1/6
Geschillenkamer
Beslissing 160/2022 van 8 november 2022
Dossiernummer : DOS-2022-04158
Betreft : Klacht wegens onvoldoende gevolg gegeven aan het recht op inzage
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer Hielke Hijmans,
alleenzetelend voorzitter;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende
de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en
betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene
verordening gegevensbescherming), hierna AVG;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, hierna WOG;
Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers
op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 15 januari 2019;
Gelet op de stukken van het dossier;
heeft de volgende beslissing genomen inzake:
.
De klager: De heer X, hierna “de klager”; .
.
De verweerder: Y, hierna “de verweerder”.
Beslissing 160/2022 - 2/6
I. Feiten en procedure
1. Op 21 september 2022 diende de klager een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit
tegen de verweerder.
De klager is werkzaam in de IT-sector en wordt met regelmaat opgebeld door de
verwerkingsverantwoordelijke, hetzij via telkens andere (buitenlandse) telefoonnummers, hetzij
anoniem. De klager geeft aan al meermaals tijdens deze telefoongesprekken verzocht te hebben
om zijn gegevens te verwijderen, maar hieraan werd nooit gevolg gegeven. De klager mocht
evenmin antwoord ontvangen op het verzoek tot gegevenswissing via de website noch op een mail
betreffende zijn verzoek tot gegevenswissing die hij rechtstreeks heeft verzonden aan de
functionaris voor gegevensbescherming. Op 16 augustus 2022 heeft de klager nogmaals per mail
een verzoek tot inzage overeenkomstig artikel 15 AVG en een verzoek tot gegevenswissing
overeenkomstig artikel 17 AVG gericht aan de verwerkingsverantwoordelijke, waarop hij geen
antwoord heeft mogen ontvangen.
2. Op 12 oktober 2022 werd deze klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op grond van
de artikelen 58 en 60 WOG en wordt de klacht op grond van artikel 62, §1 WOG overgemaakt aan
de Geschillenkamer.
II. Motivering
3. Op basis van de klacht en de bijgevoegde bewijsstukken, stelt de Geschillenkamer vast dat de
klager zijn recht op gegevenswissing en recht op inzage behoorlijk heeft uitgeoefend.
4. Voor wat betreft het recht van inzage verwijst de Geschillenkamer naar artikel 15 AVG. Ingevolge
artikel 15 AVG heeft de betrokkene het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel
te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer
dat het geval is, om inzage te verkrijgen van die persoonsgegevens en van de volgende informatie:
a) de verwerkingsdoeleinden;
b) de betrokken categorieën van persoonsgegevens;
c) de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de persoonsgegevens zijn of zullen worden
verstrekt, met name ontvangers in derde landen of internationale organisaties;
d) indien mogelijk, de periode gedurende welke de persoonsgegevens naar verwachting zullen
worden opgeslagen, of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;
e) dat de betrokkene het recht heeft de verwerkingsverantwoordelijke te verzoeken dat
persoonsgegevens worden gerectificeerd of gewist, of dat de verwerking van hem betreffende
persoonsgegevens wordt beperkt, alsmede het recht tegen die verwerking bezwaar te maken;
Beslissing 160/2022 - 3/6
f) dat de betrokkene het recht heeft klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit;
g) wanneer de persoonsgegevens niet bij de betrokkene worden verzameld, alle beschikbare
informatie over de bron van die gegevens;
h) het bestaan van geautomatiseerde besluitvorming, met inbegrip van de in artikel 22, leden 1 en
4, bedoelde profilering, en, ten minste in die gevallen, nuttige informatie over de onderliggende
logica, alsmede het belang en de verwachte gevolgen van die verwerking voor de betrokkene.
5. Op basis van artikel 17.1 AVG heeft de betrokkene het recht van de verwerkingsverantwoordelijke
zonder onredelijke vertraging wissing van hem betreffende persoonsgegevens te verkrijgen.
