1/5
Geschillenkamer
Beslissing 42/2023 van 17 april 2023
Dossiernummer : DOS-2022-05247
Uitoefening van het recht op gegevenswissing met betrekking tot motivatiedocument
opgesteld in het kader van integrale jeugdhulp
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer Hielke
Hijmans, alleenzetelend voorzitter;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016
betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van
persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn
95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna AVG;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, hierna
WOG;
Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van
Volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op
15 januari 2019;
Gelet op de stukken van het dossier;
heeft de volgende beslissing genomen inzake:
.
De klager: Mevrouw X, hierna “de klager”; .
.
De verwerkingsverantwoordelijken: Y, hierna “verwerkingsverantwoordelijke”;
Beslissing 42/2023 - 2/5
I. Feiten en procedure
1. Op 25 februari 2023 diende de klager een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit
tegen verwerkingsverantwoordelijke.
2. Het voorwerp van de klacht betreft de opmaak binnen het kader van integrale jeugdhulp van
een motivatiedocument, M-document genoemd, opgesteld door de
verwerkingsverantwoordelijke ingevolge de verontrustende situatie die zou zijn vastgesteld
binnen het gezin van de klager en waarbij het kind werd aangeduid als een KOPP kind, zijnde
een kind van ouders met psychische problemen. De klager is het volstrekt oneens met de
inhoud van het M-document, alsook met de wijze waarop dit document is tot stand gekomen
en heeft de verwerkingsverantwoordelijke verzocht om dit document in zijn geheel te
verwijderen, temeer daar de verwerkingsverantwoordelijke het M-document heeft
overgemaakt aan het OndersteuningsCentrum Jeugdzorg (OCJ) dat volgens de klager dus
eveneens over onjuiste informatie beschikt. Aan dit verzoek tot volledige verwijdering van het
M-document wordt door de verwerkingsverantwoordelijke geen gevolg gegeven.
3. Op 20 maart 2023 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op grond
van de artikelen 58 en 60 WOG en wordt de klacht op grond van art. 62, § 1 WOG overgemaakt
aan de Geschillenkamer.
II. Motivering
4. Op basis van de elementen in het dossier die de Geschillenkamer bekend zijn, en op basis van
de bevoegdheden die haar door de wetgever op grond van artikel 95, §1 WOG zijn toebedeeld,
beslist de Geschillenkamer over de verdere opvolging van het dossier; in casu gaat de
Geschillenkamer over tot het seponeren van de klacht overeenkomstig artikel 95, §1, 3° WOG,
op basis van de hiernavolgende motivering.
5. Wanneer een klacht geseponeerd wordt, dient de Geschillenkamer haar beslissing
trapsgewijs te motiveren1 en:
- een technische seponering uit te spreken indien het dossier geen of niet voldoende
elementen bevat die tot een veroordeling kunnen leiden, of indien er onvoldoende
uitzicht bestaat op een veroordeling wegens een technische belemmering, waardoor
zij niet tot een beslissing kan komen;
1
Hof van Beroep Brussel, Sectie Marktenhof, 19de kamer A, Kamer voor marktzaken, arrest 2020/AR/329, 2 september 2020, p. 18.
Beslissing 42/2023 - 3/5
- of een beleidssepot uit te spreken, indien ondanks de aanwezigheid van elementen
die tot een sanctie kunnen leiden, de voortzetting van het onderzoek van het dossier
niet opportuun lijkt in het licht van de prioriteiten van de
Gegevensbeschermingsautoriteit, zoals gespecificeerd en toegelicht in het
sepotbeleid van de Geschillenkamer2.
6. In het geval op meer dan één grond wordt geseponeerd, dienen de sepotgronden (resp.
technisch sepot en beleidssepot) in volgorde van belangrijkheid te worden behandeld. 3
7. In het voorliggend dossier gaat de Geschillenkamer over tot een technische seponering van
de klacht. Volgend motief ligt aan de basis van de beslissing van de Geschillenkamer waarom
zij het onwenselijk acht verder gevolg te geven aan het dossier en derhalve beslist niet over
te gaan tot, inter alia, een behandeling ten gronde.
8. De Geschillenkamer stelt vast dat het recht op gegevenswissing (artikel 17 AVG) wordt
uitgeoefend met betrekking tot het betreffende M-document dat door de
verwerkingsverantwoordelijke werd opgesteld aangaande de minderjarige zoon van de
klager. Concreet is de uitoefening van het recht op gegevenswissing erop gericht het M-
document dat door de verwerkingsverantwoordelijke werd ingediend bij het
Ondersteuningscentrum Jeugdzorg (OCJ), integraal te laten schrappen, omdat dit document
volgens de klager volstrekt onjuiste informatie zou bevatten.
9. In dit verband oordeelt de Geschillenkamer dat dit verzoek van de klager buiten de reikwijdte
valt van het recht op gegevenswissing van artikel 17 AVG. Dit recht is er niet op gericht de
juistheid van een M-document dat persoonlijke bevindingen en beoordelingen van
hulpverleners bevat omtrent in voorliggend geval het mentale welzijn van zowel het kind als
de moeder binnen hun onderlinge verhouding, te kunnen betwisten. In een context als de
onderhavige waarbij in een M-document per definitie de individuele mening van de betrokken
hulpverlener wordt verwoord omtrent diegenen die het voorwerp vormen van hulp, dit binnen
de wettelijk opgedragen taken inzake integrale jeugdhulp, kan het M-document niet worden
verwijderd op grond van artikel 17.1 AVG4 bij gebrek aan toepassing van de in deze bepaling
vermelde gevallen.
2
In dit verband verwijst de Geschillenkamer naar haar sepotbeleid zoals uitvoerig uiteengezet op de website van de GBA:
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/sepotbeleid-van-de-geschillenkamer.pdf
3
Ibidem.
4
Artikel 17.1. AVG. De betrokkene heeft het recht van de verwerkingsverantwoordelijke zonder onredelijke vertraging wissing van
hem betreffende persoonsgegevens te verkrijgen en de verwerkingsverantwoordelijke is verplicht persoonsgegevens zonder
onredelijke vertraging te wissen wanneer een van de volgende gevallen van toepassing is: a) de persoonsgegevens zijn niet langer
nodig voor de doeleinden waarvoor zij zijn verzameld of anderszins verwerkt;
b) de betrokkene trekt de toestemming waarop de verwerking overeenkomstig artikel 6, lid 1, punt a), of artikel 9, lid 2, punt a),
berust, in, en er is geen andere rechtsgrond voor de verwerking;
c) de betrokkene maakt overeenkomstig artikel 21, lid 1, bezwaar tegen de verwerking, en er zijn geen prevalerende dwingende
gerechtvaardigde gronden voor de verwerking, of de betrokkene maakt bezwaar tegen de verwerking overeenkomstig artikel 21,
lid 2;
Beslissing 42/2023 - 4/5
10. In aanvulling hierbij merkt de Geschillenkamer op dat artikel 17.3 AVG 5 bovendien bepaalt dat
het recht op gegevenswissing niet kan worden uitgeoefend om redenen van algemeen belang
op het gebied van volksgezondheid overeenkomstig artikel 9.2 h) AVG 6, wanneer de
verwerking noodzakelijk is voor onder meer het verstrekken van sociale diensten.
11. De mate van juistheid van de door de verwerkingsverantwoordelijke gerapporteerde
evaluatie omtrent mentaal welzijn, zoals vastgelegd in een M-document, kan niet worden
beoordeeld door de Geschillenkamer waardoor zij dan ook in de onmogelijkheid is om,
ingevolge de uitoefening van het recht op rectificatie door de klager, het bevel te geven aan
de verwerkingsverantwoordelijke om het M-document te verwijderen. Het komt immers niet
toe aan de Geschillenkamer om de waarachtigheid van evaluaties omtrent mentaal welzijn te
beoordelen en daaraan desgevallend een bevel tot gegevenswissing te koppelen.
