Hof van beroep Brussel - 2021/AR/282 - p. 2
INZAKE :
Y, [...], verzoekende partij,
vertegenwoordigd door mr BRUYNDONCKX Bastiaan loco mr. KUYKEN Liese, advocaten, beiden
kantoorhoudende te 1000 BRUSSEL, Havenlaan 86c
tegen het vonnis van de Andere van 22 januari 2021
TEGEN:
De GEGEVENSBESCHERMINGSAUTORITEIT, onafhankelijke openbare instelling, (toezichthoudende
autoriteit), met maatschappelijke zetel te 1000 BRUSSEL, Drukpersstraat 35,
Verwerende partij,
vertegenwoordigd door mr. CLOOTS Elke, mr. ROETS Joos en mr. BUGGENHOUDT Claire, advocaten,
allen kantoorhoudende te 2018 ANTWERPEN, Oostenstraat 38
***
1. Rechtsmacht van het hof.
Het hof put zijn rechtsmacht uit een verzoekschrift tot hoger beroep dat door Y op 19 februari
2021, werd neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Brussel en waarbij een verhaal wordt
ingesteld tegen de beslissing nr. 05/2021 van 22 januari 2021 van de Geschillenkamer van de
GEGEVENSBESCHERMINGSAUTORITEIT (hierna "GBA").
2. De bestreden beslissing.
De initieel bestreden beslissing stelde:
"- Op grond van artikel 100, §1, 9 ° WOG, te bevelen de verwerking in overeenstemming te
brengen met artikelen 5.1.f, 5.2, 24 en 32 AVG, waarbij in het bijzonder het beleid ten
aanzien van de identificatie en verificatie van prepaid klanten in overeenstemming met de
AVG wordt gebracht. Hiervoor geeft de Geschillenkamer de verweerder een termijn van drie
maanden en verwacht de Geschillenkamer dat de verweerder haar rapporteert binnen
dezelfde termijn omtrent het in overeenstemming brengen van de verwerking met
voormelde bepalingen.
r PAGE 01-00002223628-0002-0011-01-01-�
L _J
Hof van beroep Brussel - 2021/AR/282 - p. 3
- op grond van artikel 83 AVG en artikelen 100, 13 ° en 101 WOG een administratieve
geldboete van 25.000 EUR op te leggen aan de verweerders wegens de inbreuken op de
artikelen 5.1.f, 5.2, 24, 32, 33.1 en 5, 34.1 AVG."
Bij beslissing van 19 mei 2021 heeft de Geschillenkamer de bestreden beslissing ingetrokken
(beslissing 61/2021).
3. De vorderingen voor het Marktenhof.
In het inleidend verzoekschrift vorderde Y:
• het hoger beroep van appellante ontvankelijk en gegrond te verklaren;
• de Bestreden Beslissing 05/2 02 1 van de Geschillenkamer van 2 2 januari 2 02 1, te
vernietigen en opnieuw rechtdoende, haar beslissing in de plaats te stellen van deze
van de Geschillenkamer:
• in hoofdorde:
■ te zeggen voor recht dat de klacht van de heer X van 20 september 2019 bij de
Gegevensbeschermingsautoriteit ten aanzien van appellante ongegrond was;
■ de Gegevensbeschermingsautoriteit te bevelen de reeds door appellante betaalde
administratieve boete van 25.000 EUR aan appellante terug te betalen;
• in ondergeschikte orde:
■ indien Uw Hof van oordeel is dat de klacht van de heer X van 20 september 2 019 bij
de Gegevensbeschermingsautoriteit ten aanzien van appellante een inbreuk op het
gegevensbeschermingsrecht in hoofde van appellante zou uitmaken, een berisping
te formuleren;
• in ieder geval:
■ de Gegevensbeschermingsautoriteit te veroordelen tot betaling van alle
gerechtskosten aan appellante, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding ten
belope van 1.440,00 EUR.
De intrekkingsbeslissing overweegt:
"Overwegende dat het Marktenhof in zijn uitspraken 2020/AR/813 van 18 november 2020 en
2021/AR/1159 van 24 februari 2021 gewezen heeft op het belang om betrokkenen
voorafgaand aan de behandeling van het dossier in te lichten over de exacte aantijgingen
en/of inbreuken waaraan hij zich schuldig zou kunnen maken;
Overwegende dat Y tijdens het beroep bij het Marktenhof tegen de beslissing ten gronde
5/2021 van 22 januari 2021 heeft gesteld dat zij in de aan deze beslissing
r PAGE 01-00002223628-0003-0011-01-01-�
L _J
Hof van beroep Brussel - 2021/AR/282 - p. 4
voorafgaande procedure onvoldoende is ingelicht omtrent de exacte aantijgingen en/of
inbreuken;
Heeft beslist om:
• de beslissing ten gronde 5/2021 van 22 januari 2021 gericht tegen Y middels
onderhavige beslissing in te trekken.
• de procedure voor de Geschillenkamer te heropenen en de partijen met inachtneming
van het bepaalde in artikel 98 van de GBA-Wet te verzoeken nieuwe verweermiddelen in te
dienen."
Na de intrekkingsbeslissing vordert Y, bij conclusie neergelegd op 14 juni 2021:
"• het hoger beroep van concluante ontvankelijk en gegrond te verklaren;
• akte te nemen van de intrekking van de Bestreden Beslissing 05/2021 van de
Geschillenkamer van de GBA van 22 januari 2021,
• opnieuw rechtdoende, met gebruikmaking van haar volheid van rechtsmacht, de
grond van de zaak te beoordelen en haar eigen beslissing in de plaats te stellen van
deze van de Geschillenkamer:
• in hoofdorde:
te zeggen voor recht dat de klacht van de heer X van 20 september 2019 bij
de GBA ten aanzien van concluante ongegrond was;
de GBA te bevelen de reeds door conc!uante betaalde administratieve boete
van 25.000 EUR aan concluante terug te betalen;
• in ondergeschikte orde:
indien Uw Hof van oordeel is dat de klacht van de heer X van 20
september 2019 bij de GBA ten aanzien van concluante een inbreuk op het
gegevensbeschermingsrecht in hoofde van concluante zou uitmaken, een
berisping te formuleren;
• in ieder geval:
de GBA te veroordelen tot betaling van alle gerechtskosten aan conc!uante,
met inbegrip van de verhoogde rechtsplegingsvergoeding ten belope van
12.000 EUR."
De GBA concludeert als volgt bij conclusie neergelegd op 21 juni 2021:
IPAGE 01-00002223628-0004-0011-01-01-�
L _J
Hof van beroep Brussel - 2021/AR/282 - p. 5
,,
In hoofdorde , te verklaren dat de vordering van Y zonder voorwerp is en daarom
moet worden verworpen;
In ondergeschikte orde, te verklaren dat er geen recht bestaat in hoofde van Y om
een klacht die wordt voorgelegd aan de GBA rechtstreeks te laten beoordelen
door Uw Hof, zodat de vordering van Y buiten de rechtsmacht van Uw Hof
valt, minstens ongegrond is;
In elk ge val, de rechtsplegingsvergoeding maximaal te begroten op het basisbedrag
van 1.560 euro."
4. Met betrekking tot de feiten.
Gelet op de intrekking van de bestreden beslissing gaat het Marktenhof niet in op de feiten.
s. Het wettelijk kader.
Artikel 108 § 1 van de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de
Gegevensbeschermingsautoriteit (WOG) stelt:
"De geschillenkamer stelt de partijen in kennis van haar beslissing en van de mogelijkheid om
beroep aan te tekenen binnen een termijn van dertig dagen, vanaf de kennisgeving, bij het
Marktenhof.
Behoudens de uitzonderingen die de wet bepaalt of tenzij de geschillenkamer bij met
bijzondere redenen omklede beslissing anders beveelt is de beslissing uitvoerbaar bij
voorraad, zulks niettegenstaande hoger beroep.
De beslissing tot verwijdering van gegevens overeenkomstig artikel 100, § 1, 10 °, is niet
uitvoerbaar bij voorraad.,,
6. De middelen:
Y ontwikkelt in haar laatste conclusie geen middelen. Zij stelt:
"In hoofdorde: de lntrekkingsbeslissing onttrekt het dossier niet aan de rechtsmacht van Uw
Marktenhof;
Uw Marktenhof kan wel degelijk uitspraak doen over de grond van de zaak;
De terugverwijzing naar de Geschillenkamer zou een schending vormen van Art. 13 van de
Grondwet;
De terugverwijzing naar de Geschillenkamer zou een schending zijn van het beginsel van een
doeltreffende voorziening in rechte en een eerlijke rechtsbedeling.,,
rPAGE 01-00002223628-0005-0011-01-01-�
L _J
Hof van beroep Brussel - 2021/AR/282 - p. 6
De GBA laat gelden:
"Eerste verweermiddel: in hoofdorde: de vordering is zonder voorwerp geworden ten gevolge
van de intrekkingsbeslissing (art. 17-18 Ger. W.}
Tweede verweermiddel: in ondergeschikte orde: Y beschikt niet over het recht om de
gegrondheid van de klacht te laten beoordelen door Uw Hof alvorens de
Geschillenkamer ter zake tot een beslissing is gekomen".
7. Bespreking.
7.1.
Een administratieve overheid mag zijn beslissingen "intrekken". De intrekking heeft tot gevolg dat de
beslissing retroactief (ex tune) uit de rechtsorde verdwijnt.
Rechtshandelingen die geen rechten verlenen kunnen door de overheid (de Geschillenkamer van de
GBA handelt hier als een orgaan van een administratieve overheid - die weliswaar afhangt van de
wetgevende macht -) worden ingetrokken (zie VAN DAMME & DE KEGEL, Intrekking van de
administratieve rechtshandeling, administratieve bibliotheek, nr 62 pagina 39).
7.2.
In de mate dat de intrekkingsbeslissing stelt:
"Heeft beslist om:
[.....]
• de procedure voor de Geschillenkamer te heropenen en de partijen met inachtneming van
het bepaalde in artikel 98 van de GBA-Wet te verzoeken nieuwe verweermiddelen in te
dienen"
gaat het om een nieuwe beslissing waartegen een (nieuw) verhaal openstond (zoals dit trouwens
zeer expliciet door de intrekkingsbeslissing is gesteld) maar waartegen Y geen (nieuw) verhaal
heeft ingesteld.
De termijn voor het instellen van verhaal is inmiddels verstreken.
7.3.
Y voelt zich gegriefd door het feit dat de procedure abo vo wordt hernomen door de
Geschillenkamer, maar zij heeft tegen de beslissing om de procedure te heropenen geen verhaal
rPAGE 01-00002223628-0006-0011-01-01-�
L _J
Hof van beroep Brussel - 2021/AR/282 - p. 7
ingesteld. Zij kan niet, mits het hangende verhaal tegen de inmiddels ingetrokken beslissing, een
verhaal instellen tegen deze nieuwe beslissing.
7.4.
Wanneer een beslissing ingetrokken is, dan is er- geen beslissing meer en dan kunnen er tegen deze
beslissing geen grieven meer geuit worden in het kader van de objectieve contentieux.
Waar Y stelt dat een overheid alzo alle beslissingen steeds zou kunnen intrekken en aldus aan een
doeltreffend verhaal voor de rechter zou ontsnappen, is dit deels (theoretisch) juist wat de
objectieve contentieux betreft, maar niets zou beletten dat de partij die zich door een
misbruik van recht van de overheid gegriefd voelt, zich tot de gewone burgerlijke rechter zou
kunnen richten.
De intrekking van de overheidsbeslissing heeft tot gevolg dat de beslissing wordt geacht nooit
bestaan te hebben, zij is ingetrokken ex tune en wordt geacht geheel uit de rechtsorde verdwenen
te zijn.
7.5.
Y laat gelden dat zij - in de vordering die voorligt - niet alleen vorderde dat de bestreden
beslissing zou vernietigd worden, maar dat zij tegelijk vorderde dat het Marktenhof zich in de plaats
zou stellen van de Geschillenkamer van de GBA en dat het Marktenhof dienvolgens, uit hoofde van
de volle rechtsmacht, een eigen beslissing zou nemen.
Dit impliceert dat er hoe dan ook eerst een beslissing van de Geschillenkamer moet voorliggen, die
uitspraak doet over de grond van de zaak en die op haar wettelijkheid werd beoordeeld door het
Marktenhof en die ingevolge van onwettelijkheden sensu foto werd vernietigd door het Marktenhof.
Nu de beslissing van 19 mei 2021 stelt dat er is beslist "om de procedure voor de Geschillenkamer te
heropenen en de partijen met inachtneming van het bepaalde in artikel 98 van de GBA-Wet te
verzoeken nieuwe verweermiddelen in te dienen" en hiertegen geen verhaal is ingesteld, heeft
Y ermede ingestemd dat het Marktenhof te dezen hic et nunc geen eigen beslissing kan nemen
en dat vooreerst de Geschillenkamer de gelegenheid moet krijgen om de procedure te
hervatten.
De vordering dat het Marktenhof uit hoofde van zijn volle rechtsmacht een eigen beslissing zou
nemen en deze in de plaats zou stellen van deze van de Geschillenkamer van de GBA is dienvolgens
niet gegrond.
7.6.
Indien er een 'nieuwe' beslissing wordt genomen en indien Y zich door een nieuwe beslissing zou
gegriefd zien, dan zal het haar behoren om desgevallend verhaal in te stellen tegen deze
eventuele nieuwe beslissing.
1 PAGE 01-00002223628-0007-0011-01-01-�
L _J
r •
Hof van beroep Brussel - 2021/AR/282 - p. 8
Dit is hic et nunc niet aan de orde.
8. Beslissing.
8.1.
Het verhaal is zonder voorwerp, Y heeft geen belang (meer) om een verhaal te vervolgen tegen
de beslissing van 22 januari 2021.
Nu Y geen verhaal heeft ingesteld tegen de beslissing om de procedure voor de
Geschillenkamer van de GBA ab ovo te hervatten is er geen aanleiding tot gebruikmaking van de
volle rechtsmacht.
8.2.
Y vordert een verhoogde rechtsplegingsvergoeding.
Zij stelt:
In ondergeschikte orde: een verhoogde rechtsp/egingsvergoeding dringt zich op
1 Eerst en vooral dient te worden opgemerkt dat door middel van de
lntrekkingsbeslissing de GBA erkent dat concluante in haar gelijk dient te worden gesteld wat
betreft haar verzoek om de Bestreden Beslissing te horen vernietigen. Bijgevolg dient de GBA
te worden veroordeeld tot betaling van de rechtsplegingsvergoeding. Ingevolge de intrekking
is de GBA immers als de in het ongelijk geplaatste partij te beschouwen.
2 Zoals hoger uiteengezet, maakt de Geschillenkamer manifest misbruik van haar
macht om genomen beslissingen zomaar in te trekken, zich verschuilend achter het feit dat zij
een administratief geschillenorgaan is dat geenszins kan worden vergeleken met een
rechtscollege, en dit louter teneinde zich te onttrekken aan een mogelijk negatieve uitspraak
in hoger beroep.
Dergelijk procesmisbruik dient niet onopgemerkt voorbij te gaan en mag al zeker geen
motivatie bieden voor de Geschillenkamer om in de toekomst bestreden beslissingen in te
trekken telkens wanneer de grond haar te warm onder de voeten wordt.
3 Art. 1022 §3 van het Gerechtelijk Wetboek stelt het volgende:
"Op verzoek van een van de partijen, dat in voorkomend geval wordt gedaan na
ondervraging door de rechter, kan deze bij een met bijzondere redenen omklede
beslissing ofwel de vergoeding verminderen, ofwel die verhogen, zonder de door de
Koning bepaalde maximum- en minimumbedragen te overschrijden. Bij zijn
beoordeling houdt de rechter rekening met:
- de financiële draagkracht van de verliezende partij, om het bedrag van de
vergoeding te verminderen;
rPAGE 01-00002223628-0008-0011-01-01-�
L _J
Hof van beroep Brussel - 2021/AR/282 - p. 9
- de complexiteit van de zaak;
- de contractueel bepaalde vergoedingen voor de in het gelijk gestelde partij;
- het kennelijk onredelijk karakter van de situatie.,,
4 Het kennelijke onredelijke karakter van de situatie kan in huidig geval haast niet
worden ontkend, hoewel de GBA desalniettemin een poging waagt. De voorziening in rechte
wordt door de Geschillenkamer op unilaterale wijze op de helling geplaatst en dit op een
vergevorderd moment in de procedure waarop de zaak reeds volledig in staat is.
Het handelen van de GBA veroorzaakt niet alleen verhoging van de advocatenkosten (de
procedure wordt immers van meet af aan terug gestart), maar veroorzaakt bijkomende
schade zoals de vertraging van de rechtspleging en de bijhorende rechtsonzekerheid.
Bovendien werd concluante veroordeeld in de Bestreden Beslissing om een bijzonder hoge
administratieve geldboete te betalen. Een som waarover zij, kennelijk voor geen enkele reden
zoals blijkt uit de lntrekkingsbes/issing, maandenlang niet over kon beschikken om voor
commerciële doeleinden aan te wenden.
5 Om bovenstaande redenen verzoek concluante Uw Marktenhof om de verhoogde
rechtsplegingsvergoeding voor niet in geld waardeerbare vorderingen toe te kennen, met
name 12.000 EUR."
8.3.
Het behoort niet aan het Marktenhof om een waardeoordeel uit te spreken over de rechtsfiguur van
de "intrekking" van administratieve rechtshandelingen en beslissingen.
Hoe dan ook kan de intrekking op zich niet aanzien worden als een bewijs dat de Geschillenkamer
van de GBA een verkeerde of een onwettige beslissing zou hebben genomen.
De enkele overweging:
"Overwegende dat het Marktenhof in zijn uitspraken 2020/AR/813 van 18 november 2020 en
2021/AR/1159 van 24 februari 2021 gewezen heeft op het belang om betrokkenen
voorafgaand aan de behandeling van het dossier in te lichten over de exacte aantijgingen
en/of inbreuken waaraan hij zich schuldig zou kunnen maken;"
geeft geen blijk van enig foutief gedrag in hoofde van de Geschillenkamer van de GBA. Dat een
overheid zich richt naar de rechtspraak geeft blijk van eerbiediging van de principes van de rechtstaat
en doet niet blijken van enig foutief of laakbaar gedrag.
Uit de intrekking zelf kan dienvolgens geen oordeel omtrent fout of geen fout van de overheid
worden afgeleid vermits de intrekking een discretionaire bevoegdheid van de overheid uitmaakt.
Anders is het gesteld met het tijdstip waarop tot intrekking is overgegaan. Vanaf het moment van
kennisgeving van het verzoekschrift van Y aan de GBA was deze op de hoogte van alle grieven van Y
ten overstaan van de gevolgde procedurestappen.
rPAGE □1-□□□□2223628-□□□ 9-□□11-□1-□1-�
L Il l!] ..
_J
Hof van beroep Brussel - 2021/AR/282 - p. 10
Vanaf dat ogenblik kon de Geschillenkamer van de GBA dienvolgens prompt de bestreden beslissing
intrekken.
Door zulks niet te doen en door pas tot intrekking over te gaan op 19 mei 2021, daar waar de zaak
voor pleidooien gefixeerd stond op 2 juni 2021 heeft de GBA een kennelijk onredelijke situatie tot
stand gebracht die er in bestaat om Y nutteloos te laten conclusie nemen.
Deze handelswijze is foutief en kennelijk onredelijk, het past dienvolgens de GBA tot het betalen van
de gerechtskosten te veroordelen en de rechtsplegingsvergoeding ten voordele van Y te
begroten op€ 7.500.
8.4.
In de mate dat de Geschillenkamer van de GBA van oordeel is dat zij nog rechtsmacht heeft om de
indertijd neergelegde klacht opnieuw ab ovo te onderzoeken en te vervolgen lastens Y,
behoort het dat de Geschillenkamer in haar totaliteit zou samengesteld zijn door andere fysieke
personen dan deze die deel uitmaakten van de kamer bij het nemen van de thans bestreden
beslissing.
Hoewel de leden van de Geschillenkamer geen rechters zijn past het dat dit orgaan de basisregels
van behoorlijk bestuur zou naleven met inbegrip van minstens de schijn te wekken van
onpartijdigheid 1.
OM DE ZE REDENEN,
HET HOF,
Beslissende bij arrest op tegenspraak.
De rechtspleging verliep in overeenstemming met de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de taal
in gerechtszaken.
Stelt vast dat de Geschillenkamer van de GBA bij beslissing 61/2021 van 19 mei 2021, de bestreden
beslissing 5/2021 van 22 januari 2021 (DOS-2019-04867) heeft ingetrokken derwijze dat deze
beslissing ex tune uit de rechtsorde is verdwenen;
Verklaart het verhaal van de Y dienvolgens hic et nunc zonder voorwerp;
1
Vergelijk met Brussel 2018 AR 1293 en Brussel 29 maart 2011, TBO 2011, 176.
rPAGE 01-00002223628-0010-0011-01-01-�
.l!Il!I·•
L _J
{ - -
Hof van beroep Brussel - 2021/AR/282 - p. 11
Veroordeelt de Gegevensbeschermingsautoriteit tot de gerechtskosten, voor Y vereffend op
€ 7.500,00 rechtsplegingsvergoeding;
Veroordeelt de Gegevensbeschermingsautoriteit, dit overeenkomstig artikel 269/2 van het Wetboek
der registratie-, hypotheek- en griffierechten tot betaling aan de Belgische Staat, FOD Financiën, van
het rolrecht hoger beroep ten bedrage van 400,00 euro.
Veroordeelt de Gegevensbeschermingsautoriteit tot betaling aan Y de bijdrage "budgettair fonds"
ten belope van 20,00 euro;
Dit arrest werd uitgesproken door het Marktenhof - kamer negentien A van het hof van beroep te
Brussel op 30 juni 2021 door
M. BOSMANS Raadsheer dd. voorzitter
A.M. WITTERS Raadsheer
O.DUGARDYN plaatsvervangend Raadsheer
B. VANDERGUCHT Griffier
1
rt\
j
•
\
t i
B. VANDERGUCHT
\
( 1 1\ 0. DUGARDYN
\\
V
-
rPAGE 01-00002223628-0011-0011-01-01-�
�
L � _J