1/5
Geschillenkamer
Beslissing 133/2024 van 25 oktober 2024
Dossiernummer : DOS-2024-01206
Betreft : klacht i.v.m. gebruik foto’s voormalig werknemer in o.a. brochures en mailingen
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer
Hielke HIJMANS, alleenzetelend voorzitter;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016
betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van
persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van
Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna “AVG”;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit,
hierna “WOG”;
Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van
Volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op
15 januari 2019;
Gelet op de stukken van het dossier;
Heeft de volgende beslissing genomen inzake:
De klager: X, hierna “de klaagster”
De verweerder: Y, hierna “de verweerder”
Beslissing 133/2024 — 2/5
I. Feiten en procedure
1. Het voorwerp van de klacht betreft het feit dat klaagster ongewenst wordt afgebeeld in de
brochures van haar voormalige werkgever, welke een beveiligingsbedrijf is. Klaagster stuurt
ter staving van het voorgaande kopieën mee van de brochures waarop inderdaad foto’s
staan afgebeeld van een vrouw.
2. Op 5 maart 2024 dient de klaagster een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit
tegen de verweerder.
3. Op 2 april 2024 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op grond
van de artikelen 58 en 60 WOG en wordt de klacht op grond van artikel 62, § 1 WOG
overgemaakt aan de Geschillenkamer.
II. Motivering
4. Op basis van de elementen in het dossier die de Geschillenkamer bekend zijn, en op basis
van de bevoegdheden die haar door de wetgever op grond van artikel 95, § 1 WOG zijn
toebedeeld, beslist de Geschillenkamer over de verdere opvolging van het dossier; in casu
gaat de Geschillenkamer over tot het seponeren van de klacht overeenkomstig artikel 95,
§ 1, 3° WOG, op basis van de hiernavolgende motivering.
5. Wanneer een klacht geseponeerd wordt, dient de Geschillenkamer haar beslissing
trapsgewijs te motiveren1 en:
- een technische seponering uit te spreken indien het dossier geen of niet voldoende
elementen bevat die tot een veroordeling kunnen leiden, of indien er onvoldoende
uitzicht bestaat op een veroordeling wegens een technische belemmering,
waardoor zij niet tot een beslissing kan komen;
- of een beleidssepot uit te spreken, indien ondanks de aanwezigheid van elementen
die tot een sanctie kunnen leiden, de voortzetting van het onderzoek van het
dossier niet opportuun lijkt in het licht van de prioriteiten van de
Gegevensbeschermingsautoriteit, zoals gespecificeerd en toegelicht in het
sepotbeleid van de Geschillenkamer2.
6. In het geval op meer dan één grond wordt geseponeerd, dienen de sepotgronden (resp.
technisch sepot en beleidssepot) in volgorde van belangrijkheid te worden behandeld 3.
1
Hof van Beroep Brussel, Sectie Marktenhof, 19de kamer A, Kamer voor marktzaken, arrest 2020/AR/329, 2 september 2020,
p. 18.
2
In dit verband verwijst de Geschillenkamer naar haar sepotbeleid zoals uitvoerig uiteengezet op de website van de GBA:
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/sepotbeleid-van-de-geschillenkamer.pdf
3
Cf. Titel 3 – In welke gevallen zal mijn klacht waarschijnlijk worden geseponeerd door de Geschillenkamer? van het
sepotbeleid van de Geschillenkamer.
Beslissing 133/2024 — 3/5
7. In het voorliggend dossier gaat de Geschillenkamer over tot een seponering van de klacht,
op grond van het beleidssepot. Er liggen namelijk twee motieven aan de basis van de
beslissing van de Geschillenkamer waarom zij het onwenselijk acht verder gevolg te geven
aan het dossier en derhalve beslist niet over te gaan tot, inter alia, een behandeling ten
gronde.4
8. Ten eerste heeft klaagster niet kunnen aantonen haar rechten te hebben uitgeoefend ten
opzichte van de verwerkingsverantwoordelijke. Haar klacht gaat immers niet vergezeld van
enig bewijsstuk waaruit blijkt dat zij haar rechten om tot wissing van haar foto’s conform
artikel 17 AVG over te gaan, heeft uitgeoefend. Bovendien geeft klaagster te kennen dat
haar dienstverband bij verwerkingsverantwoordelijke is beëindigd op een onprettige wijze.
Zij wenst derhalve geen contact met haar voormalig werkgever op te nemen.
9. Ten tweede heeft de klaagster volgens de Geschillenkamer met onvoldoende
bewijsstukken onderbouwd dat er sprake is van een onrechtmatige verwerking van haar
foto’s door verweerder. Klaagster stelt in de klacht dat haar foto’s in het verleden vaker
werden gebruikt in brochures, mailingen en bij vormingen. Zij geeft weliswaar te kennen daar
geen voorafgaande toestemming voor gegeven te hebben, echter kan uit voorstaande
volgens de Geschillenkamer wel worden afgeleid dat klaagster akkoord was om langere tijd
afgebeeld te staan in de brochures en het overige materiaal van verwerker. Het is bovendien
niet duidelijk of, en zo ja, welke afspraken er hieromtrent bestonden tussen klaagster en
verweerder. De Geschillenkamer beschikt derhalve over onvoldoende bewijsstukken,
teneinde een oordeel te kunnen vellen over de rechtmatigheid van de verwerking door
verweerder.
III. Publicatie en mededeling van de beslissing
10. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de
Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit. Het is daarentegen niet nodig dat daartoe de
identificatiegegevens van de partijen rechtstreeks worden bekendgemaakt.
11. Overeenkomstig haar sepotbeleid, zal de Geschillenkamer de beslissing aan de verweerder
overmaken5. De Geschillenkamer heeft immers besloten om haar sepotbeslissingen
ambtshalve ter kennis te brengen van verweerders. De Geschillenkamer ziet echter af van
een dergelijke kennisgeving wanneer de klaagster om anonimiteit heeft verzocht ten
opzichte van de verweerder en de kennisgeving van de beslissing aan de verweerder(s), zelfs
4
Cf. criterium A.2 in het sepotbeleid van de Geschillenkamer.
5
Cf. Titel 5 – Zal de sepot van mijn klacht worden gepubliceerd? Zal de tegenpartij hiervan op de hoogte worden gebracht?
van het sepotbeleid van de Geschillenkamer.
Beslissing 133/2024 — 5/5
Om de klaagster in staat te stellen andere mogelijke rechtsmiddelen te overwegen, verwijst de
Geschillenkamer de klager naar de toelichting in haar sepotbeleid9.
(Get). Hielke HIJMANS
Voorzitter van de Geschillenkamer
9
Cf. Titel 4 – Wat kan ik doen als mijn klacht wordt afgesloten? van het sepotbeleid van de Geschillenkamer.