1/6
Geschillenkamer
Beslissing 79/2024 van 22 mei 2024
Dossiernummer : DOS-2024-01163
Betreft : Het verwerken van de gegevens van een derde persoon
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer
Hielke HIJMANS, alleenzetelend voorzitter;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016
betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van
persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van
Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna “AVG”;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit,
hierna “WOG”;
Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van
Volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op
15 januari 2019;
Gelet op de stukken van het dossier;
Heeft de volgende beslissing genomen inzake:
De klager: X, hierna “de klager”
De verweerster: Y, hierna “de verweerster”
Beslissing 79/2024 — 2/6
I. Feiten en procedure
1. De klager sloot een overeenkomst met de verweerster voor de aankoop van een
vaatwasmachine en bijkomende diensten. Na het optreden van een probleem met de
vaatwasmachine stuurde de verweerster een technicus naar de woning van de klager.
Tijdens deze interventie zou schade zijn ontstaan. De technicus zou vervolgens de klager
hebben gevraagd om de contactgegevens van de verhuurder van de woning om deze op de
hoogte te stellen van de schade. Volgens de klager gebruikte de technicus deze gegevens
om op 18 januari 2024 een factuur naar de verhuurder te sturen. De verhuurder verzocht de
verweerster om de factuur naar de klager door te sturen, wat leidde tot een betwisting door
de klager van zijn aansprakelijkheid voor de kosten op de factuur.
De klacht bij de Gegevensbeschermingsautoriteit betreft het verwerken van de gegevens
van de verhuurder om hem een factuur te sturen.
2. Op 3 maart 2024 dient de klager een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit tegen
de verweerster.
3. Op 25 maart 2024 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op grond
van de artikelen 58 en 60 WOG en wordt de klacht op grond van artikel 62, § 1 WOG
overgemaakt aan de Geschillenkamer.
II. Motivering
4. Op basis van de elementen in het dossier die de Geschillenkamer bekend zijn, en op basis
van de bevoegdheden die haar door de wetgever op grond van artikel 95, § 1 WOG zijn
toebedeeld, beslist de Geschillenkamer over de verdere opvolging van het dossier; in casu
gaat de Geschillenkamer over tot het seponeren van de klacht overeenkomstig artikel 95,
§ 1, 3° WOG, op basis van de hiernavolgende motivering.
5. Wanneer een klacht geseponeerd wordt, dient de Geschillenkamer haar beslissing
trapsgewijs te motiveren1 en:
- een technische seponering uit te spreken indien het dossier geen of niet voldoende
elementen bevat die tot een veroordeling kunnen leiden, of indien er onvoldoende
uitzicht bestaat op een veroordeling wegens een technische belemmering,
waardoor zij niet tot een beslissing kan komen;
- of een beleidssepot uit te spreken, indien ondanks de aanwezigheid van elementen
die tot een sanctie kunnen leiden, de voortzetting van het onderzoek van het
dossier niet opportuun lijkt in het licht van de prioriteiten van de
1
Hof van Beroep Brussel, Sectie Marktenhof, 19de kamer A, Kamer voor marktzaken, arrest 2020/AR/329, 2 september 2020,
p. 18.
Beslissing 79/2024 — 3/6
Gegevensbeschermingsautoriteit, zoals gespecificeerd en toegelicht in het
sepotbeleid van de Geschillenkamer2.
6. In het geval op meer dan één grond wordt geseponeerd, dienen de sepotgronden (resp.
technisch sepot en beleidssepot) in volgorde van belangrijkheid te worden behandeld 3.
7. In het voorliggend geval gaat de Geschillenkamer over tot een technisch sepot. Er ligt één
motief aan de basis van de beslissing van de Geschillenkamer waarom zij het onwenselijk
acht verder gevolg te geven aan het dossier en daarom beslist niet over te gaan tot, inter
alia, een behandeling ten gronde.
8. De Geschillenkamer oordeelt namelijk dat de klager geen betrokkene is en geen belang
aantoont om namens de betrokkene op te treden. Overeenkomstig criterium A.5 in het
sepotbeleid van de Geschillenkamer leidt dit tot een technische seponering van de klacht
omwille van onmogelijkheid om deze te behandelen.4
9. Verwijzend naar haar eerdere beslissingspraktijk5 wijst de Geschillenkamer op het volgende:
Artikel 58 WOG stelt: ”Eenieder kan schriftelijk, gedateerd en ondertekend een klacht of een
verzoek indienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit”. In overeenstemming met artikel
60, alinea 2 WOG “is een klacht ontvankelijk wanneer zij:
- opgesteld is in één van de landstalen;
- een uiteenzetting van de feiten bevat, alsook de nodige indicaties voor de
identificatie van de verwerking waarop zij betrekking heeft;
- zij behoort tot de bevoegdheid van de Gegevensbeschermingsautoriteit”
10. De voorbereidende werkzaamheden van de WOG bepalen: “De
Gegevensbeschermingsautoriteit kan van eenieder klachten of verzoeken ontvangen;
natuurlijke personen maar eveneens rechtspersonen, verenigingen of instellingen die een
vermeende inbreuk van de verordening wensen aan te klagen. Een klacht of een verzoek aan
de Gegevensbeschermingsautoriteit dient schriftelijk, gedateerd en door de daartoe
bevoegde persoon ondertekend te zijn. Een verzoek moet in de brede zin van het woord
geïnterpreteerd worden (vraag tot inlichting of toelichting, een verzoek om te bemiddelen,
...).”6
2
In dit verband verwijst de Geschillenkamer naar haar sepotbeleid zoals uitvoerig uiteengezet op de website van de GBA:
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/sepotbeleid-van-de-geschillenkamer.pdf
3
Cf. Titel 3 – In welke gevallen zal mijn klacht waarschijnlijk worden geseponeerd door de Geschillenkamer? van het
sepotbeleid van de Geschillenkamer.
