1/7
Geschillenkamer
Beslissing 04/2023 van 25 januari 2023
Dossiernummer : DOS-2023-00161
Betreft : Weigering om gevolg te geven aan verzoek tot gegevenswissing
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer Hielke Hijmans,
alleenzetelend voorzitter;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende
de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en
betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene
verordening gegevensbescherming), hierna AVG;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, hierna WOG;
Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers
op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 15 januari 2019;
Gelet op de stukken van het dossier;
heeft de volgende beslissing genomen inzake:
.
De klager: De heer X, hierna “de klager”; .
.
De verwerkingsverantwoordelijke: Y, hierna “de verwerkingsverantwoordelijke”
Beslissing ten gronde 04/2023 - 2/7
I. Feiten en procedure
1. Op 6 januari 2023 diende de klager een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit tegen de
verwerkingsverantwoordelijke.
2. Het voorwerp van de klacht betreft het gebrek aan passend gevolg vanwege de
verwerkingsverantwoordelijke op het verzoek van de klager tot het wissen van zijn
persoonsgegevens, meer bepaald zijn mailadres hetwelk door de verwerkingsverantwoordelijke
wordt aangewend om de klager ongevraagde reclame toe te sturen. De klager geeft aan dat hij
meermaals heeft verzocht om tot gegevenswissing over te gaan. De
verwerkingsverantwoordelijke heeft daarop gereageerd door aan te geven dat het mailadres
waarmee de klager zich richt tot de verwerkingsverantwoordelijke met het verzoek tot schrapping,
zijnde het adres […], niet in diens listing/adressenlijst is opgenomen. Dit heeft ertoe geleid dat de
verwerkingsverantwoordelijke de klager verzocht om aan te geven of hij nog over enig ander
mailadres beschikt dat is gekoppeld aan […]. De klager stelde hierop dat de ongewenste mails door
de verwerkingsverantwoordelijke in “bcc” worden verzonden, zodat de klager dan ook niet kan
antwoorden hierop. Niettegenstaande het herhaalde verzoek van de klager tot wissing van diens
mailadres teneinde de ontvangst van ongewenste reclameberichten te beëindigen, blijft de klager
evenwel vanwege de verwerkingsverantwoordelijke ongewenste direct marketing e-mails
ontvangen.
3. Op 11 januari 2023 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op grond van
de artikelen 58 en 60 WOG en wordt de klacht op grond van art. 62, §1 WOG overgemaakt aan de
Geschillenkamer.
II. Motivering
4. De Geschillenkamer stelt op basis van de stukken die de klacht staven vast dat de klager zijn recht
op gegevenswissing heeft uitgeoefend, maar de verwerkingsverantwoordelijke heeft nagelaten
daaraan passend gevolg te geven. Hierdoor heeft de verwerkingsverantwoordelijken gehandeld in
strijd met artikel 5.21 en 12.2 AVG2, alsook artikel 17.1 AVG3. De verwerkingsverantwoordelijke geeft
1
Artikel 5.2 AVG. De verwerkingsverantwoordelijke is verantwoordelijk voor de naleving van lid 1 en kan deze aantonen
(„verantwoordingsplicht”).
2
Artikel 12 AVG
[…]
2. De verwerkingsverantwoordelijke faciliteert de uitoefening van de rechten van de betrokkene uit hoofde van de artikelen 15 tot en met
22. In de in artikel 11, lid 2, bedoelde gevallen mag de verwerkingsverantwoordelijke niet weigeren gevolg te geven aan het verzoek van
de betrokkene om diens rechten uit hoofde van de artikelen 15 tot en met 22 uit te oefenen, tenzij de verwerkingsverantwoordelijke aantoont
dat hij niet in staat is de betrokkene te identificeren.
[…]
3
Artikel 17 AVG
Beslissing ten gronde 04/2023 - 3/7
uitdrukkelijk aan niet in staat te zijn om over te gaan tot het wissen van het mailadres via hetwelk
de klager de ongewenste direct marketingberichten ontvangt. Dit betekent dat de
verwerkingsverantwoordelijke de verantwoordingsplicht zoals bepaald in artikel 5.2 AVG niet
naleeft, aangezien de verwerkingsverantwoordelijke er niet in slaagt aan te tonen om passend
gevolg te geven aan het verzoek van de klager en uitvoering te kunnen geven aan diens recht op
gegevenswissing (artikel 17.1 AVG), niettegenstaande de verplichting van de
verwerkingsverantwoordelijke tot het faciliteren van de uitoefening van de rechten van de
betrokkene uit hoofde van de artikelen 15 tot en met 22 AVG, in casu dus het recht van de klager
op gegevenswissing.
5. Hoewel de verzending van reclameberichten door de verwerkingsverantwoordelijke door middel
van e-mail waarbij de bestemmelingen in “bcc” zijn vermeld waardoor deze voor elkaar onbekend
blijven, in overeenstemming is met het beginsel van minimale gegevensverwerking (artikel 5. c)
AVG), handelt de verwerkingsverantwoordelijke niet in overeenstemming met dit beginsel op het
ogenblik dat andere mailadressen waarover de klager beschikt worden opgevraagd teneinde te
kunnen over gaan tot het verwijderen van het mailadres dat desgevallend ertoe leidt dat de klager
ongewenste berichten ontvangt. Teneinde de uitoefening van rechten te faciliteren, dient de
verwerkingsverantwoordelijke in een systeem te voorzien 4 zonder dat daarbij het beginsel van
minimale gegevensverwerking wordt miskend. De verwerkingsverantwoordelijke dient aldus in
staat te zijn over te gaan tot wissing van het mailadres dat aanleiding geeft tot de ongewenste
mailings zonder dat de klager daartoe bijkomende mailadressen dient te verstrekken.
1. De betrokkene heeft het recht van de verwerkingsverantwoordelijke zonder onredelijke vertraging wissing van hem betreffende
persoonsgegevens te verkrijgen en de verwerkingsverantwoordelijke is verplicht persoonsgegevens zonder onredelijke vertraging te wissen
wanneer een van de volgende gevallen van toepassing is:
a) de persoonsgegevens zijn niet langer nodig voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld of anderszins verwerkt;
b) de betrokkene trekt de toestemming waarop de verwerking overeenkomstig artikel 6, lid 1, punt a), of artikel 9, lid 2, punt a), berust, in,
en er is geen andere rechtsgrond voor de verwerking;
c) de betrokkene maakt overeenkomstig artikel 21, lid 1, bezwaar tegen de verwerking, en er zijn geen prevalerende dwingende
gerechtvaardigde gronden voor de verwerking, of de betrokkene maakt bezwaar tegen de verwerking overeenkomstig artikel 21, lid 2;
d) de persoonsgegevens zijn onrechtmatig verwerkt;
e) de persoonsgegevens moeten worden gewist om te voldoen aan een in het Unierecht of het lidstatelijke recht neergelegde wettelijke
verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust;
f) de persoonsgegevens zijn verzameld in verband met een aanbod van diensten van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 8, lid
1.
4
Zie overweging 59 AVG. Er dienen regelingen voorhanden te zijn om de betrokkene in staat te stellen zijn rechten uit hoofde van deze
verordening gemakkelijker uit te oefenen, zoals mechanismen om te verzoeken om met name inzage in en rectificatie of wissing van
persoonsgegevens en, indien van toepassing, deze gratis te verkrijgen, alsmede om het recht van bezwaar uit te oefenen. De
verwerkingsverantwoordelijke dient ook middelen te verstrekken om verzoeken elektronisch in te dienen, vooral wanneer persoonsgegevens
langs elektronische weg worden verwerkt.
[…]
Beslissing ten gronde 04/2023 - 4/7
6. De Geschillenkamer is van oordeel dat op grond van bovenstaande analyse dient te worden
geconcludeerd dat door de verwerkingsverantwoordelijke een inbreuk op de bepalingen van de
AVG werd gepleegd, dewelke rechtvaardigt dat in casu wordt overgegaan tot het nemen van een
beslissing op grond van artikel 95, §1, 5° WOG, meer bepaald de verwerkingsverantwoordelijke te
bevelen om gevolg te geven aan de uitoefening door de klager van diens recht op gegevenswissing
(artikel 17.1 AVG) en dit in het bijzonder gelet op de stukken die de klager heeft bijgebracht waaruit
blijkt dat de klager de verwerkingsverantwoordelijke heeft verzocht om over te gaan tot de
schrapping van zijn gegevens, zonder dat daaraan passend gevolg werd gegeven door de
verwerkingsverantwoordelijke.
7. Onderhavige beslissing is een prima facie beslissing genomen door de Geschillenkamer
overeenkomstig artikel 95 WOG op grond van de door de klager ingediende klacht, in het kader van
de ‘procedure voorafgaand aan de beslissing ten gronde’ 5 en geen beslissing ten gronde van de
Geschillenkamer in de zin van artikel 100 WOG.
8. Onderhavige beslissing heeft tot doel de verwerkingsverantwoordelijke in kennis te stellen van het
feit dat deze mogelijk een inbreuk op de bepalingen van de AVG heeft gepleegd en deze in de
mogelijkheid te stellen zich alsnog te conformeren met voornoemde bepalingen.
9. Indien de verwerkingsverantwoordelijke evenwel niet akkoord gaat met de inhoud van onderhavige
prima facie beslissing en van oordeel is dat deze feitelijke en/of juridische argumenten kan laten
gelden die tot een andere beslissing zouden kunnen leiden, kan deze via het e-mailadres
[email protected] een verzoek tot behandeling ten gronde van de zaak richten aan de
Geschillenkamer en dit binnen de termijn van 30 dagen na de kennisgeving van deze beslissing. De
tenuitvoerlegging van onderhavige beslissing wordt desgevallend gedurende voormelde periode
geschorst.
10. In geval van een voortzetting van de behandeling van de zaak ten gronde, zal de Geschillenkamer
de partijen op grond van de artikelen 98, 2° en 3° juncto artikel 99 WOG uitnodigen hun
verweermiddelen in te dienen alsook alle stukken die zij nuttig achten bij het dossier te voegen. De
onderhavige beslissing wordt desgevallend definitief opgeschort.
5 Afdeling 3, Onderafdeling 2 WOG (artikelen 94 t.e.m. 97).
Beslissing ten gronde 04/2023 - 5/7
11. De Geschillenkamer wijst er volledigheidshalve op dat een behandeling ten gronde van de zaak kan
leiden tot het opleggen van de maatregelen vermeld in artikel 100 WOG6.
12. Tot slot wijst de Geschillenkamer nog op het volgende:
Indien één van beide partijen gebruik wenst te maken van de mogelijkheid tot het raadplegen en
het kopiëren van het dossier (art. 95, §2, 3° WOG), dient deze zich te wenden tot het secretariaat
van de Geschillenkamer, bij voorkeur via [email protected], teneinde een afspraak
vast te leggen.
13. Indien om een kopie van het dossier wordt verzocht, worden de stukken zo mogelijk elektronisch
of anders per gewone post bezorgd 7.
III. Publicatie van de beslissing
14. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de
Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit. Het is evenwel niet nodig dat daartoe de identificatiegegevens
van de partijen rechtstreeks worden bekendgemaakt.
6
1° een klacht te seponeren;
2° de buitenvervolgingstelling te bevelen;
3° de opschorting van de uitspraak te bevelen;
4° een schikking voor te stellen;
5° waarschuwingen en berispingen te formuleren;
6° te bevelen dat wordt voldaan aan de verzoeken van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen;
7° te bevelen dat de betrokkene in kennis wordt gesteld van het veiligheidsprobleem;
8° te bevelen dat de verwerking tijdelijk of definitief wordt bevroren, beperkt of verboden;
9° te bevelen dat de verwerking in overeenstemming wordt gebracht;
10° de rechtzetting, de beperking of de verwijdering van gegevens en de kennisgeving ervan aan de ontvangers van de gegevens te
bevelen;
11° de intrekking van de erkenning van certificatie-instellingen te bevelen;
12° dwangsommen op te leggen;
13° administratieve geldboeten op te leggen;
14° de opschorting van grensoverschrijdende gegevensstromen naar een andere Staat of een internationale instelling te bevelen;
15° het dossier over te dragen aan het parket van de procureur des Konings te Brussel, die het in kennis stelt van het gevolg dat aan het
dossier wordt gegeven;
16° geval per geval te beslissen om haar beslissingen bekend te maken op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit.
7
In verband met de buitengewone omstandigheden ingevolge COVID-19 wordt de mogelijkheid van afhalen bij het secretariaat van de
Geschillenkamer NIET geboden. Bovendien vindt alle communicatie in beginsel elektronisch plaats.
Beslissing ten gronde 04/2023 - 6/7
OM DEZE REDENEN,
beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, onder voorbehoud van de
indiening van een verzoek door de verwerkingsverantwoordelijke tot behandeling ten gronde
overeenkomstig artikel 98 e.v. WOG, om:
- op grond van artikel 58.2, c) AVG en artikel 95, §1, 5° WOG de verwerkingsverantwoordelijke te
bevelen dat wordt voldaan aan het verzoek van de betrokkene zijn rechten uit te oefenen, meer
bepaald het recht op gegevenswissing (artikel 17.1 AVG), en over te gaan tot wissing van de
betreffende persoonsgegevens, en dit binnen de termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de
kennisgeving van deze beslissing;
- de verwerkingsverantwoordelijke te bevelen de Gegevensbeschermingsautoriteit
(Geschillenkamer) per e-mail binnen dezelfde termijn op de hoogte te stellen van het resultaat
van deze beslissing via het e-mailadres [email protected]; en
- bij gebrek aan de tijdige uitvoering van het hierboven gestelde door de
verwerkingsverantwoordelijke, de zaak ambtshalve ten gronde te behandelen overeenkomstig
artikelen 98 e.v. WOG.
Op grond van artikel 108, § 1 van de WOG, kan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving
tegen deze beslissing beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van beroep Brussel), met de
Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder.
Een dergelijk beroep kan worden aangetekend middels een verzoekschrift op tegenspraak dat de in artikel
1034ter van het Gerechtelijk Wetboek opgesomde vermeldingen dient te bevatten 8. Het verzoekschrift op
tegenspraak dient te worden ingediend bij de griffie van het Marktenhof overeenkomstig artikel
8
Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid:
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam, voornaam, woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister- of
ondernemingsnummer;
3° de naam, voornaam, woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden opgeroepen;
4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering;
5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt;
6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat.
Beslissing ten gronde 04/2023 - 7/7
1034quinquies van het Ger.W.9, dan wel via het e-Deposit informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van
het Ger.W.).
(get). Hielke Hijmans
Voorzitter van de Geschillenkamer
9
Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden aan de
griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd.