1/7
Geschillenkamer
Beslissing 157/2023 van 27 november 2023
Dossiernummer : DOS-2023-04144
Betreft : Verwijdering van e-mailadres uit een mailinglijst voor marketingdoeleinden
De Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, samengesteld uit de heer
Hielke HIJMANS, alleenzetelend voorzitter;
Gelet op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016
betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van
persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van
Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), hierna “AVG”;
Gelet op de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit,
hierna “WOG”;
Gelet op het reglement van interne orde, zoals goedgekeurd door de Kamer van
Volksvertegenwoordigers op 20 december 2018 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op
15 januari 2019;
Gelet op de stukken van het dossier;
Heeft de volgende beslissing genomen inzake:
De klager: De heer X, hierna “de klager”;
De verweerder: Mevrouw Y, hierna “de verweerster”.
Beslissing 157/2023 — 2/7
I. Feiten en procedure
1. De klacht heeft betrekking op het onvoldoende gevolg geven aan het recht van klager om
bezwaar te maken tegen de ontvangst van ongewenste direct marketing e-mails.
De klager ontvangt op 21 juni 2023 direct marketing van de verweerster. Op 22 juni 2023
verzoekt de klager om uitgeschreven te worden van de mailinglijst. Diezelfde dag bevestigt
de verweerster dat de klager uitgeschreven werd voor de nieuwsbrieven. Op 6 september
2023 informeert de klager de verweerster dat hij nog steeds direct marketing ontvangt.
Nadat de klager op 6 oktober 2023 nogmaals direct marketing ontvangt, brengt de klager
de verweerster op de hoogte dat hij klacht zal indienen bij de GBA.
2. Op 7 oktober 2023 dient de klager een klacht in bij de Gegevensbeschermingsautoriteit
tegen de verweerster.
3. Op 20 oktober 2023 wordt de klacht door de Eerstelijnsdienst ontvankelijk verklaard op
grond van de artikelen 58 en 60 van de WOG1 en wordt de klacht op grond van artikel 62,
§ 1 van de WOG overgemaakt aan de Geschillenkamer2.
II. Motivering
4. De klager wenst zich uit te schrijven voor de nieuwsbrieven van de verweerder. De AVG
definieert niet wat onder “direct marketing” verstaan wordt. Tot op heden bestaat er geen
wettelijke, officiële of algemeen aanvaarde definitie van dit begrip op Europees niveau.
Voortbouwend op Aanbeveling nr. 02/2013 van de CBPL van 30 januari 2013 betreffende
direct marketing en bescherming van persoonsgegevens enerzijds en het voorstel van
verordening van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2019 betreffende
eerbiediging van de privacy en de bescherming van persoonsgegevens bij elektronische
communicatie en tot intrekking van Richtlijn 2002/58/EG12 3, stelt de GBA voor om het
begrip direct marketing als volgt te definiëren:
“Elke communicatie, in welke vorm dan ook, gevraagd of ongevraagd, afkomstig van een
organisatie of persoon en gericht op de promotie of verkoop van diensten, producten (al
dan niet tegen betaling), alsmede merken of ideeën, geadresseerd door een organisatie of
persoon die handelt in een commerciële of niet-commerciële context, die rechtstreeks
1
Overeenkomstig artikel 61 van de WOG deelt de Geschillenkamer bij dezen aan de partijen mee dat de klacht ontvankelijk is
verklaard.
2
Overeenkomstig artikel 95, § 2 van de WOG deelt de Geschillenkamer bij dezen aan de partijen mee dat het dossier naar
aanleiding van deze klacht aan haar is overgedragen.
3
De tekst is via deze link te vinden: https://eur-lex.europa.eu/legal-
content/EN/TXT/PDF/?uri=CONSIL:ST_12293_2019_INIT&from=EN
Beslissing 157/2023 — 3/7
gericht is aan een of meer natuurlijke personen in een privé- of professionele context en
die de verwerking van persoonsgegevens met zich meebrengt.”4
5. De (ongevraagde) communicatie is gericht op het promoten van de activiteiten en het
promoten van het imago van de verweerster naar het publiek toe, in casu de medewerking
aan de totstandkoming van wetgeving. De boodschap is gericht aan geïdentificeerde
natuurlijke personen (cfr. de aanspreking bij naam van de bestemmelingen) en wordt
verstuurd via elektronische communicatie, meer bepaald per e-mail. De Geschillenkamer
stelt bijgevolg vast dat de nieuwsbrieven zoals ontvangen door de klager direct marketing
uitmaken.
6. Artikel 21.2 AVG bepaalt dat elke betrokkene wiens persoonsgegevens worden gebruikt
voor direct marketing het recht heeft om “bezwaar te maken tegen de verwerking van hem
betreffende persoonsgegevens voor dergelijke marketing, met inbegrip van profilering die
betrekking heeft op direct marketing". Het derde lid van hetzelfde artikel bepaalt dat
"[w]anneer de betrokkene bezwaar maakt tegen verwerking ten behoeve van direct
marketing, worden de persoonsgegevens niet meer voor deze doeleinden verwerkt".
Wanneer een betrokkene bezwaar maakt tegen de verwerking van gegevens voor direct
marketingdoeleinden, hoeft hij zijn bezwaar niet te motiveren.
7. Overeenkomstig artikel 12.3 AVG verstrekt de verwerkingsverantwoordelijke de
betrokkene onverwijld en in ieder geval binnen een maand na ontvangst van het verzoek
krachtens de artikelen 15 tot en met 22 AVG informatie over het gevolg dat aan het verzoek
is gegeven. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken
kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. De
verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het
verzoek in kennis van een dergelijke verlenging.
8. De Geschillenkamer stelt vast dat de persoonsgegevens van de klager, zoals zijn e-
mailadresadres inderdaad zijn gebruikt voor direct marketing, aangezien de klager een
direct marketingmail heeft ontvangen op 22 juni 2023. De Geschillenkamer stelt eveneens
vast het verzoek dd. 23 juni 2023 van de klager om uit de mailinglijst geschrapt te worden
de uitoefening van zijn recht op bezwaar in de zin van artikel 21.2 AVG uitmaakt, omdat zijn
verzoek dat zijn gegevens niet langer mogen worden gebruikt voor een specifiek doel,
namelijk direct marketing.
9. Het is de verantwoordelijkheid van de verweerster, in haar hoedanigheid van
verwerkingsverantwoordelijke, om te reageren op de uitoefening van de rechten van de
betrokkenen overeenkomstig de voorwaarden van artikel 12.3 van de AVG (zie supra,
randnummer 5). De Geschillenkamer stelt vast dat het antwoord dd. 23 juni 2023 van de
4
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/publications/aanbeveling-nr.-01-2020.pdf
Beslissing 157/2023 — 4/7
verweerster op het verzoek tot schrapping uit de mailinglijst van de klager een tijdig
antwoord uitmaakt overeenkomstig artikel 12.3 AVG. De klager maakt echter stukken over
waaruit blijkt dat hij op 6 oktober 2023 nog een direct marketingmail ontving. De
Geschillenkamer kan hieruit afleiden dat er mogelijks geen passend gevolg gegeven werd
aan het bezwaar van de klager.
10. De Geschillenkamer is van oordeel dat op grond van bovenstaande analyse kan worden
geconcludeerd dat door de verweerster een inbreuk op de bepalingen van de AVG werd
gepleegd, dewelke rechtvaardigt dat in casu wordt overgegaan tot het nemen van een
beslissing op grond van artikel 95, § 1, 5° van de WOG, meer bepaald verweerster te
gelasten te voldoen aan het verzoek van eiser om bezwaar te maken tegen de verwerking
van zijn gegevens voor direct-marketingdoeleinden overeenkomstig artikel 21.2 AVG.
11. Onderhavige beslissing is een prima facie beslissing genomen door de Geschillenkamer
overeenkomstig artikel 95 van de WOG op grond van de door de klager ingediende klacht,
in het kader van de “procedure voorafgaand aan de beslissing ten gronde” 5 en geen
beslissing ten gronde van de Geschillenkamer in de zin van artikel 100 van de WOG.
De Geschillenkamer heeft aldus beslist om op grond van artikel 58.2.c) AVG en
artikel 95, § 1, 5° van de WOG, de verweerster te bevelen dat wordt voldaan aan het verzoek
van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen, meer bepaald het recht op bezwaar zoals
bepaald in artikel 21.2 AVG.
12. Onderhavige beslissing heeft tot doel de verweerster in kennis te stellen van het feit dat
deze een inbreuk op de bepalingen van de AVG heeft gepleegd en deze in de mogelijkheid
te stellen zich alsnog te conformeren met voornoemde bepalingen.
13. Indien de verweerster evenwel niet akkoord gaat met de inhoud van onderhavige prima
facie beslissing en van oordeel is dat deze feitelijke en/of juridische argumenten kan laten
gelden die tot een andere beslissing zouden kunnen leiden, kan deze via het e-mailadres
[email protected] een verzoek tot behandeling ten gronde van de zaak richten
aan de Geschillenkamer en dit binnen de termijn van 30 dagen na de kennisgeving van deze
beslissing. De tenuitvoerlegging van onderhavige beslissing wordt desgevallend
gedurende voormelde periode geschorst.
14. In geval van een voortzetting van de behandeling van de zaak ten gronde, zal de
Geschillenkamer de partijen op grond van de artikelen 98, 2° en 3° juncto artikel 99 WOG
uitnodigen hun verweermiddelen in te dienen alsook alle stukken die zij nuttig achten bij het
dossier te voegen. De onderhavige beslissing wordt desgevallend definitief opgeschort.
5
Afdeling 3, Onderafdeling 2 van de WOG (artikelen 94 t.e.m. 97).
Beslissing 157/2023 — 5/7
15. Tot slot wijst de Geschillenkamer er volledigheidshalve op dat een behandeling ten gronde
van de zaak kan leiden tot het opleggen van de maatregelen vermeld in artikel 100 WOG 6.
III. Publicatie van de beslissing
16. Gelet op het belang van transparantie met betrekking tot de besluitvorming van de
Geschillenkamer, wordt deze beslissing gepubliceerd op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit. Het is evenwel niet nodig dat daartoe de
identificatiegegevens van de partijen rechtstreeks worden bekendgemaakt.
6
Artikel 100. § 1. De Geschillenkamer heeft de bevoegdheid om:
1° een klacht te seponeren;
2° de buitenvervolgingstelling te bevelen;
3° de opschorting van de uitspraak te bevelen;
4° een schikking voor te stellen;
5° waarschuwingen en berispingen te formuleren;
6° te bevelen dat wordt voldaan aan de verzoeken van de betrokkene om zijn rechten uit te oefenen;
7° te bevelen dat de betrokkene in kennis wordt gesteld van het veiligheidsprobleem;
8° te bevelen dat de verwerking tijdelijk of definitief wordt bevroren, beperkt of verboden;
9° te bevelen dat de verwerking in overeenstemming wordt gebracht;
10° de rechtzetting, de beperking of de verwijdering van gegevens en de kennisgeving ervan aan de ontvangers van de
gegevens te bevelen;
11° de intrekking van de erkenning van certificatie-instellingen te bevelen;
12° dwangsommen op te leggen;
13° administratieve geldboeten op te leggen;
14° de opschorting van grensoverschrijdende gegevensstromen naar een andere Staat of een internationale instelling te
bevelen;
15° het dossier over te dragen aan het parket van de procureur des Konings te Brussel, die het in kennis stelt van het
gevolg dat aan het dossier wordt gegeven;
16° geval per geval te beslissen om haar beslissingen bekend te maken op de website van de
Gegevensbeschermingsautoriteit.
Beslissing 157/2023 — 6/7
OM DEZE REDENEN,
beslist de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit, onder voorbehoud
van de indiening van een verzoek door de verweerster tot behandeling ten gronde
overeenkomstig artikel 98 e.v. van de WOG, om:
- op grond van artikel 58.2.c) van de AVG en artikel 95, § 1, 5° van de WOG de
verweerster te bevelen dat wordt voldaan aan het verzoek van de betrokkene om
zijn rechten uit te oefenen, meer bepaald het recht op bezwaar (artikel 21.2 AVG), en
over te gaan tot wissing van de persoonsgegevens uit de mailinglijst voor direct
marketingdoeleinden en dit binnen de termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de
kennisgeving van deze beslissing;
- de verweerster te bevelen de Gegevensbeschermingsautoriteit (Geschillenkamer)
per e-mail binnen dezelfde termijn op de hoogte te stellen van het gevolg dat aan
deze beslissing wordt gegeven via het e-mailadres [email protected];
en
- bij gebrek aan de tijdige uitvoering van het hierboven gestelde door de verweerster,
de zaak ambtshalve ten gronde te behandelen overeenkomstig artikelen 98 e.v.
van de WOG.
Op grond van artikel 108, § 1 van de WOG, kan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de
kennisgeving tegen deze beslissing beroep worden aangetekend bij het Marktenhof (hof van
beroep Brussel), met de Gegevensbeschermingsautoriteit als verweerder.
Beslissing 157/2023 — 7/7
Een dergelijk beroep kan worden aangetekend middels een verzoekschrift op tegenspraak dat de
in artikel 1034ter van het Gerechtelijk Wetboek opgesomde vermeldingen dient te bevatten 7. Het
verzoekschrift op tegenspraak dient te worden ingediend bij de griffie van het Marktenhof
overeenkomstig artikel 1034quinquies van het Ger.W.8, dan wel via het e-Deposit
informaticasysteem van Justitie (artikel 32ter van het Ger.W.).
(get). Hielke HIJMANS
Voorzitter van de Geschillenkamer
7
Het verzoekschrift vermeldt op straffe van nietigheid:
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam, voornaam, woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn hoedanigheid en zijn rijksregister- of
ondernemingsnummer;
3° de naam, voornaam, woonplaats en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van de persoon die moet worden
opgeroepen;
4° het voorwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering;
5° de rechter voor wie de vordering aanhangig wordt gemaakt;
6° de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat.
8
Het verzoekschrift met zijn bijlage wordt, in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn, bij aangetekende brief gezonden
aan de griffier van het gerecht of ter griffie neergelegd.