1/7
Geschillenkamer
Beslissing 189/2022 van 22 december 2022
Dossiernummer : DOS-2022-05088
Betreft : Uitoefening van het recht op inzage zonder dat de verwerkingsverantwoordelijke
daaraan gevolg geeft
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer Hielke Hijmans,
alleenzetelend voorzitter;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende
de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en
betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene
verordening gegevensbescherming), hierna AVG;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, hierna WOG;
Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers
op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 15 januari 2019;
Gelet op de stukken van het dossier;
heeft de volgende beslissing genomen inzake:
.
De klager: Mevrouw X, hierna “de klager”; .
.
De verwerkingsverantwoordelijke: Y, hierna “de verwerkingsverantwoordelijke”
Beslissing ten gronde 189/2022 - 2/7
I. Feiten en procedure
1. Op 14 december 2022 diende de klager een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit tegen
de verwerkingsverantwoordelijke.
2. Het voorwerp van de klacht betreft de uitoefening van het recht van inzage door de klager zonder
dat zij hierop een inhoudelijk afdoend antwoord ontving vanwege de verwerkingsverantwoordelijke
actief in de sector van human resources, binnen de termijn van één maand (artikel 12.3 AVG), noch
tot kennisgeving van de verlenging van die termijn (artikel 12.4 AVG). De concrete aanleiding tot de
uitoefening van het recht van inzage was het feit dat de klager op 24 augustus 2022 werd
gecontacteerd door de verwerkingsverantwoordelijke die stelde dat het dossier van de klager zich
bevindt in zijn database, waarbij de klager wordt aangeboden om hulp te bieden bij het vinden van
een nieuwe professionele uitdaging. De klager krijgt hierbij ook de vraag tot hernieuwing van het
contract. Op 25 augustus 2022 ontvangt de klager reactie in die zin dat de
verwerkingsverantwoordelijke toelicht op welke wijze de klager gegevenswissing kan verkrijgen.
De klager reageert op haar beurt dat zij inzage wenst en vooralsnog geen gegevenswissing. Daarop
ontvangt de klager op 25 augustus 2022 vanwege de verwerkingsverantwoordelijke de
privacyverklaring met de vraag of ze daarin het antwoord op haar vragen kan vinden. De klager stelt
op 29 augustus 2022 dat dit niet het geval is en dat zij nog steeds geen antwoord ontving op haar
vraag naar de oorsprong, het doeleinde, de bewaringstermijn, en de rechtsgrond voor de haar
betreffende gegevensverwerking. De verwerkingsverantwoordelijke stelt de klager op 30
augustus 2022 ervan in kennis dat haar persoonsgegevens werden verkregen naar aanleiding van
een inschrijving bij de […] die de gegevens doorstuurt aan werkgevers die met hen samenwerken in
het kader van arbeidsbemiddeling, dit met de bedoeling een gepaste tewerkstelling te vinden. De
klager geeft vervolgens op 2 december 2022 te kennen nog steeds geen antwoord te hebben
gekregen op haar vraag naar de rechtsgrond voor de gegevensverwerking en de bewaartermijn
ervan, noch over de mate waarin zij over de gegevensverwerking werd geïnformeerd en hoe deze
verwerking past binnen het beginsel van doelbinding, het beginsel van minimale
gegevensverwerking en juistheid, aangezien zij reeds meer dan twee jaar is tewerkgesteld bij haar
huidige werkgever en nooit in (…) heeft gewoond of gewerkt, noch daar enige interesse in heeft
getoond.
3. Op 14 december 2022 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op grond
van de artikelen 58 en 60 WOG en wordt de klacht op grond van art. 62, §1 WOG overgemaakt aan
de Geschillenkamer.
Beslissing ten gronde 189/2022 - 3/7
II. Motivering
4. De Geschillenkamer stelt op basis van de stukken die de klacht staven vast dat de klager haar recht
van inzage heeft uitgeoefend, maar de verwerkingsverantwoordelijke heeft nagelaten daaraan
passend gevolg te geven door zich ertoe te beperken enkel de naam van de instantie waarvan de
persoonsgegevens werden verkregen mee te delen, niettegenstaande het feit dat de klager ook
verzocht om overige informatie (onder meer rechtsgrond, bewaartermijn) opgenomen in artikel 15.1
AVG. Hierdoor heeft de verwerkingsverantwoordelijke gehandeld in strijd met artikel 12.3 en 12.4
AVG1, alsook artikel 15.1 AVG2.
5. Specifiek voor wat betreft de oorsprong van de persoonsgegevens 3 waarover de
verwerkingsverantwoordelijke beschikt, stelt de Geschillenkamer dat de verantwoordingsplicht
(artikel 5.2 AVG4) van de verwerkingsverantwoordelijke met zich meebrengt dat basisinformatie
wordt verstrekt aan de betrokkene, zijnde de klager, waaruit blijkt dat de
verwerkingsverantwoordelijke zelf de gegevens AVG conform verwerkt en voorafgaand aan de
verkrijging van de persoonsgegevens aftoetst of die gegevens rechtmatig worden verwerkt door
de instantie waarvan de persoonsgegevens afkomstig zijn. Aldus kan de klager verwachten dat de
1
Artikel 12 AVG.
[…]
3. De verwerkingsverantwoordelijke verstrekt de betrokkene onverwijld en in ieder geval binnen een maand na ontvangst van het verzoek
krachtens de artikelen 15 tot en met 22 informatie over het gevolg dat aan het verzoek is gegeven. Afhankelijk van de complexiteit van de
verzoeken en van het aantal verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. De
verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van een dergelijke verlenging.
Wanneer de betrokkene zijn verzoek elektronisch indient, wordt de informatie indien mogelijk elektronisch verstrekt, tenzij de betrokkene
anderszins verzoekt.
4. Wanneer de verwerkingsverantwoordelijke geen gevolg geeft aan het verzoek van de betrokkene, deelt hij deze laatste onverwijld en
uiterlijk binnen één maand na ontvangst van het verzoek mee waarom het verzoek zonder gevolg is gebleven, en informeert hij hem over
de mogelijkheid om klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit en beroep bij de rechter in te stellen.
2
Artikel 15 AVG
1. De betrokkene heeft het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem
betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om inzage te verkrijgen van die persoonsgegevens en van de volgende
informatie:
a) de verwerkingsdoeleinden;
b) de betrokken categorieën van persoonsgegevens;
c) de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de persoonsgegevens zijn of zullen worden verstrekt, met name ontvangers in
derde landen of internationale organisaties;
d) indien mogelijk, de periode gedurende welke de persoonsgegevens naar verwachting zullen worden opgeslagen, of indien dat niet
mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;
e) dat de betrokkene het recht heeft de verwerkingsverantwoordelijke te verzoeken dat persoonsgegevens worden gerectificeerd of gewist,
of dat de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens wordt beperkt, alsmede het recht tegen die verwerking bezwaar te maken;
f) dat de betrokkene het recht heeft klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit;
g) wanneer de persoonsgegevens niet bij de betrokkene worden verzameld, alle beschikbare informatie over de bron van die gegevens;
h) het bestaan van geautomatiseerde besluitvorming, met inbegrip van de in artikel 22, leden 1 en 4, bedoelde profilering, en, ten minste
in die gevallen, nuttige informatie over de onderliggende logica, alsmede het belang en de verwachte gevolgen van die verwerking voor de
betrokkene.
[…]
3
Zie in dat verband: Beslissing 14/2021 februari van 09 februari 2021; Beslissing 20/2021 van 12 februari 2021
4
Artikel 5.2 AVG: De verwerkingsverantwoordelijke is verantwoordelijk voor de naleving van lid 1 en kan deze aantonen
(„verantwoordingsplicht”).
Beslissing ten gronde 189/2022 - 4/7
verwerkingsverantwoordelijke informatie verstrekt over de wijze waarop die instantie, in casu […],
in het bezit is gekomen van de persoonsgegevens van de klager, alsook de rechtsgrond op basis
waarvan haar gegevens door die instantie worden verwerkt teneinde aan te tonen dat de gegevens
van de klager rechtmatig door de verwerkingsverantwoordelijke zijn verkregen. Teneinde de
rechten van de klager te waarborgen, dient de verwerkingsverantwoordelijke haar ook de
contactgegevens van die instantie ter beschikking te stellen teneinde de klager in staat te stellen
haar recht van inzage uit te oefenen ten aanzien van die instantie, zijnde de […].
6. Voor wat betreft de overige informatie waar de klager om heeft verzocht en recht op heeft
ingevolge artikel 15.1 AVG heeft de verwerkingsverantwoordelijke nagelaten daarop ook maar enig
antwoord te verstrekken.
7. De Geschillenkamer is van oordeel dat op grond van bovenstaande analyse dient te worden
geconcludeerd dat door de verwerkingsverantwoordelijke een inbreuk op de bepalingen van de
AVG werd gepleegd, dewelke rechtvaardigt dat in casu wordt overgegaan tot het nemen van een
beslissing op grond van artikel 95, §1, 5° WOG, meer bepaald de verwerkingsverantwoordelijke te
bevelen om gevolg te geven aan de uitoefening door de klager van diens recht van inzage (artikel
15.1 AVG) en dit in het bijzonder gelet op het stuk dat de klager heeft bijgebracht waaruit blijkt dat
de klager wel degelijk haar recht op inzage heeft uitgeoefend, maar de
verwerkingsverantwoordelijke daaraan geen passend gevolg heeft gegeven.
8. Onderhavige beslissing is een prima facie beslissing genomen door de Geschillenkamer
overeenkomstig artikel 95 WOG op grond van de door de klager ingediende klacht, in het kader van
de ‘procedure voorafgaand aan de beslissing ten gronde’ 5 en geen beslissing ten gronde van de
Geschillenkamer in de zin van artikel 100 WOG.
9. Onderhavige beslissing heeft tot doel de verwerkingsverantwoordelijke in kennis te stellen van het
feit dat deze mogelijk een inbreuk op de bepalingen van de AVG heeft gepleegd en hem in de
mogelijkheid te stellen zich alsnog te conformeren met voornoemde bepalingen.
10. Indien de verwerkingsverantwoordelijke evenwel niet akkoord gaat met de inhoud van onderhavige
prima facie beslissing en van oordeel is dat deze feitelijke en/of juridische argumenten kan laten
gelden die tot een andere beslissing zouden kunnen leiden, kan deze via het e-mailadres
[email protected] een verzoek tot behandeling ten gronde van de zaak richten aan de
Geschillenkamer en dit binnen de termijn van 30 dagen na de kennisgeving van deze beslissing. De
tenuitvoerlegging van onderhavige beslissing wordt desgevallend gedurende voormelde periode
geschorst.
5 Afdeling 3, Onderafdeling 2 WOG (artikelen 94 t.e.m. 97).
Beslissing ten gronde 189/2022 - 5/7
11. In geval van een voortzetting van de behandeling van de zaak ten gronde, zal de Geschillenkamer
de partijen op grond van de artikelen 98, 2° en 3° juncto artikel 99 WOG uitnodigen hun
verweermiddelen in te dienen alsook alle stukken die zij nuttig achten bij het dossier te voegen. De
onderhavige beslissing wordt desgevallend definitief opgeschort.
12. De Geschillenkamer wijst er volledigheidshalve op dat een behandeling ten gronde van de zaak kan
leiden tot het opleggen van de maatregelen vermeld in artikel 100 WOG 6.
13. Tot slot wijst de Geschillenkamer nog op het volgende:
Indien één van beide partijen gebruik wenst te maken van de mogelijkheid tot het raadplegen en
het kopiëren van het dossier (art. 95, §2, 3° WOG), dient deze zich te wenden tot het secretariaat
van de Geschillenkamer, bij voorkeur via [email protected], teneinde een afspraak
vast te leggen.
Indien om een kopie van het dossier wordt verzocht, worden de stukken zo mogelijk elektronisch
of anders per gewone post bezorgd 7.
III. Publicatie van de beslissing
14. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de
Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit. Het is evenwel niet nodig dat daartoe de identificatiegegevens
van de partijen rechtstreeks worden bekendgemaakt.
6
1° een klacht te seponeren;
2° de buitenvervolgingstelling te bevelen;
3° de opschorting van de uitspraak te bevelen;
4° een schikking voor te stellen;
5° waarschuwingen en berispingen te formuleren;
6° te bevelen dat wordt voldaan aan de verzoeken van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen;
7° te bevelen dat de betrokkene in kennis wordt gesteld van het veiligheidsprobleem;
8° te bevelen dat de verwerking tijdelijk of definitief wordt bevroren, beperkt of verboden;
9° te bevelen dat de verwerking in overeenstemming wordt gebracht;
10° de rechtzetting, de beperking of de verwijdering van gegevens en de kennisgeving ervan aan de ontvangers van de gegevens te
bevelen;
11° de intrekking van de erkenning van certificatie-instellingen te bevelen;
12° dwangsommen op te leggen;
13° administratieve geldboeten op te leggen;
14° de opschorting van grensoverschrijdende gegevensstromen naar een andere Staat of een internationale instelling te bevelen;
15° het dossier over te dragen aan het parket van de procureur des Konings te Brussel, die het in kennis stelt van het gevolg dat aan het
dossier wordt gegeven;
16° geval per geval te beslissen om haar beslissingen bekend te maken op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
7
In verband met de buitengewone omstandigheden ingevolge COVID-19 wordt de mogelijkheid van afhalen bij het secretariaat van de
Geschillenkamer NIET geboden. Bovendien vindt alle communicatie in beginsel elektronisch plaats.
Beslissing ten gronde 189/2022 - 6/7
OM DEZE REDENEN,
beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, onder voorbehoud van de
indiening van een verzoek door de verwerkingsverantwoordelijke tot behandeling ten gronde
overeenkomstig artikel 98 e.v. WOG1, om:
- op grond van artikel 58.2, c) AVG en artikel 95, §1, 5° WOG de verwerkingsverantwoordelijke te
bevelen dat wordt voldaan aan het verzoek van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen,
meer bepaald het recht van inzage (artikel 15.1 AVG), en over te gaan tot het verstrekken aan de
klager van de door haar gevraagde informatie, en dit binnen de termijn van 30 dagen te rekenen
vanaf de kennisgeving van deze beslissing;
- de verwerkingsverantwoordelijke te bevelen de Gegevensbeschermingsautoriteit
(Geschillenkamer) per e-mail binnen dezelfde termijn op de hoogte te stellen van het resultaat
van deze beslissing via het e-mailadres [email protected]; en
- bij gebrek aan de tijdige uitvoering van het hierboven gestelde door de
verwerkingsverantwoordelijke, de zaak ambtshalve ten gronde te behandelen overeenkomstig
artikelen 98 e.v. WOG.
Op grond van artikel 108, § 1 van de WOG, kan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving
tegen deze beslissing beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van beroep Brussel), met de
Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder.
Beslissing ten gronde 189/2022 - 7/7
Een dergelijk beroep kan worden aangetekend middels een verzoekschrift op tegenspraak dat de in artikel
1034ter van het Gerechtelijk Wetboek opgesomde vermeldingen dient te bevatten 8. Het verzoekschrift op
tegenspraak dient te worden ingediend bij de griffie van het Marktenhof overeenkomstig artikel
1034quinquies van het Ger.W.9, dan wel via het e-Deposit informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van
het Ger.W.).
(get). Hielke Hijmans
Voorzitter van de Geschillenkamer
8
Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid:
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam, voornaam, woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister- of
ondernemingsnummer;
3° de naam, voornaam, woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden opgeroepen;
4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering;
5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt;
6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat.
9
Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden aan de
griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd.