Autoriteit Persoonsgegevens
Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag
Bezuidenhoutseweg 30, 2594 AV Den Haag
T 070 8888 500 - F 070 8888 501
autoriteitpersoonsgegevens.nl
Vertrouwelijk/Aangetekend
UWV
Raad van Bestuur
t.a.v. dhr. M.R.P.M. Camps
Postbus 58285
1040 HG
AMSTERDAM
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
Contactpersoon
[VERTROUWELIJK]
Onderwerp
Besluit tot het opleggen van een boete
Geachte heer Camps,
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft besloten om aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (UWV) een bestuurlijke boete van € 450.000 op te leggen. UWV heeft
onvoldoende een op risico afgestemd beveiligingsniveau gegarandeerd en gewaarborgd in het kader van
het verzenden van groepsberichten via de Mijn Werkmap-omgeving. Hierdoor heeft UWV in strijd
gehandeld met artikel 13 van de Wet bescherming persoonsgegevens en artikel 32, eerste en tweede lid,
van de Algemene verordening gegevensbescherming.
De AP licht het besluit hierna nader toe. Hoofdstuk 1 betreft een inleiding en hoofdstuk 2 bevat de feiten.
De AP beoordeelt in hoofdstuk 3 of er sprake is van verwerking van persoonsgegevens, de
verwerkingsverantwoordelijkheid en de overtreding. In hoofdstuk 4 wordt de (hoogte van de) bestuurlijke
boete uitgewerkt en hoofdstuk 5 bevat het dictum en de rechtsmiddelenclausule.
1
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
1. Inleiding
1.1 Betrokken overheidsinstantie
Dit besluit heeft betrekking op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: UWV). Sinds
augustus 2016 hebben bij UWV negen datalekken plaatsgevonden die soortgelijk van aard waren. De
datalekken vonden allemaal plaats bij het versturen van een groepsbericht aan een groep werkzoekenden.
Daarbij werd een verkeerd (Excel-)bestand met een veelheid aan gevoelige en bijzondere
persoonsgegevens van een variërend aantal werkzoekenden meegezonden die zo in de ‘Mijn Werkmap’-
omgeving van werkzoekenden terecht kwam. Het aantal werkzoekenden van wie gegevens tussen 2016 en
2018 zijn gelekt, liep per datalek uiteen van 10 tot 11.062 personen.
Omdat in een periode van twee jaar negen soortgelijke datalekken hadden plaatsgevonden ondanks dat
UWV had aangegeven dat zij maatregelen had getroffen, bestond het vermoeden dat UWV geen passende
technische en organisatorische maatregelen (zoals de wet voorschrijft) had getroffen om tot een passend
beveiligingsniveau te komen waardoor nieuwe gelijksoortige datalekken konden worden voorkomen.
Daarom is de AP een ambtshalve onderzoek gestart. Dit besluit heeft betrekking op de periode van 2012 tot
en met 2018.
1.2 Procesverloop
Op 4 september 2018 heeft een toezichthouder van de AP telefonisch contact opgenomen met de
functionaris gegevensbescherming (hierna: FG) van UWV. Toezichthouders van de AP hebben vervolgens
meermaals informatie opgevraagd bij UWV waarop UWV deze informatie heeft geleverd. UWV heeft ook
op eigen initiatief nadere stukken aan de AP toegestuurd.
Op 31 oktober 2019 is UWV gevraagd te reageren op de feiten zoals die tot dan toe bekend waren bij de AP.
Op 14 en 18 november 2019 heeft UWV op dat verzoek gereageerd. Bij brief van 11 maart 2021 heeft de AP
aan het UWV een voornemen tot handhaving verzonden. Daartoe tevens bij deze brief door de AP in de
gelegenheid gesteld, heeft het UWV op 8 en 19 april schriftelijk een zienswijze gegeven over dit voornemen
en het daaraan ten grondslag gelegde rapport met bevindingen.
2/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
2. Feiten
2.1 Taken UWV en communicatie met werkzoekenden
UWV is ingesteld op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen (SUWI). UWV is een zelfstandig bestuursorgaan1 met eigen rechtspersoonlijkheid.2
Binnen UWV houdt de divisie WERKbedrijf zich bezig met arbeidsbemiddeling en re-integratie. Dit doet
zij door vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Het WERKbedrijf richt zich primair op werkzoekenden met
een grote afstand tot de arbeidsmarkt en op werkgevers die deze werkzoekenden willen aannemen.
Personen die een uitkering op basis van de Werkeloosheidswet willen aanvragen, dienen zich bij UWV te
registreren als werkzoekende.3
Werk.nl is een website van UWV. Sinds 2007 heeft iedere werkzoekende op werk.nl een persoonlijke
omgeving die hem/haar helpt bij het zoeken naar een baan: Mijn Werkmap.4 Indien een werkzoekende een
uitkering heeft, kan deze via Mijn Werkmap onder andere wijzigingen, taken en sollicitatieactiviteiten
doorgeven en berichten met bijlagen uitwisselen met UWV.5
UWV kan gebruik maken van groepsberichten als men hetzelfde bericht naar meerdere werkzoekenden
moet verzenden. Deze UWV-berichten komen in de Mijn Werkmap-omgeving van werkzoekenden
terecht.
2.2 Bronsysteem met opgeslagen gegevens werkzoekenden: Sonar
Sonar is het belangrijkste bronsysteem dat het WERKbedrijf en gemeenten gebruiken om werkzoekenden
naar werk te bemiddelen door werkzoekenden aan vacatures bij werkgevers te koppelen.6 Het systeem
bevatte in de jaren 2016 tot en met 2018 gegevens over gemiddeld 4.500.000 personen, waaronder
werkzoekenden, zieken en arbeidsongeschikten.7
Sonar bevat 630 gegevensvelden met daarin allerlei soorten gegevens van personen. Niet voor iedere
persoon zijn alle gegevensvelden ingevuld.8 De gegevens in Sonar betreffen onder meer NAW,
opleiding(sniveau), nationaliteit, BSN, gegevens over fysieke beperkingen, psychisch en lichamelijk
werkvermogen en of mensen zich te ziek voelen of te ziek zijn om te werken. Voor wat betreft sommige van
1 Zie o.m. artikel 4 lid 1 SUWI en het zbo-register van de Nederlandse Rijksoverheid.
2 Zie artikel 2 lid 2 SUWI en artikel 4 lid 1 SUWI en het zbo-register van de Nederlandse Rijksoverheid.
3 Zie artikel 26, lid 1, onder b, d en e, Werkeloosheidswet.
4 Zie o.a. dossierstuk 98 (Beantwoording door UWV, bestand "Aanvullende vragen AP2110", p. 1).
5 Zie o.a. dossierstuk 120 (Pagina's website werk.nl 'Handleiding: Werkmap gebruiken').
6 Zie o.a. dossierstuk 6 (Presentatie Programmaraad over UWV applicaties, p. 2, 3, 6 en 11).
7 Zie dossierstuk 38 (Excel-bestand, antwoord op vraag 6 bij datalek 1) en dossierstuk 98 (Beantwoording door UWV, bestand
"Aanvullende vragen AP2110", p. 1).
8 Zie dossierstuk 38 (Excel-bestand, antwoord op vraag 6 bij datalek 1) en dossierstuk 81 (Beantwoording door UWV, bijlage 1 (bestand
"Beantwoording vragen AP augustus 2019", antwoord op vraag 9) en bijlage 4 (bestand "Vraag 9 - bijlage")).
3/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
deze gegevens kan het gaan om de gemoedstoestand of perceptie van de werkzoekende, die zelf een online
vragenlijst heeft ingevuld.9
Sonar heeft ongeveer 15.000 gebruikers. De helft van het totaal aantal accounts is van het WERKbedrijf en
gemeenten en de andere helft is van andere divisies binnen UWV. Alle gebruikers hebben de mogelijkheid
zoekopdrachten te maken en op te slaan. Gebruikers hebben op basis van functie en bijbehorende taken
toegang tot deze gegevens.10
2.3 Groepsberichten
De directie van het WERKbedrijf heeft op 16 juli 2012, na datalekken via de e-mail, de
groepsberichtenfunctionaliteit in Sonar verplicht gesteld voor het versturen van groepsberichten naar
meerdere werkzoekenden tegelijk.11 Tevens is toen besloten dit besluit samen met de Quick Reference
Card “Sonar groepsmail verzenden naar de werkmap” dwingend onder de aandacht van de uitvoerende
medewerkers van UWV te brengen.12 Een Quick Reference Card wordt door UWV binnen het WERKbedrijf
gebruikt voor het vastleggen van procedures en het richting UWV-medewerkers communiceren van deze
procedures.
Er zijn bepaalde handelingen nodig om via Sonar een groepsbericht of een uitnodiging aan een selectie
werkzoekenden te versturen.13 Allereerst selecteert een medewerker van UWV een bepaalde groep
personen in Sonar en vraagt soorten gegevens over hen op in Sonar. Vervolgens exporteert de medewerker
van UWV deze set met gegevens van specifieke personen uit Sonar en slaat deze geëxporteerde gegevens
op. Daarna worden deze gegevens omgezet in een Excel/csv-bestand. Er is geen limiet op het aantal
personen wiens gegevens kunnen worden geëxporteerd. Bovendien worden de bestanden niet beveiligd,
omdat dit volgens UWV de uitvoering zou bemoeilijken.14 Vervolgens wordt dit bestand gebruikt als basis
om de geadresseerden van het groepsbericht te bepalen.15 Het groepsbericht komt na verzending door het
UWV vervolgens bij de geadresseerden in de Mijn Werkmap-omgeving. Dit proces voor het verspreiden
van een groepsbericht beschrijft UWV aldus in de Quick Reference Card “Sonar Verzenden groepsberichten
vanuit Sonar naar de werkmap” (hierna: QRC groepsberichten).16
9 Zie dossierstuk 38 (Excel-bestand, antwoord op vraag 2 bij datalekken 1 t/m 7) en dossierstuk 81 (Beantwoording door UWV, bijlage 1
(bestand "Beantwoording vragen AP augustus 2019", antwoord op vraag 3) en bijlage 2 (bestand "Vraag 3 - bijlage")).
10 Zie o.a. dossierstuk 81 (Beantwoording door UWV, bijlage 1 (bestand "Beantwoording vragen AP augustus 2019", antwoord op vraag
10)).
11 Zie o.a. dossierstuk 98 (Beantwoording door UWV, bestand "Aanvullende vragen AP2110", p. 3 en bijlage 6 (bestand "29-12
actiepuntenlijst DT", p. 3 onder punt 4)).
12 Zie dossierstuk 98 (Beantwoording door UWV, bestand "Aanvullende vragen AP2110", p. 2 en bijlage 4 (bestand "28 BV 06 Oplegger
verbieden Outlook groepsberichten 0406212") en bijlage 5 (bestand "28 BV 06 Beslisdocument verbieden gebruik groepsmail via
Outlook")).
13 Zie dossierstuk 66 (Beantwoording door UWV, p. 3).
14 Zie dossierstuk 38 (Excel-bestand, bij “Korte omschrijving” m.b.t. alle datalekken) en dossierstuk 81 (Beantwoording door UWV,
bijlage 1 (bestand "Beantwoording vragen AP augustus 2019", antwoord vraag 11)).
15 Zie dossierstuk 81 (Beantwoording door UWV, bijlage 1 (bestand "Beantwoording vragen AP augustus 2019", antwoord vraag 11)).
16 Zie dossierstuk 38 (Excel-bestand, bijlage 29 (bestand "Microsoft Word 97-1003-document" met toelichting bij antwoord op vraag 13
bij datalek 6 en 7)), dossierstuk 91 (Beantwoording door UWV, bijlagen 1 t/m 4).
4/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
Volgens UWV is er bij het verzenden van een groepsbericht wel een beperking op het aantal personen aan
wie het bericht kan worden verzonden.17 Sinds medio 2013 tot heden is dit aantal beperkt tot 100 om de
technische problemen in Sonar te voorkomen, waardoor de werking en stabiliteit daarvan verbetert en het
berichtenverkeer soepeler verloopt.18 In alle gebruikte versies van de QRC groepsberichten staat dat indien
een UWV-medewerker toch meer dan 100 personen wil benaderen via de Mijn Werkmap-omgeving, dit
bij het Functioneel Beheer kan worden aangevraagd. Functioneel Beheer kan het maximum zeer tijdelijk
ophogen naar een groter aantal personen.19 Verder staat in de QRC groepsberichten dat er bijlagen kunnen
worden meegezonden met groepsberichten via Sonar, maar dat het de voorkeur heeft dit niet te doen.20
In de periode van januari 2016 tot en met september 2018 zijn volgens UWV in totaal 61.214
groepsberichten via de Mijn Werkmap-omgeving verstuurd, met een gemiddelde van 215 geadresseerde
personen per groepsbericht.21
2.4 Datalekken met betrekking tot de groepsberichten
In totaal hebben er sinds begin 2016 negen datalekken plaatsgevonden gerelateerd aan de persoonlijke
omgeving van werkzoekenden: Mijn Werkmap.22 UWV heeft acht van deze datalekken gemeld bij de AP.23
Voor 1 januari 2016 bestond er geen verplichting om datalekken te melden bij de AP.
Bij deze datalekken is bij het aanmaken van het groepsbericht steeds het Excel-bestand met de export uit
Sonar toegevoegd. Hierdoor kwam dit bestand met de export (in plaats van een bericht dat verzonden had
moeten worden zoals bijvoorbeeld een vacaturetekst) in de Mijn Werkmap-omgeving van werkzoekenden
terecht. Zodoende kon het niet beveiligde en te raadplegen bestand met de individuele gegevens over alle
geadresseerden van het bericht terechtkomen bij alle beoogde geadresseerden.24
De AP heeft in de tabel hieronder de belangrijkste feiten over de negen datalekken weergegeven.25
17 Zie dossierstuk 81 (Beantwoording door UWV, bijlage 1 (bestand "Beantwoording vragen AP augustus 2019", antwoord vraag 11)).
18 Zie dossierstuk 91 (Beantwoording door UWV, bijlagen 1 t/m 4).
19 Zie dossierstuk 91 (Beantwoording door UWV, bijlagen 1 t/m 4).
20 Zie dossierstuk 91 (Beantwoording door UWV, bijlagen 1 t/m 4).
21 Zie dossierstuk 86 (Beantwoording door UWV, bijlage 1 (bestand “aantallen_berichten_ap”)) en dossierstuk 91 (Beantwoording door
UWV, bijlage 5 (bestand "aantallen_berichten_ap")).
22 Zie o.m. dossierstukken 8 t/m 12 en 15 t/m 21 (datalek(vervolg)meldingen bij AP) en dossierstuk 38 (Excel-bestand, antwoord op
vraag 6 mbt alle datalekken).
23 Het negende datalek is niet gemeld bij de AP, omdat UWV het niet waarschijnlijk achtte dat dit een risico voor de rechten en
vrijheden van personen opleverde. Zie o.a. dossierstuk 81 (Beantwoording door UWV, bijlage 1 (bestand "Beantwoording vragen AP
augustus 2019"), antwoord vraag 8)) en dossierstuk 83 (Beantwoording door UWV, antwoord vraag 8).
24 Zie ook dossierstuk 45 (Beantwoording door UWV, bijlage “Beslisnotitie FG onderzoek”, p. 2).
25 Bron van deze gegevens: zie dossierstuk 8, 9, 10, 11, 12, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 38, 51, 81, 86 en 98.
5/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
Datum datalek Aantal Aantal Soort gegevens
betrokkenen betrokkenen die
waarvan de het bericht
gegevens zijn hebben geopend
gelekt
1 22-8-2016 195 14 Achternaam, BSN, laatste beroep,
opleidingsniveau en row-ID
2 14-9-2016 151 20 Achternaam, woonplaats, geboortedatum, BSN,
eerste WW-dag, datum waarop de WW afloopt en
van sommigen of zij ziek of aan het werk zijn, dat ze
niet per sms bereikbaar of niet digivaardig zijn
3 15-9-2016 135 26 BSN
4 22-9-2016 11062 26 Achternaam, postcode, woonplaats, e-mailadres,
BSN, leeftijd, geslacht, beroep (sector),
opleiding(sniveau), eerste WW-dag en datum
waarop WW afloopt, of status van cv actief of
verlopen is, aantal dagen WW waarop
werkzoekende recht heeft, row-ID
5 21-2-2017 189 10 BSN, voorletters, achternaam, geslacht, e-
mailadres, leeftijd, WERKbedrijf-locatie, eerste
WW-dag, totale score op de online vragenlijst en
een korte beschrijving van belemmeringen ten
aanzien van het vinden van werk (zoals psychisch
of lichamelijk werkvermogen), waaronder voor 73
betrokkenen gezondheidsgegevens. Deze
gezondheidsgegevens betreffen geen ziektebeeld of
medische rapportages, maar bijvoorbeeld wel of
iemand te ziek is om te werken. Uit de eerste WW-
dag kan worden afgeleid dat alle 189 betrokkenen
een WW-uitkering ontvangen (niet de hoogte
daarvan).
6 26-3-2018 10 7 Naam, postcode, woonplaats, opleiding(sniveau)
en BSN
7 28-3-2018 90 12 Achternaam, postcode,
woonplaats, beroepssector en BSN
6/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
8 3-8-2018 2503 70 Achternaam, geslacht, geboortedatum, BSN,
telefoonnummer, opleidingsniveau, laatste beroep,
laatste werkgever, categorieën
rijbewijs, mondelinge en schriftelijke vaardigheid
Nederlands, eerste, tweede en derde
beroepssector, inschrijvings-/bemiddelingsberoep,
beschikbare uren per week, uren nog werkzaam,
eerste WW-dag, maximale laatste dag WW-
uitkering, leeftijdsgroep op basis van eerste WW-
dag, indicering, of er een ontheffing is en het row-
ID.
9 5-9-2018 996 9 Achternaam en row-ID
2.5 Beleid binnen UWV
Binnen UWV was er vanaf in ieder geval 2016 beleid opgesteld om risico’s bij de verwerking van
persoonsgegevens vroegtijdig te detecteren en aan te pakken op basis van een zorgvuldige risicoafweging,
waarbij risico’s worden geneutraliseerd of expliciet door een directeur worden geaccepteerd. Tevens dient
UWV de (uitkomsten van) risicoafwegingen op basis van het beleid te registreren.26
Ook was binnen UWV in ieder geval vanaf 2016 tot en met 2020 beleid opgesteld om technische en
organisatorische beveiligingsmaatregelen op een risico-gestuurde wijze in te voeren en deze te
controleren, evalueren en aan te passen.27
2.6 Praktijk binnen UWV
2.6.1 Afwegen van risico’s in de praktijk
De AP heeft UWV meerdere malen gevraagd of en zo ja welke risicoanalyses zijn uitgevoerd om de
persoonsgegevens bij het versturen van groepsberichten te beveiligen.28 Hoe en welke risico’s UWV
precies heeft afgewogen, mede in reactie op de opgetreden datalekken, om vast te stellen of
persoonsgegevens bij het versturen van groepsberichten via de Mijn Werkmap-omgeving voldoende dan
wel onvoldoende beveiligd zijn heeft UWV niet vermeld.29
UWV blijkt in haar antwoorden geen eenduidig en zelfs soms tegenstrijdig beeld te geven over het
(periodiek) uitvoeren van risicoanalyses met betrekking tot de beveiliging van persoonsgegevens bij het
versturen van groepsberichten via de Mijn Werkmap-omgeving. UWV heeft in ieder geval verklaard dat zij
26 Zie bijlage 1 pagina 25 voor de exacte delen uit de beleidsdocumenten van het UWV.
27 Zie bijlage 1 pagina 25 voor de exacte delen uit de beleidsdocumenten van het UWV.
28 Zie o.a. dossierstuk 27 (Brief aan UWV, p. 4-5) en dossierstuk 69 (Brief aan UWV, vraag 12) en dossierstuk 93 (E-mail aan UWV).
29 Zie o.a. dossierstuk 38 (Excel-bestand, antwoord bij 11 onder datalek 1 t/m 4) en dossierstuk 81 (Beantwoording door UWV, bijlage 1
(bestand "Beantwoording vragen AP augustus 2019", antwoord op vraag 12)) en dossierstuk 98 (Beantwoording door UWV, bestand
"Aanvullende vragen AP2110", p. 2).
7/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
geen risicoanalyse heeft uitgevoerd voorafgaand aan het besluit in 2012 om groepsberichten te gaan
versturen via de Mijn Werkmap-omgeving. UWV heeft wel een aantal malen gesteld dat zij vanaf 2016 tot
en met het laatste datalek in 2018 in het kader van de beveiliging van persoonsgegevens bij het versturen
van groepsberichten via de Mijn Werkmap-omgeving risicoafwegingen heeft uitgevoerd. Uit de
antwoorden van UWV en aangeleverde stukken is echter niet gebleken hoe deze risicoafwegingen zijn
gemaakt en welke risico’s daarbij op enig moment in die periode zijn afgewogen. Tevens heeft UWV de
risico’s niet regelmatig afgewogen.30
2.6.2 Maatregelen, controle en aanpassingen in de praktijk
UWV stelde in de datalekmeldingen bij de AP van het tweede en derde datalek dat zij aan het onderzoeken
was of technische maatregelen mogelijk zijn om deze datalekken te voorkomen.31 In de melding van het
vierde datalek bij de AP gaf UWV aan te onderzoeken of het mogelijk was om het plaatsen van “dergelijke
bestanden” in de Mijn Werkmap-omgeving te blokkeren.32 UWV stelde in de datalekmeldingen bij de AP
van het derde en het vierde datalek eind september 2016 dat de medewerker die de fout heeft gemaakt
hierop door het management was aangesproken en dat er naar bewustwording werd gekeken.33
UWV heeft na de eerste vier datalekken in 2016 besloten tot het nemen van organisatorische maatregelen.
Op 28 september 2016 heeft UWV eerst besloten tot tijdelijke organisatorische maatregelen.34 En hoewel
UWV heeft gesteld dat deze tijdelijke maatregelen ook thans nog gelden, volgt uit een besluit van het
Districtsmanagers overleg (DMO) van UWV dat de tijdelijke maatregelen waartoe op 28 september 2016
was besloten, in oktober 2016 zijn vervangen door andere organisatorische maatregelen. Verder heeft de
AP vastgesteld dat UWV de “Richtlijn veilig communiceren bij WERKbedrijf” heeft opgesteld en dat het
voornemen om de mogelijkheden tot het nemen van technische maatregelen te onderzoeken niet door
UWV is uitgevoerd. Daarnaast heeft de AP geconcludeerd dat de na 20 oktober 2016 van kracht zijnde
organisatorische maatregel(en) voorafgaande aan het vijfde datalek niet is/zijn gecontroleerd noch
geëvalueerd door UWV.35
UWV heeft vervolgens na het vijfde datalek (21 februari 2017) besloten tot nadere organisatorische
maatregelen met betrekking tot het verzenden van groepsberichten via de Mijn Werkmap-omgeving,
namelijk door het verhogen van de awareness daarbij. Dat deed UWV door workshops en enkele bezoeken
aan districten. UWV heeft toen besloten geen technische maatregelen te nemen. Overigens zijn de na 20
oktober 2016 van kracht zijnde organisatorische maatregel(en) met betrekking tot het verzenden van
groepsberichten via de Mijn Werkmap-omgeving ook niet voorafgaande aan het zesde datalek door UWV
gecontroleerd noch geëvalueerd.36 De stelling van UWV dat deze maatregelen wel heeft gecontroleerd en
geëvalueerd, heeft UWV niet onderbouwd met documentatie.
30 Zie bijlage 1 pagina 26 en 27 voor de exacte antwoorden van het UWV.
31 Zie dossierstukken 9 en 10 (Datalekmeldingen).
32 Zie dossierstukken 11 en 12 (Datalek(vervolg)meldingen).
33 Zie dossierstuk 10 (Datalekmelding) en dossierstukken 11 en 12 (Datalek(vervolg)meldingen).
34 Zie bijlage 1 pagina 28 en 29 voor de exacte maatregelen van het UWV.
35 Zie bijlage 1 pagina 30 t/m 34 voor de exacte maatregelen en verklaringen van het UWV.
36 Zie bijlage 1 pagina 33 t/m 35 voor de exacte maatregelen en verklaringen van het UWV.
8/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
Na het zevende datalek (28 maart 2018) heeft UWV tot meerdere organisatorische maatregelen besloten.
UWV en het WERKbedrijf hebben echter niet als zodanig gecontroleerd of deze maatregelen daadwerkelijk
zijn ingevoerd.37 Buiten twee maatregelen38 heeft UWV ook geen documenten of een nadere
onderbouwing aangeleverd op basis waarvan kan worden vastgesteld of de organisatorische maatregelen
zijn geborgd in documentatie en wanneer deze zijn geïmplementeerd.
UWV heeft na het achtste datalek (3 augustus 2018) besloten tot het invoeren van een technische
maatregel, namelijk het blokkeren van de mogelijkheid tot het toevoegen van onder andere Excel-
bestanden bij het verzenden van groepsberichten via de Mijn Werkmap-omgeving om datalekken daarbij
te voorkomen. Deze technische maatregel is in december 2018, dus ver na het negende datalek, door UWV
ingevoerd.
De bovengenoemde feiten gaan over de periode van 2012 tot en met 2018. Dit besluit en het onderzoek van
de AP hebben alleen betrekking op deze periode. UWV heeft in haar zienswijze wel nog het volgende
verklaard over de periode na 2018.
UWV heeft verklaard dat in het proces voor het versturen van groepsberichten in de Mijn Werkmap-
omgeving naast de technische maatregel, die het specifieke risico op het versturen van Excel-lijsten heeft
weggenomen, ook actief is ingezet op extra bewustwording bij (nieuwe) medewerkers in de uitvoering die
voor de uitvoering van hun taken veelvuldig (digitaal) contact hebben met werkzoekenden. Daarnaast
worden nu binnen WERKbedrijf de procesbeschrijvingen en Quick Reference Cards (QRC’s) jaarlijks
geëvalueerd en indien nodig aangepast.
Verder heeft de FG eind 2018 in opdracht van de Raad van Bestuur van UWV een onderzoek uitgevoerd
naar aanleiding van het achtste datalek en een rapportage van bevindingen opgesteld. Specifiek voor het
mitigeren van de risico’s bij het verzenden van groepsberichten in de Mijn Werkmap-omgeving, stelt het
FG-onderzoek dat de technische maatregel die Excel-bestanden uploaden naar de Mijn Werkmap-
omgeving onmogelijk maakt, een effectieve maatregel is om dit type datalekken te voorkomen.
Mede naar aanleiding van het FG-onderzoek heeft UWV WERKbedrijf verder aan KPMG de opdracht
gegeven om een breder onderzoek uit te voeren naar het bronsysteem SONAR. Dit om te bepalen waar de
kwetsbaarheden en risico’s zich bevinden op technisch, procesmatig als ook organisatorisch gebied,
waarbij tevens de reeds bestaande organisatorische en technische maatregelen zijn geëvalueerd (check-
fase). Dit onderzoek heeft in 2020 geresulteerd in vier adviesrapporten met 77 aanbevelingen. Het
adviesrapport privacy is grotendeels door UWV openbaar gemaakt.39
Naar aanleiding van de adviesrapporten is in 2020 het grootschalige verbeterproject SONAR IB&P gestart,
dat tot doel heeft de bevindingen uit het onderzoek te adresseren en het IB&P-risiconiveau van SONAR
sterk te reduceren (act->plan->do-fasen). In dat kader zal UWV een extra technische maatregel
37 Zie bijlage 1 pagina 35 t/m 41 voor de exacte maatregelen en verklaringen van het UWV.
38 Het ‘Stappenplan Veilig Persoonsgegevens delen’ wat UWV op 1 mei 2018 heeft gecommuniceerd aan medewerkers. Tevens had
UWV de QRC groepsberichten uitgebreid met de passage over het schonen van (Excel-)bestanden en het 4-ogenprincipe.
39 Zie https://www.uwv.nl/overuwv/Images/bijlage-1-bij-besluit-wob-verzoek-onderzoeksrapport-sonar-privacy.pdf.
9/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
doorvoeren. De exportfunctionaliteit uit SONAR voor medewerkers in de uitvoering, behoudens enkele
geautoriseerde medewerkers, zal namelijk dichtgezet worden.
De aanbevelingen uit het KPMG onderzoek zien volgens UWV ook toe op het verbeteren van het
risicomanagementproces, waaronder ook de Plan-Do-Check-Act-cyclus (hierna: PDCA-cyclus). Met
deze verbetering in het risicomanagement en het implementeren van beheersingsmaatregelen zal het
WERKbedrijf de groei in het invulling geven aan de PDCA-cyclus – en daarmee waarborgen dat er
passende technische en organisatorische maatregelen getroffen zijn en worden – verder doorzetten.
3. Juridische beoordeling
3.1 Verwerking van persoonsgegevens
Per 25 mei 2018 is de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing.40 Gezien de
feiten in dit onderzoek plaats vonden tussen 2012 en 2018, zal de AP zowel aan de Wet bescherming
persoonsgegevens (Wbp) als de AVG toetsen.
Het begrip persoonsgegeven is gedefinieerd in artikel 1, onder a, van de Wbp en artikel 4, onderdeel 1, van
de AVG. In artikel 16 van de Wbp worden persoonsgegevens over de gezondheid als bijzondere
persoonsgegevens aangemerkt. De AVG merkt in artikel 9 gegevens over gezondheid eveneens als
bijzondere persoonsgegevens aan.
Persoonsgegevens in de zin van de Wbp en de AVG zijn alle informatie over een geïdentificeerde of
identificeerbare natuurlijke persoon. In Sonar zijn gegevens over natuurlijke personen opgenomen zoals
namen, adressen, het BSN en andere gegevens. Middels deze gegevens kunnen de in Sonar geregistreerde
natuurlijke personen, waaronder werkzoekenden, direct of indirect worden geïdentificeerd. Sonar bevat
dus persoonsgegevens in de zin van artikel 1, onder a, van de Wbp en artikel 4, onderdeel 1, van de AVG.
In Sonar zijn ook gegevens opgenomen over fysieke beperkingen en het psychisch en lichamelijk
werkvermogen van personen. Tevens staat in Sonar of personen zich te ziek voelen om te werken. Op
grond van artikel 16 van de Wbp en artikel 4, onderdeel 15, van de AVG zijn dit gegevens over de
gezondheid.
Uit bovenstaande volgt dat UWV bij het verzenden van groepsberichten via de Mijn Werkmap-omgeving
persoonsgegevens, waaronder het BSN en gegevens over de gezondheid, verwerkt in de zin van de Wbp en
de AVG.
40 Op die datum is ingevolge artikel 51 van de UAVG de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) ingetrokken.
10/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
3.2 Verwerkingsverantwoordelijke
Het begrip (verwerkings)verantwoordelijke wordt gedefinieerd in artikel 1, onder d, van de Wbp en artikel
4, onderdeel 7, van de AVG. Bij zelfstandige bestuursorganen op rijksniveau zal het orgaan, belast met de
taken en uitoefening van bevoegdheden waarvoor de gegevens worden verwerkt, als verantwoordelijke
zijn aan te merken.
Zoals vermeld in paragraaf 2.1 is UWV ingesteld op grond van een wet, namelijk de SUWI. UWV is een
zelfstandig bestuursorgaan van de Rijksoverheid met eigen rechtspersoonlijkheid. Zoals hierboven
vermeld is bij zelfstandige bestuursorganen op rijksniveau het orgaan, belast met de taken en uitoefening
van bevoegdheden waarvoor de gegevens worden verwerkt, als verantwoordelijke aan te merken. UWV
heeft zowel de juridische als de feitelijke zeggenschap over de verwerking van persoonsgegevens die
worden verzameld in het kader van het verzenden van groepsberichten via de werkmap.
Op grond van het bovenstaande merkt de AP UWV aan als (verwerkings)verantwoordelijke als bedoeld in
artikel 1, onder d, van de Wbp en artikel 4, onderdeel 7, van de AVG voor de verwerking van
persoonsgegevens in het kader van het verzenden van groepsberichten via de werkmap.
3.3 Beveiliging van de verwerking van persoonsgegevens
3.3.1 Juridisch kader
Van 1 september 2001 tot 25 mei 2018 gold ten aanzien van de beveiliging van de verwerking van
persoonsgegevens artikel 13 van de Wbp. De beveiligingsverplichting strekt zich uit tot alle onderdelen van
het proces van gegevensverwerking. In het begrip «passende» ligt besloten dat de beveiliging in
overeenstemming is met de stand van de techniek. Dit is in eerste aanleg een vraag van professionele
ethiek van personen belast met de informatiebeveiliging. De normen van deze ethiek worden in deze
bepaling van een juridisch sluitstuk voorzien, in die zin dat daaraan een wettelijke verplichting voor de
verantwoordelijke is verbonden. Het begrip «passend» duidt mede op een proportionaliteit tussen de
beveiligingsmaatregelen en de aard van de te beschermen gegevens. Naarmate bijvoorbeeld de gegevens
een gevoeliger karakter hebben, of de context waarin deze worden gebruikt een grotere bedreiging voor de
persoonlijke levenssfeer betekenen, worden zwaardere eisen gesteld aan de beveiliging van de gegevens.
De Europese richtlijn op grond waarvan onder meer artikel 13 van de Wbp is opgesteld overweegt onder
andere het volgende ten aanzien van de beveiliging van de verwerking van persoonsgegevens: “dat de
beginselen van de bescherming (…) tot uiting moeten komen in de verplichtingen die aan de personen, overheidsinstanties,
ondernemingen of andere lichamen die de verwerkingen uitvoeren , worden opgelegd, verplichtingen die met name
betrekking hebben op de kwaliteit van de gegevens , de technische beveiliging, de aanmelding bij de toezichthoudende
autoriteit en de omstandigheden waarin de verwerking kan worden uitgevoerd (…)”.41 Tevens wordt hierin ten
aanzien van de beveiliging van de verwerking van persoonsgegevens overwogen: “dat de bescherming van de
rechten en vrijheden van de betrokkenen in verband met de verwerking van persoonsgegevens zowel bij het ontwerpen als
41 Zie Richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van
persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, overweging 25. Onderstreping van de AP.
11/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
bij de uitvoering van de verwerking passende technische maatregelen vergt, in het bijzonder om de veiligheid te
waarborgen en zodoende elke ongeoorloofde verwerking te verhinderen; (…)”.42
Het CBP heeft - in een zaak waarbij het ging om toegang tot elektronische medische dossiers - ten aanzien
van het treffen van beveiligingsmaatregelen in het kader van artikel 13 van de Wbp als volgt geoordeeld:
“Een verantwoordelijke mag pas overgaan tot het treffen van louter organisatorische maatregelen als hij kan aantonen dat
het niet mogelijk is passende technische maatregelen te nemen. Dit dient dan wel gecompenseerd te worden met extra
organisatorische maatregelen en controle op de naleving hiervan”.43
Ter invulling van artikel 13 van de Wbp heeft het CBP in 2013 richtsnoeren ten aanzien van de beveiliging
van de verwerking van persoonsgegevens (hierna: CBP-richtsnoeren) opgesteld.44 Bij het opstellen van de
CBP-richtsnoeren is aansluiting gezocht bij de ISO27001. De richtsnoeren stellen als noodzakelijke
randvoorwaarden om tot een continue passend beveiligingsniveau van de verwerking van
persoonsgegevens te komen en te garanderen zoals de wet voorschrijft: “maatregelen treffen op basis van
risicoanalyse, beveiligingsstandaarden toepassen en de inbedding in een plan-do-check-act-cyclus”.
Over deze PDCA-cyclus staat in de CBP-richtsnoeren: ‘’Na het vaststellen van de betrouwbaarheidseisen treft de
verantwoordelijke maatregelen waarmee hij waarborgt dat aan de betrouwbaarheidseisen wordt voldaan. Vervolgens
controleert de verantwoordelijke of de maatregelen daadwerkelijk getroffen zijn en het gewenste effect sorteren. Het totaal
aan betrouwbaarheidseisen, maatregelen en controle wordt regelmatig geëvalueerd en waar nodig aangepast, waardoor
een blijvend passend beveiligingsniveau wordt bereikt”.45
Net als ISO27001 schrijven ook de CBP-richtsnoeren (als onderdeel van de PDCA-cyclus) voor dat de
verwerkingsverantwoordelijke beveiligingsmaatregelen treft op basis van een risicoanalyse, waarbij hij de
dreigingen inventariseert die kunnen leiden tot een beveiligingsincident, de gevolgen die het
beveiligingsincident kan hebben en de kans dat deze gevolgen zich voordoen. Bij het inventariseren en
beoordelen van de risico’s zijn vooral de gevolgen relevant die betrokkenen kunnen ondervinden van
onrechtmatige verwerking van hun persoonsgegevens. Deze gevolgen kunnen, afhankelijk van de aard van
de verwerking en van de verwerkte persoonsgegevens, onder meer bestaan uit stigmatisering of
uitsluiting, schade aan de gezondheid of blootstelling aan (identiteits)fraude.46
In de AVG zijn in artikel 32 de eisen rondom de beveiliging van de verwerking van persoonsgegevens
opgenomen. Bij het bepalen van passende maatregelen dient rekening gehouden te worden met het risico
voor de rechten en vrijheden van personen.47
Overweging 83 van de AVG stelt ten aanzien van het waarborgen van de beveiliging van de verwerking van
persoonsgegevens en de beoordeling van de risico’s: “Teneinde de veiligheid te waarborgen en te voorkomen dat de
42 Zie Richtlijn 95/46/EG, overweging 46. Onderstreping van de AP.
43 Zie o.a. zaak Z2003-0145, p. 3.
44 Zie CBP richtsnoeren: beveiliging van persoonsgegevens, https://wetten.overheid.nl/BWBR0033572/2013-03-01.
45 Zie CBP richtsnoeren: beveiliging van persoonsgegevens, https://wetten.overheid.nl/BWBR0033572/2013-03-01.
46 Zie CBP richtsnoeren: beveiliging van persoonsgegevens, https://wetten.overheid.nl/BWBR0033572/2013-03-01.
47 Zie ook overweging 75 van de AVG.
12/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
verwerking inbreuk maakt op deze verordening, dient de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker de aan de
verwerking inherente risico’s te beoordelen en maatregelen, zoals versleuteling, te treffen om die risico’s te beperken. Die
maatregelen dienen een passend niveau van beveiliging, met inbegrip van vertrouwelijkheid, te waarborgen, rekening
houdend met de stand van de techniek en de uitvoeringskosten afgezet tegen de risico’s en de aard van de te beschermen
persoonsgegevens. Bij de beoordeling van de gegevensbeveiligingsrisico’s dient aandacht te worden besteed aan risico’s die
zich voordoen bij persoonsgegevensverwerking, zoals de vernietiging, het verlies, de wijziging, de ongeoorloofde
verstrekking van of de ongeoorloofde toegang tot de doorgezonden, opgeslagen of anderszins verwerkte gegevens, hetzij
per ongeluk hetzij onrechtmatig, hetgeen met name tot lichamelijke, materiële of immateriële schade kan leiden.”
Tot slot is in 2007 het Besluit voorschrift informatiebeveiliging rijksdienst (hierna: VIR) van kracht
geworden.48 In de Bestuurlijke verklaring Informatieveiligheid uit 2014 verklaart UWV het VIR te gaan
hanteren.49 Ten aanzien van in het VIR gebruikte begrippen wordt aangegeven: “Het begrippenkader van de
Code van Informatiebeveiliging (ISO17799:2005) is in dit voorschrift overgenomen”.50 De PDCA-cyclus uit
ISO17799:2005 is inmiddels opgenomen in ISO27001.51 Deze standaard bevat een aantal stappen die
uitgevoerd dienen te worden. De stappen vormen een zogenaamde Plan-Do-Check-Act-cyclus (hierna:
PDCA-cyclus) om in te spelen op (steeds wisselende) bedreigingen ten aanzien van de informatie.52
In artikel 4 VIR worden de verantwoordelijkheden van het lijnmanagement aangeduid. In de algemene
toelichting bij het VIR is over artikel 4 VIR het volgende opgenomen: “Er is bewust gekozen om artikel 4 in
termen van de Planning en Control cyclus, conform reguliere bedrijfsvoering, te formuleren. (…) Informatiebeveiliging zelf
vindt plaats via de kwaliteitscirkel van Deming (PDCA cyclus)”.53 In de artikelsgewijze toelichting bij het VIR staat
daarnaast ten aanzien van artikel 4: “Voor het effectueren van informatiebeveiliging wordt gewerkt via de Plan Do
Check Act cyclus (...). Na het vaststellen wat nodig is (betrouw-baarheidseisen), worden maatregelen getroffen en
gecontroleerd of die maatregelen het gewenste effect sorteren (controle). Deze controle kan direct aanleiding geven tot
bijsturing in de maatregelen. Ook kan het totaal van eisen, maatregelen en controle aan revisie toe zijn (evaluatie). Het
goed doorlopen van deze kwaliteitscirkel zorgt op elk moment voor het adequate beveiligingsniveau”.54
3.3.2 Beoordeling
Uit zowel artikel 13 van de Wbp als artikel 32, eerste en tweede lid, van de AVG vloeit voort dat de
verwerkingsverantwoordelijke passende technische en organisatorische maatregelen moet nemen om een
op het risico afgestemd beveiligingsniveau van de verwerking van persoonsgegevens te
garanderen/waarborgen. Deze bepalingen beogen dezelfde (rechts)belangen te waarborgen en er is geen
(wezenlijke) materiële wijziging van de regelgeving op dit punt.
Om een op het risico afgestemd beveiligingsniveau van de verwerking van persoonsgegevens te
garanderen/waarborgen, dient een verwerkingsverantwoordelijke aldus risico’s te analyseren, passende
48 Staatscourant 28 juni 2007, nr. 122. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2007-122-p11-SC81084.html.
49 Staatscourant 2014, 15447, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2014-15447.html.
50 Staatscourant 28 juni 2007, nr. 122, p. 12.
51 ISO/IEC 27001:2013 hoofstukken 6 t/m 10.
52 Zie o.a. ISO/IEC 27001:2013, hoofstukken 6 t/m 10 en ISO/IEC 27001:2017.
53 Staatscourant 28 juni 2007, nr. 122, p. 12.
54 Staatscourant 28 juni 2007, nr. 122, p. 15-16.
13/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
maatregelen te nemen en deze te evalueren. Deze stappen vormen de randvoorwaarden om een continue
passend beveiligingsniveau van de verwerking van persoonsgegevens te garanderen in lijn met de wet,
namelijk door de inbedding in een plan-do-check-act-cyclus (PDCA-cyclus). Deze cyclus is in lijn met de
procedure genoemd in artikel 32, eerste lid onder d, van de AVG, te weten een procedure voor het op
gezette tijdstippen testen, beoordelen en evalueren van de doeltreffendheid van de technische en
organisatorische maatregelen ter beveiliging van de verwerking. Ook het VIR, waar het UWV zich aan
heeft geconformeerd, is gebaseerd op ISO27001 en schrijft een PDCA-cyclus voor. Deze algemeen
geaccepteerde beveiligingsstandaard neemt de AP in dit geval mede in ogenschouw. De AP werkt de
verschillende stappen van de PDCA-cyclus hierna verder uit.
