AUTORITEIT
PERSOONSGEGEVENS Autoriteit Persoonsgegevens
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
Datum Ons kenmerk Uw brief van
11 maart 2019
(geanonimiseerd) 16 januari 2019
Contactpersoon
(geanonimiseerd)
Onderwerp
Besluit verzoek op grond van artikel 3 van de Wet openbaarheid van bestuur
Geachte
(geanonimiseerd)
Bij brief van 16 januari 2019, ontvangen op 17 januari 2019, heeft u de Autoriteit Persoonsgegevens (AP)
verzocht om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur
(Wob). U
heeft verzocht om openbaarmaking van de documenten aangaande een deugdelijke
AVG-risicoanalyse
van het delen van klachten door de AP met FG's in het kader van de
samenwerking tussen FG's en de AP.
Voorgeschiedenis
Bij brief van 26 oktober 2018 heeft u de AP verzocht om openbaarmaking van alle besluitvormingsstukken
die hebben geleid tot het
besluit
Lawn Tennis Bond (KNLTB). Op 14
van de AP om een onderzoek te starten naar de
Koninklijke Nederlandse
januari 2019 heeft de AP Wob-verzoek in
uw
zijn geheel afgewezen op
grond van artikel 10, aanhef en onder d, e en g van de Wob. Op 17 januari 2019 heeft de AP uw reactie van
16 januari 2019 op dit besluit ontvangen, waarin u bezwaar aantekent tegen het besluit. Daarnaast vraagt u
in deze reactie opnieuw informatie op, dat door de AP is aangemerkt als een nieuw verzoek op
grond
van
de Wob. Meer specifiek verzoekt u in uw reactie om een deugdelijke AVG-risicoanalyse van het delen van
klachten door de AP met FG's in het kader van de
samenwerking tussen FG's en de AP, die volgens u steunt
op artikel 39, eerste lid, onder d en artikel 24 van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).
Beoordelingskader
Op basis van de Wob kunnen bestuursorganen worden verzocht om bepaalde informatie openbaar te
maken. Het uitgangspunt is daarbij dat, gelet op het belang van een goede en democratische
bestuursvoering en artikel 110 van de Grondwet, de verzochte informatie in beginsel verplicht openbaar
AUTORITEIT
PERSOONSGEGEVENS
Datum Ons kenmerk
(geanonimiseerd)
gemaakt wordt, tenzij een van de weigerings- of uitzonderingsgronden zich voordoen (artikel 10 en 11 van
de Wob).
De memorie toelichting bij de Wob maakt duidelijk dat de Wob niet verplicht “tot het verschaffen van
van
informatie die het overheidsorgaan niet tot zijn beschikking heeft. Het overheidsorgaan is dan ook niet
gehouden tot het instellen van onderzoeken of het verrichten van studies.” *
Beoordeling van uw verzoek
Uw verzoek om informatie betreft de volgende informatie:
deugdelijke AVG-risicoanalyse van het
een
delen klachten door de AP met FG's in het kader
van de
van
samenwerking tussen FG's en de AP. Deze
informatie blijkt na intern onderzoek niet voorhanden of beschikbaar. De AP is niet gehouden tot het
verschaffen van informatie die zij niet tot haar beschikking heeft.
U beroept bij uw verzoek op artikel 39, eerste lid, onder d en artikel 24 van de AVG en stelt dat op grond
u
van deze artikelen de AP
verplicht is om een deugdelijke analyse van de risico’s van het delen van klachten
door de AP met FG's voorhanden te hebben ofte creëren. De vraag of de AP
mogelijk, al dan niet op grond
van deze artikelen, verplicht zou zijn deze informatie wel te hebben ofte creëren, is evenwel niet van
belang in het kader van de beoordeling van het Wob-verzoek. De Wob verplicht niet tot het instellen van
onderzoeken of het verrichten van studies om verzochte informatie alsnog te creëren, zoals blijkt uit de
memorie van toelichting.
Tot slot zijn de risico's van het delen van klachten door de AP met de FG reeds besproken in de reactie van
de AP van 14 januari 2019 waarin het oorspronkelijke Wob-verzoek werd afgewezen.
Besluit
De AP wijst uw verzoek af.
Hoogachtend,
Autoriteit Persoonsgegevens,
(geanonimiseerd)
Rechtsmiddelenclausule
Indien u het niet eens bent met dit besluit kunt u binnen zes weken de datum
na van
verzending van het besluit ingevolge de
Algemene wet bestuursrecht een bezwaarschrift indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens, Postbus 93374, 2509 AJ Den
Haag, onder vermelding van “Awb-bezwaar” op de envelop. Het indienen van een bezwaarschrift schort de werking van dit
besluit niet op.
1
Kamerstukken I/,1986/87, 19859, nr. 3, p. 10.
2/2