6. Ingevolge artikel 12.3 en 12.4 AVG dient de verwerkingsverantwoordelijke de betrokkene binnen
uiterlijk één maand na de ontvangst van het verzoek tot inzage de gevraagde informatie over te
maken en bij het verzoek tot gegevenswissing de persoonsgegevens in kwestie te verwijderen. In
het geval van complexe verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden
worden verlengd. De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen één maand na
ontvangst van het verzoek in kennis van een dergelijke verlenging. Wanneer de
verwerkingsverantwoordelijke geen gevolg geeft aan het verzoek van de betrokkene, deelt hij deze
laatste onverwijld en uiterlijk binnen één maand na ontvangst van het verzoek mee waarom het
verzoek zonder gevolg is gebleven, en informeert hij hem over de mogelijkheid om klacht in te
dienen bij een toezichthoudende autoriteit en beroep bij de rechter in te stellen.
7. Op basis van de klacht en de stukken overgemaakt door de klager, stelt de Geschillenkamer vast
dat de klager geen enkel antwoord heeft mogen ontvangen van de verwerkingsverantwoordelijke
op zijn verzoek tot inzage, noch op zijn verzoek tot gegevenswissing , hetgeen een inbreuk uitmaakt
op artikel 12.3 AVG, artikel 15.1 AVG en artikel 17.1 AVG.
8. De Geschillenkamer is van oordeel dat op grond van bovenstaande analyse dient te worden
geconcludeerd dat door de verwerkingsverantwoordelijke een inbreuk op de bepalingen van de
AVG werd gepleegd, dewelke rechtvaardigt dat in casu wordt overgegaan tot het nemen van een
beslissing op grond van artikel 95, § 1, 5° WOG, meer bepaald te bevelen dat wordt voldaan aan het
verzoek van de klager om zijn rechten uit te oefenen, meer bepaald het recht op inzage (artikel 15.1
AVG), en over te gaan tot het verlenen van inzage in de betreffende persoonsgegevens en wordt
voldaan aan het verzoek van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen, meer bepaald het recht
op gegevenswissing (artikel 17.1 AVG), en over te gaan tot wissing van de betreffende
persoonsgegevens.
9. Onderhavige beslissing is een prima facie beslissing genomen door de Geschillenkamer
overeenkomstig artikel 95 WOG op grond van de door de klager ingediende klacht, in het kader van
Beslissing 160/2022 - 4/6
de “procedure voorafgaand aan de beslissing ten gronde” 1 en geen beslissing ten gronde van de
Geschillenkamer in de zin van artikel 100 WOG.
10. Onderhavige beslissing heeft tot doel de verwerkingsverantwoordelijke in kennis te stellen van het
feit dat deze mogelijk een inbreuk op de bepalingen van de AVG heeft gepleegd en deze in de
mogelijkheid te stellen zich alsnog te conformeren met voornoemde bepalingen.
11. Indien de verwerkingsverantwoordelijke evenwel niet akkoord gaat met de inhoud van onderhavige
prima facie beslissing en van oordeel is dat deze feitelijke en/of juridische argumenten kan laten
gelden die tot een andere beslissing zouden kunnen leiden, kan deze via het e-mailadres
[email protected] een verzoek tot behandeling ten gronde van de zaak richten aan de
Geschillenkamer en dit binnen de termijn van 30 dagen na de kennisgeving van deze beslissing. De
tenuitvoerlegging van onderhavige beslissing wordt desgevallend gedurende voormelde periode
geschorst.
12. In geval van een voortzetting van de behandeling van de zaak ten gronde, zal de Geschillenkamer
de partijen op grond van de artikelen 98, 2° en 3° juncto artikel 99 WOG uitnodigen hun
verweermiddelen in te dienen alsook alle stukken die zij nuttig achten bij het dossier te voegen. De
onderhavige beslissing wordt desgevallend definitief opgeschort.
13. De Geschillenkamer wijst er volledigheidshalve op dat een behandeling ten gronde van de zaak kan
leiden tot het opleggen van de maatregelen vermeld in artikel 100 WOG 2.
14. Tot slot wijst de Geschillenkamer nog op het volgende:
1
Afdeling 3, Onderafdeling 2 WOG (artikelen 94 t.e.m. 97).
2
Art. 100. § 1. De Geschillenkamer heeft de bevoegdheid om:
1° een klacht te seponeren;
2° de buitenvervolgingstelling te bevelen;
3° de opschorting van de uitspraak te bevelen;
4° een schikking voor te stellen;
5° waarschuwingen en berispingen te formuleren;
6° te bevelen dat wordt voldaan aan de verzoeken van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen;
7° te bevelen dat de betrokkene in kennis wordt gesteld van het veiligheidsprobleem;
8° te bevelen dat de verwerking tijdelijk of definitief wordt bevroren, beperkt of verboden;
9° te bevelen dat de verwerking in overeenstemming wordt gebracht;
10° de rechtzetting, de beperking of de verwijdering van gegevens en de kennisgeving ervan aan de ontvangers van de gegevens te
bevelen;
11° de intrekking van de erkenning van certificatie-instellingen te bevelen;
12° dwangsommen op te leggen;
13° administratieve geldboeten op te leggen;
14° de opschorting van grensoverschrijdende gegevensstromen naar een andere Staat of een internationale instelling te bevelen;
15° het dossier over te dragen aan het parket van de procureur des Konings te Brussel, die het in kennis stelt van het gevolg dat aan
het dossier wordt gegeven;
16° geval per geval te beslissen om haar beslissingen bekend te maken op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
§ 2. Wanneer na toepassing van § 1, 15°, het openbaar ministerie er van afziet een strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking
of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering voor te stellen, of wanneer het
openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de dag van ontvangst van
het dossier, beslist de Gegevensbeschermingsautoriteit of de administratieve procedure moet worden hernomen.
Beslissing 160/2022 - 5/6
Indien één van beide partijen gebruik wenst te maken van de mogelijkheid tot het raadplegen en
het kopiëren van het dossier (art. 95, § 2, 3° WOG), dient deze zich te wenden tot het secretariaat
van de Geschillenkamer, bij voorkeur via [email protected], teneinde een afspraak
vast te leggen.
Indien om een kopie van het dossier wordt verzocht, worden de stukken zo mogelijk elektronisch
of anders per gewone post bezorgd.
III. Publicatie van de beslissing
15. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de
Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit. Het is evenwel niet nodig dat daartoe de identificatiegegevens
van de partijen rechtstreeks worden bekendgemaakt.
OM DEZE REDENEN,
beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, na beraadslaging, om:
1. op grond van artikel 58.2, c) AVG en artikel 95, §1, 5° WOG de verweerder te bevelen dat
wordt voldaan aan het verzoek van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen, meer
bepaald het recht op inzage (artikel 15.1 AVG), en over te gaan tot het verlenen van inzage in
de betreffende persoonsgegevens, en dit binnen de termijn van 30 dagen te rekenen vanaf
de kennisgeving van deze beslissing
2. op grond van artikel 58.2, c) AVG en artikel 95, §1, 5° WOG de verweerder te bevelen dat
wordt voldaan aan het verzoek van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen, meer
bepaald het recht op gegevenswissing (artikel 17.1 AVG), en over te gaan tot wissing van de
Hielke Hijmans
betreffende persoonsgegevens, en dit binnen de termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de
Voorzitter van
kennisgeving van deze beslissing;
3. de verweerder te bevelen de Gegevensbeschermingsautoriteit (Geschillenkamer) per e-mail
binnen dezelfde termijn op de hoogte te stellen van het gevolg dat aan deze beslissing wordt
gegeven via het e-mailadres [email protected]; en
4. bij gebrek aan de tijdige uitvoering van het hierboven gestelde door de verweerder, de zaak
ambtshalve ten gronde te behandelen overeenkomstig artikelen 98 e.v. van de WOG.
Beslissing 160/2022 - 6/6
Op grond van artikel 108, § 1 van de WOG, kan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving
tegen deze beslissing beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van beroep Brussel), met de
Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder.
Een dergelijk beroep kan worden aangetekend middels een verzoekschrift op tegenspraak dat de in artikel
1034ter van het Gerechtelijk Wetboek opgesomde vermeldingen dient te bevatten3. Het verzoekschrift op
tegenspraak dient te worden ingediend bij de griffie van het Marktenhof overeenkomstig artikel
1034quinquies van het Ger.W.4, dan wel via het e-Deposit informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van
het Ger.W.).
(get). Hielke HIJMANS
Voorzitter van de Geschillenkamer
3
Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid:
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam, voornaam, woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister- of
ondernemingsnummer;
3° de naam, voornaam, woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden opgeroepen;
4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering;
5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt;
6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat.
4
Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden aan
de griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd.