1/5
Geschillenkamer
Beslissing 42/2022 van 25 maart 2022
Dossiernummer : DOS-2021-05022
Betreft : Klacht wegens de weigering om het kadastraal inkomen van onroerende
goederen van derden als vergelijkingspunten mee te delen
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer Hielke
Hijmans, alleenzetelend voorzitter;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016
betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van
persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van
Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna AVG;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit,
hierna WOG;
Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van
Volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op
15 januari 2019;
Gelet op de stukken van het dossier;
heeft de volgende beslissing genomen inzake:
De klager: de heer X, hierna “de klager”
De verweerder: Federale Overheidsdienst Financiën, met maatschappelijke zetel te Koning
Albert II-laan 33/014, met ondernemingsnummer 0308.357.159, hierna “de
verweerder”
Beslissing 42/2022 - 2/5
I. Feiten en procedure
1. Op 2 juni 2021 dient de klager een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit tegen
verweerder. Het voorwerp van de klacht betreft de weigering door de dienst
Patrimoniumdocumentatie van de FOD Financiën Roeselare om het kadastraal inkomen van
onroerende goederen van derden als vergelijkingspunten voor te leggen aan klager.
2. Dhr. X beklaagt zich erover dat de FOD Financiën Roeselare hem geen vergelijkingspunten
heeft medegedeeld voor de vastlegging van het kadastraal inkomen van zijn onroerend
goed. Meer bepaald stelt klager dat hij niet ingelicht werd dat deze mededeling door de
administratie een wettelijke verplichting zou zijn.
3. Klager richt zich op 28 april 2021 tot de federale Ombudsman, dewelke hem op 8 juni 2021
laat weten dat de FOD Financiën bij zijn standpunt blijft, aangezien vergelijkingspunten als
persoonsgegevens kunnen worden beschouwd en er derhalve een rechtsgrond vereist is
om deze informatie te verwerken dan wel te bezorgen aan derden.
4. De administratie stelt immers dat de mededeling van vergelijkingspunten rust op de
grondslag voorzien onder artikel 6.1.f AVG, en dhr. X in casu geen gerechtvaardigd belang
kan aantonen waarvoor hij deze informatie zou kunnen bekomen, in het bijzondere ingevolge
zijn akkoordverklaring dd. 10 januari 2019 —ten gevolge waarvan het kadastraal inkomen
van zijn onroerend goed definitief is vastgelegd en niet meer kan worden betwist.
5. Op 27 september 2021 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op
grond van de artikelen 58 en 60 WOG en wordt de klacht op grond van art. 62, § 1 WOG
overgemaakt aan de Geschillenkamer.
II. Motivering
6. Op basis van de elementen in het dossier die de Geschillenkamer bekend zijn, en op basis
van de bevoegdheden die haar door de wetgever op grond van artikel 95, § 1 WOG zijn
toebedeeld, beslist de Geschillenkamer over de verdere opvolging van het dossier; in casu
gaat de Geschillenkamer over tot het seponeren van de klacht overeenkomstig
artikel 95 ,§ 1, 3° WOG, op basis van de hiernavolgende motivering.
7. Wanneer een klacht geseponeerd wordt, dient de Geschillenkamer haar beslissing
trapsgewijs te motiveren en1:
- een technische seponering uit te spreken indien het dossier geen of niet
voldoende elementen bevat die tot een veroordeling kunnen leiden, of indien er
1
Hof van Beroep Brussel, Sectie Marktenhof, 19de kamer A, Kamer voor marktzaken, Arrest 2020/AR/329, 2 september
2020, p. 18.
Beslissing 42/2022 - 3/5
onvoldoende uitzicht bestaat op een veroordeling wegens een technische
belemmering, waardoor zij niet tot een beslissing kan komen;
- of een beleidssepot uit te spreken, indien ondanks de aanwezigheid van
elementen die tot een sanctie kunnen leiden, de voortzetting van het onderzoek
van het dossier niet opportuun lijkt in het licht van de prioriteiten van de
Gegevensbeschermingsautoriteit, zoals gespecificeerd en toegelicht in het
sepotbeleid van de Geschillenkamer2.
8. In het geval op meer dan één grond wordt geseponeerd, dienen de sepotgronden (resp.
technisch sepot en beleidssepot) in volgorde van belangrijkheid te worden behandeld 3.
9. In het voorliggend dossier gaat de Geschillenkamer over tot een seponering van de klacht,
op grond van beide sepotgronden. Er liggen namelijk drie motieven aan de basis van de
beslissing van de Geschillenkamer waarom zij het onwenselijk acht verder gevolg te geven
aan het dossier en derhalve beslist niet over te gaan tot, inter alia, een behandeling ten
gronde.
10. Allereerst begrijpt de Geschillenkamer dat klager inzage tracht te verkrijgen in zogenaamde
vergelijkingspunten, inbegrepen het adres van referentiepercelen van derden, waarvan het
geen twijfel lijdt dat deze beschouwd moeten worden als persoonsgegevens in de zin van
artikel 4 van de AVG. Aldus stelt de Geschillenkamer op grond van de voorgelegde stukken
vast dat de klacht geen betrekking heeft op een verwerking van persoonsgegevens
betreffende klager of die klager aanbelangen volgens de specifieke criteria die door de
Geschillenkamer zijn ontwikkeld 4. Daarnaast herinnert de Geschillenkamer eraan dat het
recht van inzage in persoonsgegevens uitsluitend slaat op persoonsgegevens betreffende
de verzoekende betrokkene, in casu de belastingplichtige, en de AVG uitdrukkelijk voorziet
in een uitzondering op het verkrijgen van een kopie van persoonsgegevens indien deze
mededeling afbreuk zou doen aan de rechten en vrijheden van anderen5. Kortom, een
verzoek tot inzage krachtens artikel 15 AVG kan niet leiden tot of misbruikt worden met het
oog op de onthulling van persoonsgegevens van derden.
11. Ten tweede besluit de Geschillenkamer dat zij op basis van de feiten evenals de in de klacht
aangevoerde juridische grieven niet tot de conclusie kan komen dat er sprake is van een
inbreuk op de AVG en op de regelgeving inzake gegevensbescherming 6. De klacht dient
2
In dit verband verwijst de Geschillenkamer naar haar sepotbeleid zoals uitvoerig uiteengezet op de website van de GBA:
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/sepotbeleid-van-de-geschillenkamer.pdf
3
Cf. Titel 3 – In welke gevallen zal mijn klacht waarschijnlijk worden geseponeerd door de Geschillenkamer? van het
sepotbeleid van de Geschillenkamer.
4
Cf. criterium A.5. in het sepotbeleid van de Geschillenkamer.
5
Artikel 15.3 AVG: “Het in lid 3 bedoelde recht om een kopie te verkrijgen, doet geen afbreuk aan de rechten en vrijheden
van anderen.”. Zie ook EDPB – Guidelines 01/2022 on data subject rights – Right of access (v1.0, 18 januari 2022), para. 46
en 104-106.
6
Cf. criterium A.2. in het sepotbeleid van de Geschillenkamer.
Beslissing 42/2022 - 4/5
derhalve als kennelijk ongegrond te worden beschouwd in de zin van artikel 57.4 van de
AVG.
12. Tot slot en in ondergeschikte orde blijkt uit de voorgelegde stukken en toelichting van klager
dat de klacht een nevengeschil met verweerder betreft, inzake de berekening van het
kadastraal inkomen van een onroerend goed van klager. Dit indachtig oordeelt de
Geschillenkamer dat haar tussenkomst in casu niet strikt noodzakelijk is en dat het voor
klager opportuner is een verzoek in te dienen bij de juiste rechtbank of bevoegdheid die zicht
heeft op alle elementen van het hoofdgeschil7.
III. Publicatie van de beslissing
13. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de
Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit. Het is evenwel niet nodig dat daartoe de
identificatiegegevens van de klager rechtstreeks worden bekendgemaakt.
14. Overeenkomstig haar sepotbeleid, zal de Geschillenkamer de beslissing aan de verweerder
overmaken8. De Geschillenkamer heeft immers besloten om haar sepotbeslissingen
ambtshalve ter kennis te brengen van verweerders. De Geschillenkamer ziet echter af van
een dergelijke kennisgeving wanneer de klager om anonimiteit heeft verzocht ten opzichte
van de verweerder(s) en de kennisgeving van de beslissing aan de verweerder(s), zelfs indien
deze gepseudonimiseerd is, het niettemin mogelijk maakt om de klager te
(her)identificeren . Dit is evenwel niet het geval in de onderhavige zaak.
9
OM DEZE REDENEN,
beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, na beraadslaging, om :
- deze klacht te seponeren op grond van artikel 95, § 1, 3° van de WOG;
- een afschrift van de voorliggende beslissing aan de verweerder te bezorgen.
Op grond van artikel 108, § 1 van de WOG, kan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de
kennisgeving tegen deze beslissing beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (Hof van
Beroep Brussel), met de Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder.
7
Cf. criterium B.3. in het sepotbeleid van de Geschillenkamer.
8
Cf. Titel 5 – Zal de sepot van mijn klacht worden gepubliceerd? Zal de tegenpartij hiervan op de hoogte worden gebracht?
van het sepotbeleid van de Geschillenkamer.
9
Ibidem.
Beslissing 42/2022 - 5/5
Om de klager in staat te stellen andere mogelijke rechtsmiddelen te overwegen, verwijst de
Geschillenkamer de klager naar de toelichting in haar sepotbeleid10.
(Get). Hielke HIJMANS
Voorzitter van de Geschillenkamer
10
Cf. Titel 4 – Wat kan ik doen als mijn klacht wordt afgesloten? van het sepotbeleid van de Geschillenkamer.