Het afwegen van risico’s voor personen voorafgaande aan bepalen van maatregelen
Het startpunt dat wordt uitgevoerd in het kader van het beveiligen van de verwerking van
persoonsgegevens is een afweging van de risico’s van die verwerking. Op basis daarvan wordt bepaald
welke maatregelen nodig zijn om deze risico’s tegen te gaan.
Uit de Wbp en de AVG en de uitleg daarvan volgt dat bij de afweging van de gegevensbeveiligingsrisico’s
aandacht dient te worden besteed aan risico’s die zich voordoen bij persoonsgegevensverwerking. Zoals
ongeoorloofde verstrekking van of ongeoorloofde toegang tot verwerkte gegevens. Bij het inventariseren
en beoordelen van de risico’s zijn vooral de gevolgen relevant die personen kunnen ondervinden van een
onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens. Naarmate de gegevens een gevoeliger karakter hebben,
of de context waarin deze worden gebruikt een grotere bedreiging voor de persoonlijke levenssfeer
betekenen, worden zwaardere eisen gesteld aan de beveiliging van de persoonsgegevens.
Bij het verzenden van groepsberichten via de Mijn Werkmap-omgeving is, zoals vermeld in paragraaf 2.4,
herhaaldelijk sprake geweest van een (per ongeluk) ongeoorloofde verstrekking dan wel ongeoorloofde
toegang van verwerkte persoonsgegevens van werkzoekenden. Van UWV wordt dan ook verwacht dat zij,
om tot een op de risico’s afgestemd beveiligingsniveau te komen, continu de risico’s inventariseert en
beoordeelt die kunnen leiden tot een beveiligingsincident. Binnen UWV bestond vanaf in ieder geval 2016
beleid om risico’s bij de verwerking van persoonsgegevens vroegtijdig te detecteren en aan te pakken op
basis van een zorgvuldige risicoafweging. Ook het VIR verplicht UWV tot een expliciete risicoafweging bij
het bepalen van passende beveiligingsmaatregelen.
Zoals in paragraaf 3.1 de AP heeft geconcludeerd, verwerkt UWV in Sonar een veelheid aan verschillende
persoonsgegevens met een zeer gevoelig karakter, waaronder gegevens over de gezondheid van personen
en het BSN. UWV verwerkte in de periode van 2016 tot en met 2018 gegevens over gemiddeld 4.500.000
personen. Werkzoekenden, zieken en arbeidsongeschikten die wettelijk verplicht zijn zich te registreren bij
UWV en daarvoor hun persoonsgegevens moeten verstrekken, moeten erop kunnen vertrouwen dat UWV
op een deugdelijke wijze de risico’s afweegt die deze personen lopen. De gevolgen van een
beveiligingsincident met betrekking tot de persoonsgegevens die UWV verwerkt kunnen ernstig zijn voor
een grote groep personen. Zo kan het onvoldoende beveiligen van de verwerking van deze
persoonsgegevens leiden tot stigmatisering of uitsluiting. Nu UWV ook het BSN verwerkt wat in de
14/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
praktijk een koppeling van verschillende bestanden aanzienlijk vergemakkelijkt, bestaat er voor personen
wiens gegevens in Sonar staan een extra risico op bedreiging van de persoonlijke levenssfeer.
Het beleid van UWV bevat maatregelen, waaronder een expliciete risicoafweging als onderdeel van een
PDCA-cyclus. In tegenstelling tot dit beleid blijkt dat UWV in hun beantwoording ten aanzien van het
versturen van groepsberichten via de Mijn Werkmap-omgeving een tegenstrijdig beeld geeft over het
uitvoeren van dergelijke risicoanalyses met betrekking tot de beveiliging van persoonsgegevens. UWV
heeft in ieder geval verklaard dat voorafgaande aan het besluit in 2012 om alleen nog groepsberichten te
versturen via de Mijn Werkmap-omgeving geen risicoanalyse is uitgevoerd. Vervolgens heeft UWV gesteld
dat zij vanaf 2016 tot en met het laatste datalek in 2018 in het kader van de beveiliging van
persoonsgegevens bij het versturen van groepsberichten via de Mijn Werkmap-omgeving
risicoafwegingen heeft uitgevoerd. Uit de antwoorden van UWV en aangeleverde stukken is echter niet
gebleken hoe UWV deze risicoafwegingen heeft gemaakt en welke risico’s daarbij op enig moment in die
periode zijn afgewogen en hoe daarbij is stilgestaan met de mogelijke gevolgen voor werkzoekenden. Voor
zover UWV van mening is dat de voorgestelde maatregelen van oktober 201655 wel een risicoafweging
bevat, merkt de AP op dat hierin geen afweging van risico’s in de zin van de (uitleg van de) wet is waar te
nemen. Het bevat slechts een voorstel voor maatregelen zonder verdere onderbouwing. Tevens blijkt uit
dit document niet dat risico’s voor personen zijn meegewogen bij het voorstellen van maatregelen. Sterker
nog, UWV spreekt slechts over risico’s die UWV zelf loopt in haar klantcommunicatie. Juist bij een
organisatie als UWV, die zoveel bijzondere en gevoelige persoonsgegevens van zoveel personen verwerkt,
en de gevolgen voor hen bij het verzenden van groepsberichten via de Mijn werkmap-omgeving
verstrekkend kunnen zijn, is het niet of onvoldoende rekening houden met de risico’s voor werkzoekenden
bij het vaststellen van beveiligingsmaatregelen extra onzorgvuldig.
Op grond van het bovenstaande concludeert de AP dat UWV ten aanzien van het treffen van
beveiligingsmaatregelen in het kader van het verzenden van groepsberichten via de Mijn Werkmap-
omgeving de risico’s voor werkzoekenden, die gezien de gevoeligheid van de gegevens die UWV verwerkt
ingrijpend kunnen zijn, in ieder geval in de periode van 2012 tot en met 2018 niet/onvoldoende in kaart
heeft gebracht. Hiermee heeft UWV onvoldoende een op risico afgestemd beveiligingsniveau
gegarandeerd en gewaarborgd.
Treffen van technische en organisatorische maatregelen
Na het in kaart brengen en wegen van de risico’s voor personen van de verwerking van persoonsgegevens
dienen de vastgestelde maatregelen vervolgens geïmplementeerd en uitgevoerd te worden. Zowel artikel
13 van de Wbp als artikel 32, eerste lid, van de AVG verplichten de verwerkingsverantwoordelijke tot het
nemen van technische en organisatorische maatregelen om de beveiliging van de verwerking van
persoonsgegevens te waarborgen.
Uit paragraaf 2.6 blijkt dat UWV tot december 2018 slechts organisatorische maatregelen heeft
doorgevoerd in het kader van het verzenden van groepsberichten via de Mijn Werkmap-omgeving om de
beveiliging van de verwerking van persoonsgegevens te waarborgen. Een voorbeeld van een
55 Zie bijlage 1 pagina 30.
15/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
organisatorische maatregel is het bericht waar medewerkers worden opgeroepen bij voorkeur geen
bijlagen mee te zenden met groepsberichten via Sonar. De maatregel ten aanzien van een beperking op het
aantal werkzoekenden aan wie het bericht kan worden verzonden diende verder, zoals UWV ook zelf stelt,
om technische problemen in Sonar te voorkomen waardoor de werking en stabiliteit daarvan verbetert en
het berichtenverkeer soepeler verloopt. Dit dient dus niet om de beveiliging van de verwerking van
persoonsgegevens te waarborgen. Deze beperking ziet slechts op het aantal ontvangers van een bericht,
maar beperkt niet het aantal werkzoekenden wiens persoonsgegevens door UVW kunnen worden
verstuurd. Bovendien kon de beperking tot 100 geadresseerden omzeild worden door een verzoek daartoe
te doen bij Functioneel Beheer. Bij vijf van de negen datalekken is hetzelfde groepsbericht aan meer dan
100 werkzoekenden tegelijk verstuurd via de Mijn Werkmap-omgeving.
UWV had op 20 oktober 2016 (na het vierde datalek) besloten om op korte termijn een onderzoek te
starten naar de mogelijkheid tot het nemen van technische maatregelen, waaronder het technisch
onmogelijk maken om Excel-bestanden aan een werkmapbericht toe te voegen. Het heeft dan nog tot na
het achtste datalek in september 2018 geduurd voordat UWV vervolgens heeft besloten tot het nemen van
een technische maatregel, namelijk het blokkeren van de mogelijkheid tot het toevoegen van onder andere
Excel-bestanden bij het verzenden van groepsberichten via de Mijn werkmap-omgeving. Echter blijkt dat
UWV pas in december 2018 (ver na het negende datalek op 5 september 2018 en ver na het in 2016
aangekondigde onderzoek naar het invoeren van technische maatregelen) is overgegaan om het drie
maanden eerder genomen besluit ook daadwerkelijk uit te voeren. Het nemen van deze technische
maatregel was derhalve mogelijk.
De datalekken vormden kennelijk voor UWV geen urgente aanleiding om het in 2016 geopperde onderzoek
naar de mogelijkheid van technische maatregelen alsnog spoedig uit te voeren. Door het niet (tevens)
doorvoeren van een technische maatregel heeft UWV onvoldoende een op risico afgestemd
beveiligingsniveau gewaarborgd en daarmee meer dan twee jaar een risico geaccepteerd van datalekken
met veel persoonsgegevens betreffende een grote groep burgers.
Controleren en aanpassen van maatregelen
Technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen dienen zowel op basis van de Wbp als de AVG
een op het risico afgestemd beveiligingsniveau te waarborgen. Hiervoor is het in ieder geval noodzakelijk
om te controleren of de maatregelen zijn geïmplementeerd, juist worden toegepast of uitgevoerd en wat
het effect van de maatregelen is op de initieel geïdentificeerde risico’s. Op basis van deze controle van de
maatregelen stelt men vervolgens vast of de maatregelen nog steeds een op het risico afgestemd
beveiligingsniveau waarborgen dan wel of additionele maatregelen nodig zijn.
Binnen UWV geldt vanaf in ieder geval 2016 tot en met 2020 beleid om getroffen maatregelen te
controleren en zo nodig aan te passen als onderdeel van een PDCA-cyclus. UWV meldt hierover echter dat
UWV geen generiek beleid heeft waarin het controleert of UWV-centrale maatregelen zijn
geïmplementeerd in de praktijk door de verantwoordelijke divisie(s) en dat regiokantoren tot op zekere
hoogte een eigen invulling kunnen geven aan centraal beleid. Tevens meldt UWV hierover dat er geen
formeel geprotocolleerde procedure is binnen UWV waarbinnen er op centraal niveau wordt
16/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
gecontroleerd of dergelijke afgesproken organisatorische- en procesmatige maatregelen worden
uitgevoerd, omdat dat ondoenlijk zou zijn gezien de omvang van de organisatie en de hoeveelheid
beslissingen die UWV neemt.
Ook geeft UWV aan dat zij niet heeft gecontroleerd of maatregelen waartoe was besloten naar aanleiding
van datalekken wel daadwerkelijk zijn ingevoerd. UWV heeft daarnaast de na 20 oktober 2016 van kracht
zijnde organisatorische maatregel(en) voorafgaande aan het vijfde (2017) en zesde (2018) datalek niet
gecontroleerd noch geëvalueerd. Tot slot heeft UWV niet aangetoond dat zij op enig moment heeft
gecontroleerd of de organisatorische maatregelen die golden voorafgaande aan het achtste datalek (2018)
zijn ingevoerd. Ook heeft UWV deze organisatorische maatregelen niet geëvalueerd.
Zoals eerder geconcludeerd zijn de gevolgen voor werkzoekenden bij het onvoldoende beveiligd verzenden
van groepsberichten via de werkmap verstrekkend. Juist bij een organisatie als UWV, die zoveel gevoelige
en bijzondere persoonsgegevens van zoveel personen verwerkt, is het noodzakelijk om te controleren of
maatregelen daadwerkelijk (correct) zijn geïmplementeerd en deze te evalueren en waar nodig aan te
passen. Werkzoekenden en anderen die wettelijk verplicht zijn zich te registreren bij UWV en daarvoor
hun persoonsgegevens moeten verstrekken, moeten erop kunnen vertrouwen dat UWV maatregelen
controleert, evalueert en zo nodig aanpast.
Op grond van het bovenstaande concludeert de AP dat UWV de getroffen beveiligingsmaatregelen in het
kader van het verzenden van groepsberichten via de Mijn Werkmap-omgeving niet/onvoldoende heeft
gecontroleerd en geëvalueerd, waardoor UWV onvoldoende een op risico afgestemd beveiligingsniveau
heeft gegarandeerd en gewaarborgd.
3.4 Zienswijze UWV en reactie AP
De AP geeft in deze paragraaf de zienswijze van UWV kort weer met daarop de reactie van de AP.
UWV merkt allereerst op dat zij het betreurt dat er op onvoldoende wijze invulling is gegeven aan de
verschillende fasen van de PDCA-cyclus. UWV trekt de bevindingen van de AP zeer aan en zet er stevig op
in om dit proces te verbeteren.
3.4.1 Zienswijze op feitelijke bevindingen
UWV is van mening dat uit de analyse van het achtste datalek wel blijkt dat het achtste datalek en de direct getroffen
maatregelen zowel geanalyseerd als geëvalueerd zijn door UWV, waarbij ook maatregelen worden voorgesteld.
De AP merkt hierover op dat UWV het achtste datalek inderdaad heeft geanalyseerd en geëvalueerd, maar
uit deze analyse blijkt niet dat UWV de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het verzenden
van groepsberichten via de Mijn Werkmap-omgeving op zichzelf heeft geëvalueerd. De evaluatie van een
los datalek is onvoldoende invulling van een op risico afgestemd beveiligingsniveau met bijbehorend
PDCA-cyclus. Uit de analyse is daarnaast niet af te leiden dat UWV direct een maatregel heeft getroffen.
Over het invoeren van de technische maatregel is wel door UWV gesproken, maar deze maatregel is pas
17/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
later ingevoerd. Daarnaast acht de AP hier het evalueren van maatregelen die net zouden zijn ingevoerd
niet zinvol.
UWV leest niet terug in de bevindingen dat zij in augustus 2019 heeft aangegeven dat het WERKbedrijf een extern
onderzoek zou laten uitvoeren naar de exportfunctionaliteit vanuit Sonar en naar het verzenden van groepsberichten via
de werkmap.
De AP heeft het plan van UWV om een extern onderzoek te laten uitvoeren niet opgenomen als een feit
omdat dit slechts nog een voornemen was van UWV. Daarnaast ziet dit voornemen niet op de periode van
de vastgestelde overtreding. Wel heeft de AP dit onderzoek vermeld in paragraaf 2.6 van onderhavig
besluit.
3.4.2 Zienswijze op juridisch kader en de beoordeling
De norm dat een verantwoordelijke pas mag overgaan tot het treffen van louter organisatorische maatregelen als hij kan
aantonen dat het niet mogelijk is passende technische maatregelen te nemen, volgt volgens UWV onvoldoende uit de CBP-
richtsnoeren over beveiliging uit 2013, een CBP zaak56 en de overige bronnen die in het rapport aangehaald worden.
De AP volgt deze zienswijze van UWV niet. Ten eerste heeft de AP niet alleen verwezen naar een CBP zaak,
maar ook naar de Richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke
personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die
gegevens, overweging 25 en 46. Ten tweede staat zowel in artikel 13 van de Wbp als artikel 32 van de AVG
dat de verwerkingsverantwoordelijke passende technische en organisatorische maatregelen moet nemen.
Technische en organisatorische maatregelen dienen cumulatief te worden getroffen. De norm in artikel 13
van de Wbp en artikel 32 van de AVG is aldus volgens de AP afdoende duidelijk. UWV heeft verder ook niet
aangevoerd dat zij zich tot het treffen van uitsluitend organisatorische maatregelen mocht beperken,
aangezien het niet mogelijk was om passende technische maatregelen te nemen. Een dergelijk standpunt
zou overigens ook onhoudbaar zijn geweest, nu UWV in december 2018 juist uiteindelijk een technische
maatregel heeft geïmplementeerd.
Dat niet alle maatregelen even effectief waren en er hierbij mogelijk verkeerde beoordelingen zijn gemaakt, kan in optiek
van UWV niet de conclusie getrokken worden dat geen of onvoldoende invulling is gegeven aan het doorvoeren van
passende maatregelen. En uit het enkele gegeven dat er enige tijd heeft gezeten tussen het evaluatiemoment en het
invoeren van de technische maatregel kan volgens UWV, op basis van de bevindingen, niet geconcludeerd worden dat er
vanaf het achtste datalek geen of onvoldoende invulling is gegeven aan het doorvoeren van passende maatregelen, als
gevolg van onvoldoende risicomanagement.
De AP volgt deze zienswijze van UWV niet en motiveert dit als volgt. De AP heeft in het geheel beoordeeld
of UWV voor de desbetreffende verwerking een op het risico afgestemd beveiligingsniveau heeft
gegarandeerd en gewaarborgd. Dat UWV enkele organisatorische maatregelen heeft genomen doet niet af
aan de vaststelling dat UWV risicoanalyses, technische maatregelen en controles onvoldoende heeft
uitgevoerd. Dit heeft tot gevolg, zoals UWV ook zelf stelt, dat de beveiligingsmaatregelen niet effectief
56 https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/nieuws/arbodienst-handelt-niet-strijd-met-wbp-%C2%A0
18/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
waren. Daarnaast kwam UWV pas na het achtste datalek (3 augustus 2018) met de aanbeveling om een
technische maatregel te nemen, terwijl in oktober 2016 in het Districtsmanager overleg al besloten was dat
op korte termijn de mogelijkheid van technische mogelijkheden moest worden onderzocht. In deze
tussenliggende periode van bijna 2 jaar heeft UWV aldus nagelaten om dit onderzoek uit te voeren.
UWV is verder van mening dat er na het achtste datalek wel een evaluatie heeft plaatsgevonden. Op basis van zienswijze
hierboven volgt UWV daarom de duur van de geconstateerde overtreding niet. Volgens UWV heeft men na het achtste
datalek wel een passend beveiligingsniveau gehanteerd.
De AP is het met UWV eens dat het achtste datalek is geëvalueerd. Deze evaluatie behelst echter alleen één
datalek. De AP wil graag nogmaals benadrukken dat UWV de getroffen maatregelen niet periodiek in zijn
geheel heeft geëvalueerd en ook niet van tevoren de risico’s voldoende heeft geanalyseerd. Het FG
onderzoek vond bovendien pas plaats vanaf november 2018 en de technische maatregel is door UWV in
december 2018 ingevoerd. De AP volgt daarom ook niet de zienswijze dat UWV vanaf het achtste datalek
(3 augustus 2018) een op risico afgestemd beveiligingsniveau heeft gegarandeerd en gewaarborgd.
Achteraf bezien, met de kennis van nu, is het proces volgens UWV niet in voldoende mate gevolgd en is er onvoldoende
gedocumenteerd. UWV merkt hierbij wel op dat uit de bevindingen niet blijkt dat er in zijn geheel geen invulling is gegeven
aan de verschillende fasen van de PDCA-cyclus dan wel in de gehele periode van 2012 tot en met eind 2018.
De AP beaamt dat uit de bevindingen niet blijkt dat er in zijn geheel geen invulling is gegeven aan de
verschillende fasen van de PDCA-cyclus, maar stelt wel vast dat hier onvoldoende invulling aan is gegeven.
In hetgeen UWV wel heeft gedocumenteerd blijkt dat er alleen rekening werd gehouden met het vastlopen
van de systemen van UWV waarbij de risico’s voor betrokkenen niet werden genoemd. UWV heeft verder
enkele organisatorische maatregelen genomen, maar niet de nodige (en technische) maatregelen. Dit alles
met een onvoldoende passend beveiligingsniveau tot gevolg.
3.5 Conclusie
De AP komt tot de conclusie dat UWV onvoldoende een op het risico afgestemd beveiligingsniveau
gegarandeerd en gewaarborgd heeft in het kader van het verzenden van groepsberichten via de Mijn
Werkmap-omgeving. Hierdoor was er sprake van een voortdurende overtreding waarbij UWV in de
periode van 2012 tot en met 24 mei 2018 in strijd heeft gehandeld met artikel 13 van de Wbp en vanaf 25
mei 2018 tot december 2018 in strijd heeft gehandeld met artikel 32, eerste en tweede lid, van de AVG.
19/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
4. Boete
4.1 Inleiding
UWV heeft in strijd gehandeld met artikel 13 van de Wbp en artikel 32, eerste en tweede lid, van de AVG.
De AP maakt voor de vastgestelde overtreding gebruik van haar bevoegdheid om aan UWV een boete op te
leggen voor de periode van 1 januari 2016 (start boetebevoegdheid AP) tot december 2018. Gezien de ernst
van de overtreding en de mate waarin deze aan UWV kan worden verweten, acht de AP de oplegging van
een boete gepast. De AP motiveert dit in het navolgende.
Gezien er in dit geval sprake is van een voortdurende overtreding die zowel onder de Wbp als de AVG heeft
plaatsgevonden, heeft de AP getoetst aan het materiële recht zoals dat gold op het moment waarop de
gedraging plaatsvond. In dit geval is dat zowel artikel 13 van de Wbp als artikel 32, eerste en tweede lid, van
de AVG. Deze bepalingen beogen dezelfde rechtsbelangen te waarborgen en er is geen (wezenlijke)
materiële wijziging van de regelgeving op dit punt. Gezien dat het zwaartepunt van de overtreding zich
bevindt ten tijde van de Wbp, ziet de AP in dit geval aanleiding om aan te sluiten bij de ‘Boetebeleidsregels
Autoriteit Persoonsgegevens 2016’.
4.2 Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2016
De AP hanteert in dit geval de ‘Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2016’ (Boetebeleidsregels)
voor de invulling van de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete, waaronder het bepalen
van de hoogte daarvan.57 In de Boetebeleidsregels is gekozen voor een categorie-indeling en bandbreedte
systematiek.
Overtreding van artikel 13 van de Wbp is ingedeeld in categorie II. Categorie II heeft een boetebandbreedte
tussen € 120.000 en € 500.000. Binnen de bandbreedte stelt de AP een basisboete vast. Als uitgangspunt
geldt dat de AP de basisboete vaststelt op 33% van de bandbreedte van de aan de overtreding gekoppelde
boetecategorie.58 In dit geval wordt de basisboete vastgesteld op € 245.400.
4.3 Boetehoogte
De hoogte van de boete stemt de AP af op de factoren die zijn genoemd in artikel 6 van de
Boetebeleidsregels, door het basisbedrag te verlagen of verhogen. Het gaat om een beoordeling van de
ernst van de overtreding in het specifieke geval, de mate waarin de overtreding aan de overtreder kan
worden verweten en, indien daar aanleiding toe bestaat, andere omstandigheden zoals de (financiële)
omstandigheden waarin de overtreder verkeert.
57 Beleidsregels van de Autoriteit Persoonsgegevens van 15 december 2015, zoals laatstelijk gewijzigd op 6 juli 2016, met betrekking tot
het opleggen van bestuurlijke boetes (Boetebeleidsregels Autoriteit Persoonsgegevens 2016), Stcrt. 2016, 2043.
58 Boetebeleidsregels, p. 10-11.
20/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
4.3.1 Ernst van de overtreding
Elke verwerking van persoonsgegevens dient behoorlijk en rechtmatig te geschieden. Ter voorkoming dat
organisaties met verwerkingen van persoonsgegevens inbreuk maken op de privacy van burgers is het van
groot belang dat zij een op risico afgestemd beveiligingsniveau toepassen. Bij het bepalen van het risico
voor de betrokkene zijn onder andere de aard van de persoonsgegevens en de omvang van de verwerking
van belang: deze factoren bepalen de potentiële schade voor de individuele betrokkene bij bijvoorbeeld
verlies, wijziging of onrechtmatige verwerking van de gegevens. Naarmate de gegevens een gevoeliger
karakter hebben, of de context waarin deze worden gebruikt een grotere bedreiging voor de persoonlijke
levenssfeer betekenen, worden zwaardere eisen gesteld aan de beveiliging van de persoonsgegevens. De
AP heeft geconcludeerd dat UWV onvoldoende een op risico afgestemd beveiligingsniveau heeft
gegarandeerd en gewaarborgd in het kader van het verzenden van groepsberichten via de Mijn Werkmap-
omgeving.
Voor wat betreft de aard van de gegevens heeft de AP vastgesteld dat UWV in Sonar een veelheid aan
verschillende persoonsgegevens met een zeer gevoelig karakter verwerkt, waaronder gegevens over de
gezondheid van personen en het BSN. Werkzoekenden, zieken en arbeidsongeschikten die wettelijk
verplicht zijn zich te registreren bij UWV en daarvoor hun persoonsgegevens moeten verstrekken, moeten
erop kunnen vertrouwen dat UWV op een deugdelijke wijze de risico’s afweegt die deze personen lopen.
De impact van een beveiligingsincident met de persoonsgegevens die UWV verwerkt kunnen groot zijn
voor een omvangrijke groep personen. Zo kan het onvoldoende beveiligen van deze persoonsgegevens
leiden tot stigmatisering of uitsluiting. Nu UWV ook het BSN verwerkt wat in de praktijk een koppeling
van verschillende bestanden aanzienlijk vergemakkelijkt, bestaat er voor personen wiens gegevens in
Sonar staan een extra risico op bedreiging van de persoonlijke levenssfeer.
Naast de gevoelige aard van de persoonsgegevens verwerkt UWV gegevens van ontzettend veel burgers.
UWV verwerkte in Sonar in de periode van 2016 tot en met 2018 gegevens over gemiddeld 4.500.000
personen. Al deze mensen liepen risico’s door het onvoldoende op risico afgestemd beveiligingsniveau van
UWV. Bovendien heeft UWV al op meerdere momenten persoonsgegevens gelekt. Van in totaal 15.331
personen heeft UWV gegevens gelekt bij het verzenden van groepsberichten via de werkmap. Tot slot
merkt de AP op dat de overtreding 2 jaar en 11 maanden heeft geduurd. De AP acht dit zeer ernstig.
Gelet op het bovenstaande ziet de AP, op grond van de mate van ernst van de overtreding, aanleiding om
aan UWV een boete op te leggen en het basisbedrag van de boete te verhogen naar € 450.000.
4.3.2 Verwijtbaarheid
Volgens artikel 6, tweede lid, van de Beleidsregels houdt de AP rekening met de mate waarin de
overtreding aan de overtreder kan worden verweten. Indien de overtreding opzettelijk is gepleegd of het
gevolg is van ernstig verwijtbare nalatigheid als bedoeld in artikel 66, vierde lid, van de Wbp, wordt
aangenomen dat sprake is van een aanzienlijke mate van verwijtbaarheid van de overtreder.
Blijkens de parlementaire geschiedenis is van ‘ernstig verwijtbare nalatigheid’ als bedoeld in artikel 66,
vierde lid, van de Wbp sprake indien “de overtreding het gevolg is van ernstig verwijtbare nalatigheid, dat wil zeggen
21/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
het gevolg is van grof, aanzienlijk onzorgvuldig, onachtzaam dan wel onoordeelkundig handelen.”59 In dit verband
wordt opgemerkt dat onder “handelen” als hiervoor bedoeld, ook een nalaten wordt verstaan.60
UWV is van mening dat uit de bevindingen van de AP niet volgt dat er sprake is van ernstige verwijtbare
nalatigheid. De eerste vier datalekken waren voor UWV aanleiding om stevige aanpassingen in het proces
door te voeren en in te zetten op bewustwording van de risico’s bij handmatige verwerkingen. Volgens
UWV is er tussen het vijfde en het achtste datalek ingezet op het verstevigen van deze organisatorische
maatregelen (zoals workshops). Dit betekent volgens UWV dat er in het proces voor het versturen van
groepsberichten in de Mijn Werkmap-omgeving wel degelijk is ingezet op maatregelen om de beveiliging
te verbeteren.
De AP volgt deze zienswijze van UWV niet en motiveert dit als volgt. UWV is verplicht om een
beveiligingsniveau te hanteren die passend is voor de aard en omvang van de verwerkingen die UWV
uitvoert. Nu UWV jarenlang geen passend beveiligingsniveau heeft gewaarborgd, is de AP van oordeel dat
UWV ernstig nalatig is geweest in het niet afwegen van risico’s voor burgers, het treffen van passende
beveiligingsmaatregelen en controleren en aanpassen van deze maatregelen. Voor de organisatorische
maatregelen die volgens UWV wel zijn doorgevoerd, heeft UWV deze maatregelen niet gebaseerd op
risicoafwegingen en hoe daarbij is stilgestaan met de mogelijke gevolgen voor de betrokkenen. Ook heeft
UWV aangegeven dat zij niet heeft gecontroleerd of de getroffen maatregelen na de datalekken
daadwerkelijk zijn ingevoerd en geëvalueerd.
De Wbp, de AVG en de CBP-richtsnoeren ten aanzien van de beveiliging van de verwerking van
persoonsgegevens hebben uitdrukkelijk beschreven dat organisaties een op risico afgestemd
beveiligingsniveau moeten hanteren. Van UWV mag mede gelet op de gevoelige aard en de grote omvang
van de verwerking wel worden verwacht dat zij zich van de voor haar geldende normen vergewist en daar
naar handelt.
Daarnaast vindt de AP het zeer onachtzaam en nalatig dat UWV pas na negen datalekken in december
2018 is overgegaan tot het doorvoeren van technische maatregelen. Namelijk het blokkeren van de
mogelijkheid tot het toevoegen van onder andere Excel-bestanden bij het verzenden van groepsberichten
via de Mijn werkmap-omgeving. Burgers die verplicht worden om persoonsgegevens af te staan moeten
ervan uit kunnen gaan dat het UWV als overheidsinstantie meteen de nodige maatregelen neemt om hun
persoonsgegevens goed te beschermen.
Het feit dat UWV ook niet heeft voldaan aan de eigen beleidsregels acht de AP mede verwijtbaar. Ondanks
dat het beleid van UWV aangeeft dat men maatregelen moet nemen op basis van expliciete
risicoafwegingen als onderdeel van een PDCA-cyclus, heeft UWV niet en onvoldoende rekening gehouden
met de risico’s en gevolgen voor werkzoekenden. Daarnaast heeft UWV pas in december 2018 een
technische maatregel ingevoerd terwijl UWV op 20 oktober 2016 al had besloten om op korte termijn een
onderzoek te starten naar de mogelijkheid tot het nemen van technische maatregelen. Ook heeft het UWV
59 Kamerstukken II 2014/15, 33662, nr. 16, p. 1.
60 Handelingen II 2014/15, 51, item 9, p. 11.
22/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
niet gecontroleerd of de maatregelen die wel zijn genomen naar aanleiding van de datalekken wel
daadwerkelijk zijn ingevoerd in de organisatie. De overtreding is daarmee het gevolg van grof en
aanzienlijk onzorgvuldig handelen door UWV.
Naar het oordeel van de AP blijkt uit al het bovenstaande dat UWV grof, aanzienlijk onzorgvuldig dan wel
onachtzaam heeft gehandeld, waardoor sprake is van ernstige verwijtbare nalatigheid aan de zijde van
UWV. Gelet op de omstandigheden van dit geval en het criterium van ernstig verwijtbare nalatigheid
onder de Wbp ziet de AP echter geen aanleiding om het boetebedrag te verlagen of verder te verhogen.
4.3.3 Evenredigheid
Tot slot beoordeelt de AP op grond van het in artikel 5:46 van de Algemene wet bestuursrecht
gecodificeerde evenredigheidsbeginsel of de toepassing van haar beleid voor het bepalen van de hoogte
van de boete gezien de omstandigheden van het concrete geval, niet tot een onevenredige uitkomst leidt.
De AP is van oordeel dat, gezien de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan UWV kan worden
verweten, (de hoogte van) de boete evenredig is.61 De organisatorische maatregelen die volgens UWV wel
zijn getroffen, nemen volgens de AP de onderhavige inbreuk op artikel 13 van de Wbp en artikel 32, eerste
en tweede lid, van de AVG niet weg. Het niet afwegen van risico’s voor burgers, het ontbreken van
passende beveiligingsmaatregelen en het niet controleren en evalueren van deze maatregelen hebben
immers geleid tot een onvoldoende op risico afgestemd beveiligingsniveau. De overtreding heeft
daarnaast bijna 3 jaar geduurd waarbij de privacy van 4.500.000 personen onvoldoende gewaarborgd was.
Gezien alle omstandigheden van dit geval ziet de AP geen aanleiding het bedrag van de boete op grond van
de evenredigheid en de in de Boetebeleidsregels genoemde omstandigheden, voor zover van toepassing in
het voorliggende geval, nog verder te verhogen of te verlagen.
4.4 Conclusie
De AP stelt het totale boetebedrag vast op € 450.000-.
61 Zie voor de motivering paragraaf 4.3.1 en 4.3.2.
23/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
5. Dictum
De AP legt aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wegens overtreding van artikel 13 van
de Wbp en artikel 32, eerste en tweede lid, van de AVG een bestuurlijke boete op ten bedrage van
€ 450.000 (zegge vierhonderdvijftigduizend euro).62
Hoogachtend,
Autoriteit Persoonsgegevens,
w.g.
drs. C.E. Mur
Bestuurslid
Rechtsmiddelenclausule
Indien u het niet eens bent met dit besluit kunt u binnen zes weken na de datum van verzending van het
besluit digitaal of op papier een bezwaarschrift indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Het indienen
van een bezwaarschrift schort de werking van dit besluit op. Voor het indienen van digitaal bezwaar, zie
www.autoriteitpersoonsgegevens.nl, onder het kopje ‘Bezwaar maken’, onderaan de pagina onder de kop
‘Contact met de Autoriteit Persoonsgegevens’. Het adres voor het indienen op papier is: Autoriteit
Persoonsgegevens, Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag. Vermeld op de envelop ‘Awb-bezwaar’ en zet in de
titel van uw brief ‘bezwaarschrift’. Schrijf in uw bezwaarschrift ten minste:
Uw naam en adres
De datum van uw bezwaarschrift
Het in deze brief genoemde kenmerk (zaaknummer); u kunt ook een kopie van dit besluit
bijvoegen
De reden(en) waarom u het niet eens bent met dit besluit
Uw handtekening
Zie voor meer informatie: https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/bezwaar-maken
62 De AP zal voornoemde vordering uit handen geven aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB).
24/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
Bijlage 1
1. Beleid van UWV
UWV heeft in de beleidsdocumenten “Strategisch Beleid Informatiebeveiliging en Privacy (IB&P)”, die gelden
voor de periode 2016-2020, opgenomen: “dat management besluiten neemt op basis van een zorgvuldige afweging
van de risico’s”.63 Ook staat daar het volgende: “Afhankelijk van de uitkomsten van de analyses worden risico’s door
een adequaat stelsel van maatregelen geneutraliseerd of expliciet door een directeur geaccepteerd. Hiervan wordt een
centrale registratie bijgehouden. UWV blijft er voor zorgen dat de continuïteit, kwaliteit en veiligheid is geborgd. Dit
betekent dat risico’s vroegtijdig worden gedetecteerd en op een vakkundige wijze worden aangepakt”.64
Voorst heeft UWV in de beleidsdocumenten “Tactisch Beleid, Informatiebeveiliging en Privacy (IB&P) Wettelijk
Kader”, die golden vanaf april 2016 tot en met in ieder geval januari 2019, het volgende opgenomen: “Bij de
verwerking en opslag van persoonsgegevens worden de vereiste technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen op
een risico-gestuurde wijze geselecteerd en gerealiseerd, conform UWV Tactisch IB&P Beleid Sectie B ‘BIR UWV’.” 65
UWV heeft in haar beleidsdocumenten, die golden vanaf april 2016 tot en met in ieder geval januari 2019,
het volgende opgenomen: “Bij de verwerking en opslag van persoonsgegevens worden de vereiste technische en
organisatorische beveiligingsmaatregelen op een risico-gestuurde wijze geselecteerd en gerealiseerd, conform UWV
Tactisch IB&P Beleid Sectie B ‘BIR UWV’. 66
Ten aanzien van het controleren, evalueren en aanpassen van maatregelen stelt UWV in haar
beleidsdocument, geldend van december 2015 tot in ieder geval januari 2019:67
“4.2. De organisatieonderdelen: primaire actoren
IB&P-risicomanagement is primair belegd bij de organisatieonderdelen zelf. Hierover dient binnen de eigen lijn te worden
gerapporteerd, conform de eigen gemaakte afspraken. Vanuit de centrale bewaking van de IB&P-risico’s worden de
organisatieonderdelen gevraagd over de UWV-brede top IB&P-risico’s te rapporteren.
De organisatieonderdelen hebben hierbij de volgende verantwoordelijkheden:
• Rapporteren vanuit de uitvoeringsverantwoordelijkheid over de voortgang van deze geprioriteerde maatregelen
en verbeteracties (met behulp van een format) en eventuele nieuwe IB&P-risico’s via de divisierapportage;
• Periodiek herijken van de (BIR) verbeterplannen met daarin verbeteracties op basis van de UWV-breed
vastgestelde IB&P-risico’s;
63 Zie dossierstuk 38 (Excel-bestand, bijlage 6 (bestand “UWV BZ IBP Strategische Beleid v190”, p. 7) en bijlage 11 (bestand "UWV BZ IBP
Strategisch Beleid v202 (AVG-versie)", p 7-8). Deze bijlagen zijn onderdeel van bestand “Document” bij antwoord op vraag 4 onder
datalek 1).
64 Idem.
65 Zie dossierstuk 38 (Excel-bestand, bijlage 7 (bestand “UWV BZ IBP Sectie A Wettelijk Kader v100.docx”, p. 11) en bijlage 10 (bestand
"UWV BZ IBP Sectie A Wettelijk Kader v102 (AVG-versie)", p. 12). Deze bijlagen zijn onderdeel van bestand “Document” bij antwoord op
vraag 4 onder datalek 1).
66 Zie dossierstuk 38 (Excel-bestand, bijlage 7 (bestand “UWV BZ IBP Sectie A Wettelijk Kader v100.docx”, p. 11) en bijlage 10 (bestand
"UWV BZ IBP Sectie A Wettelijk Kader v102 (AVG-versie)", p. 12). Deze bijlagen zijn onderdeel van bestand “Document” bij antwoord op
vraag 4 onder datalek 1).
67 Zie dossierstuk 38 (Excel-bestand, bijlage 9 (bestand “UWV BZ IBP Sectie C Borging BIR Beheersing v200” dat onderdeel is van
bestand “Document” bij antwoord op vraag 4 onder datalek 1, p. 7-8)).
25/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
• Op basis van de geprioriteerde UWV-brede IB&P-risico’s en eigen risico-inventarisatie maatregelen doorvoeren
en onderhouden (via de verbeterplannen).
4.3. Bestuurszaken: coördinerende rol
De inhoudelijk ondersteuning en bewaking voor IB&P is centraal belegd bij Bestuurszaken.
Bestuurszaken is verantwoordelijk voor de coördinatie en het overall in beeld brengen van de IB&P-risico’s. Voor het
verkrijgen van het overallbeeld, voert Bestuurszaken de volgende activiteiten uit:
• Bewaken van de voortgang en realisatie van acties en maatregelen op het terrein van IB&P, zoals voortgang op
de verbeterplannen;
• Periodiek uitvoeren van een inhoudelijk kwalitatief onderzoek (Quality Assurance) naar de status van de IB&P
verbeteracties en beheersing van de top IB&P-risico’s bij de organisatieonderdelen;
• Opleveren van een IB&P-rapportage richting de Coalitie IB&P en de Raad van Bestuur, periodiek of bij
bijzonderheden;
• Coördineren van de jaarlijkse exercitie van het herijken van de UWV-brede risico’s en (BIR) verbeterplannen;
• Leveren van inhoudelijke ondersteuning over de uit te voeren verbeterplannen en acties;
• Actueel houden van het overzicht van de meest belangrijke UWV-brede IB&P-risico’s”. 68
2. Praktijk binnen UWV
2.1 Afwegen van risico’s in de praktijk
UWV geeft ten aanzien van het uitvoeren van risicoanalyses aan dat zij: “een organisatie is die in het algemeen
en ook in het onderzoeken en voorkomen van datalekken, pragmatisch te werk gaat. UWV kiest voor een pragmatische
aanpak met concrete verbeteringen in plaats van lijvige rapporten. Documenten die wij bijvoorbeeld als ‘risicoanalyse’
bestempelen, kunnen door het departement ‘onderzoek’ worden genoemd waardoor hetzij begrijpelijkerwijs maar
onterecht de indruk kan ontstaan dat we niet volledig zijn”.69
Op de vraag of voorafgaand aan het besluit in 2012 om groepsberichten op andere wijze dan via Outlook te
versturen een risicoanalyse is uitgevoerd, meldt UWV: “Er is over het verzenden van groepsberichten via de
werkmap geen risicoanalyse an sich gemaakt”.70
Op de vraag hoe UWV in 2012 heeft bepaald dat het verzenden van groepsberichten via de Mijn Werkmap-
omgeving wel een acceptabel risico is, welke beveiligingsmaatregelen zijn overwogen en hoe die afweging
is gemaakt, antwoordt UWV: “De werkmap kent een koppeling met SONAR en werk.nl, en de klant dient door middel
van zijn/haar DigiD in te loggen om berichten te kunnen openen en in te zien. Bovendien kunnen – in tegenstelling tot bij
verzending via outlook- eenmaal verzonden berichten gewist worden, indien een bericht verkeerd verzonden is. UWV ziet
de werkmap daarom als een van de veilige kanalen om gegevens en berichten mee uit te wisselen”.71
68 Zie dossierstuk 38 (Excel-bestand, bijlage 9 (bestand “UWV BZ IBP Sectie C Borging BIR Beheersing v200” dat onderdeel is van
bestand “Document” bij antwoord op vraag 4 onder datalek 1, p. 7-8)).
69 Zie dossierstuk 46 (Beantwoording door UWV, bijlage 2 (bestand “Brief AP informatieverzoek 29042019”, p. 1)).
70 Zie dossierstuk 98 (Beantwoording door UWV, bestand "Aanvullende vragen AP2110", p. 2, bijlage 4 (bestand “Oplegnotitie
vergadering Directieteam WERKbedrijf”) en bijlage 5 (bestand “28 BV 06 Beslisdocument verbieden gebruik groepsmail via Outlook” )).
71 Zie dossierstuk 98 (Beantwoording door UWV, bestand "Aanvullende vragen AP2110", p. 2).
26/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
Op de vraag of de specifieke datalekken aanleiding zijn geweest tot het uitvoeren van een risicoanalyse
geeft UWV aan: “UWV en in het bijzonder de divisie WERKbedrijf heeft naar aanleiding van de vier lekken in 2016 een
risicoanalyse uitgevoerd. Deze risicoanalyse vindt u terug in het document: ‘Voorlegger DMO WERKbedrijf’ en haar
bijlagen, met daarin richtlijnen voor medewerkers”.72 In deze voorlegger van oktober 2016 is het volgende
opgenomen: “Om de onrust het hoofd te bieden en de dienstverlening zo min mogelijk te verstoren, maar tegelijkertijd
een grondige analyse te doen van waar wij in onze klantcommunicatie risico’s lopen, stellen wij de volgende maatregelen
voor (…)”.73
UWV heeft op de vraag of er na elk datalek een risicoanalyse is uitgevoerd het volgende aangegeven:
“Gedurende 2016 zag UWV geen noodzaak om een PIA als zodanig uit te voeren. De Business Security Officer (BSO) van
Werkbedrijf heeft voor het Districtmanagers Overleg een evalutatie (sic) gemaakt n.a.v. de datalekken in augustus en
september 2016. Zie hiervoor de voorlegger - een voorstel voor besluitvorming- van het 4e kwartaal 2016 van de BSO
WERKbedrijf met hierin te nemen besluiten/impact analyse/maatregelen en conclusies en aanbevelingen. Daarnaast in de
bijlage een richtlijn Veilig Communiceren bij WERKbedrijf. Doordat er in 2017 één lek was zag UWV geen noodzaak om
het beleid aan te passen en wel een PIA uit te voeren. De Raad van bestuur heeft na de twee lekken in 2018 de Functionaris
Gegevensbescherming gevraagd om een onderzoek te starten”.74
UWV geeft op de vraag waarom zij na het lek in 2017 geen noodzaak zag tot uitvoeren van een risicoanalyse
het volgende aan: “UWV heeft een afweging gemaakt en daarbij uiteraard ook gewicht toegekend aan de rechten en
vrijheden van betrokkenen. Inmiddels, met de kennis van nu, deze afweging mogelijk anders zijn”. 75 UWV heeft
desgevraagd geen stukken aangeleverd waarin de destijds gemaakte afweging is vastgelegd.
Ten aanzien van de datalekken vijf tot en met acht meldt UWV: “Het risico op meer lekken werd als laag
beschouwd en maatregelen uit oktober 2016 leken afdoende te werken, zoals we eerder toelichtten in de beantwoording van
het informatieverzoek. Op dat moment kende een aantal andere ICT maatregelen in de systemen een hoge prioriteit.
Achteraf bezien was dat een verkeerde inschatting en hadden technische maatregelen eerder moeten worden genomen”.76
UWV heeft niet onderbouwd waarop de inschatting was gebaseerd dat het risico als laag diende te worden
beschouwd.
UWV heeft in relatie tot het achtste datalek aangegeven: “De Functionaris Gegevensbescherming (FG) heeft naar
aanleiding van dit datalek een onderzoek uitgevoerd naar exportfunctionaliteit binnen de werkmap. Daarnaats (sic) voert
de Functionaris Gegevensbescherming (FG) in opdracht van de Raad van Bestuur momenteel een risico-analyse uit op
Sonar”.77
72 Zie dossierstuk 46 (Beantwoording door UWV, bijlage 2 (bestand “Brief AP informatieverzoek 29042019”, p. 1)).
73 Zie o.a. dossierstuk 38 (Excel-bestand, bijlage 27 (bestand “Microsoft Word 97-2003-document” bij antwoord bij 11 onder datalek 1
t/m 4, p. 2)) en dossierstuk 102 (Beantwoording door UWV, bijlage 2 (bestand “42DMO-B04. 161017 ES Notitie DMO WB", p.2)).
74 Zie o.a. dossierstuk 38 (Excel-bestand, antwoord bij 11 onder datalek 1 t/m 4).
75 Zie dossierstuk 81 (Beantwoording door UWV, bijlage 1 (bestand "Beantwoording vragen AP augustus 2019", antwoord op vraag 12)).
76 Zie dossierstukken 65 en 66 (Beantwoording door UWV, p. 2).
77 Zie o.a. dossierstuk 38 (Excel-bestand, antwoord bij 11 onder datalek 7).
27/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
2.2 Maatregelen, controle en aanpassingen in de praktijk
Tijdelijke maatregelen van 28 september 2016
UWV stelt dat het noodzakelijk was de maatregelen die golden voorafgaande aan het vierde datalek te
evalueren en dat zij heeft besloten tot het nemen van maatregelen.78
UWV meldde met betrekking tot de maatregelen na de vier datalekken in 2016: “Toen zijn direct
organisatorische- en procesmatige maatregelen getroffen om de risico's op herhaling te mitigeren”.79 Uit de voorlegger
van 18 oktober 2016 blijkt dat het “DT WERKbedrijf” op 28 september 2016 - na het vierde datalek - tot de
volgende tijdelijke maatregelen had besloten, die betrekking hebben op het verzenden van berichten met
bijlagen via de Mijn Werkmap-omgeving naar meerdere werkzoekenden tegelijk:80
Op 30 september 2016 zijn deze tijdelijke maatregelen en de instructies gecommuniceerd aan de managers
van het WERKbedrijf via het volgende WERKbericht:81
78 Zie o.a. dossierstuk 38 (Excel-bestand, antwoord op vraag 18 onder datalek 1 t/m 4).
79 Zie dossierstukken 65 en 66 (Beantwoording door UWV, p. 1).
80 Zie dossierstukken 65 en 66 (Beantwoording door UWV, bijlage, antwoord op vraag 2) en dossierstuk 102 (Beantwoording door UWV),
bijlage 2 (bestand “42DMO-B04. 161017 ES Notitie DMO WB", p.1).
81 Zie dossierstuk 98 (Beantwoording door UWV, bijlage 2 (bestand "Werkbericht 30 september 2016", p. 2 en 3)).
28/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
UWV stelt dat deze tijdelijke maatregelen en de instructies op 4 oktober 2016 zijn gecommuniceerd aan
alle (toen in dienst zijnde) medewerkers via een nieuwsbrief WERKInUitvoering met de volgende tekst:82
UWV geeft over op de vorige bladzijde genoemde tijdelijke maatregelen aan dat deze zo snel als mogelijk
na 28 september 2016 in werking zijn getreden. Ook stelt UWV dat gezien het belang van deze maatregelen
en de relevantie voor het type risico's dat vooral speelt bij dit soort datalekken, deze tijdelijke maatregelen
op dit moment nog steeds van kracht zouden zijn.83 UWV heeft dit echter niet met stukken onderbouwd.
82 Zie dossierstuk 98 (Beantwoording door UWV, bijlage 3 (bestand “WIU 4 oktober 2016”)).
83 Zie dossierstukken 65 en 66 (Beantwoording door UWV, bijlage, antwoord op vraag 2).
29/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
Maatregelen die in oktober 2016 zijn voorgesteld
In de voorlegger van 18 oktober 2016 die is opgesteld ter voorbereiding van het Districtsmanagers overleg
(DMO) op 20 oktober 2016 staat het volgende over de hierboven genoemde tijdelijke maatregelen:84
Daarom is het DMO in oktober 2016 gevraagd akkoord te gaan met onderstaande maatregelen, ter
vervanging van de tijdelijke maatregelen waartoe op 28 september 2016 was besloten:85
84 Zie dossierstuk 102 (Beantwoording door UWV, bijlage 2 (bestand “42DMO-B04. 161017 ES Notitie DMO WB", p.2)).
85 Zie dossierstuk 102 (Beantwoording door UWV, bijlage 2 (bestand “42DMO-B04. 161017 ES Notitie DMO WB", p. 2)).
30/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
Tijdens het DMO van 20 oktober 2016 is ten aanzien van de hierboven voorgestelde maatregelen het
volgende besloten:86
Uit deze notulen volgt dat het DMO op 20 oktober 2016 alleen met de (op pagina 30 genoemde)
maatregelen 1 tot en met 6 akkoord is gegaan. Daarnaast is besloten dat maatregelen 7 tot en met 10 -
waaronder een onderzoek naar concrete technische maatregelen - op korte termijn op te pakken.
UWV geeft aan dat alle (op pagina 30 genoemde) maatregelen zijn geïmplementeerd.87 UWV heeft echter
niet (voldoende) onderbouwd of en wanneer de implementatie heeft plaatsgevonden. Van de maatregelen
1 tot en met 6 heeft UWV alleen aangetoond dat de “Richtlijn veilig communiceren bij WERKbedrijf” is
opgesteld.88 Zoals hieronder te zien is, staan in deze - niet gedateerde - Richtlijn uitgangspunten voor
veilig communiceren:89
86 Zie dossierstuk 102 (Beantwoording door UWV, bijlage 1 (bestand “42DMO-A04. Besluiten en actiepuntenoverzicht 20 okt. 2016", p. 3
en 4)).
87 Zie dossierstuk 38 (Excel-bestand, antwoord op vraag 14 onder datalek 1).
88 Zie dossierstuk 38 (Excel-bestand, bijlage 33 (bestand "161020 Bijlage A Datalekken WB", dat onderdeel is van bestand "Microsoft
Word-document" bij antwoord op vraag 15 onder datalek 1)).
89 Zie dossierstuk 38 (Excel-bestand, bijlage 33 (bestand "161020 Bijlage A Datalekken WB", dat onderdeel is van bestand "Microsoft
Word-document" bij antwoord op vraag 15 onder datalek 1)).
31/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
Uit pagina 30 en 31 volgt dat het DMO op 20 oktober 2016 heeft besloten een onderzoek naar de
mogelijkheden van technische maatregelen uit te stellen tot nader order. Op de vraag of dit onderzoek
heeft plaatsgevonden, heeft UWV geantwoord: “Nee, dit onderzoek heeft niet plaatsgevonden”.90
UWV meldt met betrekking tot de vraag hoe is gecontroleerd of voorgestelde maatregelen na ieder datalek
ook daadwerkelijk zijn ingevoerd: “UWV en WERKbedrijf hebben niet als zodanig gecontroleerd of maatregelen die
zijn genomen naar aanleiding van datalekken daadwerkelijk zijn ingevoerd. UWV heeft geen generiek beleid waarin het
controleert of UWV-centrale maatregelen zijn geïmplementeerd door de verantwoordelijke divisie(s). Binnen divisies als
90 Zie dossierstukken 65 en 66 (Beantwoording door UWV, bijlage, p. 1, antwoord op vraag 3).
32/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
WERKbedrijf die door het hele land opereren kunnen regiokantoren tot op zekere hoogte eigen invulling geven aan
centraal beleid, bijvoorbeeld bij bewustwordingscampagnes”.91 Tevens meldt UWV hierover: “Er is geen formeel
geprotocolleerde procedure binnen UWV waarbinnen er op centraal niveau wordt gecontroleerd of dergelijke afgesproken
organisatorische- en procesmatige maatregelen worden uitgevoerd. Dat zou ondoenlijk zijn gezien de omvang van de
organisatie en de hoeveelheid beslissingen die UWV neemt”.92 UWV vermeldt als reactie op de feitelijke
bevindingen echter dat zij wel degelijk gecontroleerd zou hebben of de genomen maatregelen in praktijk
zijn gebracht.93 Deze stelling heeft UWV niet onderbouwd met documentatie.
Op de vraag of en op welke wijze de maatregelen waartoe UWV naar aanleiding van eerste vier datalekken
had besloten zijn geëvalueerd, wat de uitkomsten van die evaluatie waren en of het gewenste effect van die
maatregelen was bereikt, meldt UWV: “Nee, gezien het in absolute zin relatief beperkte aantal lekken uit 2017 t.o.v.
2016, zag UWV nog geen reden om aan te nemen dat de mitigerende maatregelen de risico’s niet op juiste wijze
adresseerden”.94 En: “In 2017 zag UWV gezien het relatief kleine aantal lekken (1), geen aanleiding om bestaande
maatregelen te evalueren”.95
UWV stelt ten aanzien van de wijze waarop zij evaluaties uitvoert het volgende: “Er is geen formeel
geprotocolleerd evaluatieproces doorlopen na ieder van de zeven datalekken. Dat is niet de manier waarop UWV in alle
gevallen werkt. Betrokken afdelingen concludeerden gedurende geruime tijd in goed overleg dat de in 2016 genomen
maatregelen volstonden. Deze conclusie bleek achteraf helaas onjuist”.96 UWV vermeldt als reactie op de feitelijke
bevindingen echter dat er wel evaluaties zijn uitgevoerd met betrekking tot genomen maatregelen.97 Deze
stelling heeft UWV niet onderbouwd.
Vijfde datalek
UWV heeft aangegeven dat na het vijfde datalek verder is ingezet op het verhogen van de awareness bij het
verzenden van berichten via de Mijn Werkmap-omgeving.98 In dat kader is na het datalek op 20 juli 2017
door UWV het volgende WERKbericht verstuurd aan managers van het WERKbedrijf:99
91 Zie dossierstuk 38 (Excel-bestand, antwoord op vraag 16 onder datalek 1 t/m 7).
92 Zie dossierstukken 65 en 66 (Beantwoording door UWV, bijlage, p. 2, antwoord op vraag 4).
93 Zie dossierstukken 109 en 116 (Reactie UWV op feitelijke bevindingen, p. 3).
94 Zie o.a. dossierstuk 38 (Excel-bestand, antwoord op vraag 18 onder datalek 6).
95 Zie o.a. dossierstuk 38 (Excel-bestand, antwoord op vraag 18 onder datalek 1 t/m 4).
96 Zie dossierstukken 65 en 66 (Beantwoording door UWV, bijlage, p. 2, antwoord op vraag 5).
97 Zie dossierstukken 109 en 116 (Reactie UWV op feitelijke bevindingen, p. 3).
98 Zie o.a. dossierstuk 38 (Excel-bestand, antwoord op vraag 13 onder datalek 5).
99 Zie dossierstuk 38 (Excel-bestand, bijlage 31 (bestand "Microsoft Word-document" bij antwoord op vraag 14 onder datalek 5)).
33/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
Ook stelt UWV met betrekking tot dit datalek: "UWV/WERKbedrijf heeft als gevolg van dit lek de Richtlijn 'Veilig
communiceren opgesteld'” en heeft UWV de “Richtlijn veilig communiceren bij WERKbedrijf” bij de
beantwoording van vragen over het vijfde datalek gevoegd.100 Op basis van het genoemde op pagina 31 lijkt
echter te volgen dat deze richtlijn reeds na het vierde datalek was opgesteld. En zoals reeds eerder vermeld,
heeft UWV geen bewijs geleverd dat de maatregel daadwerkelijk is ingevoerd of gecontroleerd.
UWV geeft verder aan met betrekking tot het vijfde datalek in 2017: “Van belang voor de beslissing om indertijd,
na dit lek, geen extra technische maatregelen te nemen was vooral een volle release-agenda, in combinatie met een
vergaande veranderopdracht voor WERKbedrijf”.101 UWV heeft geen stukken aangeleverd waarin dit besluit is
vervat.
UWV heeft met betrekking tot de vraag hoe is gecontroleerd dat de genoemde maatregelen ook
daadwerkelijk zijn uitgevoerd geantwoord dat UWV en WERKbedrijf niet als zodanig hebben
gecontroleerd of maatregelen die zijn genomen naar aanleiding van datalekken daadwerkelijk zijn
ingevoerd.102
100 Zie o.a. dossierstuk 38 (Excel-bestand, antwoord op vraag 18 onder datalek 5).
101 Zie dossierstuk 81 (Beantwoording door UWV, bijlage 1 (bestand "Beantwoording vragen AP augustus 2019"), antwoord op vraag 12).
102 Zie dossierstuk 38 (Excel-bestand, antwoord op vraag 16 onder datalek 1 t/m 7).
34/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
Op de vraag of en op welke wijze de maatregelen waartoe UWV na het vijfde datalek had besloten zijn
geëvalueerd, wat de uitkomsten van die evaluatie waren en of het gewenste effect van die maatregelen was
bereikt, meldt UWV: "Nee er heeft geen evaluatie plaatsgevonden na dit lek omdat het als incident werd beschouwd
waarvoor de mitigerende maatregelen op dat moment effectief leken".103
UWV stelt ten aanzien van de wijze waarop zij evaluaties van maatregelen uitvoert het volgende: “Er is geen
formeel geprotocolleerd evaluatieproces doorlopen na ieder van de zeven datalekken. Dat is niet de manier waarop UWV
in alle gevallen werkt. Betrokken afdelingen concludeerden gedurende geruime tijd in goed overleg dat de in 2016 genomen
maatregelen volstonden. Deze conclusie bleek achteraf helaas onjuist”.104 UWV vermeldt als reactie op de feitelijke
bevindingen echter dat er wel evaluaties zijn uitgevoerd met betrekking tot genomen maatregelen.105 Deze
stelling dat er wel geëvalueerd zou zijn wordt niet onderbouwd met documentatie waaruit de evaluatie
daadwerkelijk blijkt.
Zesde tot en met negende datalek (2018)
UWV heeft aangegeven dat naar aanleiding van het zesde datalek op 26 maart 2018 geen maatregelen zijn
getroffen.106 Volgens UWV is na het zevende datalek op 28 maart 2018 en het achtste datalek op 3 augustus
2018, tot de volgende maatregelen besloten:107
"-Workshop Preventie Datalekken
Dit betreft een workshop die gericht is op het vergroten van het bewustzijn rond het werken met persoonsgegevens en het
samen uitvoeren van risicoanalyses. De workshop is via het ‘train de trainer’ overgedragen aan vertegenwoordigers uit alle
arbeidsmarktregio’s, die vervolgens de training hebben uitgerold over de vestigingen.
- Veelgebruikte toolkitpagina op DWU
Mede naar aanleiding van de introductie AVG is de toolkitpagina van het IB&P verder uitgebreid en is er veel materiaal
aangeboden. Dit deels ter ondersteuning van bovengenoemde workshop.
- Stappenplan Veilig Persoonsgegevens delen
In het licht van de inwerkingtreding van de AVG is de oude richtlijn ‘Veiliger Digitaal Communiceren’ vervangen door de
richtlijn ‘Stappenplan Veilig Persoonsgegevens delen’
- Aandacht bij het management
Met het regiomanagement vindt jaarlijks het adviesgesprek Informatiebeveiliging & Privacy en Veiligheid plaats. Ook
loopt er momenteel een UWV brede IB&P training voor managers met daarin een breakoutsessie ‘datalekken en rol
management daarbij’
- Uitrol SLIM
Bij de uitrol van SLIM werken is veel er aandacht voor veilig werken en het voorkomen van datalekken. Dit zowel tijdens
MT-sessies, als ook tijdens vestiging brede kick-offs.
Technische maatregel:
103 Zie o.a. dossierstuk 38 (Excel-bestand, antwoord op vraag 18 onder datalek 5).
104 Zie dossierstukken 65 en 66 (Beantwoording door UWV, bijlage, p. 2, antwoord op vraag 5).
105 Zie dossierstukken 109 en 116 (Reactie UWV op feitelijke bevindingen, p. 3).
106 Zie dossierstuk 81 (Beantwoording door UWV, bijlage 3 (bestand "Vraag 7 bijlage 2”)).
107 Zie o.a. dossierstuk 38 (Excel-bestand, antwoord op vraag 13 onder datalek 6 en 7).
35/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
Bijlagen-blokkade
WERKbedrijf heeft het doormiddel van een vervroegde release in het weekend van 15/16 december 2019 (sic) onmogelijk
gemaakt om nog langer o.a. Excel-bestanden in de Werkmap bij te voegen aan berichten.”
Met uitzondering van de maatregel ten aanzien van het “Stappenplan Veilig Persoonsgegevens delen” en
de technische maatregel heeft UWV geen documenten of een nadere onderbouwing aangeleverd op basis
waarvan kan worden vastgesteld hoe de hierboven genoemde maatregelen zijn geborgd in documentatie.
Verder is niet duidelijk geworden wanneer bovengenoemde maatregelen zijn geïmplementeerd.
UWV heeft een versie van het “Stappenplan Veilig Persoonsgegevens delen” aangeleverd. Dat stappenplan is
gedateerd op 26 april 2018 en dus na het zevende datalek opgesteld. UWV verklaart hierover: “In het licht
van de inwerkingtreding van de AVG is de oude richtlijn ‘Veiliger Digitaal Communiceren’ vervangen door de richtlijn
‘Stappenplan Veilig Persoonsgegevens delen”.108 Dit stappenplan ziet er als volgt uit:
108 Zie dossierstuk 38 (Excel-bestand, antwoord op vraag 13 onder datalek 6 en 7).
36/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
37/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
Het stappenplan is op 1 mei 2018 via de nieuwsbrief aan medewerkers van het WERKbedrijf
gecommuniceerd:109
Op de vraag of er tussen het eerste en het achtste datalek op 3 augustus 2018 technische maatregelen zijn
geïmplementeerd, heeft UWV geantwoord: “UWV heeft in die periode geen technische maatregel geïmplementeerd,
maar wel meerdere organisatorische en procesmatige maatregelen doorgevoerd. We zijn echter van mening dat dit feit
moet worden bezien in het licht van de risico-inschatting die UWV destijds maakte en de eerder geschetste achterstand op
het gebied van IB&P maatregelen als gevolg van taakstellingen, welke wordt beschreven in de brief”.110
Na het achtste datalek heeft UWV op 20 augustus 2018 geanalyseerd hoe het datalek heeft kunnen
plaatsvinden en hoe dit specifieke datalek richting betrokkenen is afgehandeld. Deze analyse is beschreven
in een document, waarin de volgende aanbevelingen zijn opgenomen:111
109 Zie dossierstukken 109 en 116 (Reactie UWV op feitelijke bevindingen, bijlage “WERK in uitvoering”, punt 07).
110Zie dossierstukken 65 en 66 (Beantwoording door UWV, bijlage, p. 1, antwoord op vraag 1).
111 Zie dossierstuk 38 (Excel-bestand, bijlage 42 (bestand “Microsoft Word-document" bij antwoord op vraag 18 onder datalek 7), p. 3).
38/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
Voorts heeft UWV over de hierboven vermelde analyse aangegeven: “Allereerst heeft WERKbedrijf in september
2018 op basis van een analyse van wat er fout ging in Alkmaar (…) - het niet volgen van de organisatorische en
procesmatige beveiligingsregels- opnieuw een instructie aan medewerkers gestuurd voor de omgang met bulkberichten via
de Werkmap om dit type lek te voorkomen. Meer onderzoek in de zin van een omvangrijk rapport ligt hier niet aan ten
grondslag omdat de oorzaak helder was. (…) Op basis van deze analyse heeft UWV ook besloten technische maatregelen te
nemen- waar men eerder vaststelde dat organisatorische en procesmatige beveiligingsmaatregelen volstonden- n.l. een
blokkade in de Werkmap te bouwen waardoor er o.a. geen Excel bestanden meer mee gestuurd kunnen worden, wat medio
december is gebeurd”.112
Op 3 september 2018, dus een maand na het achtste datalek en twee dagen voorafgaand aan het negende
datalek, is de QRC groepsberichten uitgebreid met een omkaderde passage met instructies om datalekken
te voorkomen:113
112 Zie dossierstuk 46 (Beantwoording door UWV, bijlage 2 (bestand “Brief AP informatieverzoek 29042019”), p. 1).
113 Zie dossierstuk 91 (Beantwoording door UWV, bijlage 4 (bestand "QRC Sonar Groepsbericht verzenden naar de Werkmap 22072013",
p. 1)).
39/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
Bij het eerste punt in de hierboven genoemde passage uit QRC groepsberichten van 3 september 2018
staat dat de exportlijsten voor het verzenden van groepsberichten eerst door de medewerkers dienen te
worden geschoond door het verwijderen van gegevens uit het bestand. Daardoor blijft alleen het row-ID
over. Verder staat er in deze versie van de QRC groepsberichten dat het 4-ogenprincipe gehanteerd moet
worden. In eerdere versies van de verstrekte QRC groepsberichten waren deze instructies over het
schonen en het row-ID en het 4-ogenprincipe niet opgenomen.
Op 4 september 2018 heeft de AP een telefonisch overleg gehad met de FG van UWV. Daarin is onder
andere stilgestaan bij de vraag of er inmiddels technische maatregelen waren ingevoerd. In dat gesprek
heeft de FG aangegeven dat er, voor zover bij hem bekend, op dat moment nog geen technische
maatregelen waren ingevoerd. Hij gaf verder aan dat het vier-ogenprincipe wel was ingevoerd. Hij vond
dat de werkwijze inherent onveilig is nu er gegevens uit een systeem worden onttrokken en in een
kantoorapplicatie verder worden verwerkt. Hij was van mening dat medewerkers van UWV met een
systeem moeten werken dat onvoldoende waarborgen heeft.114
De FG van UWV heeft naar aanleiding van het achtste datalek op verzoek van de Raad van Bestuur van
UWV onderzoek gedaan en heeft dit beschreven in de “FG rapportage van bevindingen: Datalek Alkmaar” van 30
november 2018.115 De resultaten van dat onderzoek heeft de FG op 22 januari 2019 aan de Raad van
Bestuur en directie Werkbedrijf gepresenteerd.116 In die presentatie is onder meer opgenomen:
114 Zie dossierstuk 22 (Telefoonnotitie FG UWV).
115 Zie dossierstuk 81, bijlage 5 (bestand "Vraag 16_Concept FG -rapportage") en dossierstukken 109 en 116 (Reactie UWV op feitelijke
bevindingen, p. 3).
116 Zie dossierstuk 38 (Excel-bestand, antwoord op vraag 11 onder datalek 7) en dossierstuk 51 (bestand “Resultaten FG-onderzoek
Werkbedrijf v010”, p. 7 en 9).
40/41
Datum Ons kenmerk
31 mei 2021 [VERTROUWELIJK]
“Maatregel om de upload van Excel-bestanden naar de werkmap onmogelijk te maken werkt voor dit specifieke lek.
(…)
“Pleisters Plakken: Procesafspraken zijn niet ‘hard’ afgedwongen” (…)
“Beleid komt niet aan op de Werkvloer:
Begrijpen van procesafspaken
Awereness bereikt niet alle medewerkers”
Uiteindelijk heeft UWV medio december 2018 een technische maatregel ingevoerd, namelijk het blokkeren
van de mogelijkheid tot het toevoegen van onder andere Excel-bestanden bij het verzenden van
groepsberichten via de Mijn werkmap-omgeving.117
UWV heeft met betrekking tot de vraag hoe is gecontroleerd of maatregelen ook daadwerkelijk zijn
ingevoerd geantwoord dat UWV en WERKbedrijf niet als zodanig hebben gecontroleerd of maatregelen die
zijn genomen naar aanleiding van datalekken daadwerkelijk zijn ingevoerd.118
Op de vraag of UWV externe partijen onderzoek had laten doen naar aanleiding van de datalekken,
antwoordt UWV met betrekking tot de eerste acht datalekken: “UWV zag op dat moment geen toegevoegde
waarde in het laten uitvoeren van een extern onderzoek omdat gezien de genomen maatregelen, het risico gemitigeerd
leek”.119 UWV heeft ten aanzien van het achtste datalek wel gesteld: “UWV Intern onderzoek door Bestuurszaken
in opdracht van FG waarbij extern expertise is ingewonnen van een consultant”.120
UWV stelt ten aanzien van de wijze waarop zij evaluaties uitvoert het volgende: “Er is geen formeel
geprotocolleerd evaluatieproces doorlopen na ieder van de zeven datalekken. Dat is niet de manier waarop UWV in alle
gevallen werkt. Betrokken afdelingen concludeerden gedurende geruime tijd in goed overleg dat de in 2016 genomen
maatregelen volstonden. Deze conclusie bleek achteraf helaas onjuist”.121 UWV vermeldt als reactie op de feitelijke
bevindingen echter dat er wel evaluaties zijn uitgevoerd met betrekking tot genomen maatregelen.122 Deze
stelling dat er wel geëvalueerd zou zijn wordt niet onderbouwd met documentatie waaruit de evaluatie
daadwerkelijk blijkt.
117 Zie dossierstuk 38 (Beantwoording door UWV, brief), dossierstuk 38 (Excel-bestand, antwoord op vraag 13 onder datalek 6 en 7),
dossierstukken 65 en 66 (Beantwoording door UWV, p. 2 en bijlage, p. 1, antwoord op vraag 2) en dossierstuk 81 (Beantwoording door
UWV, bijlage 1 (bestand "Beantwoording vragen AP augustus 2019", antwoord op vraag 17)).
118 Zie o.a. dossierstuk 38 (Excel-bestand, antwoord op vraag 17 onder datalek 1 t/m 7).
119 Zie dossierstuk 38 (Excel-bestand, antwoord op vraag 12 onder datalek 1 t/m 6).
120 Zie dossierstuk 38 (Excel-bestand, antwoord op vraag 12 onder datalek 7).
121Zie dossierstukken 65 en 66 (Beantwoording door UWV, bijlage, p. 2, antwoord op vraag 5).
122 Zie dossierstukken 109 en 116 (Reactie UWV op feitelijke bevindingen, p. 3).
41/41