1/6
Geschillenkamer
Beslissing 03/2024 van 9 januari 2024
Dossiernummer : DOS-2023-03819
Betreft : Klacht wegens geen gevolg op het verzoek tot uitoefening van het recht op
gegevenswissing
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer
Hielke HIJMANS, alleenzetelend voorzitter;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016
betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van
persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van
Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna “AVG”;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit,
hierna “WOG”;
Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van
Volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op
15 januari 2019;
Gelet op de stukken van het dossier;
Heeft de volgende beslissing genomen inzake:
De klager: X, hierna “de klager”;
De verweerder: Y, hierna “de verweerder”.
Beslissing 03/2024 — 2/6
I. Feiten en procedure
1. Het voorwerp van de klacht betreft het feit dat de klager nog steeds via telefoon en via
email gecontacteerd wordt door de verweerder, zijnde een wervingskantoor, ondanks
herhaalde vragen tot gegevenswissing van de klager.
2. Op 1 augustus 2023 werd de klager opgebeld door de verweerder. Diezelfde dag heeft de
klager een mail gestuurd naar het lokale kantoor van de verweerder met de vraag niet meer
gecontacteerd te worden en haar gegevens te verwijderen uit de database “volgens de
GDPR-richtlijnen”. Op 2 augustus 2023 ontvangt de klager een mail van een werknemer
van het lokale kantoor van de verweerder inzake jobmogelijkheden. De klager antwoordt
aan de werknemer dat ze niet meer wil gecontacteerd worden en vraagt opnieuw haar
gegevens te verwijderen. Volgens de klager worden geen van beide mails beantwoord door
de verweerder.
3. Op 4 september 2023 werd de klager opnieuw opgebeld door de verweerder. De klager
stuurt een mail naar dezelfde werknemer van het lokale kantoor van de verweerder met
opnieuw de vraag niet meer gecontacteerd te worden. Op 5 september 2023 antwoordt de
betrokken werknemer met de mededeling dat alle gegevens uit het dossier zijn gehaald. De
betrokken werknemer raadt ook aan het aanvraagformulier voor de uitoefening van
rechten in te vullen via de website, wat de klager naar eigen zeggen doet.
4. Op 15 september 2023 wordt de klager opnieuw opgebeld door de verweerder.
5. Op 15 september 2023 dient de klager een klacht in bij de
Gegevensbeschermingsautoriteit tegen de verweerder.
6. Op 18 september 2023 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op
grond van de artikelen 58 en 60 van de WOG1 en wordt de klacht op grond van artikel 62,
§ 1 van de WOG overgemaakt aan de Geschillenkamer2.
7. Ingevolge artikel 95, § 2, 3° van de WOG alsmede artikel 47 van het reglement van interne
orde van de GBA kunnen de partijen om een afschrift van het dossier verzoeken. Indien één
van beide partijen gebruik wenst te maken van de mogelijkheid tot het raadplegen en het
kopiëren van het dossier, dient deze zich te wenden tot het secretariaat van de
Geschillenkamer, bij voorkeur via [email protected].
1
Overeenkomstig artikel 61 van de WOG deelt de Geschillenkamer bij dezen aan de partijen mee dat de klacht ontvankelijk is
verklaard.
2
Overeenkomstig artikel 95, § 2 van de WOG deelt de Geschillenkamer bij dezen aan de partijen mee dat het dossier naar
aanleiding van deze klacht aan haar is overgedragen.
Beslissing 03/2024 — 3/6
II. Motivering
8. Artikel 17.1 AVG bepaalt dat de betrokkene van de verwerkingsverantwoordelijke het recht
heeft, zonder onredelijke vertraging, wissing van de hem betreffende persoonsgegevens te
verkrijgen. De verwerkingsverantwoordelijke is verplicht de persoonsgegevens zonder
onredelijke vertraging te wissen wanneer de persoonsgegevens niet langer nodig zijn voor
de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld of anderszins verwerkt.
9. Overeenkomstig artikel 12.3 AVG verstrekt de verwerkingsverantwoordelijke de
betrokkene onverwijld en in ieder geval binnen een maand na ontvangst van het verzoek
krachtens de artikelen 15 tot en met 22 AVG informatie over het gevolg dat aan het verzoek
is gegeven. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken
kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. De
verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het
verzoek in kennis van een dergelijke verlenging. Indien de verweerder beslist om geen
gevolg te geven aan het verzoek van de klager, moet zij dit binnen één maand na de
ontvangst van het verzoek meedelen aan de betrokkene, overeenkomstig artikel 12.4 AVG
10. De Geschillenkamer stelt op basis van de stukken die de klacht staven, bestaande uit een
schermafdruk van de ontvangen oproepen van het telefoonnummer van de verweerder en
uit verschillende mails tussen de klager en de verweerder, vast dat de klager haar recht op
gegevenswissing heeft uitgeoefend. De Geschillenkamer kan niet vaststellen op basis van
het dossier dat de klager enig antwoord heeft mogen ontvangen over het gevolg dat door de
verweerder aan het verzoek tot gegevenswissing gegeven wordt na het eerste verzoek van
de klager dd. 1 augustus 2023. De Geschillenkamer stelt daarentegen wel vast dat de
verweerder, na het tweede verzoek tot gegevenswissing van de klager dd. 4 september
2023, op 5 september 2023 bevestigd heeft dat haar persoonsgegevens verwijderd werden.
De klager werpt echter op dat zij ook na deze bevestiging nog gecontacteerd werd door de
verweerder. Hierdoor zou de verweerder potentieel gehandeld hebben in strijd met artikel
12.3 en 12.4 AVG, alsook artikel 17.1 AVG.
11. Bovenstaande doet de Geschillenkamer vermoeden dat dient te worden geconcludeerd dat
door de verweerder mogelijk een inbreuk op de bepalingen van de AVG werd gepleegd,
dewelke rechtvaardigt dat in casu wordt overgegaan tot het nemen van een beslissing op
grond van artikel 95, § 1, 5° van de WOG, meer bepaald de verweerder te bevelen om gevolg
te geven aan de uitoefening door de klager van diens recht op gegevenswissing en dit in het
bijzonder gelet op de stukken die de klager heeft bijgebracht waaruit blijkt dat de klager de
verweerder meermaals heeft verzocht om over te gaan tot de schrapping van haar gegevens,
zonder dat daaraan passend gevolg werd gegeven door de verweerder.
Beslissing 03/2024 — 4/6
12. Onderhavige beslissing is een prima facie beslissing genomen door de Geschillenkamer
overeenkomstig artikel 95 van de WOG op grond van de door de klager ingediende klacht, in
het kader van de “procedure voorafgaand aan de beslissing ten gronde” 3 en geen beslissing
ten gronde van de Geschillenkamer in de zin van artikel 100 van de WOG.
De Geschillenkamer heeft aldus beslist om op grond van artikel 58.2 c) AVG en
artikel 95, § 1, 5° van de WOG, de verweerder te bevelen dat wordt voldaan aan het verzoek
van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen, meer bepaald het recht op
gegevenswissing (“recht op vergetelheid”) zoals bepaald in artikel 17 AVG.
13. Onderhavige beslissing heeft tot doel de verweerder in kennis te stellen van het feit dat
deze een inbreuk op de bepalingen van de AVG heeft gepleegd en deze in de mogelijkheid
te stellen zich alsnog te conformeren met voornoemde bepalingen.
14. Indien de verweerder evenwel niet akkoord gaat met de inhoud van onderhavige prima
facie beslissing en van oordeel is dat deze feitelijke en/of juridische argumenten kan laten
gelden die tot een andere beslissing zouden kunnen leiden, kan deze via het e-mailadres
[email protected] een verzoek tot behandeling ten gronde van de zaak richten
aan de Geschillenkamer en dit binnen de termijn van 30 dagen na de kennisgeving van deze
beslissing. De tenuitvoerlegging van onderhavige beslissing wordt desgevallend
gedurende voormelde periode geschorst.
15. In geval van een voortzetting van de behandeling van de zaak ten gronde, zal de
Geschillenkamer de partijen op grond van de artikelen 98, 2° en 3° juncto artikel 99 WOG
uitnodigen hun verweermiddelen in te dienen alsook alle stukken die zij nuttig achten bij het
dossier te voegen. De onderhavige beslissing wordt desgevallend definitief opgeschort.
16. Tot slot wijst de Geschillenkamer er volledigheidshalve op dat een behandeling ten gronde
van de zaak kan leiden tot het opleggen van de maatregelen vermeld in artikel 100 WOG 4.
3
Afdeling 3, Onderafdeling 2 van de WOG (artikelen 94 t.e.m. 97).
4
Artikel 100. § 1. De Geschillenkamer heeft de bevoegdheid om:
1° een klacht te seponeren;
2° de buitenvervolgingstelling te bevelen;
3° de opschorting van de uitspraak te bevelen;
4° een schikking voor te stellen;
5° waarschuwingen en berispingen te formuleren;
6° te bevelen dat wordt voldaan aan de verzoeken van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen;
7° te bevelen dat de betrokkene in kennis wordt gesteld van het veiligheidsprobleem;
8° te bevelen dat de verwerking tijdelijk of definitief wordt bevroren, beperkt of verboden;
9° te bevelen dat de verwerking in overeenstemming wordt gebracht;
10° de rechtzetting, de beperking of de verwijdering van gegevens en de kennisgeving ervan aan de ontvangers van de
gegevens te bevelen;
11° de intrekking van de erkenning van certificatie-instellingen te bevelen;
12° dwangsommen op te leggen;
13° administratieve geldboeten op te leggen;
14° de opschorting van grensoverschrijdende gegevensstromen naar een andere Staat of een internationale instelling te
bevelen;
15° het dossier over te dragen aan het parket van de procureur des Konings te Brussel, die het in kennis stelt van het
gevolg dat aan het dossier wordt gegeven;
Beslissing 03/2024 — 5/6
III. Publicatie van de beslissing
17. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de
Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit. Het is evenwel niet nodig dat daartoe de
identificatiegegevens van de partijen rechtstreeks worden bekendgemaakt.
OM DEZE REDENEN,
beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, onder voorbehoud
van de indiening van een verzoek door de verweerder tot behandeling ten gronde
overeenkomstig artikel 98 e.v. van de WOG, om:
- op grond van artikel 58.2.c) van de AVG en artikel 95, § 1, 5° van de WOG de
verweerder te bevelen dat wordt voldaan aan het verzoek van de betrokkene om
zijn rechten uit te oefenen, meer bepaald het recht op gegevenswissing (artikel 17.1
AVG), en over te gaan tot wissing van de betreffende persoonsgegevens van de
klager en dit binnen de termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van
deze beslissing;
- de verweerder te bevelen de Gegevensbeschermingsautoriteit (Geschillenkamer)
per e-mail binnen dezelfde termijn op de hoogte te stellen van het gevolg dat aan
deze beslissing wordt gegeven via het e-mailadres [email protected];
en
- bij gebrek aan de tijdige uitvoering van het hierboven gestelde door de verweerder,
de zaak ambtshalve ten gronde te behandelen overeenkomstig artikelen 98 e.v.
van de WOG.
Op grond van artikel 108, § 1 van de WOG, kan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de
kennisgeving tegen deze beslissing beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van
beroep Brussel), met de Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder.
Een dergelijk beroep kan worden aangetekend middels een verzoekschrift op tegenspraak dat de
in artikel 1034ter van het Gerechtelijk Wetboek opgesomde vermeldingen dient te bevatten 5. Het
16° geval per geval te beslissen om haar beslissingen bekend te maken op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit.
5
Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid:
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam, voornaam, woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister- of
ondernemingsnummer;
3° de naam, voornaam, woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden
opgeroepen;
4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering;
5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt;
Beslissing 03/2024 — 6/6
verzoekschrift op tegenspraak dient te worden ingediend bij de griffie van het Marktenhof
overeenkomstig artikel 1034quinquies van het Ger.W.6, dan wel via het e-Deposit
informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van het Ger.W.).
(get). Hielke HIJMANS
Voorzitter van de Geschillenkamer
6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat.
6
Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden
aan de griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd.