1/7
Geschillenkamer
Beslissing 49/2024 van 29 maart 2024
Dossiernummer : DOS-2024-00015
Betreft : klacht wegens het niet ingaan op een verzoek tot inzage en het weigeren van
een gegevenswissing om redenen van zwaarwegend algemeen belang
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer
Hielke HIJMANS, alleenzetelend voorzitter;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016
betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van
persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van
Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna “AVG”;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit,
hierna “WOG”;
Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van
Volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op
15 januari 2019;
Gelet op de stukken van het dossier;
Heeft de volgende beslissing genomen inzake:
De klager: X, hierna “de klager”;
De verweerder: Y, vertegenwoordigd door meester KRISTIEN VANDERHEIDEN, hierna “de
verweerder”.
Beslissing 49/2024 — 2/7
I. Feiten en procedure
1. Het voorwerp van de klacht betreft het niet ingaan op een verzoek tot inzage en het
weigeren van een gegevenswissing om redenen van zwaarwegend algemeen belang.
2. Op 30 december 2023 diende de klager een klacht in bij de
Gegevensbeschermingsautoriteit tegen de verweerder.
De klager had op 13 oktober 2023 een verzoek tot inzage en aansluitend wissing van zijn
persoonsgegevens ingediend bij de verweerder. De klager vreesde immers voor een “grote
negatieve persoonlijke impact” in de vorm van mogelijke laster en eerroof. Op 22 oktober
2023 antwoordde de verweerder dat hij de verzoeken had ontvangen en zou overleggen
met zijn raadsman. Op 30 december 2023 antwoordde de verweerder dat hij geen gevolg
kon geven aan zijn verzoek tot gegevenswissing omdat de klager bij inschrijving zijn akkoord
had gegeven om zijn gegevens te verwerken en omdat de verweerder de gegevens moest
bewaren omwille van een zwaarwegend algemeen belang.
3. Op 9 januari 2024 werd de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op grond
van de artikelen 58 en 60 WOG en werd de klacht op grond van artikel 62, § 1 WOG
overgemaakt aan de Geschillenkamer.
4. Op 23 februari 2024 stelde de Geschillenkamer 3 vragen ter verduidelijking aan de
verweerder:
- Op basis van welke uitzondering baseert de verweerder zijn weigering tot inzage in
de persoonsgegevens van de klager die in zijn bezit zijn, aangezien de verweerder,
op basis van de stukken, geen inzage blijkt te verlenen?
- Op welk “voorafgaand akkoord”, zoals aangehaald in de mail van 30 december
2023, baseert de verweerder zich om de inzage en/of de wissing van
persoonsgegevens te weigeren?
- Op welk “zwaarwegend algemeen belang”, zoals aangehaald in de mail van 30
december 2023, meent de verweerder te kunnen steunen om de wissing van
persoonsgegevens te weigeren en welke rechtsgrond meent hij hiervoor in te
kunnen roepen, gezien de term zwaarwegend algemeen belang in de AVG wordt
gebruikt in de context van het verwerken van bijzondere categorieën van
gegevens?
De Geschillenkamer wijst de verweerder ook op artikel 15.4 AVG en overweging 63 AVG
die stelt dat de klager niet alle informatie mag onthouden worden.
De klager bevestigde diezelfde dag ontvangst van deze vragen om verduidelijking aan de
verweerder.
Beslissing 49/2024 — 3/7
5. Op 6 maart 2024 antwoordde de verweerder op de vragen van de Geschillenkamer. De
klager heeft ook een kopie van dit antwoord ontvangen.
- De verweerder had geen inzage toegestaan omwille van een mogelijk gevaar voor
de privacy van anderen, mede omdat er in juni 2023 door de politie een dossier
tegen de klager zou zijn geopend. De verweerder wou voorzichtig omgaan met de
persoonsgegevens maar is nu wel bereid inzage te geven in de gegevens van de
klager.
- Het “voorafgaand akkoord” betreft de privacyverklaring die de klager heeft
ondertekend. De verweerder steunt niet op dit document om de wissing te
weigeren.
