1/6
Geschillenkamer
Beslissing 40/2024 van 23 februari 2024
Dossiernummer : DOS-2024-00171
Betreft : klacht wegens het niet ingaan op een verzoek om gegevenswissing
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer
Hielke HIJMANS, alleenzetelend voorzitter;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016
betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van
persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van
Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna “AVG”;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit,
hierna “WOG”;
Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van
Volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op
15 januari 2019;
Gelet op de stukken van het dossier;
Heeft de volgende beslissing genomen inzake:
De klager: De heer en mevrouw X, hierna “de klager”
De verweerder: Y, hierna “de verweerder”
Beslissing 40/2024 — 2/6
I. Feiten en procedure
1. Het voorwerp van de klacht betreft het niet ingaan op het verzoek van de klager om zijn
gegevens te wissen zodat deze geen schriftelijke communicatie meer ontvangt van de
verweerder, zijnde een VZW.
2. Op 11 januari 2024 dient de klager een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit
tegen de verweerder.
In de klacht stelt de klager dat hij op zeer regelmatige basis ongevraagd brieven ontvangt
van de verweerder. Op 27 juli 2023 heeft de klager een schrijven gericht aan de voorzitter
van de verweerder met de vraag zijn gegevens te wissen om deze communicaties te
stoppen. De klager stelt dat de toestroom van brieven na deze communicatie nog is
toegenomen, wat ook wordt aangetoond met kopijen van communicaties van de
verweerder op datum van 11 augustus 2023, 4 september 2023, 18 oktober 2023, 9
november 2023, 4 december 2023 en 12 december 2023. De klager vraagt de GBA tussen
te komen om de verweerder te dwingen zijn gegevens te wissen.
3. Op 24 januari 2024 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op
grond van de artikelen 58 en 60 van de WOG1 en wordt de klacht op grond van artikel 62, § 1
van de WOG overgemaakt aan de Geschillenkamer 2.
4. Ingevolge artikel 95, § 2, 3° van de WOG alsmede artikel 47 van het reglement van interne
orde van de GBA kunnen de partijen om een afschrift van het dossier verzoeken. Indien één
van beide partijen gebruik wenst te maken van de mogelijkheid tot het raadplegen en het
kopiëren van het dossier, dient deze zich te wenden tot het secretariaat van de
Geschillenkamer, bij voorkeur via [email protected].
II. Motivering
5. Artikel 17.1 AVG bepaalt dat de betrokkene van de verwerkingsverantwoordelijke zonder
onredelijke vertraging wissing van hem betreffende persoonsgegevens kan verkrijgen. De
verwerkingsverantwoordelijke is verplicht persoonsgegevens zonder onredelijke
vertraging te wissen wanneer de persoonsgegevens zijn niet langer nodig voor de
doeleinden waarvoor zij zijn verzameld of anderszins verwerkt.
6. Overeenkomstig artikel 12.3 AVG verstrekt de verwerkingsverantwoordelijke de
betrokkene onverwijld en in ieder geval binnen een maand na ontvangst van het verzoek
krachtens de artikelen 15 tot en met 22 AVG informatie over het gevolg dat aan het verzoek
1
Overeenkomstig artikel 61 van de WOG deelt de Geschillenkamer bij dezen aan de partijen mee dat de klacht ontvankelijk is
verklaard.
2
Overeenkomstig artikel 95, § 2 van de WOG deelt de Geschillenkamer bij dezen aan de partijen mee dat het dossier naar
aanleiding van deze klacht aan haar is overgedragen.
Beslissing 40/2024 — 3/6
is gegeven. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken
kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. De
verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het
verzoek in kennis van een dergelijke verlenging.
7. De Geschillenkamer stelt op basis van de stukken die de klacht staven vast dat de klager zijn
recht op gegevenswissing heeft uitgeoefend op 27 juli 2023. De Geschillenkamer kan op
basis van de klacht echter niet vaststellen dat de klager antwoord heeft ontvangen. De in de
stukken bijgevoegde communicatie van de verweerder op datum van 11 augustus 2023, 4
september 2023, 18 oktober 2023, 9 november 2023, 4 december 2023 en 12 december
2023 doet de Geschillenkamer echter vermoeden dat er sprake is van een inbreuk tegen
artikel 12.3 en 12.4 AVG3, alsook artikel 17.1 AVG4.
8. Op basis van bovenstaande analyse zou kunnen geconcludeerd worden dat de verweerder
een inbreuk heeft gepleegd op de bepalingen van de AVG, dewelke rechtvaardigt dat in casu
wordt overgegaan tot het nemen van een beslissing op grond van artikel 95, § 1, 5° van de
WOG, meer bepaald de verweerder te bevelen om gevolg te geven aan de uitoefening door
de klager van diens recht op gegevenswissing (artikel 17.1 AVG) en dit in het bijzonder gelet
op de stukken die de klager heeft bijgebracht waaruit blijkt dat de klager de verweerder
heeft verzocht om over te gaan tot de schrapping van zijn gegevens.
9. Onderhavige beslissing is een prima facie beslissing genomen door de Geschillenkamer
overeenkomstig artikel 95 van de WOG op grond van de door de klager ingediende klacht,
3
Artikel 12 AVG
[…]
3. De verwerkingsverantwoordelijke verstrekt de betrokkene onverwijld en in ieder geval binnen een maand na ontvangst van
het verzoek krachtens de artikelen 15 tot en met 22 informatie over het gevolg dat aan het verzoek is gegeven. Afhankelijk van
de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden
worden verlengd. De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in
kennis van een dergelijke verlenging. Wanneer de betrokkene zijn verzoek elektronisch indient, wordt de informatie indien
mogelijk elektronisch verstrekt, tenzij de betrokkene anderszins verzoekt. 4. Wanneer de verwerkingsverantwoordelijke geen
gevolg geeft aan het verzoek van de betrokkene, deelt hij deze laatste onverwijld en uiterlijk binnen één maand na ontvangst
van het verzoek mee waarom het verzoek zonder gevolg is gebleven, en informeert hij hem over de mogelijkheid om klacht in
te dienen bij een toezichthoudende autoriteit en beroep bij de rechter in te stellen. […]
4
Artikel 17 AVG
1. De betrokkene heeft het recht van de verwerkingsverantwoordelijke zonder onredelijke vertraging wissing van hem
betreffende persoonsgegevens te verkrijgen en de verwerkingsverantwoordelijke is verplicht persoonsgegevens zonder
onredelijke vertraging te wissen wanneer een van de volgende gevallen van toepassing is:
a) de persoonsgegevens zijn niet langer nodig voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld of anderszins verwerkt;
b) de betrokkene trekt de toestemming waarop de verwerking overeenkomstig artikel 6, lid 1, punt a), of artikel 9, lid 2, punt a),
berust, in, en er is geen andere rechtsgrond voor de verwerking;
c) de betrokkene maakt overeenkomstig artikel 21, lid 1, bezwaar tegen de verwerking, en er zijn geen prevalerende dwingende
gerechtvaardigde gronden voor de verwerking, of de betrokkene maakt bezwaar tegen de verwerking overeenkomstig artikel
21, lid 2;
d) de persoonsgegevens zijn onrechtmatig verwerkt;
e) de persoonsgegevens moeten worden gewist om te voldoen aan een in het Unierecht of het lidstatelijke recht neergelegde
wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust;
f) de persoonsgegevens zijn verzameld in verband met een aanbod van diensten van de informatiemaatschappij als bedoeld
in artikel 8, lid 1.
Beslissing 40/2024 — 4/6
in het kader van de “procedure voorafgaand aan de beslissing ten gronde” 5 en geen
beslissing ten gronde van de Geschillenkamer in de zin van artikel 100 van de WOG.
De Geschillenkamer heeft aldus beslist om op grond van artikel 58.2.c) AVG en
artikel 95, § 1, 5° van de WOG, de verweerder te bevelen dat wordt voldaan aan het verzoek
van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen, meer bepaald het recht op
gegevenswissing (“recht op vergetelheid”) zoals bepaald in artikel 17 AVG.
10. Onderhavige beslissing heeft tot doel de verweerder in kennis te stellen van het feit dat deze
een inbreuk op de bepalingen van de AVG heeft gepleegd en deze in de mogelijkheid te
stellen zich alsnog te conformeren met voornoemde bepalingen.
11. Indien de verweerder evenwel niet akkoord gaat met de inhoud van onderhavige prima facie
beslissing en van oordeel is dat deze feitelijke en/of juridische argumenten kan laten gelden
die tot een andere beslissing zouden kunnen leiden, kan deze via het e-mailadres
[email protected] een verzoek tot behandeling ten gronde van de zaak richten
aan de Geschillenkamer en dit binnen de termijn van 30 dagen na de kennisgeving van deze
beslissing. De tenuitvoerlegging van onderhavige beslissing wordt desgevallend gedurende
voormelde periode geschorst.
12. In geval van een voortzetting van de behandeling van de zaak ten gronde, zal de
Geschillenkamer de partijen op grond van de artikelen 98, 2° en 3° juncto artikel 99 WOG
uitnodigen hun verweermiddelen in te dienen alsook alle stukken die zij nuttig achten bij het
dossier te voegen. De onderhavige beslissing wordt desgevallend definitief opgeschort.
13. Tot slot wijst de Geschillenkamer er volledigheidshalve op dat een behandeling ten gronde
van de zaak kan leiden tot het opleggen van de maatregelen vermeld in artikel 100 WOG6.
5
Afdeling 3, Onderafdeling 2 van de WOG (artikelen 94 t.e.m. 97).
6
Artikel 100. § 1. De Geschillenkamer heeft de bevoegdheid om:
1° een klacht te seponeren;
2° de buitenvervolgingstelling te bevelen;
3° de opschorting van de uitspraak te bevelen;
4° een schikking voor te stellen;
5° waarschuwingen en berispingen te formuleren;
6° te bevelen dat wordt voldaan aan de verzoeken van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen;
7° te bevelen dat de betrokkene in kennis wordt gesteld van het veiligheidsprobleem;
8° te bevelen dat de verwerking tijdelijk of definitief wordt bevroren, beperkt of verboden;
9° te bevelen dat de verwerking in overeenstemming wordt gebracht;
10° de rechtzetting, de beperking of de verwijdering van gegevens en de kennisgeving ervan aan de ontvangers van de
gegevens te bevelen;
11° de intrekking van de erkenning van certificatie-instellingen te bevelen;
12° dwangsommen op te leggen;
13° administratieve geldboeten op te leggen;
14° de opschorting van grensoverschrijdende gegevensstromen naar een andere Staat of een internationale instelling te
bevelen;
15° het dossier over te dragen aan het parket van de procureur des Konings te Brussel, die het in kennis stelt van het
gevolg dat aan het dossier wordt gegeven;
16° geval per geval te beslissen om haar beslissingen bekend te maken op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit.
Beslissing 40/2024 — 6/6
verzoekschrift op tegenspraak dient te worden ingediend bij de griffie van het Marktenhof
overeenkomstig artikel 1034quinquies van het Ger.W.8, dan wel via het e-Deposit
informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van het Ger.W.).
(get). Hielke HIJMANS
Voorzitter van de Geschillenkamer
8
Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden
aan de griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd.