1/5
Geschillenkamer
Beslissing 117/2022 van 26 juli 2022
Dossiernummer : DOS-2021-07812
Betreft : Gebruik van gegevens voor commerciële communicatie
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer Hielke
Hijmans, alleenzetelend voorzitter;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016
betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van
persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van
Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna AVG;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit,
hierna WOG;
Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van
Volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op
15 januari 2019;
Gelet op de stukken van het dossier;
Heeft de volgende beslissing genomen inzake:
De klager: X, hierna “de klager”
De verwerkingsverantwoordelijke: Y, hierna “de verweerder”
Beslissing 117/2022 - 2/5
I. Feiten en procedure
1. Op 29 december 2021 dient de klager een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit
tegen de verwerkingsverantwoordelijke.
2. Het voorwerp van de klacht betreft de ontvangst van ongewenste reclame van [...], een
merk van de verwerkingsverantwoordelijke dat is bestemd voor digitaal actieve klanten.
Naar aanleiding daarvan heeft de klager zijn recht van bezwaar uitgeoefend ten aanzien van
de verwerkingsverantwoordelijke, alsook verzocht om inzage in de hem betreffende
verwerkte persoonsgegevens. De klager gaf aan hierbij inzonderheid te willen vernemen
welke wettelijke basis aan de grondslag ligt van de verwerking van zijn persoonsgegevens
voor commerciële doeleinden.
De verwerkingsverantwoordelijke reageerde hierop binnen de wettelijke termijn van 30
dagen door niet alleen te bevestigen dat de klager voortaan geen marketing informatie
meer zou ontvangen, alsook een overzicht te bieden van de verwerkte gegevens met
telkens de aanduiding van de rechtsgrond.
De klager stelt dat de verwerkingsverantwoordelijke zich niet kan beroepen op de
rechtsgrond ‘gerechtvaardigd belang’ voor de verwerking van zijn e-mailadres voor
marketingactiviteiten, vermits de verwerkingsverantwoordelijke enkel over zijn gegevens
beschikt als voormalige klant, doch niet als huidige klant.
3. Op 13 januari 2022 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op
grond van de artikelen 58 en 60 WOG en wordt de klacht op grond van art. 62, § 1 WOG
overgemaakt aan de Geschillenkamer.
II. Motivering
4. Op basis van de elementen in het dossier die de Geschillenkamer bekend zijn, en op basis
van de bevoegdheden die haar door de wetgever op grond van artikel 95, § 1 WOG zijn
toebedeeld, beslist de Geschillenkamer over de verdere opvolging van het dossier; in casu
gaat de Geschillenkamer over tot het seponeren van de klacht overeenkomstig artikel 95,
§ 1, 3° WOG, op basis van de hiernavolgende motivering.
5. Wanneer een klacht geseponeerd wordt, dient de Geschillenkamer haar beslissing
trapsgewijs te motiveren1 en:
- een technische seponering uit te spreken indien het dossier geen of niet voldoende
elementen bevat die tot een veroordeling kunnen leiden, of indien er onvoldoende
1
Hof van Beroep Brussel, Sectie Marktenhof, 19de kamer A, Kamer voor marktzaken, arrest 2020/AR/329, 2 september
2020, p. 18.
Beslissing 117/2022 - 3/5
uitzicht bestaat op een veroordeling wegens een technische belemmering,
waardoor zij niet tot een beslissing kan komen;
- of een beleidssepot uit te spreken, indien ondanks de aanwezigheid van elementen
die tot een sanctie kunnen leiden, de voortzetting van het onderzoek van het
dossier niet opportuun lijkt in het licht van de prioriteiten van de
Gegevensbeschermingsautoriteit, zoals gespecificeerd en toegelicht in het
sepotbeleid van de Geschillenkamer2.
6. In het geval op meer dan één grond wordt geseponeerd, dienen de sepotgronden (resp.
technisch sepot en beleidssepot) in volgorde van belangrijkheid te worden behandeld3.
7. In het voorliggend dossier gaat de Geschillenkamer over tot een seponering van de klacht,
op grond van technische overwegingen. Er ligt namelijk één motief aan de basis van de
beslissing van de Geschillenkamer waarom zij het onwenselijk acht verder gevolg te geven
aan het dossier en derhalve beslist niet over te gaan tot, inter alia, een behandeling ten
gronde.
8. Voor wat betreft de bewering van de klager dat het gebruik van zijn e-mailadres voor direct
marketing doeleinden niet mogelijk is op grond van het ‘gerechtvaardigd belang’ van de
verwerkingsverantwoordelijke, wijst de Geschillenkamer erop dat niet de toestemming,
maar wel het gerechtvaardigd belang van de verwerkingsverantwoordelijke als
rechtsgrond4 geldt om het e-mailadres van de klager te verwerken en dus aan te wenden
voor direct marketing doeleinden. Overweging 47 AVG bepaalt immers uitdrukkelijk dat de
verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van direct marketing kan worden
beschouwd als uitgevoerd met het oog op een gerechtvaardigd belang (artikel 6.1 f) AVG).
Deze rechtsgrond is ook van toepassing met betrekking tot voormalige klanten. Zo stelt de
Gegevensbeschermingsautoriteit in haar aanbeveling nr. 01/2020 van 17 januari 2020
betreffende de verwerking van persoonsgegevens voor direct marketingdoeleinden 5,
uitdrukkelijk (in randnr. 168) dat wanneer de verwerkingsverantwoordelijke nooit enige
relatie met een betrokkene heeft gehad, of deze relatie een hele tijd teruggaat zonder
dat deze ondertussen werd opgevolgd, de rechtsgrond gerechtvaardigd belang niet kan
worden ingeroepen, omdat de ontvangst van een direct marketing bericht niet tot de
2
In dit verband verwijst de Geschillenkamer naar haar sepotbeleid zoals uitvoerig uiteengezet op de website van de GBA:
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/sepotbeleid-van-de-geschillenkamer.pdf
3
Cf. Titel 3 – In welke gevallen zal mijn klacht waarschijnlijk worden geseponeerd door de Geschillenkamer? van het
sepotbeleid van de Geschillenkamer.
4
1.De verwerking is alleen rechtmatig indien en voor zover aan ten minste een van de onderstaande voorwaarden is voldaan:
a) de betrokkene heeft toestemming gegeven voor de verwerking van zijn persoonsgegevens voor een of meer specifieke
doeleinden;
[…]
f) de verwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de
verwerkingsverantwoordelijke of van een derde, behalve wanneer de belangen of de grondrechten en de fundamentele
vrijheden van de betrokkene die tot bescherming van persoonsgegevens nopen, zwaarder wegen dan die belangen, met
name wanneer de betrokkene een kind is.
5
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/aanbeveling-nr.-01-2020.pdf
Beslissing 117/2022 - 4/5
redelijke verwachtingen van de betrokkene behoort. Echter, in voorliggend geval heeft de
klager zijn abonnement pas opgezegd in 2019, dus nog niet zo erg lang geleden gelet op de
feiten die dateren van 2021, en dus kan a contrario worden gesteld dat de klager zich als
voormalige klant er redelijkerwijs wel aan kon verwachten dat zijn gegevens nog voor direct
marketing zouden worden gebruikt. Bovendien heeft de verwerkingsverantwoordelijke
aan de klager bevestigd dat de gegevens van voormalige klanten na stopzetting van het
contract enkel nog voor een maximumperiode van 2 jaar worden verwerkt voor
marketingactiviteiten. De klager geeft zelf aan een voormalige klant te zijn van de
verwerkingsverantwoordelijke, zodat deze de gegevens van de klager kan gebruiken voor
reclamedoeleinden, zoals in casu voor de lancering en aanbieding van een nieuw digitaal
merk dat onder het beheer valt van de verwerkingsverantwoordelijke, ook al heeft de
klager nooit gebruik gemaakt van het nieuwe telecommerk.
9. Daartegenover staat wel dat de verwerkingsverantwoordelijke gevolg dient te geven aan
het bezwaar dat door de betrokkene te allen tijde kan worden gemaakt tegen de
verwerking van hem betreffende persoonsgegevens, zonder dat de betrokkene daartoe
enige motivering dient te geven (artikel 21.2 AVG en artikel 21.3 AVG) 6. De
verwerkingsverantwoordelijke heeft binnen de termijn van een maand na ontvangst van
het verzoek van de klager (artikel 12.3 AVG) om geen direct marketing berichten meer te
ontvangen, daaraan gevolg gegeven door de bevestiging van de verwijdering van de
persoonsgegevens van de klager.
10. De Geschillenkamer besluit dat de verwerkingsverantwoordelijke geen inbreuk heeft
begaan op artikel 6.1 AVG. Bovendien heeft de verwerkingsverantwoordelijke binnen de
wettelijke termijn van een maand passend gevolg gegeven aan het verzoek van de klager
doordat hem de gevraagde informatie werd verstrekt, alsook zijn e-mailadres niet langer
wordt gebruikt voor direct marketing doeleinden, zodat er dan ook geen inbreuk werd
gepleegd op artikel 12.3 AVG juncto artikel 15 AVG en artikel 21.2 en 21.3 AVG.
III. Publicatie en mededeling van de beslissing
11. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de
Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit. Het is daarentegen niet nodig dat daartoe de
identificatiegegevens van de partijen rechtstreeks worden bekendgemaakt.
6
Zie in dat verband ook overweging 70 AVG: Wanneer persoonsgegevens worden verwerkt ten behoeve van direct
marketing dient de betrokkene, ongeacht of het een aanvankelijke dan wel een verdere verwerking betreft, het recht te
hebben te allen tijde en kosteloos bezwaar te maken tegen deze verwerking, ook in het geval van profilering voor zover deze
betrekking heeft op de direct marketing. Dat recht moet uitdrukkelijk, op duidelijke wijze en gescheiden van overige
informatie, onder de aandacht van de betrokkene worden gebracht.
Beslissing 117/2022 - 5/5
12. Overeenkomstig haar sepotbeleid, zal de Geschillenkamer de beslissing aan de verweerder
overmaken7. De Geschillenkamer heeft immers besloten om haar sepotbeslissingen
ambtshalve ter kennis te brengen van verweerders. De Geschillenkamer ziet echter af van
een dergelijke kennisgeving wanneer de klager om anonimiteit heeft verzocht ten opzichte
van de verweerder en de kennisgeving van de beslissing aan de verweerder, zelfs indien
deze gepseudonimiseerd is, het niettemin mogelijk maakt om de klager te
(her)identificeren8. Dit is evenwel niet het geval in de onderhavige zaak.
OM DEZE REDENEN,
beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, na beraadslaging,
om de voorliggende klacht te seponeren op grond van artikel 95, § 1, 3° van de WOG.
Op grond van artikel 108, § 1 van de WOG, kan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de
kennisgeving tegen deze beslissing beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van
beroep Brussel), met de Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder.
Een dergelijk beroep kan worden aangetekend middels een verzoekschrift op tegenspraak dat de
in artikel 1034ter van het Gerechtelijk Wetboek opgesomde vermeldingen dient te bevatten9. Het
verzoekschrift op tegenspraak dient te worden ingediend bij de griffie van het Marktenhof
overeenkomstig artikel 1034quinquies van het Ger.W.10, dan wel via het e-Deposit
informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van het Ger.W.).
Om de klager in staat te stellen andere mogelijke rechtsmiddelen te overwegen, verwijst de
Geschillenkamer de klager naar de toelichting in haar sepotbeleid11.
(get.) Hielke HIJMANS
Voorzitter van de Geschillenkamer
7
Cf. Titel 5 – Zal de sepot van mijn klacht worden gepubliceerd? Zal de tegenpartij hiervan op de hoogte worden gebracht?
van het sepotbeleid van de Geschillenkamer.
8
Ibidem.
9
Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid:
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam, voornaam, woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister- of
ondernemingsnummer;
3° de naam, voornaam, woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden
opgeroepen;
4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering;
5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt;
6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat.
10
Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief
gezonden aan de griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd.
11
Cf. Titel 4 – Wat kan ik doen als mijn klacht wordt afgesloten? van het sepotbeleid van de Geschillenkamer.