- De grond die de verweerder gebruikt om de wissing te weigeren steunt op artikel
10, §1, 1° en 3° van de Wet betreffende de bescherming van natuurlijke personen
met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens van 30 juli 2018. De
klager zou beticht zijn geweest van strafrechtelijke inbreuken, waarbij de
verweerder als partij betrokken zou worden of waarbij de verweerder
bewijsmateriaal of cruciale precedenten zou kunnen bijbrengen ten voordele van
het algemeen belang. Het zwaarwegend algemeen belang wordt verklaard door het
feit dat het gegevens van strafrechtelijke veroordelingen of strafrechtelijke feiten
betreft.
De verweerder voegt toe dat aan artikel 15.4 AVG werd voldaan door de ondertekening
van het document privacybeleid door de klager.
II. Motivering
6. Uit de stukken waarover de Geschillenkamer beschikt, oordeelt zij dat de klacht bestaat uit
2 onderdelen. Enerzijds werd door de verweerder niet ingegaan op een verzoek tot inzage in
de persoonsgegevens van de klager. Anderzijds weigerde de verweerder de
persoonsgegevens van de klager te wissen na diens verzoek hierom. De Geschillenkamer
zal de 2 onderdelen apart behandeling in haar motivering.
7. Op basis van de elementen in het dossier die de Geschillenkamer bekend zijn, en op basis
van de bevoegdheden die haar door de wetgever op grond van artikel 95, § 1 WOG zijn
toebedeeld, beslist de Geschillenkamer over de verdere opvolging van het dossier; in casu
gaat de Geschillenkamer over tot het seponeren van de klacht overeenkomstig artikel 95,
§ 1, 3° WOG, op basis van de hiernavolgende motivering.
Beslissing 49/2024 — 4/7
8. Wanneer een klacht geseponeerd wordt, dient de Geschillenkamer haar beslissing
trapsgewijs te motiveren1 en:
- een technische seponering uit te spreken indien het dossier geen of niet voldoende
elementen bevat die tot een veroordeling kunnen leiden, of indien er onvoldoende
uitzicht bestaat op een veroordeling wegens een technische belemmering,
waardoor zij niet tot een beslissing kan komen;
- of een beleidssepot uit te spreken, indien ondanks de aanwezigheid van elementen
die tot een sanctie kunnen leiden, de voortzetting van het onderzoek van het
dossier niet opportuun lijkt in het licht van de prioriteiten van de
Gegevensbeschermingsautoriteit, zoals gespecificeerd en toegelicht in het
sepotbeleid van de Geschillenkamer2.
9. In het geval op meer dan één grond wordt geseponeerd, dienen de sepotgronden (resp.
technisch sepot en beleidssepot) in volgorde van belangrijkheid te worden behandeld 3.
Onderdeel 1: het niet ingaan op een verzoek tot inzage in de persoonsgegevens
10. In het voorliggend dossier gaat de Geschillenkamer over tot een seponering van onderdeel
1 van de klacht om redenen van opportuniteit, waardoor zij het onwenselijk acht verder
gevolg te geven aan het dossier en derhalve beslist niet over te gaan tot, inter alia, een
behandeling ten gronde. De Geschillenkamer weegt de persoonlijke gevolgen van de
omstandigheden van de klacht voor de fundamentele rechten en vrijheden van de klager af
tegen de doeltreffendheid van haar optreden, wanneer zij beslist of zij het opportuun acht
de klacht verder te behandelen. In casu is het voorwerp van de klacht verdwenen als gevolg
van de maatregelen die door de verweerder werden genomen 4.
11. Alhoewel de verweerder niet inging op het verzoek tot inzage dat de klager had ingediend
op 13 oktober 2023, heeft de verweerder zich in zijn antwoord van 6 maart 2024 aan de
Geschillenkamer alsnog bereid verklaard inzage te verlenen aan de klager:
“Thans is cliënte bereid [de klager] alsnog inzage te verlenen in het dossier inzake
zijn persoonsgegevens. Cliënte zal hiertoe de nodige praktische afspraken maken
met [de klager].”
Onderdeel 2: het weigeren van een gegevenswissing om redenen van zwaarwegend algemeen
belang
1
Hof van Beroep Brussel, Sectie Marktenhof, 19de kamer A, Kamer voor marktzaken, arrest 2020/AR/329, 2 september 2020,
p. 18.
2
In dit verband verwijst de Geschillenkamer naar haar sepotbeleid zoals uitvoerig uiteengezet op de website van de GBA:
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/sepotbeleid-van-de-geschillenkamer.pdf
3
Cf. Titel 3 – In welke gevallen zal mijn klacht waarschijnlijk worden geseponeerd door de Geschillenkamer? van het
sepotbeleid van de Geschillenkamer.
4
Cf. criterium B.6 in het sepotbeleid van de Geschillenkamer.
Beslissing 49/2024 — 5/7
12. In het voorliggend dossier gaat de Geschillenkamer over tot een seponering van onderdeel
2 van de klacht op grond van een technisch sepot. Zij oordeelt immers dat onderdeel 2 van
de klacht kennelijk ongegrond is5, waardoor zij het onwenselijk acht verder gevolg te geven
aan het dossier en derhalve beslist niet over te gaan tot, inter alia, een behandeling ten
gronde.
13. De klacht is kennelijk ongegrond aangezien het recht van gegevenswissing volgens artikel
17, § 3, e) AVG niet van toepassing is wanneer de verwerking nodig is “voor de instelling,
uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering”. De verweerder maakt het
voldoende aannemelijk in de stukken dat een dergelijke rechtsvordering in de toekomst tot
de mogelijkheden behoort, waardoor de wissing van de persoonsgegevens van de klager de
onderbouwing van deze mogelijke rechtsvordering zou kunnen verhinderen.
14. Daarenboven wijst ook de klager indirect op feiten die mogelijk van die aard zijn dat een
rechtsvordering mogelijk is door
- in zijn klacht te stellen dat het “over onbewezen feiten” gaat;
- in zijn verzoek te stellen dat hij inzage wil in de volgende documenten:
o “Het verslag van de dag van de klacht zelf […]”
o “Een kopie van de procedure voor het omgaan met grensoverschrijdend
gedrag […]”
o “Een kopie van het zogenaamde “logboek”, waarin alle gebeurtenissen stap
voor stap zijn beschreven […]”
15. Gezien de aard van de vermeende feiten, m.n. grensoverschrijdend gedrag, is het niet
ondenkbaar dat er een strafrechtelijke procedure zou kunnen lopen tegen de klager.
Omwille van het geheim van het onderzoek zou het dan ook niet ongewoon zijn dat de
verweerder niet op de hoogte zou zijn van dit onderzoek. Om die redenen acht de
Geschillenkamer het voldoende dat er een ‘mogelijke’ rechtsvordering zou kunnen
plaatsvinden in de toekomst om te verantwoorden dat de gegevens van de klager niet
gewist worden op basis van artikel 17.3.e) AVG. In diezelfde optiek wijst de Geschillenkamer
ook op de verantwoordelijkheid van de verweerder om zorgvuldig en gepast om te gaan met
de persoonsgegevens van de klager, zeker gezien de omstandigheden van deze situatie. In
het bijzonder wijst de Geschillenkamer op de plicht van de verweerder om de
vertrouwelijkheid en de integriteit van de persoonsgegevens te verzekeren, zoals bepaald
in artikel 5.1.f) AVG.
5
Cf. criterium A.2 in het sepotbeleid van de Geschillenkamer.
Beslissing 49/2024 — 7/7
Om de klager in staat te stellen andere mogelijke rechtsmiddelen te overwegen, verwijst de
Geschillenkamer de klager naar de toelichting in haar sepotbeleid10.
(get). Hielke HIJMANS
Voorzitter van de Geschillenkamer
10
Cf. Titel 4 – Wat kan ik doen als mijn klacht wordt afgesloten? van het sepotbeleid van de Geschillenkamer.