AP vast dat er van elk
gedetecteerd apparaat bij binnenkomst en twee minuten na vertrek uit het bereik van de sensor realtime
de volgende gegevens zijn verzonden naar de server: status 1 dan wel 2, gepseudonimiseerd MAC-adres,
signaalsterkte, datum en tijdstip, spoofed indicator en sensor-ID.
Het pseudonimiseren van het MAC-adres op de sensoren
Een medewerker van [VERTROUWELIJK] heeft verklaard dat op elke sensor in Enschede dezelfde
pseudonimiseringsmethode wordt toegepast en dat deze methode sinds 25 mei 2018 niet is gewijzigd.73
Op de vraag van de AP welke methode wordt gehanteerd heeft een medewerker van [VERTROUWELIJK]
geantwoord: “[VERTROUWELIJK]”74 Dit blijkt ook uit de softwarecode75 en een door [VERTROUWELIJK]
opgesteld document over de pseudonimiseringsmethode.76
Tijdens het onderzoek ter plaatse op 29 mei 2019 heeft een medewerker van [VERTROUWELIJK]
verklaard: “Één MAC-adres levert praktisch één gehasht nummer op, er is minimale kans op collision namelijk dat twee
MAC-adressen dezelfde
70 [VERTROUWELIJK] en Verklaring van Ambtshandelingen analyse broncode van 18 februari 2020 (dossierstuk 78).
71 Pagina 2 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49
en 55).
72 [VERTROUWELIJK] en Verklaring van Ambtshandelingen analyse broncode van 18 februari 2020 (dossierstuk 78).
73 Pagina 2 en 4 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019
(dossierstukken 49 en 55). De medewerker van [VERTROUWELIJK] hebben tevens verklaard dat dezelfde methode op al hun sensoren
in Nederland draait.
74 Pagina 4 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49
en 55).
75 [VERTROUWELIJK] en Verklaring van Ambtshandelingen analyse broncode van 18 februari 2020 (dossierstuk 78).
76 MAC hashing analysis opgesteld door [VERTROUWELIJK] (geen datum), ontvangen van [VERTROUWELIJK] op 3 juni 2019 (dossierstuk
43).
37/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
gehashte waarde opleveren.”77 Uit het document over de pseudonimiseringsmethode blijkt dat
[VERTROUWELIJK] juist voor deze methode heeft gekozen omdat er slechts een verwaarloosbare kans is
op gelijke resultaten.78
De AP constateert op basis van het voorgaande dat er één en dezelfde pseudonimiseringsmethode draait
op alle sensoren in de binnenstad van Enschede en dat deze methode sinds 25 mei 2018 niet is gewijzigd.
Daarnaast stelt de AP vast dat het pseudonimiseren tot gevolg heeft dat één MAC-adres op elk van de
sensoren leidt tot één en hetzelfde gepseudonimiseerd MAC-adres.
De kortetermijntabel op de server
Hiervoor heeft de AP vastgesteld dat in ieder geval vanaf 25 mei 2018 in de binnenstad van Enschede van
elk mobiele apparaat waarop de wifi stond ingeschakeld en die door het bereik van een sensor is gegaan er
twee keer gegevens van het mobiele apparaat, namelijk bij binnenkomst in het bereik en twee minuten na
vertrek uit het bereik, realtime zijn verstuurd naar de server. Daarnaast heeft de AP geconcludeerd dat per
1 januari 2019 alle op de server binnenkomende gepseudonimiseerde MAC-adressen worden afgeknipt.
Hierover heeft een medewerker van [VERTROUWELIJK] verklaard: “Als het gehashte79 MAC-adres binnenkomt
wordt het afgeknipt in het geheugen (real time) en die wordt daarna weggeschreven in een ruwe tabel, (…).”80
Ook heeft een medewerker van [VERTROUWELIJK] verklaard: “We gebruiken op de server twee tabellen. Een
korte termijn tabel die de data van vandaag bevat en een lange termijn tabel die de data van 6 maanden bevat.”81 De AP
zal eerst de kortetermijntabel behandelen.
Over wat er per 1 januari 2019 wordt afgeknipt van het gepseudonimiseerde MAC-adres heeft een
medewerker van [VERTROUWELIJK] verklaard: “[VERTROUWELIJK], de dubbele punt achterwege latend.”82
En: “Enkel het gehashte MAC-adres wordt afgeknipt en de rest van de gegevens daar verandert niets aan.”83 De
softwarecode bevestigt het voorgaande, met de aanvulling dat ook de dubbele punten uit het afgeknipte
gepseudonimiseerde MAC-adres worden verwijderd.84 Het resultaat na afknippen is een reeks van
[VERTROUWELIJK] bestaande uit 0-9 of a-z zonder dubbele punten (zie de kolom MACNUMBER in
Figuur 3).
77 Pagina 5 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49
en 55).
78 Pagina 3 laatste alinea en pagina 4 derde alinea MAC hashing analysis opgesteld door [VERTROUWELIJK] (geen datum), ontvangen
van [VERTROUWELIJK] op 3 juni 2019 (dossierstuk 43).
79 [VERTROUWELIJK] gebruikt hier de term ‘gehasht’ als alternatief voor ‘gepseudonimiseerd’.
80 Pagina 6 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49
en 55).
81 Pagina 7 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49
en 55).
82 Pagina 6 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49
en 55).
83 Pagina 6 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49
en 55).
84 [VERTROUWELIJK] en Verklaring van Ambtshandelingen analyse broncode van 18 februari 2020 (dossierstuk 78).
38/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
Tijdens het onderzoek ter plaatse heeft een medewerker van [VERTROUWELIJK] de toezichthouders van
de AP inzage gegeven in de kortetermijntabel.85 Tevens hebben deze medewerker op een later tijdstip een
gedeelte van de kortetermijntabel met de op 29 mei 2019 in Enschede verzamelde gegevens aangeleverd
aan de AP.86 Een schermafbeelding van de eerste paar records van deze kortetermijntabel gefilterd op de
sensor [VERTROUWELIJK] betreft:
Figuur 3: Schermafbeelding eerste gedeelte kortetermijntabel over 29 mei 2019 voor een sensor
Een medewerker van [VERTROUWELIJK] heeft de volgende toelichting gegeven op de kolommen:
“- ‘HOSTNAME’ is de unieke identificatie van de sensor, de locatie-ID van een sensor.
- ‘MACNUMBER’ is het gepseudonimiseerde en afgeknipte MAC-adres.
- ‘DATUM’ is de dag-week-jaar.
- ‘TIJD’ is het tijdstip op die dag wanneer het apparaat gescand is. (…).
- ‘SIGNAL’ is de signaalsterkte waarmee het apparaat is waargenomen.
- ‘STATUS’ 1 is het moment waarop hij voor het eerst is waargenomen en status 2 is het moment waarop hij buiten
het bereik van de sensor is.
- ‘SPOOFED’ is 1 als het een gespoofd mac-adres betrof (en 0 als niet). (…).”87
85 Verklaring van Ambtshandelingen onderzoek ter plaatse Bureau RMC en [VERTROUWELIJK] op 29 mei 2019 (dossierstuk 39).
86 Export Enschede 29-5-2019.zip, ontvangen van [VERTROUWELIJK] op 3 juni 2019 (dossierstuk 42). De eerste detectie (record in de
tabel) was op tijdstip 00:00:00 en de laatste op tijdstip 20:20:37.
87 Pagina 9 en 10 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019
(dossierstukken 49 en 55).
39/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
De AP merkt op dat DATUM op dagniveau en de TIJD op de seconde nauwkeurig wordt vastgelegd. De
HOSTNAME is de unieke sensor-ID, elk van de elf sensoren in de binnenstad van Enschede heeft een
unieke [VERTROUWELIJK]-code.88
In de schermafbeelding hierboven zijn in blauw en in rood twee opvolgende status 1 en status 2 records
van hetzelfde afgeknipte gepseudonimiseerde MAC-adres omkaderd ([VERTROUWELIJK]). Later toont
de AP aan dat elk van deze twee records wordt samengevoegd tot één record in de langetermijntabel.
De AP constateert op basis van het voorgaande dat in ieder geval sinds 25 mei 2018 de gegevens die op één
dag zijn gemeten door de sensoren in de binnenstad van Enschede dagelijks zijn verzameld in de
kortetermijntabel.89 Het tijdstip op de dag waarop het apparaat door de sensor is gescand wordt hierbij op
de seconde nauwkeurig vastgelegd. In de periode tot aan 1 januari 2019 is het gepseudonimiseerde MAC-
adres bij binnenkomst op de server niet afgeknipt, in de periode vanaf 1 januari 2019 wel. Het afknippen
betreft het verwijderen van de laatste drie karakters van het gepseudonimiseerde MAC-adres (zonder
dubbele punt). De andere gegevens die zijn verzonden naar de server, namelijk sensor-ID, datum, tijdstip,
signaalsterkte, status en spoofed indicator zijn onbewerkt overgenomen in de kortetermijntabel.
De toepassing van filters
Tijdens het onderzoek ter plaatse bij Bureau RMC op 29 mei 2019 is door een medewerker van
[VERTROUWELIJK] verklaard dat op de kortetermijntabel, behandeld in de vorige paragraaf, elke nacht
bepaalde filters worden toegepast waarna de overgebleven records aan de langetermijntabel worden
toegevoegd.90 Deze medewerker van [VERTROUWELIJK] heeft hierover in een document toegelicht: “De
code voor de filters (…) draaien in de ochtend om 00:15:00 in tijdzone Europe/Amsterdam op de detecties van de vorige
dag. We gebruiken twee soorten filters wanneer de data wordt verwerkt van de RAWRESULTS_HTTP_WIFI tabel naar
tabellen waar de data voor een langere termijn staat. Dit zijn het opt-out filter en het bewonersfilter.”91
De toelichting van [VERTROUWELIJK] op het opt-out filter betreft: “Het opt-out filter verwijdert detecties uit de
(…) tabel wanneer de detecties een hashed en afgeknipt mac adres bevatten die ook in de opt-out lijst staat.”92
Over deze opt-out lijst geeft het college B&W Enschede sinds de start van de wifimetingen op de website
van de gemeente de volgende toelichting: “Iedereen heeft de mogelijkheid om zijn MAC-adressen van mobiele
apparaten op de website van City Traffic aan te melden voor een opt-out register. Hierna worden deze MAC-adressen niet
langer geteld en meegenomen in onze onderzoeken. Het opt-out register vindt u op http://citytraffic.nl/site/page/opt-
88 Tijdens het onderzoek ter plaatse bij Bureau RMC op 29 mei 2019 is aan de AP een lijst met de sensor-ID’s en de bijbehorende straat
in de binnenstad van Enschede overlegd.
89 Met uitzondering van de periode van 10 december 2018 tot en met 3 januari 2019, omdat toen de sensoren waren uitgeschakeld, zie
bijlage 1, paragraaf 2.5.
90 Pagina 7 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49
en 55).
91 Pagina 3 van broncode, afknippen en filters.pdf, ontvangen van [VERTROUWELIJK] op 20 juni 2019 (dossierstuk 46).
92 Pagina 3 van broncode, afknippen en filters.pdf, ontvangen van [VERTROUWELIJK] op 20 juni 2019 (dossierstuk 46).
40/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
out.”93 Op de genoemde webpagina op www.citytraffic.nl staat een invulveld waarmee iemand het MAC-
adres van zijn/haar mobiele apparaat op de opt-out lijst kan laten plaatsen.
De AP merkt op dat omdat de opt-out filter pas wordt toegepast op de kortetermijntabel het niet zo is dat
MAC-adressen die zijn opgegeven niet meer worden opgevangen door de sensoren.
De toelichting van [VERTROUWELIJK] op het bewonersfilter betreft: “Het bewonersfilter verwijdert de detecties
uit de (…) tabel voor een mac adres wanneer het mac adres bij dezelfde scanner op een dag zowel tussen 05:00 en 07:00
gezien is als tussen 22:00 en 23:59:59.” 94
Uit de softwarecode blijkt dat de bewonersfilter als volgt werkt:95 alle records van een afgeknipt
gepseudonimiseerde MAC-adres in de kortetermijntabel worden verwijderd als dat afgeknipte
gepseudonimiseerde MAC-adres zowel tussen 5 en 7 uur als tussen 22 en 24 uur in of buiten het bereik van
eenzelfde sensor komt. Er moet namelijk sprake zijn van een detectie in beide tijdsperiodes. Deze werking heeft
tot gevolg dat als bijvoorbeeld een persoon met een mobiel apparaat waarop de wifi staat ingeschakeld
woont binnen het bereik van een sensor en de gehele dag thuis is, de records van zijn/haar mobiele
apparaat niet eruit worden gefilterd. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor bewoners die alleen tussen 5 en 7 of
tussen 22 en 24 uur het huis verlaten c.q. thuiskomen.
Ten aanzien van de bewonersfilter merkt de AP op dat deze elke nacht op de dagelijks verzamelde
gegevens wordt toegepast, wat betekent dat elke dag opnieuw wordt bepaald of iemand kwalificeert als
bewoner of niet.96 Uit Figuur 7 op pagina 48 volgt dat de kwalificatie dagelijks kan verschillen.
Het college B&W Enschede heeft sinds de start van de wifimetingen in september 2017 op de website van
de gemeente de volgende Q&A staan voor bewoners van de binnenstad van Enschede:97
“Ik woon in de binnenstad, wat wordt er met mijn gegevens gedaan?
City Traffic telt het aantal passanten in de winkelstraat. De sensoren hebben daarom een automatisch filter om bewoners
niet mee te nemen in de tellingen. City Traffic weet dat signalen van bewoners voornamelijk voor en na
winkelopeningstijden gemeten worden. Daarom gaat City Traffic er van uit dat wanneer eenzelfde signaal twee keer per
dag gezien wordt, één keer in de ochtend en één keer in de avond, dit een signaal is van een bewoner. Deze signalen worden
vanaf dat moment iedere dag er automatisch uitgefilterd. Als u in de buurt van een telpunt woont, wordt u dus niet
meegenomen in de tellingen.”
De AP merkt op dat deze tekst meerdere onjuistheden bevat. Ten eerste staat er dat de sensoren de filter
toepassen, terwijl dit pas op de server wordt gedaan. Ten tweede wordt gesuggereerd dat eenmalig wordt
bepaald of iemand in de buurt van een sensor woont om daarna automatisch iedere dag eruit te worden
uitgefilterd, terwijl in werkelijkheid de filter elke nacht opnieuw bepaalt of iemand een bewoner is of niet.
93 www.enschede.nl/sites/default/files/QandAokt2017.pdf, laatst door de AP bezocht op 6 januari 2020.
94 Pagina 3 van broncode, afknippen en filters.pdf, ontvangen van [VERTROUWELIJK] op 20 juni 2019 (dossierstuk 46).
95 ConvertWifi.php, ontvangen van [VERTROUWELIJK] op 20 juni 2019 (dossierstuk 46). Verklaring van Ambtshandelingen analyse
broncode van 18 februari 2020 (dossierstuk 78).
96 Verklaring van Ambtshandelingen analyse broncode van 18 februari 2020 (dossierstuk 78).
97 Q&A’s, bijlage 5 en 6 bij de bij de brief van 24 mei 2019 van het college B&W Enschede aan de AP (dossierstuk 26).
41/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
Tot slot is ook de stelling dat bewoners niet worden meegenomen in de tellingen niet in alle gevallen juist,
zoals hierboven volgt uit de analyse van de bewonersfilter.
De AP constateert op basis van het voorgaande dat er elke nacht op de kortetermijntabel twee filters
worden toegepast, namelijk een opt-out filter en een bewonersfilter. Deze filters hebben tot gevolg dat
bepaalde records uit de kortetermijntabel niet terechtkomen in de langetermijntabel. Daarnaast
constateert de AP dat de bewonersfilter niet alle bewoners eruit filtert en dat er op de website van de
gemeente hierover foutieve informatie wordt gegeven.
De langetermijntabel op de server
Omdat het afknippen van het gepseudonimiseerde MAC-adres per 1 januari 2019 is ingevoerd bevatte de
langetermijntabel tot aan 1 januari 2019 gepseudonimiseerde MAC-adressen en na 1 januari 2019 alleen
afgeknipte gepseudonimiseerde MAC-adressen. Een medewerker van [VERTROUWELIJK] heeft
verklaard: “De gehashte mac adressen die rond die periode in de database stonden hebben we met terugwerkende kracht
afgeknipt. 98
Op verzoek van de AP heeft [VERTROUWELIJK] op 6 september 2019 de langetermijntabel met de
gegevens over Enschede over alleen 29 mei 2019 aangeleverd.99 Een schermafbeelding van de eerste paar
records van deze langetermijntabel, gefilterd op de twee afgeknipte gepseudonimiseerde MAC-adressen
die in de kortetermijntabel in Figuur 3 zijn omkaderd, betreft:
Figuur 4: Schermafbeelding gedeelte langetermijntabel
Uit een vergelijking tussen de blauw en rood omkaderde records in de kortetermijntabel en de
langetermijntabel (Figuur 3 en Figuur 4) blijkt dat twee opvolgende records (met status 1 en 2) van
hetzelfde afgeknipte gepseudonimiseerde MAC-adres in de kortetermijntabel leidt tot één record in de
langetermijntabel. De tijdIn (status 1) en TijdUit (status 2) worden achter elkaar gezet en de Retention in
98 Pagina 3 van broncode, afknippen en filters.pdf, ontvangen van [VERTROUWELIJK] op 20 juni 2019 (dossierstuk 46) en pagina 6 van
verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49 en 55).
99 Export Enschede 29-5-2019 long term table.zip, ontvangen van [VERTROUWELIJK] op 6 september 2019 (dossierstuk 60).
42/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
seconden (de tijd ertussen) wordt berekend. Ook blijkt uit de vergelijking van beide tabellen dat gespoofde
MAC-adressen in de kortetermijntabel niet worden opgenomen in de langetermijntabel.100
[VERTROUWELIJK] heeft in een document de volgende toelichting gegeven op de kolommen in de
langetermijntabel:101
“ID =id van record BWCode = type detectie (B = bluetooth, W = wifi),
Mac = afgeknipte hash waarde van een mac adres tegenwoordig hebben we enkel nog W detecties
Datum = Datum van waarneming SignalStrengthIn = signaalsterkte starttijd
TijdIn= starttijd waarneming waarneming
TijdUit = eindtijd waarneming SignalStrengthOut = signaalsterkte eindtijd
Retention = TijdUit – TijdIn waarneming
LocationId = altijd 0, niet meer in gebruik”
De AP merkt op dat in bovenstaande lijst door [VERTROUWELIJK] de kolom “[VERTROUWELIJK]” per
abuis niet is opgenomen, deze kolom betreft de eerdergenoemde sensor-ID. Daarnaast constateert de AP
dat de TijdIn en TijdUIT in seconden zijn waardoor de Retention (de verblijfstijd) ook in seconden is.
Over de bewaartermijn van de gegevens in de langetermijntabel heeft Bureau RMC verklaard: “Bij de
gemeente Enschede was het vanaf de start van de tellingen een bewaartermijn van een half jaar, dit is sindsdien niet
gewijzigd.”102 Later is door de directeur van Bureau RMC toegelicht dat op de eerste van de maand de
gegevens van de maand van zes maanden geleden worden verwijderd.103
De AP constateert op basis van het voorgaande dat, na toepassing van de filters op de kortetermijntabel,
twee opeenvolgende records van hetzelfde (afgeknipte) gepseudonimiseerde MAC-adres leidde tot één
record in de langetermijntabel. Van 25 mei 2018 tot aan 1 januari 2019 bevatte de langetermijntabel de
volgende gegevens: gepseudonimiseerd MAC-adres, datum, TijdIn, TijdUit, Retention, SignalStrengthIn,
SignalStrenghtOut. Per 1 januari 2019 is overgegaan op het afknippen van het gepseudonimiseerd MAC-
adres en werd het gepseudonimiseerd MAC-adres gegeven vervangen door het afgeknipte
gepseudonimiseerde MAC-adres. Ook constateert de AP dat er in de langetermijntabel vanaf 25 mei 2018
gegevens stonden over een periode van tussen de zes en zeven maanden.
De bewerkingen op de ruwe data en de cijfers die het college B&W Enschede van Bureau RMC ontvangt
De gegevens in de langetermijntabel vormen de basis voor de cijfers die het college B&W Enschede van
Bureau RMC ontvangt. Uit de volgende verklaringen van de directeur van Bureau RMC volgt dat de
gegevens in de langetermijntabel eerst worden ontdubbeld en dat er daarna statistische bewerkingen op
worden toegepast.
100 Zie ook bijlage 1, paragraaf 1.2, pagina 35 waarin de verklaring van medewerkers [VERTROUWELIJK] is opgenomen dat spoofed MAC-
adressen niet worden meegenomen in de tellingen.
101 Kolommen.doc, ontvangen van [VERTROUWELIJK] op 6 september 2019 (dossierstuk 60).
102 Pagina 7 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49
en 55).
103 E-mails van 20 december 2019 en 15 januari 2020 van Bureau RMC aan de AP (dossierstukken 76 en 77).
43/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
Een medewerker van [VERTROUWELIJK] heeft tijdens het onderzoek ter plaatse op 29 mei 2019
verklaard: “Ja, binnen een zone ontdubbelen we.” De directeur van Bureau RMC vulde hierbij aan: “We willen dit
ontdubbelen omdat we op zoek zijn naar unieke bezoekers aan de binnenstad. De klant is op zoek naar portemonnees en
niet naar passanten. Iemand die 10x geteld is, is niet 10x een koper, maar is 1x een koper die 10x gezien is. De klanten willen
het aantal unieke bezoekers binnen een zone weten. (…). Dus als je met zijn tweeën de binnenstad van Enschede inloopt en
er is verder niemand, dan kom je in het geaggregeerde halfuurs-beeld alleen terug bij de eerste sensor waar je bent gezien.
Voor het meten geldt dit niet, als je door de binnenstad van Enschede loopt dat wordt je bij elke sensor gezien en dit komt
terecht in de ruwe data.” 104
Een medewerker van [VERTROUWELIJK] heeft daarna verklaard: “Om te ontdubbelen hebben we het
gepseudonimiseerde MAC-adres nodig. We tellen unieke aantallen, dus als een MAC-adres wordt opgevangen door de
sensor en dat MAC-adres komt een uur later daar terug dan zien we dat het dezelfde telefoon is, omdat het dezelfde hash is.
De pseudonimiseringsmethode is op alle sensoren hetzelfde en we anonimiseren op de server door het afknippen dus we
kunnen over de set van sensoren zien of hetzelfde MAC-adres waar geweest is (niet enkel op de sensor). We hebben wel
detailverlies omdat we afknippen op de server, maar met een bepaalde zekerheid kunnen we wel zeggen dat dezelfde
telefoon bij sensor A en later bij sensor B is geweest.”
Over de statistische bewerkingen die daarna worden toegepast op de ontdubbelde data heeft de directeur
van Bureau RMC verklaard: “Er is eenmalig bij de installatie van elke sensoren ‘gehand-ijkt’. Dan wordt de conversie
bepaald van het aantal signalen naar het aantal passanten, want niet iedereen heeft ook zijn wifi aan staan. Dit doen we
eenmalig en verder doen we marktonderzoek naar de eventuele toename of afname van wifigebruik.” 105
En: “Bij het hand-ijking wordt vastgesteld hoeveel procent van de voorbijgangers bijvoorbeeld een fietser is. Dit
percentage wordt later van de verzamelde data afgetrokken zodat we alleen de passanten overhouden. Dit is een
kansberekening. Dit maakt onze tellingen iets minder betrouwbaar want hoeveel fietsers en auto’s er langskomen op het
tijdstip van ijken passen we toe als een gemiddelde voor de hele dag. Dit vertellen we ook heel nadrukkelijk aan klanten.” 106
Het college B&W Enschede heeft op verzoek van de AP enkele rapportages die zij van Bureau RMC heeft
ontvangen aan de AP overlegd.107 Daaruit volgt dat het college B&W Enschede ten eerste schattingen in
cijfers en grafieken ontvangt van verschillende variabelen over de unieke bezoekers aan de binnenstad van
Enschede. Hierna is een schermafbeelding getoond met de cijfers over de week van 1 april 2019 tot 7 april
2019.108 De namen van de elf sensoren staan hier ook in opgenomen.
104 Pagina 9 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49
en 55).
105 Pagina 8 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49
en 55).
106 Pagina 8 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49
en 55).
107 Uitdraai rapport week 37 2018 uit City Traffic Tool, bijlage 2 bij de brief van 20 september 2018 van het college B&W Enschede aan de
AP (dossierstuk 3). Citytraffic_aantal_telpunt 4 Excelsheets en Citytraffic_weekoverzicht 4 Excelsheets, bijlage 14 en 15 bij de brief van
24 mei 2019 van het college B&W Enschede aan de AP (dossierstuk 26).
108 enschede_Whole_export_2019w14.xls in Citytraffic_weekoverzicht 4 Excelsheets, bijlage 15 bij de brief van 24 mei 2019 van het
college B&W Enschede aan de AP (dossierstuk 26).
44/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
Figuur 5: Weekrapportage van Bureau RMC aan college B&W Enschede week 1 tot en met 7 april 2019
Ten tweede ontvangt het college B&W Enschede schattingen van het aantal unieke bezoekers per uur per
sensor.109
De AP constateert op basis van het voorgaande dat het college B&W Enschede schattingen ontvangt van
verschillende variabelen over unieke bezoekers aan de binnenstad van Enschede. Ten behoeve hiervan
worden de van toepassing zijnde gegevens in de langetermijntabel ontdubbeld op basis van het afgeknipte
gepseudonimiseerde MAC-adres en vervolgens worden er bepaalde statistische berekeningen op
toegepast.
Privacyprotocol City Traffic-methode van Bureau RMC
Specifiek over de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van de City Traffic-methode heeft
Bureau RMC een privacyprotocol opgesteld. Gedurende de periode van 25 mei 2018 tot en met 21 april
2020 hebben er op de website van Bureau RMC opeenvolgend twee versies van dit privacyprotocol
gestaan, in beide versies waren de volgende passages opgenomen:110
“1.1 Om onze dienstverlening mogelijk te maken, verwerken wij diverse passantengegevens. De passantengegevens
omvatten gegevens van passanten die direct of indirect herleidbaar zijn tot een individuele passant. De passantengegevens
zijn daarom aan te merken als persoonsgegevens in de zin van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).
(…).
3.1 (…) De analyseresultaten worden uitsluitend op geaggregeerde basis gerapporteerd aan onze opdrachtgevers. Dit
betekent dat de gegevens in deze rapportages niet meer terug te herleiden zijn tot het versleutelde nummer (van het MAC-
adres van het apparaat) van een passant, en evenmin tot de gegevens van een apparaat, dat een passant bij zich draagt.
Wij verstrekken dus geen persoonsgegevens aan onze opdrachtgevers.”
109 Antwoord op ‘Vragen over de informatie die de gemeente Enschede van bureau RMC ontvangt’ en Citytraffic_aantal_telpunt 4
Excelsheets, bijlage 14 bij brief van 24 mei 2019 van het college B&W Enschede aan de AP (dossierstuk 26).
110 Privacy protocol passantentellingen Bureau RMC laatste update 10 april 2018 (dossierstuk 8) en Privacy protocol passantentellingen
Bureau RMC laatste update 22 januari 2019 (dossierstuk 11).
45/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
In de eerste passage verklaart Bureau RMC dat zij in het kader van de City Traffic-methode
persoonsgegevens in de zin van de AVG verwerkt. Het privacyprotocol benoemt niet tot welk moment in
de fase van het verwerkingsproces dit het geval is. Uit de tekst bij stap 4 ‘Anonimiseren’ in de infographic
over de City Traffic-methode (zie Figuur 2) leidt de AP af dat Bureau RMC van mening is dat zij
persoonsgegevens verwerkt tot aan het moment van anonimiseren. De tekst luidt namelijk: “Op de server
wordt de gepseudonimiseerde data afgeknipt, zodat deze op geen enkele wijze te herleiden valt naar een uniek apparaat of
individu. De data die we hebben is daardoor anoniem.”
De AP concludeert op basis van het voorgaande dat Bureau RMC in haar privacyprotocol, dat specifiek ziet
op verwerkingen via de City Traffic-methode, heeft opgenomen dat zij en/of haar partners vanaf in ieder
geval 25 mei 2018 persoonsgegevens verwerken in de zin van de AVG. De AP concludeert ook dat Bureau
RMC in haar privacyprotocol heeft opgenomen dat de rapportages die opdrachtgevers van Bureau RMC
ontvangen geen persoonsgegevens bevatten.
Leefpatronen te herleiden uit de langetermijntabel
Zoals in bijlage 1 paragraaf 2.5 door de AP wordt vastgesteld, is door Bureau RMC per 1 januari 2019 het
‘anonimiseren op de server’ ingevoerd. Dit betekent dat van elk gepseudonimiseerd MAC-adres bij
ontvangst op de server de laatste drie karakters (zonder dubbele punt) worden verwijderd.
De AP merkt op dat, in tegenstelling tot over het pseudonimiseren van het MAC-adres, de AP van
[VERTROUWELIJK] of Bureau RMC geen document heeft ontvangen met een uitgebreide toelichting op
het afknippen en waarom er gekozen is voor deze manier van anonimiseren.111 In het algemeen geldt dat
het afknippen van een attribuut een anonimiseringstechniek is waarmee een attribuut wordt
gegeneraliseerd. Zo kunnen bijvoorbeeld tijdstippen in minuten worden gegeneraliseerd tot een
tijdsinterval (uur, dag, maand).
Het afknippen heeft tot gevolg dat niet één maar meerdere gepseudonimiseerde MAC-adressen leiden tot
één en hetzelfde afgeknipte gepseudonimiseerde MAC-adres.112. Het afknippen ziet op wereldwijd
uitgegeven MAC-adressen; MAC-adressen worden niet per land of locatie uitgegeven.
Om te toetsen of het afknippen op lokaal niveau, namelijk in de binnenstad van Enschede, heeft geleid tot
voldoende mobiele apparaten met hetzelfde afgeknipte gepseudonimiseerde MAC-adres om de gegevens
anoniem te maken, heeft een toezichthouder van de AP de langetermijntabel met gegevens van een aantal
veel voorkomende afgeknipte gepseudonimiseerde MAC-adressen over de weken 23 tot en met 34 van
2019 geanalyseerd.113 Als er lokaal voldoende apparaten met hetzelfde afgeknipte gepseudonimiseerde
MAC-adres in de binnenstad zouden bewegen dan zouden er geen leefpatronen zichtbaar moeten zijn in
de gegevens. Dit omdat het dan leefpatronen van meerdere apparaten (en dus personen) betreft.
111 Het document over de pseudonimiseringsmethode betreft het document MAC hashing analysis opgesteld door [VERTROUWELIJK],
ontvangen van [VERTROUWELIJK] op 3 juni 2019 (dossierstuk 43).
112 Zie pagina 19 van WP 216 Advies 5/2014 over anonimiseringstechnieken.
113 Export Enschede sep-dec long term table.zip en Export Enschede jun - aug 2019 long term table.zip, aangeleverd door
[VERTROUWELIJK] op 12 en 16 december 2019 (dossierstukken 69 en 72).
46/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
De AP heeft na eigen onderzoek geconstateerd dat er uit de gegevens van bepaalde afgeknipte
gepseudonimiseerde MAC-adres wel duidelijke leefpatronen van individuen zijn af te leiden. Dit volgt uit
de hieronder opgenomen Figuur 6, Figuur 7, Figuur 8 en Figuur 9 met daarin visualisaties van de gegevens
van vier afgeknipt gepseudonimiseerde MAC-adressen.114 In elke visualisatie staan horizontaal de dagen
van de week en verticaal het weeknummer in 2019. Ieder grijs vlakje representeert een hele dag, van 0:00 ’s
nachts tot 23:59:59. De uren 8:00 en 18:00 zijn gemarkeerd. Een gekleurd streepje of vlak houdt in dat het
afgeknipte gepseudonimiseerde MAC-adres in kwestie van het beginmoment tot het eindmoment binnen
bereik was van de betreffende sensor.
De eerste visualisatie hieronder toont een consistente aanwezigheid binnen het bereik van de sensor
[VERTROUWELIJK] (rood), namelijk elke maandagmiddag, woensdag en zaterdag van ongeveer 10:00 tot
18:00 en donderdag van ongeveer 10:00 tot 21:00. Het patroon vertoont sterke overeenkomsten met de
winkeltijden die gelden in de binnenstad van Enschede, waarbij het donderdag koopavond is.115 Ook volgt
uit het patroon dat het afgeknipte gepseudonimiseerde MAC-adres elke laatste zondag van de maand voor
een paar uur binnen de rode sensor was. Gezien dit patroon acht de AP het niet ondenkbaar dat het
toebehoort aan een medewerker of bedrijfsleider van een van de winkels in de Langestraat in Enschede,
waar de sensor [VERTROUWELIJK] hangt.116
Figuur 6: Eerste visualisatie van afgeknipt gepseudonimiseerd MAC-adres
114 Verklaring van Ambtshandelingen analyse langetermijntabel van 18 februari 2020 (dossierstuk 79).
115 https://www.enschede.nl/vrijetijd/openingstijden-winkels-en-koopzondagen
116 Excellijst locatie sensoren, bijlage bij e-mail van 23 mei 2019 van Bureau RMC aan de AP (dossierstuk 25).
47/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
Net als bij bovenstaande visualisatie is er ook bij onderstaande visualisatie meerdere uren op één dag
aanwezigheid binnen het bereik van één sensor (roze). Hier valt op dat er op één dag ofwel geen enkele
registratie te zien is (geen streepjes) ofwel registraties over de dag verspreid. Dit is het gevolg van het op
pagina 40 en 41 beschreven feit dat de bewonersfilter dagelijks wordt toegepast en dus elke dag een andere
uitkomst kan hebben (wel of geen bewoner). Daarnaast is te zien in bijvoorbeeld de dinsdag in week 23 dat
als er wel registraties zijn tussen 5 en 7 uur maar niet tussen 22 en 24 uur, dat dan het bewonersfilter niet
geactiveerd wordt (er staan immers streepjes in deze dag). De AP acht het niet ondenkbaar, gezien de
nachtelijke registraties, dat bovenstaand patroon toebehoort aan een bewoner.
Figuur 7: Tweede visualisatie van afgeknipt gepseudonimiseerd MAC-adres
De derde visualisatie hieronder toont een afgeknipt gepseudonimiseerd MAC-adres dat op dinsdag tot en
met vrijdag elke dag tussen ongeveer 8:00 tot 11:00 gesignaleerd wordt door veel van de sensoren in de
binnenstad van Enschede. Het toont een regelmatig beweegpatroon over meerdere sensoren heen. Het
patroon zou bijvoorbeeld kunnen zijn van een pakketbezorger.
48/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
Figuur 8: Derde visualisatie van afgeknipt gepseudonimiseerd MAC-adres
De vierde visualisatie hieronder toont een afgeknipt gepseudonimiseerd MAC-adres dat op dinsdag tot en
met zaterdag tussen 04:00 en 05:00 ’s nachts door een aantal van de sensoren in de binnenstad van
Enschede is opgevangen. Wellicht betreft dit een persoon die graag ’s nachts een wandeling maakt.
Figuur 9: Vierde visualisatie van afgeknipt gepseudonimiseerd MAC-adres
49/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
De AP constateert op basis van het voorgaande dat er uit de langetermijntabel van na 1 januari 2019
duidelijke leefpatronen te destilleren zijn. Gezien de regelmatigheid van de patronen kan redelijkerwijs
worden geconcludeerd dat de bij het patroon horende registraties toebehoren aan één mobiel apparaat.117
1.3 Duur verwerking en aantal betrokkenen
De AP heeft hierboven vastgesteld dat in ieder geval sinds 25 mei 2018 er in de binnenstad van Enschede
gegevens van mobiele apparaten waarop de wifi staat ingeschakeld worden verzameld en verwerkt. De AP
heeft vastgesteld dat de sensoren in de periode vanaf 10 december 2018 tot en met 3 januari 2019 uit
hebben gestaan, dus in deze periode zijn er geen nieuwe gegevens verzameld.118 Echter, eerder verzamelde
gegevens hebben in deze periode wel opgeslagen gestaan in de langetermijntabel, dus er werden in deze
periode wel gegevens verwerkt.
Tot het eind van het verrichtte onderzoek (21 april 2020) had de AP meerdere aanwijzingen dat de
wifimetingen nog steeds uitgevoerd worden. Zo vermeldde de website van de gemeente Enschede nog
steeds dat er wifimetingen in de binnenstad werden verricht119 en rapporteerde ook de website
www.binnenstadsmonitorenschede.nl nog steeds wekelijks over het aantal unieke bezoekers in de
binnenstad van Enschede.120 Daarnaast geldt dat de AP noch van het college B&W Enschede noch van
Bureau RMC tijdens het onderzoek een bericht heeft ontvangen dat de wifimetingen zijn gestopt. Tijdens
de handhavingsprocedure van de AP heeft het college B&W Enschede in haar zienswijze vermeld dat het
college gestaakt is met de wifitellingen. Het college B&W Enschede heeft op 30 april 2020 aan Bureau
RMC de opdracht gegevens om per 1 mei 2020 de sensoren uit te zetten. De sensoren leveren geen
telgegevens meer vanaf 1 mei 2020.121 De AP stelt daarom vast dat de duur van de verwerkingen de periode
van 25 mei 2018 tot en met 30 april 2020 is.
Het precieze aantal betrokkenen van wie in periode van 25 mei 2018 tot april 2020 via zijn of haar mobiele
apparaat gegevens zijn verwerkt kan niet worden bepaald, omdat door [VERTROUWELIJK] en Bureau
RMC de gegevens niet langer worden bewaard dan tussen de zes en zeven maanden. Aan de hand van de
door [VERTROUWELIJK] aan de AP verstrekte langetermijntabel met gegevens over de periode van 1 juni
2019 tot en met 6 december 2019 kan wel een schatting worden gemaakt van het aantal mobiele apparaten
van betrokkenen waarvan er in de periode vanaf 25 mei 2018 tot 4 april 2020 gegevens zijn verwerkt.122
In onderstaande grafiek is het aantal unieke afgeknipte gepseudonimiseerde MAC-adressen in de 27 weken
in de periode van 1 juni 2019 tot en met 6 december 2019 uitgezet. Elk afgeknipte gepseudonimiseerd
MAC-adres komt derhalve in de grafiek éénmaal voor, namelijk in de week waarin deze voor het eerst is
gedetecteerd door een sensor in de binnenstad van Enschede.
117 Registraties die buiten dit patroon vallen kunnen wel afkomstig zijn van andere mobiele apparaten.
118 Zie ook bijlage 1, paragraaf 2.5.
119 https://www.enschede.nl/bestuur/privacy/wifi-tellingen-binnenstad (laatst bezocht op 26 februari 2020).
120 https://www.binnenstadsmonitorenschede.nl/bezoekers-weekcijfers (laatst bezocht op 26 februari 2020).
121 Brief van 16 februari 2021 van het college B&W Enschede aan de AP, pagina 3 en bijlage 2.
122 Het unieke aantal afgeknipte gepseudonimiseerde MAC-adressen wordt hiervoor gehanteerd als schatter voor het aantal unieke
mobiele apparaten.
50/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
Figuur 10: wekelijks aantal detecties van 1 juni tot en met 6 december 2019
De grafiek laat zien dat er in eerste weken veel nieuwe gedetecteerde mobiele apparaten zijn. In de weken
erna vlakt het aantal nieuwe detecties af. In de laatste week ging het om ongeveer 16.000 mobiele
apparaten. In totaal stonden er in deze periode van 27 weken gegevens van 671.701 unieke mobiele
apparaten in de langetermijntabel.
Als voorgaande cijfers over de periode 1 juni - 6 december 2019 worden toegepast op de periode van 25
mei 2018 tot 4 april 2020, dan leidt dit tot een schatting van grofweg 1,8 miljoen unieke mobiele apparaten
waarvan sinds 25 mei 2018 gegevens zijn verwerkt via de sensoren in Enschede. Hierbij is aangenomen dat
de eerste 27 weken na 25 mei 2018 hetzelfde verlopen als bovenstaande grafiek. Ook is aangenomen dat na
de 27 weken tot aan 4 april 2020 het aantal nieuwe detecties wekelijks 16.000 is.123 Dit aantal houdt
overigens geen rekening met het feit dat voor bewoners en personen die werken in de binnenstad van
Enschede en die wifi hebben ingeschakeld op hun mobiele apparaat geldt dat zij niet éénmaal maar (veel)
vaker door de sensoren zijn gedetecteerd.
De AP constateert op basis van het voorgaande dat het college B&W Enschede vanaf in ieder geval 25 mei
2018 tot heden gegevens van grofweg 1,8 miljoen unieke mobiele apparaten heeft laten verwerken en dat
het aantal detecties beduidend hoger zal liggen.
123 Vanaf 25 mei 2018 tot 4 april 2020 betreft 31 weken in 2018, 52 weken in 2019 en 14 weken in 2020. De berekening is dus als volgt:
671.701 (voor de eerste 27 weken vanaf 25 mei 2018) + ((31-27)+52+14) x 16.000 = 1.791.701.
51/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
2. Feiten omtrent het begrip verwerkingsverantwoordelijke
2.1 Besluit starten wifimetingen
Het besluit om via sensoren gegevens over bezoekers van de binnenstad van Enschede te verzamelen
(hierna ook: het uitvoeren van wifimetingen) is genomen door het college B&W Enschede. Dit volgt uit het
collegebesluit waarvan de eerste pagina hierna is weergegeven.124
Figuur 11: Eerste pagina collegebesluit, d.d. 5 september 2017, start wifimetingen.
124 Collegebesluit van 5 september 2017, bijlage bij e-mail van 23 september 2019 van het college B&W Enschede aan de AP (dossierstuk
62).
52/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
Uit deze pagina volgt dat het college B&W Enschede op 5 september 2017 heeft ingestemd met het voorstel
van de wethouder om per 6 september 2017 over te stappen van 1-jaarlijkse handmatige tellingen naar
24/7 wifimetingen.
Na het collegebesluit van 5 september 2017 heeft het college B&W Enschede de gemeenteraad van
Enschede per brief geïnformeerd.125 Daarnaast is er op de website van de gemeente zowel een persbericht
als een aantal Q&A’s over de wifimetingen geplaatst.126 In deze communicatie is aangegeven dat City
Traffic B.V. de wifimetingen zou gaan uitvoeren.
City Traffic B.V. was destijds een vennootschap in eigendom van Bureau RMC en [VERTROUWELIJK]. Op
24 mei 2018 is deze vennootschap opgeheven.127 Sindsdien voert Bureau RMC in opdracht van het college
B&W Enschede de wifimetingen uit, waarbij Bureau RMC bepaalde diensten afneemt van
[VERTROUWELIJK]. Bureau RMC hanteert de term ‘City Traffic’ nu voor haar dienst om via wifimetingen
unieke bezoekers in o.a. steden te tellen.128
Over het offertetraject dat voorafging aan het collegebesluit heeft de directeur van Bureau RMC het
volgende verklaard: “City Traffic bestaat vanaf 2010 en heeft zich gepositioneerd om als alternatief voor Locatus
passantentellingen te doen. Locatus was de partij die handtellingen deed één keer per jaar. Ik heb toen CityTraffic opgericht
om meer dynamische data te genereren. Zowel Locatus als CityTraffic is gevraagd door de Gemeente Enschede om een
voorstel te doen om daar wifitellingen te doen. (…) De aanleiding voor het verzoek van de gemeente was het feit dat er via
een bepaalde subsidie gratis wifinetwerk wilde uitrollen met NDIX129 en toen is aan bureau RMC gevraagd of wij op dat
netwerk konden aansluiten om passanten te tellen. Onderdeel van de competitie was ook dat we een correlatie moesten
laten zien tussen de tellingen van NDIX. Later is besloten om geen gebruik te maken van de tellingen van NDIX.”130
De door Bureau RMC uitgebrachte offerte bevestigt dat het college B&W Enschede had verzocht om
aansluiting met het netwerk van NDIX.131
Op vragen van de AP over de invloed van de gemeente op de locatie van de sensoren heeft de directeur van
Bureau RMC geantwoord: “De locaties van de sensoren voor het NDIX netwerk waren al bepaald. De gemeente
Enschede gaf vervolgens aan welke gebieden/straten ze mistte en dus waar sensoren geplaatst moesten worden. De
125 Brief van 5 september 2017 van het college B&W Enschede aan de gemeenteraad, bijlage 3 bij de brief van 24 mei 2019 van het
college B&W Enschede aan de AP (dossierstuk 26).
126 Persbericht van 6 sept 2017 over meten drukte met sensoren en Q&A nadere informatie 24/7 tellingen in de binnenstad, bijlage 4 en
5 bij de brief van 24 mei 2019 van het college B&W Enschede aan de AP (dossierstuk 26).
127 Uittreksel Kamer van Koophandel City Traffic B.V. van 9 augustus 2019 (dossierstuk 81).
128 Pagina 10 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken
49 en 55). Zie ook www.citytraffic.nl (dossierstuk 54).
129 NDIX B.V. is een organisatie gevestigd in Enschede dat werkt aan het beheren en verder uitbouwen van een digitale marktplaats en
het beschikbaar stellen van maximale bandbreedte aan bedrijven om innovatie te stimuleren. Zie www.ndix.net.
130 Pagina 10 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken
49 en 55).
131 Pagina 2 van offerte Monitoring Bezoekersstromen Binnenstad Enschede van Bureau RMC, bijlage 1 bij brief van 24 mei 2019 van het
college B&W Enschede aan de AP (dossierstuk 26).
53/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
gemeente heeft dus de locaties van de sensoren bepaald. (…) de gemeente had de regierol in de opdrachtverstrekking. Voor
wat betreft het aantal sensoren had ik er liever veel meer gehad. 132
De AP constateert op basis van het voorgaande dat het college B&W Enschede het initiatief en het
uiteindelijke besluit heeft genomen om per 6 september 2017 te starten met 24/7 metingen via sensoren in
de binnenstad van Enschede. Het college B&W Enschede heeft daarvoor twee bedrijven een offerte laten
uitbrengen. De opdracht is gegund aan City Traffic B.V., thans Bureau RMC. Tot slot constateert de AP dat
het college B&W Enschede een sturende rol had in het aantal en de locaties van de sensoren.
2.2 Doel van de wifimetingen voor het college B&W Enschede
In het collegebesluit van 5 september 2017 heeft het college B&W Enschede het doel van de wifimetingen
in de binnenstad als volgt geformuleerd: “We willen graag weten hoe deze locatie zich ontwikkelt: hoeveel passanten
lopen er door de straten, hoeveel bezoekers heeft de binnenstad, hoe lang blijven mensen in de binnenstad en waar lopen ze
langs? Om hier een beter beeld bij te krijgen stappen wij vanaf 6 september over van 1-jaarlijkse handmatige tellingen naar
24/7 tellingen via sensoren.”133
In de Q&A op de website van de gemeente Enschede staat sinds december 2017 het volgende over het doel
van de wifimetingen: “De gemeente Enschede investeert veel in de binnenstad en wil de effecten hiervan kunnen meten.
Dit doen we via de passantentellingen via sensoren die ons dagelijks inzicht geven in het aantal bezoekers en de
bezoekersstromen in de binnenstad. Hiermee krijgen we een beeld van de aantrekkingskracht van onze binnenstad, van de
invloed van ruimtelijke veranderingen in de binnenstad en van effecten van bijvoorbeeld evenementen,
promotiecampagnes en winkeltijden. De tellingen via sensoren zijn ook interessant voor ondernemers die gevestigd zijn of
die zich willen vestigen in de binnenstad en voor investeerders.”134
Na de start van de wifimetingen heeft de klager een klacht ingediend bij het college B&W Enschede.135 In
reactie op de klacht schrijft het college B&W Enschede in een brief aan de klager:
“- Er is sprake van een duidelijk doel (wij investeren veel in de binnenstad en willen de effecten daarvan meten);
- De grondslag voor de tellingen is “gerechtvaardigd belang” (verantwoord omgaan met publieke gelden);” 136
De AP constateert op basis van het voorgaande dat de wifimetingen worden uitgevoerd met als doel het
meten van de effecten van investeringen van de gemeente Enschede in de binnenstad met het oog op een
verantwoord omgaan met publieke gelden. Het college B&W Enschede acht de wifimetingen rechtmatig
omdat zij volgens haar plaatsvinden op basis van de grondslag ‘gerechtvaardigd belang’.
132 Pagina 11 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 en e-mail van 19
augustus 2019 van Bureau RMC aan de AP (dossierstukken 49 en 55).
133 Zie Figuur 1 in dit rapport.
134 Q&A aangepast december 2017, bijlage 6 bij de brief van 24 mei 2019 van het college B&W Enschede aan de AP (dossierstuk 26). Een
tekst met gelijke strekking stond er vanaf het collegebesluit van 5 september 2017 op de website van de gemeente.
135 Brief van 10 november 2017 van klager aan gemeente Enschede, bijlage bij brief van 16 juli 2018 van klager aan de AP (dossierstuk 1).
136 Brief van 21 december 2017 van het college B&W Enschede aan de klager, bijlage bij brief van 16 juli 2018 van de klager aan de AP
(dossierstuk 1).
54/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
2.3 Bewerkersovereenkomst tussen college B&W Enschede en Bureau RMC
Op 26 september 2017 hebben het college B&W Enschede en de voorganger van Bureau RMC specifiek
voor wat betreft de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van de wifimetingen in de
binnenstad van Enschede een bewerkersovereenkomst als bedoeld in artikel 14 van de toen geldende Wet
bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp) gesloten.137
De aanhef benoemt de twee partijen tussen wie de overeenkomst is gesloten: “De Gemeente Enschede, verder
te noemen de verantwoordelijke, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door: [VERTROUWELIJK] en City Traffic,
gevestigd te Amsterdam, verder te noemen de bewerker, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door
[VERTROUWELIJK], verklaren te zijn overeengekomen (…)”
Het eerste, derde en vijfde lid van artikel 4 van de bewerkersovereenkomst bepaalt het volgende over de
rechten en plichten van de twee partijen:
“1. Het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Enschede is verantwoordelijke in de zin van de
Wbp.
3. De bewerker verwerkt gegevens ten behoeve van de verantwoordelijke in overeenstemming met diens instructies.
5. De bewerker zal bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de in artikel 3 genoemde werkzaamheden,
handelen in overeenstemming met de toepasselijke wet- en regelgeving betreffende de bescherming van
persoonsgegevens. De bewerker verwerkt persoonsgegevens slechts in opdracht van de Afdeling Strategie en Beleid en
zal alle redelijke instructies dienaangaande opvolgen, behoudens afwijkende wettelijke verplichtingen.
6. De bewerker zal te allen tijde op eerste verzoek van de verantwoordelijke onmiddellijk alle van de Gemeente
Enschede afkomstige persoonsgegevens met betrekking tot deze bewerkersovereenkomst aan verantwoordelijke ter
hand stellen.”
Artikel 7, over inschakeling van derden, bepaalt:
“1. De bewerker is slechts gerechtigd de uitvoering van de werkzaamheden geheel of ten dele uit te besteden aan derden
na voorafgaande schriftelijke toestemming van de verantwoordelijke.
2. Wij gaan akkoord dat de bewerker de data laten verwerken door [VERTROUWELIJK]. Bewerker heeft met deze
partij een bewerkingsovereenkomst gesloten.
(…)”
De AP constateert op basis van het voorgaande dat het college B&W Enschede zichzelf als
verwerkingsverantwoordelijke beschouwt in de zin van de Wbp (thans de AVG) voor het uitvoeren van
wifimetingen. Daarnaast constateert de AP dat City Traffic B.V., thans Bureau RMC, persoonsgegevens
verwerkt in opdracht van het college B&W Enschede, diens instructies moet opvolgen en op verzoek van
het college B&W Enschede de persoonsgegevens moet overleggen. Tot slot volgt uit het voorgaande dat
het college B&W Enschede ermee heeft ingestemd dat Bureau RMC [VERTROUWELIJK] heeft ingehuurd
voor het verwerken van de persoonsgegevens.
137 Bewerkersovereenkomst monitor bezoekersstromen binnenstad Enschede d.d. 26 september 2017, bijlage 2 bij brief van 29 oktober
2018 van het college B&W Enschede aan de AP (dossierstuk 6).
55/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
2.4 De diensten die [VERTROUWELIJK] aan Bureau RMC levert
Bureau RMC huurt voor de installatie en het onderhoud van de sensoren in de binnenstad van Enschede
[VERTROUWELIJK] in. Dit blijkt uit de volgende verklaringen van de directeur van Bureau RMC:
“RMC koopt een abonnement in bij [VERTROUWELIJK] voor de sensoren en daar zit alles in: de hardware, software,
firmware, installatie, service, onderhoud etc. Dit is geregeld in een service level agreement tussen RMC en
[VERTROUWELIJK]. Het fysieke beheer van de sensoren ligt bij [VERTROUWELIJK]. Vervolgens neemt de gemeente
Enschede voor deze sensoren een abonnement af bij RMC.”138
En, op de vraag wie bij installatie de sensor ijkt: “De installateur van de sensor, dus iemand van
[VERTROUWELIJK].”139
Het hiervoor genoemde service level agreement is door de directeur van Bureau RMC aan de AP overlegd.
Het service level agreement van 31 oktober 2016 bevestigt dat [VERTROUWELIJK] de installatie en
onderhoud van de sensoren uitvoert voor Bureau RMC.140
Uit het service level agreement blijkt ook dat Bureau RMC [VERTROUWELIJK] inhuurt voor het
verzamelen van gegevens met de sensoren en het valideren van die gegevens.141 Dit wordt bevestigd door
het feit dat gedurende het onderzoek de medewerkers van [VERTROUWELIJK] over het algemeen de
detailvragen van de AP over het verzamelen en verwerken van de gegevens hebben beantwoord142 en de
benodigde documentatie hebben overlegd. Ook volgt uit de overlegde factuur dat [VERTROUWELIJK]
betaalt voor de gehuurde serverruimte bij Amazon AWS.143
Over de met de sensoren verzamelde gegevens is in artikel 7 van het service level agreement de volgende
afspraak opgenomen tussen [VERTROUWELIJK] (de ‘opdrachtnemer’) en Bureau RMC (de ‘afnemer’):
“Opdrachtnemer is op een geen enkele manier gerechtigd om data van afnemer op enige manier te verwerken in een doel
anders dan primair voor afnemer van toepassing. (…) Afnemer kan op elk moment de data opeisen alsmede de
opdrachtnemer verplichten om data te verwijderen.”
De AP constateert op basis van het voorgaande dat Bureau RMC [VERTROUWELIJK] inhuurt voor de
installatie en het onderhoud van de sensoren in de binnenstad van Enschede en voor het verzamelen en
valideren van de gegevens die met de sensoren worden verzameld. Ook stelt de AP vast dat Bureau RMC
op grond van het service level agreement op elk moment de gegevens die [VERTROUWELIJK] verzamelt
en verwerkt kan opeisen.
138 Pagina 1 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49
en 55).
139 Pagina 8 van verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49
en 55).
140 Artikel 1 van de Service Level Agreement [VERTROUWELIJK]-Bureau RMC, bijlage 1 deel 4 bij het Verslag van Ambtshandelingen
onderzoek ter plaatse bij Bureau RMC op 29 mei 2019 (dossierstuk 39).
141 De inleiding van de Service Level Agreement [VERTROUWELIJK]-Bureau RMC (dossierstuk 39).
142 Verslag van verklaring van Bureau RMC en medewerkers [VERTROUWELIJK] afgelegd op 29 mei 2019 (dossierstukken 49 en 55).
143 Factuur Aws June 2019, ontvangen van [VERTROUWELIJK] op 29 juli 2019 (dossierstuk 50).
56/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
2.5 Besluit pauzeren wifimetingen en overgaan op ‘anonimiseren op de server’
Op 30 november 2018 heeft de AP een nieuwsbericht naar buiten gebracht waarin staat dat op grond van
de AVG bedrijven alleen bij hoge uitzondering mensen mogen volgen met wifitracking.144 Naar aanleiding
hiervan heeft [VERTROUWELIJK] binnen de gemeente Enschede, een e-mail gestuurd aan de directeur
van Bureau RMC met de volgende vragen:145
“Hai Huib, ik belde nav het onderstaande bericht. Vragen aan jou:
- Hoe interpreteer jij deze uitspraak?
- Vallen de metingen van CT (red: City Traffic) hieronder?
- Zo ja is anonimiseren dan misschien nog een optie?
- (…)”
Naar aanleiding van het nieuwsbericht van de AP heeft het college B&W Enschede contact gezocht met
Bureau RMC en haar de opdracht gegeven om de wifimetingen te pauzeren. Dit volgt uit de door het
college B&W Enschede aan de gemeenteraad verstuurde brief van 6 december 2018:
“(…) de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) [heeft] een artikel gepubliceerd over wifitracking. (…) In het kader van
zorgvuldigheid hebben wij ervoor gekozen om City Traffic de opdracht te geven de wifitellingen vooralsnog te pauzeren. In
de tussentijd zijn wij in gesprek met City Traffic om in het licht van de publicatie dit op te lossen.”146
Op 14 december 2018 heeft [VERTROUWELIJK] de volgende e-mail aan de directeur van Bureau RMC
gestuurd: “Wij zijn bezig met een brief aan de raad dat de tellingen weer opgepakt kunnen worden vanaf 1 januari 2019
omdat vanaf dat moment geanonimiseerd wordt geteld. (…) Kun jij ons per mail bevestigen dat jullie ook daadwerkelijk
per 1 januari 2019 geanonimiseerd tellen?”147
De directeur van Bureau RMC antwoordde op 16 december 2018: “(…) Wij kunnen hierbij bevestigen dat we
vanaf 1 januari 2019 naast het pseudonimiseren op de sensor, zullen anonimiseren op de server. (…)”
Als bewijs voor de feitelijke invoering van dit ‘anonimiseren op de server’ is door [VERTROUWELIJK] een
schermafbeelding van de wijziging in de softwarecode van de server overlegd aan toezichthouders van de
AP.148 Hieruit volgt dat eind december 2018 het ‘anonimiseren op de server’ is geïmplementeerd, althans
dat [VERTROUWELIJK] van het gepseudonimiseerde MAC-adres (zonder de dubbele punten) worden
afgeknipt. Bijlage 1, pagina 38 tot en met 40 beschrijft het afknippen in meer detail.
Op 18 december 2018 is de gemeenteraad door het college B&W Enschede per brief op de hoogte gesteld
van het feit dat de wifimetingen zouden worden hervat.149 In deze brief staat:
144 www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/nieuws/bedrijven-mogen-mensen-alleen-bij-hoge-uitzondering-met-wifitracking-volgen.
145 E-mail van 3 december 2018 van [VERTROUWELIJK] aan [VERTROUWELIJK] van Bureau RMC, bijlage 7 bij de brief van 24 mei 2019 van
het college B&W Enschede aan de AP (dossierstuk 26).
146 Brief van 6 december 2018 aan Raad Enschede pauzeren wifitellingen, bijlage 8 bij de brief van 24 mei 2019 van het college B&W
Enschede aan de AP (dossierstuk 26).
147 E-mail van 16 december 2018 van RMC bevestiging anonimiseren, bijlage 10 bij de brief van 24 mei 2019 van het college B&W
Enschede aan de AP (dossierstuk 26).
148 Pagina 3 van broncode, afknippen en filters.pdf, bijlage 2 van documenten ontvangen van [VERTROUWELIJK] op 20 juni 2019
(dossierstuk 46).
149 Brief van 18 december 2018 aan Raad herstart wifitellingen, bijlage 11 bij de brief van 24 mei 2019 van het college B&W Enschede aan
de AP (dossierstuk 26).
57/58
Datum Ons kenmerk
11 maart 2021 [VERTROUWELIJK]
“City Traffic werkte tot voor kort met pseudonimisering van data op de sensor (MAC adres die worden versleuteld op de
sensor). Dit wordt door de AP gezien als een persoonsgegeven en moet daarmee voldoen aan de Algemene Verordening
Gegevensbescherming (AVG). (…) Met geanonimiseerde data is er geen sprake van persoonsgegevens. In dat geval is de
Algemene Verordening Gegevensbescherming niet van toepassing. Dit wordt bevestigd in de publicatie van de AP van 30
november j.l. bij de nadere uitleg van de normen. (…) Wij kunnen u melden dat City Traffic ons heeft bevestigd dat zij
vanaf 1 januari 2019 overgaan op geanonimiseerd tellen. Op deze manier blijven wij de privacy van bezoekers van onze
binnenstad waarborgen. Vanaf 1 januari 2019 worden de sensoren weer geactiveerd en zullen wij weer maandelijks kunnen
rapporteren over de tellingen.”
Uit de informatie van het college B&W Enschede volgt dat Bureau RMC over de periode van 10 december
2018 tot en met 3 januari 2019 geen cijfers heeft gerapporteerd aan het college B&W Enschede.150
De AP constateert op basis van het voorgaande dat het college B&W Enschede naar aanleiding van de
publicatie van de AP van 30 november 2018 Bureau RMC de opdracht heeft gegeven de wifimetingen in de
binnenstad van Enschede te pauzeren en dat over de periode van 10 december 2018 tot en met 3 januari
2019 er door Bureau RMC geen cijfers aan het college B&W Enschede zijn gerapporteerd. De AP
concludeert op basis hiervan dat de sensoren in de binnenstad van Enschede in de genoemde periode uit
hebben gestaan. Tevens constateert de AP dat Bureau RMC (op verzoek van het college B&W Enschede)
per 1 januari 2019 het zogenaamde ‘anonimiseren op de server’ heeft ingevoerd, waarbij de laatste drie
karakters van de gepseudonimiseerde MAC-adressen worden afgeknipt.
150 aandeelperingang.xls in folder 20190212, bijlage 14 bij brief van 24 mei 2019 van college B&W Enschede aan de AP (dossierstuk 26).
58/58