1/5
Geschillenkamer
Beslissing 50/2024 van 29 maart 2024
Dossiernummer : DOS-2024-00353
Betreft : Het beweerdelijk onrechtmatig doorsturen van een e-mail naar een derde
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer
Hielke HIJMANS, alleenzetelend voorzitter;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016
betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van
persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van
Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna “AVG”;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit,
hierna “WOG”;
Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van
Volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op
15 januari 2019;
Gelet op de stukken van het dossier;
Heeft de volgende beslissing genomen inzake:
De klager: X, hierna “de klager”
De verweerder: Y, hierna “de verweerder”
Beslissing 50/2024 — 2/5
I. Feiten en procedure
1. Op 19 januari 2024 dient de klager een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit
tegen de verweerder.
2. Het voorwerp van de klacht betreft het antwoorden door de verweerder op een e-mail van
de klager met een derde partij in kopie (hierna, “cc”). Het geschil vindt plaats in het kader van
de overname van onroerend goed waarvan de zoon van de klager mede-eigenaar is. De
verweerder is een landmeter-expert, en maakte een schatting van het onroerend goed. De
klager liet een tegenschatting maken en nam vervolgens contact op met de verweerder om
te vragen of de gegevens in het schattingsverslag correct waren. De verweerder schreef
het volgende terug in een korte e-mail: “De waardering in het meegedeelde verslag is
conform aan mijn origineel verslag.” De verweerder voegde een derde partij (de andere
mede-eigenaar van het onroerend goed) toe in cc van die e-mail, zodat deze laatste zowel
van het geciteerde antwoord van de verweerder als de initiële e-mail van de klager kennis
kon nemen. Volgens de klager werd haar privacy hierdoor geschonden.
3. Op 26 januari 2024 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op
grond van de artikelen 58 en 60 WOG en wordt de klacht op grond van artikel 62, § 1 WOG
overgemaakt aan de Geschillenkamer.
II. Motivering
4. Op basis van de elementen in het dossier die de Geschillenkamer bekend zijn, en op basis
van de bevoegdheden die haar door de wetgever op grond van artikel 95, § 1 WOG zijn
toebedeeld, beslist de Geschillenkamer over de verdere opvolging van het dossier; in casu
gaat de Geschillenkamer over tot het seponeren van de klacht overeenkomstig artikel 95,
§ 1, 3° WOG, op basis van de hiernavolgende motivering.
5. Wanneer een klacht geseponeerd wordt, dient de Geschillenkamer haar beslissing
trapsgewijs te motiveren1 en:
- een technische seponering uit te spreken indien het dossier geen of niet voldoende
elementen bevat die tot een veroordeling kunnen leiden, of indien er onvoldoende
uitzicht bestaat op een veroordeling wegens een technische belemmering,
waardoor zij niet tot een beslissing kan komen;
- of een beleidssepot uit te spreken, indien ondanks de aanwezigheid van elementen
die tot een sanctie kunnen leiden, de voortzetting van het onderzoek van het
dossier niet opportuun lijkt in het licht van de prioriteiten van de
1
Hof van Beroep Brussel, Sectie Marktenhof, 19de kamer A, Kamer voor marktzaken, arrest 2020/AR/329, 2 september 2020,
p. 18.
Beslissing 50/2024 — 3/5
Gegevensbeschermingsautoriteit, zoals gespecificeerd en toegelicht in het
sepotbeleid van de Geschillenkamer2.
In het geval op meer dan één grond wordt geseponeerd, dienen de sepotgronden (resp.
technisch sepot en beleidssepot) in volgorde van belangrijkheid te worden behandeld 3.
6. In het voorliggend geval acht de Geschillenkamer het onwenselijk verder gevolg te geven
aan het dossier en beslist zij over te gaan tot een opportuniteitssepot op basis van de
volgende twee gronden: (a) Uw klacht wordt niet ondersteund door bewijs dat de
Geschillenkamer in staat zou kunnen stellen te beslissen of er al dan niet sprake is van een
inbreuk op de AVG én uw klacht heeft geen grote maatschappelijke en/of persoonlijke
impact,4 en (b) Uw klacht is een nevengeschil bij een ruimer geschil dat moet worden
beslecht voor hoven en rechtbanken en administratieve rechtscolleges of een andere
bevoegde autoriteit.5
7. Om te beginnen gaat de Geschillenkamer overeenkomstig haar sepotbeleid na of de
ingediende klacht grieven bevat met een grote maatschappelijke en/of persoonlijke
impact.6 Teneinde het voorgaande te evalueren, baseert de Geschillenkamer zich op de
criteria die in artikel 35 AVG zijn opgenomen om verwerkingen met een “hoog risico” te
identificeren. In casu stelt de Geschillenkamer vast dat de verwerking waarop de klacht
betrekking heeft prima facie niet kan worden ondergebracht in één van de situaties die
worden opgesomd in artikel 35.3 AVG.7 Deze laatsten worden namelijk gekenmerkt door het
“grootschalig” of “systematisch” karakter van de gegevensverwerking, terwijl de
onderhavige klacht betrekking heeft op een incident waarbij slechts één e-mail van de klager
werd vrijgegeven aan een derde partij.8 Tevens viel het binnen de redelijke verwachtingen
dat de verweerder zijn antwoord zou richten aan zowel de klager als de derde partij
aangezien deze een mede-eigenaar is van het onroerend goed, en de informatie die de
2
In dit verband verwijst de Geschillenkamer naar haar sepotbeleid zoals uitvoerig uiteengezet op de website van de GBA:
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/sepotbeleid-van-de-geschillenkamer.pdf
3
Ibid. Titel 3 – In welke gevallen zal mijn klacht waarschijnlijk worden geseponeerd door de Geschillenkamer? van het
sepotbeleid van de Geschillenkamer.
4
Ibid. Sepotgrond B5, p. 15.
5
Ibid. Sepotgrond B3, p. 13.
6
Ibid. afdeling 3.2.1, p. 9.
7
a) een systematische en uitgebreide beoordeling van persoonlijke aspecten van natuurlijke personen, die is gebaseerd op
geautomatiseerde verwerking, waaronder profilering, en waarop besluiten worden gebaseerd waaraan voor de natuurlijke
persoon rechtsgevolgen zijn verbonden of die de natuurlijke persoon op vergelijkbare wijze wezenlijk treffen;
b) grootschalige verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 9, lid 1, of van gegevens
met betrekking tot strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten als bedoeld in artikel 10; of
c) stelselmatige en grootschalige monitoring van openbaar toegankelijke ruimten.
8
Zie ook Hof van beroep Brussel, Sectie Marktenhof 19de kamer A, Kamer voor marktzaken, arrest 2022/AR/1085, 1 maart
2023 p. 8
Beslissing 50/2024 — 4/5
schatter verstrekt omtrent het onroerend goed ook informatie betreft die toekomt aan de
derde partij.
8. Als tweede motief stelt de Geschillenkamer vast dat de klacht een nevengeschil is dat
kadert in een ruimer geschil waarvoor zij niet bevoegd is. 9 Op basis van de stukken uit het
dossier stelt de Geschillenkamer vast dat er tussen de partijen een ruimer geschil verkeert,
namelijk de overname van het onroerend goed waarvan de zoon van de klager en de derde
partij mede-eigenaars zijn. In de context van dit ruimer geschil is de Geschillenkamer van
oordeel dat haar tussenkomst niet strikt noodzakelijk is en dat het opportuner is voor de
partijen om desgewenst het ruimer geschil voor de bevoegde rechtbank te brengen
aangezien de bevoegde rechtbank zicht heeft op alle elementen van dit geschil.
9. Hoewel de Geschillenkamer prima facie niet kan uitsluiten dat er zich wel degelijk inbreuken
op de AVG hebben voorgedaan, moet zij rekening houdend met, ten eerste, het gebrek van
een bestaan van een grote persoonlijke en maatschappelijke impact en, ten tweede, het
kader van een ruimer geschil, concluderen dat de klacht geen behandeling ten gronde
vereist. De Geschillenkamer beslist om opportuniteitsredenen geen gevolg te geven aan het
dossier.
III. Publicatie en mededeling van de beslissing
10. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de
Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit. Het is daarentegen niet nodig dat daartoe de
identificatiegegevens van de partijen rechtstreeks worden bekendgemaakt.
11. Overeenkomstig haar sepotbeleid, zal de Geschillenkamer de beslissing aan de verweerder
overmaken10. De Geschillenkamer heeft immers besloten om haar sepotbeslissingen
ambtshalve ter kennis te brengen van verweerders. De Geschillenkamer ziet echter af van
een dergelijke kennisgeving wanneer de klager om anonimiteit heeft verzocht ten opzichte
van de verweerder en de kennisgeving van de beslissing aan de verweerder, zelfs indien
deze gepseudonimiseerd is, het niettemin mogelijk maakt om de klager te
(her)identificeren . Dit is evenwel niet het geval in de onderhavige zaak.
11
9
Sepotbeleid van de Geschillenkamer, gepubliceerd op 18 juni 2021,
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/sepotbeleid-van-de-geschillenkamer.pdf, afdeling 3.2.2.B.3.
10
Cf. Titel 5 – Zal de sepot van mijn klacht worden gepubliceerd? Zal de tegenpartij hiervan op de hoogte worden gebracht?
van het sepotbeleid van de Geschillenkamer.
11
Ibidem.