4
Cf. criterium A.5 in het sepotbeleid van de Geschillenkamer.
5
Zie o.a. Beslissing 30/2020 dd. 8 juni 2020, https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/beslissing-ten-
gronde-nr.-30-2020.pdf en Beslissing 49/2022 van 5 april 2022,
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/zonder-gevolg-nr.-49-2022.pdf
6
Parl. doc., Kamer van Volksvertegenwoordigers, 2016-2017, DOC 54 2648/001, p. 40 (opmerking bij artikel 58 van het
Beslissing 79/2024 — 4/6
11. De WOG sluit dus niet uit dat een andere persoon dan de betrokkene of de persoon die door
de betrokkene gemachtigd is, zoals bedoeld in artikel 220 van de wet van 30 juli 2018
betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van
persoonsgegevens, een klacht kan indienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit
12. Hoewel de AVG de ‘klacht’ benadert vanuit het standpunt van de betrokkene, door de
controleautoriteiten verplichtingen op te leggen wanneer een persoon een klacht indient
(zie de artikelen 57, 1., f) en 77 van de AVG), belet de AVG niet dat het nationaal recht andere
personen dan de betrokkenen de mogelijkheid geeft om een klacht in te dienen bij de
nationale controleautoriteit. De mogelijkheid van een dergelijke aanhangigmaking stemt
overigens overeen met de opdrachten die door de AVG aan de controleautoriteiten worden
toegekend. In dat opzicht en algemeen genomen, zorgt elke controleautoriteit voor: de
monitoring en handhaving van de toepassing van de AVG (artikel 57, 1., a) AVG), en de
verrichting van alle andere taken die verband houden met de bescherming van
persoonsgegevens (artikel 57, 1., v) AVG).
13. De Geschillenkamer oordeelt in dat opzicht dat artikel 58 WOG elke persoon de
mogelijkheid geeft om een klacht in te dienen, op voorwaarde dat hij er voldoende belang bij
heeft overeenkomstig voormelde bepalingen van de AVG.
14. In het onderhavige geval merkt de Geschillenkamer op dat de klacht betrekking heeft op de
verwerking van persoonsgegevens van de verhuurder van de woning van klager. De klager
is dus geen ‘betrokkene’ zoals bedoeld in artikel 4.1 AVG.
De Gegevensbeschermingsautoriteit aanvaardt ook klachten van personen die geen
‘betrokkene’ zijn in de zin van de AVG, op voorwaarde zij een belang aantonen om namens
de betrokkene op te treden. In casu heeft de klager echter op geen enkele wijze aangetoond
dat hij belang heeft om namens de verhuurder op te treden.
15. Omdat de klager geen ‘betrokkene’ is bij de verwerking van de betreffende
persoonsgegevens en geen belang aantoont om namens de verhuurder op te treden, beslist
de Geschillenkamer de klacht te seponeren op grond van criterium A.5 in haar sepotbeleid.
16. De Geschillenkamer merkt ten overvloede op dat de klacht een nevengeschil lijkt te zijn bij
een ruimer geschil dat moet worden beslecht voor hoven, rechtbanken, administratieve
rechtscolleges of een andere bevoegde autoriteit (criterium B.3 in het sepotbeleid).7 Uit de
dossierstukken blijkt namelijk dat er tussen de partijen een ruimer geschil verkeert over de
aansprakelijkheid voor de kosten van de schade. Bovendien zou de klager naar aanleiding
van de vermeende feiten ook een klacht hebben ingediend bij de
oorspronkelijke wetsontwerp).
7
Cf. criterium B.3 in het sepotbeleid van de Geschillenkamer.
Beslissing 79/2024 — 6/6
1034ter van het Gerechtelijke Wetboek (Ger.W.) opgesomde elementen dient te bevatten10. Het
verzoekschrift tot tussenkomst moet worden ingediend bij de griffie van het Marktenhof
overeenkomstig artikel 1034quinquies van het Ger.W.11, of via het e-Deposit informatiesysteem
van het Ministerie van Justitie (artikel 32ter van het Ger.W.).
Om de klager in staat te stellen andere mogelijke rechtsmiddelen te overwegen, verwijst de
Geschillenkamer de klager naar de toelichting in haar sepotbeleid12.
(get). Hielke HIJMANS
Voorzitter van de Geschillenkamer
10
Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid:
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam, voornaam, woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister-
of ondernemingsnummer;
3° de naam, voornaam, woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden
opgeroepen;
4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering;
5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt;
6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat.
11
Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden
aan de griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd.
12
Cf. Titel 4 – Wat kan ik doen als mijn klacht wordt afgesloten? van het sepotbeleid van de Geschillenkamer.