III. Publicatie van de beslissing
12. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de
Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit. Het is evenwel niet nodig dat daartoe de
identificatiegegevens van de partijen rechtstreeks worden bekendgemaakt.
13. Overeenkomstig haar sepotbeleid zal de Geschillenkamer de beslissing aan de
geïdentificeerde verwerkingsverantwoordelijken overmaken7. De Geschillenkamer heeft
immers besloten om haar sepotbeslissingen ambtshalve ter kennis te brengen van
verweerders. De Geschillenkamer ziet echter af van een dergelijke kennisgeving wanneer de
klager om anonimiteit heeft verzocht ten opzichte van de verweerder en de kennisgeving van
de beslissing aan de verweerder, zelfs indien deze gepseudonimiseerd is, het niettemin
d) de persoonsgegevens zijn onrechtmatig verwerkt;
e) de persoonsgegevens moeten worden gewist om te voldoen aan een in het Unierecht of het lidstatelijke recht neergelegde
wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust;
f) de persoonsgegevens zijn verzameld in verband met een aanbod van diensten van de informatiemaatschappij als bedoeld in
artikel 8, lid 1.
5
Artikel 17.3. AVG. De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing voor zover verwerking nodig is:
[…]
c) om redenen van algemeen belang op het gebied van volksgezondheid overeenkomstig artikel 9, lid 2, punten h) en i), en artikel
9, lid 3;
6
Artikel 9.2 h) AVG. De verwerking is noodzakelijk voor doeleinden van preventieve of arbeidsgeneeskunde, voor de beoordeling
van de arbeidsgeschiktheid van de werknemer, medische diagnosen, het verstrekken van gezondheidszorg of sociale diensten of
behandelingen dan wel het beheren van gezondheidszorgstelsels en -diensten of sociale stelsels en diensten, op grond van Unierecht
of lidstatelijk recht, of uit hoofde van een overeenkomst met een gezondheidswerker en behoudens de in lid 3 genoemde
voorwaarden en waarborgen;[eigen onderlijning]
7
Cf. Titel 5 – Zal de sepot van mijn klacht worden gepubliceerd? Zal de tegenpartij hiervan op de hoogte worden gebracht? van
het sepotbeleid van de Geschillenkamer.
Beslissing 42/2023 - 5/5
mogelijk maakt om de klager te (her)identificeren 8. Dit is evenwel niet het geval in de
onderhavige zaak.
OM DEZE REDENEN,
beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, na beraadslaging, om op
grond van art. 95, §1, 3° van de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de
Gegevensbeschermingsautoriteit, voorliggende klachten te seponeren.
Op grond van artikel 108, § 1 van de WOG, kan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de
kennisgeving tegen deze beslissing beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van beroep
Brussel), met de Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder.
Een dergelijk beroep kan worden aangetekend middels een verzoekschrift op tegenspraak dat de in
artikel 1034ter van het Gerechtelijk Wetboek opgesomde vermeldingen dient te bevatten 9. Het
verzoekschrift op tegenspraak dient te worden ingediend bij de griffie van het Marktenhof
overeenkomstig artikel 1034quinquies van het Ger.W.10, dan wel via het e-Deposit
informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van het Ger.W.).
Om de klager in staat te stellen andere mogelijke rechtsmiddelen te overwegen, verwijst de
Geschillenkamer de klager naar de toelichting in haar sepotbeleid 11.
(get). Hielke Hijmans
Voorzitter van de Geschillenkamer
8
Ibidem.
9
Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid:
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam, voornaam, woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister- of
ondernemingsnummer;
3° de naam, voornaam, woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden opgeroepen;
4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering;
5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt;
6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat.
10
Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden
aan de griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd.
11
Cf. Titel 4 – Wat kan ik doen als mijn klacht wordt afgesloten? van het sepotbeleid van de Geschillenkamer.